Print This Page

Artemisia afra

 

ARTEMISIA AFRA Jacq. ex Willd.            -                                WORMWOOD/WILDE ALS
Familie:
Asteraceae/compositae. De Zuidafrikaanse naam is Wilde als. De Xhosa naam is Umhlonyane. De Zulu naam mhlonyane. Botswana naam is langana. Zuid Sotho naam is zengana.
Geelgroene vloeistof. Onoplosbaar in water.Artemisia afra

De naam Artemisia afra wil zeggen: uit Afrika. Artemisia is genoemd naar de Griekse god Artemis. Een andere verklaring is de naam Artemisia, de vrouw van de Grieks-Persische koning Mausolus, die na zijn dood aan de macht kwam in 353 voor Chr. Ter ere van haar gemaal bouwde zij een kolossaal grafmonument het Mausoleum, bekend als een van de zeven wereldwonderen van de Antieke Wereld.

Artemisia afra is een aromatisch struikje en in Afrika een populaire medicinale plant. Hij komt veel voor van de Cederberg op de Kaap, noordelijk naar tropisch Oost Afrika, doorlopend tot Ethiopië. Ook in Lesotho en Swasiland. Het liefst in bergachtig gebied, langs bos- en woudranden en langs riviertjes en stromen. Hij groeit in dikke klompen grond met grote stengels van 60 cm tot 2 meter hoog. De stengels zijn aan de voet dik en houtig en naar de top toe worden ze dunner en zachter. De stengel heeft veel zijtakjes. De bladeren zijn donkergroen aan de bovenkant, de onderkant is behaard, waardoor de karakteristieke grijze kleur ontstaat. De plant bloeit in de late zomer, van maart tot mei. De kleine bloemen (3-4 mm) zijn roomachtig geel. De plant houdt van volle zon. In de winter moet hij hard gesnoeid worden om in de lente weer te ontspruiten. Hij kan worden vermeerderd door zaad, deling en stekken. Als de plant wordt gekneusd of gesneden geeft hij een sterke zoete geur af. Het is de enige inheemse Artemisia species in Afrika. De plant wordt medicinaal verzameld, in bundeltjes, gedroogd of vers met stengels, bladeren en bloemen.
Artemisia vulgaris is genaturaliseerd in de Oostelijke Kaap. Inheems in Europa, Iran, Siberië, Noord Afrika en is beschreven door Huxley et al. 1992 als een kruiderij met veronderstelde magische eigenschappen.

In de volksgeneeskunst gebruikt tegen verkoudheid, hoesten, influenza, koorts, gebrek aan eetlust, kolieken, hoofdpijn, oorpijn, malaria, wormen, enz. De plant wordt op veel verschillende wijzen gebruikt: als thee, infusie, in de klisteerspuit, papjes in een kompres, lotion tegen aambeien, bodywash, gerookt (hallucigene eigenschappen), geïnhaleerd boven kokend water tegen hoofdpijn, verstopte neus, in een stoombad tegen menstruatiepijn, gesnoven, en als etherische olie. Verse bladeren worden in de neusgaten gestopt om een neusblokkade op te heffen. (Van Wyk et al. 1997). Interessante remedie: de bladeren worden in sokken gestopt tegen zweetvoeten. (Watt & Breyer-Brandwijk 1962). Als thee is de A. afra erg bitter en moet gezoet worden met suiker of honing. In Afrika wordt er van de Wilde als ook een brandy gemaakt.
Artemisia werd reeds medicinaal en bij religieuze rituelen gebruikt door de Oude Grieken, Egyptenaren en Romeinen. Werd ook in die tijden beschouwd als een afrodisiacum. Indianenstammen in Noord Amerika gebruikten delen van de plant om keelklachten en bronchitis te behandelen.
Artemisia afra
Werkzame bestanddelen:
Olieopbrengst van 0.6 – 2%. Zimbabwe: gecultiveerde planten:
Artemisia keton 6.3 – 41.9%; 1,8-cineol 27.9%; a-copaen/camphor 8.5 – 27.1%; santonlina alcohol 3 – 10.1%.
Zimbabwe: verse en halfgedroogd blad van de gecultiveerde planten: eerste chemotype: artemisia keton 32.1 – 43.8%; a-copaen/camphor 21.8-24.4%; 1,8-cineol 10.9 – 15.7%; santolina alcohol 2.7 – 8%.
Tweede chemotype: 1,8-cineol 22.5 – 29.3%; a-copaen/camphor 6.2 – 21.3%; borneol 14.2 – 19.1%; campheen 3 – 5.6%; bornylacetaat 1.6 – 4.2%; b-caryophylleen 2 – 5%; sabineen 0.6 – 7.9% y-terpineen 0.2 – 2.6%; p-cymeen 1.3 – 2.7%.
Bron: John Wiley & Sons, Ltd. 1999.
Botswana olie: yomogi alcohol 5.5% - 1,8-cineol 21.4% - prenal 11.8% - 2-ethyl-2-hexen-1-ol  7.8% - traqns-verbenol 21.8%
Bron: ALNAP African Laboratory for Natural Products 1990.
Olie uit Ethiopië: yomogi alcohol 10.3% - p-cymeen 2.8% - 1.8-cineol 3.2% - a-terpineen 1.7% - nonanon 1.9% - linalool 3.4% - artemisia alcohol acetaat 42.6% - geraniol 7.6% - bornylacetaat 7.6%. opbrengst 0.5%.
Bron: ALNAP Database Ref. ID: 2298
Olie uit Zuidafrika:
a-thujon 52.9% - b-thujon 15% - 1,8-cineol 10.6% - kamfer 5.7% - germacreen 1.6% - d-cadineen1.2% - a-terpineol 0.9% - e-chrysanthenylacetaat 0.8% - campheen 0.7% - b-pineen 0.5% - a-pineen 0.4% - trans-b-ocimeen 0.45% - myrceen 0.22%.
Bron: Wikipedia eng. Artemisia afra.

