INLEIDING:


 

parfumflaconsparfumflaconsparfumflaconsparfumflaconsparfumflacons 

 De geschiedenis van de parfumindustrie en de aromatherapie zijn niet of nauwelijks te scheiden. Ze kunnen niet zonder elkaar en zijn tot elkaar veroordeeld. De aromatherapie heeft in de laatste tientallen jaren haar voordeel gedaan met de enorme innovatieve ontwikkelingen in en van de parfumindustrie.

Etherische olie wordt ook wel aromatische, etherische,  vluchtige of essentiële olie genoemd. De etherische oliën zijn vluchtige oliën gewonnen uit planten, bomen, zaden, wortels, bladeren, bloemen, harsen, resin, enz.

 Het woord etherisch komt van het Griekse aither. Letterlijk betekent aither lucht van de hemel. Met aither duidden de Grieken de onderste laag van de kosmos aan. Soms wordt het wel "aetherische oliën" gespeld. Het begrip "essentiele oliën" is een anglicanisme ("essential oils").


 

                                                           DE EGYPTENAREN



 

   de Egyptenaren       de Egyptenaren       de egyptenaren        de Egyptenaren     

De allereerste aanwijzingen voor het gebruik van parfum treffen we aan in Egypte. Archeologen hebben parfumvazen van albast gevonden die stammen uit 4000 voor Christus. De goden en overledenen van de oude Egyptenaren werden geëerd met parfum. De laboratoria waar de geuren werden vervaardigd bevonden zich in de tempels. In het laboratorium van de tempel van Horus, in Idfu heeft men een recept gevonden van de geurende waskaarsen die de priesters aanstaken als offer voor de goden. De talk, doordrenkt met aromatische specerijen was roze geverfd met alkanna en werd langzaam opgebrand. Vervolgens stak men therebinthum harsen in brand om met de rook de kwade geesten te verjagen.

Tegen het einde van de ceremonie besprenkelde de priester het beeld van de godheid met geparfumeerde olie en bedekte het met een doek. Dat parfum aan de goden gewijd werd was, omdat het enorm duur was, duurder dan tegenwoordig.  Alleen koningen en grote priesters waren in het bezit van de essences.

Voor hun parfums gebruikten de Egyptenaren geurige houtsoorten, wortels, kruiden en exotische bestanddelen, zoals wierook en mirre, die ze importeerden uit het mysterieuze Punt of Poent, dat dichtbij het huidige Djibouti lag. In het oude Egypte werd bij zonsondergang kyphi gebrand, in de tempels en in de huizen, een brijachtige substantie die bestond uit verschillende harsen, gom, aromatische kruiden, honing, wijn en rozijnen.

Rond 2000 voor Christus waren parfums niet meer exclusief voor de goden en overledenen, maar de priesters bouwden hun tempels óm tot ware parfumfabrieken. De eerste klanten waren farao’s en edelen van het hof. In het hete Egypte was er grote behoefte aan verfrissende essences.

De eerste bekende staking in de geschiedenis, was rond 1330 voor Christus toen de soldaten van farao Seti I van de 19e dynastie in staking gingen omdat de farao hen geen aromatische zalven wilde verstrekken. Rond 1300 voor Christus staakten de arbeiders van Thebe en beklaagden zich bij Farao Ramses II over de karige voedsel- en zalfrantsoenen.

De oude Egyptenaren besteedden veel aandacht aan hun persoonlijke verzorging. Achter de huizen bevonden zich wasruimten, waar ze zich ’s morgens en ’s avonds na de hoofdmaaltijden wasten. Ze gebruikten daarvoor water en een pasta van leem en as, die ze suaba noemden en die in feite de voorloper van zeep was. Na het wassen smeerden ze zich in met geurige parfum. Aanvankelijk schreven de priesters de geheime recepten op de muren van hun tempels, later op papyrus.

Een schitterende uitvinding waren de “Thebaanse kegels” van vet en geurige harsen die op het hoofd moesten worden geplaatst bij aanvang van de banketten. Door de warmte tijdens het feest smolten het vet en de harsen en druppelde op de schouders, waarbij ze de heerlijkste geuren verspreidden.

