Print This Page

Artemisia abrotanum


ARTEMISIA ABROTANUM Linne. -                      CITROENKRUID / AVEROON / LIMOENKRUID / KRAMPKRUID.
Familie: Asteraceae. Gebruikt deel: bladeren. Bevat 1.4% etherische olie. Er zijn twee soorten: een geurt naar lemon en de andere naar kamfer.
Komt voor in de landen rond de Middellandse zee en kolonisten hebben de plant meegenomen naar de Nieuwe Wereld. In de 9e eeuw reeds verbouwd in Zwitserse kloostertuinen. Groeit in de gematigde klimaatzones. Artemisia abrotanum

Het Latijnse abrotanum en het Griekse abrotos betekent onsterfelijk. Dioscorides schrijft de gekookte zaden reeds voor tegen kortademigheid, krampen, breuken, als kompres bij zweren en ontstekingen.  Ook Hildegard von Bingen schrijft het sap voor tegen schurft, bulten en zweren.
In de 17e eeuw reeds voorgeschreven tegen kaalhoofdigheid door Culpepper, de Engelse kruidenarts. As van citroenkruid moest in oude slaolie worden gemengd en op het hoofd gesmeerd. Werd door Indianen gebruikt om bronchitis mee te bestrijden.

De plant kan 1.20 hoog worden en de op naalden gelijkende bladeren zijn fijn verdeeld en grijsgroen van kleur. Bloeit met geelbleke bloemetjes tot aan de herfst. Kan gebruikt worden als heg en geurt fris naar citroen. Is winterhard, maar heeft de bladeren nodig tot zelfbescherming, dus niet snoeien voor de winter anders gaat hij dood. Heeft bolronde, gele bloemhoofdjes in de zomer en bij wrijven verspreidt het gewas een citroengeur. Bloeit alleen in warmere streken en maakt alleen dan zaad. Kan vermeerderd worden door stekken te snijden in het voorjaar. Jonge scheuten nemen. Na de laatste nachtvorst in de volle grond planten. Kunnen niet tegen strenge vorst. Hij heeft graag een lichte, goed doorlatende grond, humeus en zonnig op een beschutte plek. Is overblijvend.
Het kruid is in de keuken niet interessant, de smaak is erg bitter. In Engeland vroeger matig gebruikt als strooikruid. Zeer spaarzaam gebruik in tafelolie is mogelijk. In het groeiseizoen kan men bladeren plukken voor direct gebruik. Om bladeren te drogen moet men ze plukken halverwegArtemisia abrotanume de zomer. Het blad is aromatisch en men kan er een goede kruidenazijn van maken. Het kruid kan gebruikt worden bij vet vlees, varkensvlees, gans, schaap, eend.
Wel belangrijk is de etherische olie absinthol, wormverdrijvend middel, desinfecterend en antiseptisch. In de volksgeneeskunde gebruikt in de vorm van zwakke thee om de menstruatie op gang te brengen en om koorts, maagkwalen en geelzucht te bestrijden. Inwendig tegen draadwormen, geringe eetlust en slechte spijsvertering. In een kompres bij splinters en winterhanden. In Frankrijk dient het als bescherming tegen motten in de klerenkast, genaamd Garde Robe en ook tegen vliegen en muggen. Men kan een bosje citroenkruid ophangen in de keuken. Als bescherming in de tuin: bij rozen zal hij bladluis voorkomen, bij kool heb je geen rupsenvraat, in het kippenhok zullen de kippen geen luizen hebben en bij fruitbomen blijven de fruitmotjes weg. Als het blad in de border wordt gestrooid, verdwijnen de rupsen. Vogels bekleden hun nesten ermee, om insecten te weren. In vroegere tijden zou het beschermen tegen duivelse geesten en tegen infecties van besmettelijke ziekten. De geur hield de slangen weg en het beschermde tegen diefstal. De Romeinen dachten dat het de man beschermde tegen impotentie. Een aftreksel van de bladeren op de huid, zou werken als een insecticide en het zou roos kunnen bestrijden. Jonge mannen in Spanje en Italië, wreven met de bladeren hun gezichten in (citroengeur) om de baardgroei te bevorderen. Het werd geassocieerd met sexappeal en de mannen dachten dat hun viriliteit door het kruid zou toenemen. In het oude Griekenland en bij de Romeinen werd Southernwood op de matrassen gelegd omdat men dacht dat het een afrodisiacum was.

Werkzame bestanddelen:
Er zijn verschillende chemotypen. Een met thujon tot 70% en een met 1,8-cineol tot 60%. Andere inhoudstoffen: fencheen, sabineen, a-caryophylleen, b-caryophylleen. Sesquiterpenen: davanol, davanon en hydroxydavanon. Thujon is giftig.
Niet volatiele inhoudstoffen: alkaloïde abrotin en coumarine isofraxidin en umbelliferon. Flavonoïde glycoside rutin en vrije flavonol ethers (isomerische quercetine dimethyl ethers). Sesquiterpenen lactonen. Minder bitter dan bijvoet.Artemisia abrotanum
Ook bitter- en looistoffen komen in de plant voor. Verder : adenine – adenosine – artemisitine - bitterstoffen – choline – tanninen – tanninenzuur –guanine – koffiezuur – rutine – scopoletine.

Werkzaamheid:
Antibacterieel – anticonvulsant - antidiarree – anthelmintisch – antiseptisch - bevriezingen -  blaasproblemen  -  bronchitis – darmparasieten - digestief -  diuretisch - galsecretie toename - gebrek aan eetlust -  haargroei/haarverzorging   -  hoesten -  menstruatieproblemen/ activeren van menstruatie  -  mottenbestrijding  -  pijnbestrijding, lage rugpijn -  slangenbeet - stomachisch -  tonisch, algemeen - wonden  -  zweetdrijvend
Het kruid werd gebruikt in de volksgeneeskunst voor de bestrijding van lever-, milt- en maag problemen. Wordt tegenwoordig niet meer medicinaal gebruikt, alleen in Duitsland als kompres op wonden en tegen bevroren ledematen. De plant bevat een gele verfstof. De gedroogde bladerenArtemisia abrotanum kunnen tegen de motten in de klerenkast.

Contra indicatie:
Niet gebruiken tijdens de zwangerschap. Citroenkruid en alsem versterken bloedingen. Inname van citroenkruid en alsem over langere tijd kan beschadiging aan het zenuwstelsel veroorzaken.

Foto's:
www.fourlangwebprogram.com
www.awl.ch
www.dkimages.com
www.sacredearth.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith oktober 2006.


Previous page: Artemisia species
Next page: Artemisia absinthium