Print This Page

Abelmoschus esculentus

ABELMOSCHUS ESCULENTUS L. MOENCH            -             OKRA.
Familie:
Malvaceae. Heeft geen waarde als oliehoudende plant, maar wel als medicinale plant. Overblijvende plant. Wordt gebruikt als groente, vooral het onrijpe vruchtbeginsel. Familie van de stokroos, katoen en hibiscus.                                                                       

Abelmoschus komt uit het Arabisch  van: abu-l-mosk, hetgeen vader van musk betekent (de zaden ruiken naar musk). Waarschijnlijk komt okra uit Ethiopië. De Oude Egyptenaren cultiveerden de plant reeds zo’n 1200 voor Christus. Via Noord Afrika en het Midden Oosten is de plant verspreid. De zaden werden gemalen, geroosterd en als koffiesubstituut gebruikt. De vruchtbeginsels werden gekookt en gegeten. Wordt momenteel in alle tropische en Abelmoschus esculentussubtropische gebieden verbouwd. Het is een snelgroeiende plant die in ongeveer 60 zomerse dagen volwassen en oogstklaar is. Okra’s smaken goed in combinatie met andere vruchten als paprika’s, courgette, aubergine, tomaat en is een gezonde groente. De naam okra werd gebruikt door de Engelsen in Afrika in de laat 18e eeuw. In de 17e eeuw geïntroduceerd in het Caribische gebied en de Verenigde Staten, waarschijnlijk meegebracht door de negerslaven. In Louisiana leerde de Creolen het gebruik van okra in soepen en anderszins van de geïmporteerdee slaven.
De bladeren van de plant zijn vingervormig en de bloemen groot, geel, hibiscusachtig. Ze groeien in de bladoksels van de plant en de plant kan tot 2 meter hoog worden. De okra’s zijn de vruchtbeginsels uit de bloem en zien er uit als peulen. Ze kunnen 10-15 cm lang worden met diepe groeven. De platte zaden zijn eetbaar en smaken een beetje naar sperciebonen.
Andere trekken een vergelijking tussen asperges en aubergines. Er bestaat een rode en een groene variant.
Van de volwassen okra wordt papier en touw van gemaakt.
Okra bevat vitamine A – B complex – C – E – ijzer – kalk. Vetvrij, vezelrijk en caloriearm.

Werkzame bestanddelen in de plant:
In de vrucht: campesterol – palmitoline zuur – galacturonine zuur – pentosaan – phenylalanine – proline – alanine – a-tocopherol – arabinose – arginine – asorbinezuur – thiamine (vit. B1) – riboflavine (B2) – niacine (B3) – b-sitosterol – citral – cystine – ethanol – folacine – fosfor – phytosterols – galactose – histidine – iso-leucine – kalium – chloor – koper – koolhydraten – leucine – linolzauur – magnesium – mangaan – myristicinezuur – natrium – oxaalzuur – threonine – tryptofaan – tyrosine.
In de bloemen: querticine – flavonoiden     
In de wortel: stigmasterol

Werkzaamheid:
Antispasmodisch – diaphoretisch - diuretisch - emolliënt (weekmakend) – anticonvulsant – opwekkend/stimulerend – wondhelend - zweetdrijvend -

Contra indicatie:
Geen, niet bekend.

 


Bron: : Pankaj Oudhia. Society for Parthenium Management (SOPAM)
            Purdue University, West Lafayette, In. USA. 
            Wikipedia nl., de., eng.
            Liber Herbarum II Erik Gotfredsen.
Foto’s: www.floridata.com - www.popsignage.com


André Gielen.  ©®Copyright en registratie notaris. Lith 2001- 2008.

 

 

 


Previous page: Abelmoschus moschatus
Next page: Abies alba M.