In het oude Egypte gaven echtgenoten elkaar ook parfum, met de bedoeling om de familieband te versterken. Parfums waren in trek bij de hele familie. Mannen gebruikten het voor reinigingsrituelen, in de wasruimte achter het huis. Door het lichaam te reinigen, reinigde men ook de geest. Afbeeldingen van 3000 jaar voor Christus laten zien dat de rituele wassingen wel iets weg hadden van onze sauna’s. De mannen waren gezeten op bankjes terwijl slaven ze overgoten met geparfumeerd water. In verbrandingsoventjes werden de meest intense aroma’s gestookt. Vrouwen gebruikten parfums in de zogenaamde “zalvingsruimte”. De vrouwen lagen op matjes terwijl de dienstboden hun haren inwreven met abra, een aromatische zalf. Anderen masseerden met olie en nog anderen maakten de make up. De contouren van de ogen werd aangegeven met een zwarte stof, maslim. Ze smeerden een groene kleurstof op de wenkbrauwen en wimpers en de lippen werden karmijnrood. Het voorhoofd werd wit gemaakt, de slapen azuurblauw, om de kleur van de aders te benadrukken. De handpalmen werden oranjerood gemaakt met henna.

Cosmetica werd bewaard in albasten vazen, afgesloten door een met touw omwikkelde lap stof. Ook gebruikte men daarvoor holle schelpen of linnen zakjes. Archeologen hebben onderzocht dat de make-up bestond uit malachiet of koperhydrocilicaat, vermengd met de parfums die de priesters maakten. De formules voor de bereiding van deze parfums zouden zijn gegeven door de god Toth. Hij leerde zijn priesters geuren te maken, die de goden het meest bevielen.

De Egyptenaren gebruikten dus 4000 jaar voor Christus reeds aromatische stoffen, zowel voor  medische als cosmetische doeleinden en voor het balsemen van stoffelijke overschotten. Ze gebruikten vooral: cederhout, kaneel, terpentijn, basilicum, koriander, mirre, hars, marjolein, nardus, henna, jeneverbes, kalmoes en dille. Er zijn recepten gevonden van parfums 176 voor Christus op de muren van de tempel van Horus in Edfu in Zuid Egypte. Ook het macereren was de Egyptenaren bekend, bijvoorbeeld in olijfolie en sesamolie. De Egyptenaren wisten 4000 jaar geleden al hoe ze uit het cederhout de olie konden winnen. Ze plaatsten het cederhout in een vat van klei dat afgestopt was met schapenwol. Het vat werd verhit en de vette olie trok in de schapenwol, die dan werd uitgeperst.



 

   de Egyptenaren      de egyptenaren      de Egyptenaren      de Egyptenaren


 

 

                                                           DE GRIEKEN




 

de grieken    de Grieken    de Grieken    de Grieken


De oude Grieken verkregen veel medische kennis van de Egyptenaren en ontdekten zelf veel nieuwe gegevens, zoals het feit dat de geuren van bepaalde bloemen stimulerend en verfrissend werkten, terwijl anderen ontspannend en slaapverwekkend waren. Herodotus, de Griekse geschiedschrijver, (484-425 voor Christus) beschrijft de werkwijze van het balsemen en maakt melding van terpentijnolie. Ook Plinius (23-79) beschrijft de werking van terpentijnolie. Dioscorides, een legerarts ten tijden van Nero, schreef rond 79 na Christus de vijfdelige materia medica, het “Herbarius”. Hij bestudeerde de herkomst en het gebruik van de door de Grieken en Romeinen gebruikte planten en aromatica en beschrijft 500 planten, de winning van terpentijnolie en de medische toepassingen. Zijn werk is de grondslag voor alle handleidingen tot in de middeleeuwen.

Koriander, venkel en tijm groeiden al in het oude Griekenland. Tegenwoordig worden hier parfums van gemaakt. Ook irissen en rozen waren al bekend. Sinds de dertiende eeuw voor Christus, het tijdperk van de Kretenzisch-Myceense beschaving, kwamen de kostbare planten uit het oosten en werden meegebracht door Foenicische zeelui die toen reeds maandenlange reizen maakten. De Grieken kenden reeds styrax (dat uit het huidige Turkije kwam), mirre en balsem (van struiken uit Judea), kaneel en cyperus (uit India) en wierook uit Arabië. Van al deze planten werden geurige zalven en oliën gemaakt ter ere van de goden. Van Herodotus weten we dat de Grieken sinds de 5e eeuw voor Christus kaneel hadden, nootmuskaat en sandelhout, kruiden uit Azië. In dezelfde tijd werden minder vluchtige parfums gemaakt, als lustopwekkende middelen. Hiervoor werd de anale afscheiding van dieren gebruikt, civet, casteorum en muskus, het tegenwoordige musk. Nog iets later, rond 325 voor Christus ontdekten de matrozen van Alexander de Grote in de Golf van Oman en langs de kusten van de Indische Oceaan de kostbare grijze amber.

