Print This Page

Acorus calamus

ACORUS CALAMUS L.        KALMOES
Familie:
Araceae. India.
Oorspronkelijk komt kalmoes uit het verre oosten en is in de 16e eeuw via Turkije en Oostenrijk, met name Wenen naar Europa gekomen. In Oost Europa reeds in de 13e eeuw, ingevoerd door de Tartaren. Reeds lang voor onze jaartelling kende men kalmoes in China en India als maagmiddel. Het combineert een verzachtende werking met een stimulerend effect van de bitterstoffen en is daarom een uitstekend maagmiddel tegen allerlei maagproblemen, zoals: maagzweren, maagzuur, gastritis, dyspepsie. Kalmoes is eetlustopwekkend en spijsverteringsbevorderend.
Acorus calamus
De vorm die in Noord-Amerika en Siberië voorkomen zijn niet kankerverwekkend in tegenstelling tot de Europese en Aziatische versie India en China) die de kankerverwekkende stof Z-isoazaron of b-asaron bevatten. Gebruik de olie niet medicinaal, alleen in een aromalampje.
Er bestaat een vermoeden dat de Canadese Cree-Indianen de wortels kauwden voor het hallucinogene effect. In hoge dosis schijnt het hallucinaties en andere op LSD gelijkende effecten te veroorzaken. Afdoend bewijs is niet geleverd.
De plant is lid van de aronskelkfamilie en net als veel van zijn familieleden giftig. Hij is rietachtig en kan tot 1 meter hoog worden.
Het is een oeverplant en wordt aangetroffen in sloten met stilstaand water. Het is een kwetsbare plant, gevoelig voor vervuiling en heeft een aangename geur die aan mandarijnen doet denken. Heeft een kalmerende invloed op het zenuwstelsel. De soortnaam komt van het Griekse “calamos” en betekent riet. De geslachtsnaam acorus is afgeleid van het Griekse coreon, wat pupil betekent, omdat de plant in de oudheid werd gebruikt tegen oogklachten.

Komt nu algemeen verspreid voor over de gehele wereld, zelfs in moerassen en in de bergen tot op ongeveer 1100 meter. De plant heeft een in de modder kruipende vlezige wortelstok met een sterk aroma. De 2 jaar oude, gedroogde wortel wordt veel gebruikt als geurstof, fixeermiddel, in parfums. Kalmoes olie en extracten zijn uitgesloten van gebruik in levensmiddelen.
De kalmoes behoort tot de groep van de aromatische bitterstoffen (amara aromatica). Acorus calamusWerkzaam zijn de bitterstoffen en de etherische olie, die het gebied van de maag en de gal bestrijken en in zekere mate ook de nieren. Het wekt de eetlust en is licht diuretisch.
De plant bloeit in juni-juli, maar in ons land worden er geen vruchten gevormd. Wel in China, het land van herkomst. Daar vormt de plant rode bessen. De plant is in ons land wel beschermd. Kalmoes voorkomt stuipen en toevallen.
In Turkije en India is het een traditioneel geneesmiddel tegen dyspepsie, hoest en bronchitis. Vroeger was het een aromatisch stimulerend middel en tevens versterkend, tegen koorts, hoofdpijn, duizeligheid, tyfus, dysenterie, klachten van nerveuze aard, enz.