Verder onderzoek naar andere chemische bestanddelen indiceerde tanninen en saponinen, maar geen alkaloïden, cardiac, cyanogenische of anthroquinine glycosiden. Wel werden de triterpenen a- en b-amyrine geïdentificeerd en friedelin evenals de alkanen ceryl cerotinaat en n-nonacosan in de bladeren van A. afra. Ook aangetroffen werden flavonoïden en twee luteoline methylethers. In de bovengrondse delen van de plant werden 10 guaianoliden en 5 glaucoliden geanalyseerd in de sesquiterpeenlactonen. Verder bleek een grote verscheidenheid van componenten in de verschillende oliën van verschillende locaties over het gehele destributiegebied van de plant. De hoofdbestanddelen waren hierbij: a- en b-thujon 27.3 – 60.1% - 1,8-cineol 1.3 – 13.7% - camphor 4.6 – 23.1% - en a-pineen.
Bron: Graven, E. Deans, S. Mavi, S. Gundidza, M.G. en Svoboda, K.P. 1992. Antimicrobial and antioxidative properties of het volatile (essential) oil of Artemisia afra Jacq. Flavour and fragrans Journal 7:121-123.
Andere studies wezen uit dat wilde populaties van de plant zelfs hogere concentratie in bestanddelen hadden: 1,8-cineol 50,4% - a-thujon 74,91 – 75,28% - b-thjon 21,49 – 22.44% - camphor 22.9%
Bron: Graven, E. Webber, L. Venter, M. en Gardiner, J.B. 1990. The development of Artemisia afra jacq. As a new essential crop. Journal of essential oil Research 2:215-220.Artemisia afra

Werkzaamheid: de olie is analgetisch (plaatselijk tegen reuma, artritis, neuralgie), antihistaminisch, antimicrobe werking, insecticide, motten, narcotisch, relaxerend. De etherische olie is werkzaam tegen Aspergillus ochraceus, Aspergillus niger, Aspergillus parasiticus, Candida albicans, Alternaria alternata, Geotrichum candidum, Penicillium citrium. (Bron: Gundidza 1993)
Antimicrobe aktiviteiten zijn onderzocht tegen 41 soorten microben. Mangena 1999.
Ook is er onderzoek verricht naar hypertensie en Artemisia afra en het resultaat is positief. De cardiovasculaire effecten van esters en scopoletine van A. afra zijn onderzocht op konijnen. De autochtone bevolking rookt een mix van het kruid, dat berucht is voor de hallucinogene werking. Gedroogde planten uit Tanzania gaven een lichte activiteit te zien tegen Plasmodium falciparum van petrol ether en dichloromethaan extracten.
Er is veel in vitro onderzoek van water- en andere extracten (hexaan, ethanol) naar antimicrobe en antibacteriële activiteiten.
Ook is er agricultureelmonderzoek om Artemisia soorten te telen met een laag thujon-gehalte voor olie productie. De giftigheid van de a-thujon isomeer (LD50 in muizen 87.5mg/kg) is groter dan die van de b-isomeer (LD50 in muizen 442.2 mg/kg). Het oplossend vermogen van thujon in water is echter extreem laag en daarom valt het te betwijfelen of er voldoende a- of b-thujon aanwezig kan zijn in een waterextract, zoals die traditioneel in de volksgeneeskunst in Afrika worden gebruikt,  om schadelijk voor het menselijk organisme te zijn. Toch wordt algemeen aanbevolen ingestie van het kruid tot twee weken te beperken. Het United Kingdom en de Eu. Standaard toegestane hoeveelheid a- en b-thujon in voedingsmiddelen/ supplementen is 0.0005g/kg.
Onderzoek naar bacteriestammen en Yeast:
Artemisia afra met 1,8-cineol *% - a-thujon 78% en b-thujon 13% geeft inhibit activiteiten tegen: Streptococcus pyogenes – Listeria monocytogenes – Acinetobacter johnsonii – Stafylococcus aureus – Bacillus subtilis – Erwinia carotovora – Micrococcus luteus. Algemeen gesproken waren gram-positieve bacteriën meer gevoelig voor de olie dan gramnegatieve bacteriën.
Yeast (gist) onderzoek: A. afra gaf de grootste zones van inhibitie ten opzichte van Rosmarinus officinalis en Pteronia incana bij: Hanseniaspora vinae – Saccharomyces cerevisiae.
Conclusie van het onderzoek: de olie is kandidaat als natuurlijke conservatie agent in de cosmetica- en voedingsmiddelenindustrie en als een actief ingrediënt in medicinale preparaten.
Bron: Department of Biochemistry and microbiology University of Fort Hare, Alice, South Africa.
T.Mangena and N.Y.O. Muyima.Artemisia afra

Contra indicatie:
Thujon is giftig. Overdosering en langdurige ingestie geven: onrust, overgeven, vertigo, tremoren, vet degeneratie van de lever (het vroegere absinthisme), stuiptrekkingen. Thujon isomeren zijn gerapporteerd abortief en emmenagoog. Niet gebruiken door zwangere en kinderen.

Foto's: www.plantzafrica.com
            www.bbc.co.uk
            www.wilderer.co.za
            www.artemisia.eu

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith oktober 2006.


Previous page: Artemisia absinthium
Next page: Artemisia annua