De eerste namen van parfums die bekend waren zijn dan ook uit de tijd van Alexander de Grote. Ze werden gebruikt door mannen en vrouwen. Het parfum Susinon, op basis van lelies. Kypros, met munt en bergamot. Megaleion, met kaneel, mirre, verbrandde harsen en balanum, een medicinale olie uit het zaad van een plant uit Egypte en Syrië. De schepper van megaleion was Megallus. Dit parfum werd gebruikt voor de geur maar ook om ontstekingen tegen te gaan en wonden te genezen (mirre).

De Kretenzers en Myceners bewaarden hun parfums op geheime plekken in paleizen en tempels. Op kleitabletten werd het gebruik bijgehouden. Kleitabletten uit Pylos, bij Mycene geven aan dat het overgrote deel van de parfums werd gebruikt voor religieuze ceremonies. Slechts een klein deel was voor wereldlijk gebruik: ten behoeve van persoonlijke hygiëne, het ontsmetten van kamers en het aromatiseren van wijn.
In Ilias beschrijft Homerus hoe de godinnen gebruik maakten van parfums om mensen of goden te bekoren.
Solon, de strenge wetgever van de Atheners van 630-560 voor Christus was tegen het gebruik van parfums. Hij beschouwde ze als onwaardige luxe.
Diogenes, de filosoof van de Cynische School, die 200 jaar na Solon leefde was dol op parfum .

In 323 voor Christus schreef Theophrastus, een groot plantkundige, het: “Traktaat over geuren” . Marestheus, een bekend Grieks arts en Theophrastus ontdekten reeds dat aromatische planten en vooral bloemen, stimulerende of kalmerende werkingen hadden. Ook beval Theophrastus olijfolie aan om de geur van bloemen vast te houden en om de zuiverheid. Toen reeds was het gebruik van kompressen en de genezende werking bij gezwellen, abcessen e.d. bekend bij deze twee doktoren.
Tot aan de Middeleeuwen was dit het standaardwerk voor de parfumerie. Het werk bevatte een lijst met alle planten waaruit men geuren kon winnen en hoe de kruiden bewerkt konden worden. Na de dood van Aristoteles kreeg Theophrastus de leiding over de Peripatetische School.

Ook de atleten in het oude Griekenland gebruikten parfums. Voor de wedstrijden smeerden ze zich in met geurige oliën. Vrouwen parfumeerden zich discreet, de schouders werden ingesmeerd met balsemolie. De priesteressen echter waren veel uitbundiger in hun parfum gebruik. Ze voerden de rituele vereringen uit met blote borsten en kleurden hun tepels rood-oranje.

De parfumeurs werden myrepsòs genoemd. Ze gebruikten vijzels, stampers en grote pannen om de essences uit de grassen en kruiden te winnen. De poeders werden verwerkt met een klein beetje olijfolie. Om de aromatische vloeistoffen te laten condenseren werden ze au bain marie gekookt. Om de balsems te bewaren en te vervoeren maakten de Grieken gebruik van loden, zilveren, gouden of albasten vaten. De albasten vaten waren het meest geschikt om de geuren in te bewaren. Omdat albast zeldzaam en duur was, maakte men matglazen imitaties of terracotta vazen die alabastrons werden genoemd. Veel zijn er gevonden in Syrië en langs de kust van de Tyrrheense zee. De vazen werden in Corinthië gemaakt. De vazenschilders brachten op de dure exemplaren minuscule versieringen aan van katachtige of vogels. Op de goedkopere vazen bracht men roodbruine lijnen aan die rondom liepen.

In de 4e of 5e eeuw voor Christus was een bezoek van de Griekse man aan een badhuis het toppunt van stijl. Enkele eeuwen later was dat bij de Romeinen ook zo.
Na onderdompeling in een rond bad werd hij ingesmeerd met geurige kruiden. Palmolie voor de borst, munt voor de armen, tijm voor de benen, marjolein voor de haren. Voor het avondeten was men gewoon te baden. Kwamen er gasten, dan kregen zij een bad aangeboden. Was er geen tijd om te baden dan bood men een voetwassing aan, in een kleine tobbe vol water geparfumeerd met wijn, kruiden en nardum. Voor het eten brachten slaven geparfumeerd water voor de handen en ze versierden de hoofden van de gasten met kransen van bloemen en bladeren.