Werkzame bestanddelen:
etherische oliën 75% en bitterstoffen 11% en in geringe mate looistoffen, choline (vitamine B4), hars, taninnen 50%, slijmstoffen 11%. Als nevenstoffen hebben we vitaminen, mineralen, eiwitten en zetmeel.
Beta-asaron, Indiase olie 80%, Russische 6%; verder a-asaron, shyobunonen, calameen, calamenol, eugenol, phenol, asaron 50%, methylamine, pineen, safrol, cineol, camfeen, azuleen, b-gurjuneen, linalool, limoneen, trans-anethol, terpinoleen, terpinen-4-ol, sabineen, methyleugenol, iso-eugenol, eugenol-methylether, elemicine, a-humuleen, a-ylangeen,a-curcumeen, b-elemeen, b-gurjuneen, calameneen, d-cadineen.  Ketonen acerenon, kamfer, isoshyobyunon, menthon.
Resin in de wortel, evenals menthol.
Acorine, tannine, acorone, asarinine.
           Ter vergelijk: bestanddelen van Shirley and Len Price.
Hydrocarbons: monoterpenen: campheen 0.9% - a-pineen 0.6% - b-pineen, sporen-0.3% - limoneen 0.1-2.8%.
Sesquiterpenen: b-gurjuneen 0.2-3.4% -calameneen 0.1-3.8% - calacoleen, sporen-0.2% - b-elemeen 0.6-1.5% - a-selineen – d-cadineen 0.5-2.1% - a-ylangeen. Aromatisch p-cymeen, sporen-0.1%.
Phenols: eugenol 0-0.1% - cis-isoeugenol 2.5-25% - trans-isoeugenol 0.5-2%.
Methylethers: methyleugenol, sporen-1.8% - cis-metyl isoeugenol 2.4-49% - trans-methyl isoeugenol 1.1-7.9% - a-asaron 1-16% - b-asaron 20.5-75.6%.
Aldehyden: monoterpenal: geranial. Aromatisch: asaronal 0.2-6%.
Alcohol: monoterpenol: geraniol – linalol 0.3-12% - terpinen-4-ol 0.1-1% - a-terpineol.
Sesquiterpenols: a-cadinol – calamol.
Diols: calamendiol – isocalamendiol.
Oxiden: monoterpenoid: 1,8-cineol, sporen-0.2%.
Ketonen: monoterpenon: kamfer. Sesquiterpenon: shyobunon, sporen-3.7% - epi-shyobunon 0.1-4.8% - isoshyobunon 0.6-9.4% - acolamon – isoacolamon – acoragermacron – acorenon – acoron – sekishon, sporen-1.3%.
Ethers: trimethyl: elemicine 0.1-1.3% - cis-isoelemicine, sporen-0.1%.
Acorus calamus
Specifiek werkzaam:
Abortief  -  afrodisiacum -  angina -  anthelmintisch -   antidiarree -  antireumatisch - antiseptisch -  antispasmodisch -  apathie   -  bactericide   -   blaasproblemen - bloedarmoede - bloedstelpend  -  bloedzuiverend  -  cordial  -  carminatief  -  darmgasverdrijvend  - digestief -  diuretisch, afscheiden van urinezuur  -  eetlustopwekkend  -  expectorant  - flatulentie - galproblemen -  halitose – huidproblemen (dermatologisch) – hypnotisch - insecticide -   kalmerend, nieren en darmen  -  kiespijn  -  kolieken - koortswerend – leverproblemen/-ziekten   -  maagversterkend/ maagzuur/ maagklachten    -  menstruatiebevorderend -  nervinum (rustgevend) - ontspannend  -  pijnstillend   -  spasmolytisch   - spijsverteringbevorderend -  stimulerend/opwekkend -  stofwisselingsziekten -  stomachisch -  sudorifisch, koorts  - tandpijn – trachitis  -  versterkend  - wormverdrijvend  -     zenuwstelsel, kalmerend  -  zweetdrijvend.
Neurotoxisch en abortief, mag slechts kort worden gebruikt (Franchomme & Penoel 2001 p.348).
Inwendig gebruik geheel vermijden (Tisserand & Balacs 1995a p.204)
B-asaron is verboden in de US. als ingrediënt voor de farmaceutische industrie; de alpha isomeer is toegestaan (Harborne & Baxter 1993).
Mogelijk is b-asaron de meest actieve carcinogene component gevonden in etherische oliën. (Tisserand & Balacs 1995b p. 95)
De olie bevorert steriliteit in mannelijke huisvliegen en insecten. (Mathur & Saxena 1975; Saxena et al. 1977)

Combinaties:
amyris, cananga, cederhout, gember, kaneel, labdanum, olibanum, specerijen en oriëntaalse geuren.

Geestelijk:
een aardende olie, is reinigend en geschikt om te gebruiken na een crisis, speciaal na ziekte en zelfverwijt.
Geeft kracht en men kan uitdagingen weer aangaan.
Acorus calamus
Contra indicatie:
Wordt in de aromatherapie niet gebruikt, inwendig noch uitwendig.
Safrol heeft carcinogene eigenschappen. Oraal toxisch. b-asaron is verboden in de USA en Canada, door de FDA omdat het levercarcinogeen zou zijn bij ratten. (Lawrence 1981 p.47). Kans op dermatitis. Verboden in voeding en farmaceutische producten. Hallucinogeen.

Veiligheid: MSDS
 b-asaron type Indiase olie: Acorus calamus Cas. No. 8015-79-0
Vlampunt: 126.6 graden C.
Xi: Mogelijk huidirritant, oogcontact vermijden.  Oraal giftig, mogelijk carcinogeen. Soortelijk gewicht 0.940-0.980. Beschermende kleding bij verwerking. 

Russische olie: cas. no. 8016-63-5. Vlampunt: 80 graden C.  Soortelijk gewicht: 0.9924 bij 20 graden C. Stabiele vloeistof. Algemeen giftig.
Xi: irritant voor ogen en huid. Niet in het milieu, grondwater en grond laten afvloeien.

Toepassingen:
*bij bloedend tandvlees, kiespijn, tandvleesontsteking, meng 3-6 druppels in een glas gekookt, afgekoeld water en daarmee spoelen.
*verdampen: 10 druppels in de aromalamp geven weer kracht.

Bron : Nat. Agricultural Library U.S. Department of Agriculture.
           Liber Herbarum II Erik Gotfredsen
           Aromatherapy for Health Professionals. Shirley and Len Price p. 385.
           Journal of agricultural and food chemistry 2005 oct. 5 v. 53, no 20 p 7939-7943.
Foto's:  Kurt Stübers Online Library 1999. (Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé).
             www.biopix.dk
             http://yasha.gerits.net
             www.openbaargroen.be

André Gielen.  ©®Copyright en registratie notaris. Lith 2001- 2008.

 


 


Previous page: Achillea millefolium
Next page: Agatosma betulina