De geurige ingrediënten die de Egyptenaren en anderen uit het Nabije Oosten gebruikten kwamen niet uit de Levant, de kusten van Klein Azië, Syrië en Egypte, maar uit Punt of Poent, een mythische plaats in Afrika. Daar werden ze ingevoerd uit verre landen, karavaanexpedities naar bijvoorbeeld India. De Assyriërs en de Babyloniërs waren dol op harsen en hun bedwelmende geuren, uit India en andere Aziatische landen. Uit het zuiden van India kwam een balsem die werd gewonnen uit de doornbosplant, die werd gebruikt voor het maken van zalven en voor het aromatiseren van wijn. Eveneens uit Zuid India en van Ceylon kwamen de gedroogde bladeren van de kaneelboom, opgerold tot geurige kaneelpijpjes, om voedsel mee te kruiden. Van kamfer, verwant aan kaneel, maakte men zalven die bestemd waren voor het balsemen. In heel India werd kardemom gekweekt. Meteen na de bloei produceert de plant zaadrokken met kleine donkere zaadjes. Met persing werd hieruit olie gewonnen voor massages. Uit het Himalaya gebied werd gecultiveerde lavendel geïmporteerd. Uit de aren won men een essence die Plinius eeuwen later zou bestempelen als: “het heerlijkste parfum”.
De Griek Hippocrates (460-377 voor Christus), de vader van de geneeskunde, noemt een groot aantal geneeskrachtige kruiden en planten zowel als verdovende middelen, bijvoorbeeld opium, belladonna en alruin.

 

de Grieken     de Grieken     de Grieken     de grieken

 

 

 

                                                         CHINA - INDIA - JAPAN


 india    India    india    India    India

Azië:  China, India, Japan:

Azië is de bakermat van het parfum, maar ieder land ging en gaat er op zijn eigen manier mee om.

In India was en is men dol op geuren in alle mogelijke vormen: bloemen, wierook, aromatische oliën. De autochtone bevolking houdt niet van geuren in een flesje. Alle geurige prachtige bloemen zoals jasmijn, roos, de Lotus worden vers verwerkt en door de vrouwen gedragen, bij feesten opgehangen en in guirlandes verwerkt.

In Japan verbrandde men uitsluitend geuren waarmee kleding werd gearomatiseerd.


japan       japan       japanse       japan       japan


De Chinezen parfumeerden zich vermoedelijk in het verleden niet. Confucius geeft aan dat in de 6e eeuw voor Christus wierook werd verbrand tijdens de gebeden en bij begrafenisriten. Tijdens de Han-dynastie, 3e eeuw voor tot de 3e eeuw na Christus was wierook in trek. De Chinezen waren de eerste die musk toepasten. Musk is de klierafscheiding van een klein hert dat boven de 1500 meter leeft in Nepal, China en Tibet. De beste kwaliteit kwam uit Tonkin, Tibet.
De Chinezen waren zorgvuldig in hun keuze van wierook. Men onderscheidde:de “afgezonderde wierook” als men in afzondering mediteerde. De “rustige” wierook die vlak voor zonsopgang moest worden gebrand, als de maan nog scheen. Het individu kwam dan in evenwicht met het universum. De “luxe” wierook om zich een uur lang te buigen over een heilige tekst. De “wonderlijke” wierook voor geliefden die samen wilden bidden. De “geraffineerde” wierook voor de student die zich wilde ontdoen van alle wereldse drukte om zich te concentreren. Tot slot de “edele” wierook die werd verbrand bij volle maan, om de kwade geesten te verjagen. De Chinezen maakten prachtige wierookhouders uitgevoerd in gegoten brons. De oudst bekende is uit 100 jaar voor Christus.

china      China      china      China      china

 

 

                                                             DE ROMEINEN:


 

     De Romeinen             de Romeinen             de romeinen


In de Romeinse tijd had iedere godheid zijn eigen parfum. Jupiter, cassia en benzoë,
Juno werd vereerd met musk, Mars met aloë, Venus met mirte of grijze amber en Mercurius met kaneel uit India.

Volgens de legende werd parfum rond 1000 jaar voor Christus geïntroduceerd in de Italiaanse gebieden Apulië en Calabrië door de Japygiërs, die uit Kreta kwamen. Ook de Etrusken die woonden in het huidige Toscane en Latium waren dol op de geuren van laudanum en mirte. De Romeinen voegden hier geuren aan toe uit de door hen veroverde gebieden zoals wierook. In het republikeinse Rome werd weinig parfum gebruikt. In het keizerlijke Rome was dat anders. De geuren kwamen uit het oosten en werden overvloedig gebruikt. Alles werd geparfumeerd, de kleding, vloeren, huisdieren en zelfs paarden. Plinius de Jonge 62-113 na Christus schrijft dat Romeinse kooplieden het Rijk van parfums voorzagen voor een bedrag van honderd miljoen sestertiën, uit Arabië, India en China. In de stad Capua in de regio Campanië, werden alle essences voor Rome geproduceerd. Er waren drie soorten parfums: damesmata, de gewone zalven, die werden bereid uit een enkele bloemsoort (roos, amandelbloesem, appelbloesem), dan de vloeibare zalven of oliën, Stymmata genaamd, gemaakt uit verschillende bloemen, vermengd met kruiden en olijfolie en een parfum in poeder- of tabletvorm, de zogeheten diapasmata. Deze waren het gemakkelijkste te vervaardigen. Fijngemaakte kruiden werden vermengd met enkele druppels bloemenessence en compact gemaakt door de toevoeging van harsen. Je had verschillende mengsels: rhodium met rozengeur; narcissum met narcissengeur; susinum waarin honing, kalmoes, kaneel, mirre en saffraan zat; nardinum met kalmoes, costus, kardemom, kaneel, mirre en saffraan. Dit waren zeer kostbare zaken, alleen weggelegd voor de allerrijksten.

De parfums werden bewaard in ampullen van geblazen glas of in metalen potten.
Parfumhandelaren stonden in hoog aanzien en vervulden dikwijls ere ambten. Ze werden beschouwd als artsen doordat aan veel geuren therapeutische werkingen werden toegeschreven.

De Romeinen hadden niet veel fantasie wat betreft parfums. Ze aapten de Grieken na en gebruikten de parfums uit het verre Oosten.
Er is een interessant receptenboek gevonden van de Griek Criton, de lijfarts van Pompea Plotina, de vrouw van keizer Trajanus, waarin meer dan 30 geurige oliën zijn beschreven. De grondstoffen voor de kostbaarste parfums waren: roos, narcis, lelie en iris. Hieraan werd olie toegevoegd van houtsoorten zoals sandelhout uit het oosten en tevens kruiden: kardemom, kruidnagel, saffraan en aloë. De Romeinen maakten die compact met harsen of dierlijke vetten zoals musk en civet. De goedkoopste parfums waren lavendel en den. Den was zeer gewild bij de Romeinen en werd veel gebruikt in de respectievelijke baden. Het dek van de oorlogsschepen werd gemaakt van dennenhout.

*“De Romeinse thermen, waren luxueuze bouwwerken” schreef Seneca.
“De plafonds waren van glas, de muren glimmend als spiegels, de zwembaden hadden marmeren randen waaruit het water kwam en de watermonden waren van massief bewerkt zilver”.
Ze waren enorm groot. De thermen van Diocletianus boden plaats aan 3000 bezoekers en waren zo hoog als kathedralen. Dit kan men nog zien bij de oude Turkse baden in Istanboel.
Voor vrouwen waren ze alleen ’s morgens toegankelijk, terwijl de mannen er van ’s middags tot ’s nachts terecht konden. Het drukst was het rond zonsondergang. Direct bij de ingang waren de kleedhokjes. Van hieruit begaven de bezoekers zich in een kleine lendendoek naar het zogenaamde frigidarium, een zwembad vol koud water. Vervolgens nam men een lauw bad in het tepidarium. Tenslotte een bad met warm water in het caldarium. Wie aan reuma leed, sloeg het frigidarium over en begoot zich alleen met een grote lepel met koud water, een patera. Daarna rustte men uit in het laconicum, waar de lucht erg warm, maar droog was: een soort antieke sauna. Wie nog meer wilde begon weer opnieuw: frigidarium, tepidarium, caldarium en laconicum.
De overgang van koud naar lauw, naar warm water zette het lichaam aan tot een hoge zweetproductie, die de huid van al het vuil ontdeed. Zeep bestond in die tijd nog niet, die kwam pas in de Middeleeuwen.

Men werd besprenkeld door slaven met olijfolie en daarna werd de olie weggeschraapt met een metalen instrumentje de strigilis oftewel badschraper dat met kracht over de huid werd getrokken. Iedere romein had zijn persoonlijke strigilis. De rijken beschikten over een complete thermenset, die bestond uit de vetschraper, een kleiner model om het zweet uit het gezicht te wissen en een flesje voor de olie.
Om de geur van de olie weg te nemen gebruikte men water waarin geurige mengsels waren opgelost, van roos en populier, roos en mirre, of roos en den, vooral bij mannen populair. Op krachten gekomen door het baden en de massages gingen de Romeinen naar andere ruimten van de thermen. Men kon aan sport doen, lezen of praten met vrienden. Ook kon men luisteren naar derderangs dichters die voorlazen uit eigen werk. Sommigen deden zelfs zaken. Iedereen kon zich op een eigen wijze ontspannen.

Thuisgekomen troffen de Romeinen heerlijke parfums aan. Hiermee verfristen ze hun handen vóór en na de maaltijd. Bij de welgestelde vloeiden de parfums ook tijdens de maaltijden.
Uit gaatjes in het dak van het verblijf van keizer Nero, Domus aurea, dwarrelden bloemblaadjes op de genodigden neer, gedrenkt in zeldzame essences. Ondertussen masseerden slaven de voeten van de tafelgenoten met kostbare zalven. De beroemde matrones gebruikten veel parfums, make-up en crèmes. Voor ze naar bed gingen namen ze een masker met melk, honing en aromatische kruiden. Deze maskers moesten ’s nachts inwerken en werden de volgende ochtend door twee slavinnen verwijderd met een badschrapertje. Vrouwen schonken veel aandacht aan mondhygiëne en gorgelden met rozenwater. Aan het badwater voegden ze olie toe van jasmijn, viool en roos. Poppea, de vrouw van Nero, verving het badwater door ezelinnenmelk, om haar huid zachter te maken. Vanaf die dag werd het mode om in melk te baden met als toevoeging lavendel en melisse.

        Romeinse soldaat                         Romeins aquaduct                        De Romeinen

 

 

                                                               DE ISLAM





 de Islam      de islam        de islam       islam       de islam




De Islam (overgave aan God) werd in 600 na Christus gesticht door de profeet Mohammed en verbreidde zich door heel Arabië en veroverde vervolgens het zuiden van het Midden-Oosten, Noordwest-Afrika, het Balkan gebied en het Iberisch schiereiland. In tegenstelling tot de bijbel en het evangelie verheerlijkt de koran, de burgerlijke en religieuze leidraad van de islamitische wereld, geurige essences. De koran moedigt gelovigen aan parfum te gebruiken, persoonlijk zowel als voor religieuze doeleinden. Voor veel Islamieten is het belangrijk dat er geen alcohol in de producten zit en daarom zijn de attars geweldig in trek bij veel aanhangers van de Islam

In tegenstelling tot de Westerse beschaving werden in het Oosten, in China en India,
het gebruik van natuurlijke plantaardige middelen gehandhaafd, in een ononderbroken traditie van duizenden jaren.
De geneeskrachtige planten van India vormden de basis voor de huidige traditionele Indiase geneeskunde, de Ayurvedische geneeskunde, die omvat: karwij, peper, kardamom, gember, kruidnagel, sandelhout, benzoë, cannabis, wonder- en sesamolie, aloë en suikerriet. De Ayurvedische geneeskunde gaat zeer gericht te werk.
Het persoonstype wordt bepaald en aan de hand daarvan de voeding. De energiestromen van het lichaam worden gemeten. Men begint met het ontslakken van het lichaam en een juiste voeding voor te schrijven. Bloed wordt afgetapt en onder de microscoop bekeken om de diagnose te stellen. De pols wordt uitvoerig gevoeld evenals in de traditionele Chinese geneeskunde. In beide geneeskundige stromen is het voelen van de pols een belangrijk diagnostisch middel, waaruit verschillende orgaanfuncties worden gediagnosticeerd.
In China wordt de uiterst lange, onafgebroken traditie van kruidengeneeskunde naast en als aanvulling op acupunctuur gebruikt.
Het “Gele Keizers Boek Van Interne Geneeskunde”, van 2000 voor Christus bevat 8160 verschillende recepten, samengesteld uit 2000 verschillende stoffen, waarvan de meeste plantaardig, maar die ook mineralen, zoals zwavel, ijzer en kwik bevatten.



de islam      islam      de islam      de islam       de Islam

 

André Gielen. ©®Copyright en registratie notaris. Lith 2001-2008