Print This Page

Betula alba

 

BETULA ALBA Linn.                                          -                       ZILVERBERK/RUWE BERK
Familie:
betulaceae.
Synoniem:    Betula pubescens Ehrh.
                     Betula verucosa
                     Betula pendula.
Gebruikte deel: stoomdestillatie uit de bladknoppen.
Ruwe berkenteer door langzame destructieve destillatie (met de vlam) uit de bast. De berkenteer-olie wordt gezuiverd door stoomdestillatie. De bladolie is lichtgeel, met een houtige balsemieke geur. De gezuiverde berkenteer olie is bruin-geel met een rookachtige, teerachtige leer geur, zeer overheersend.

De zilverberk is een slanke boom tot 25 meter hoog, met een witte schors die horizontaal vervelt. De takken hangen omlaag en zijn met kliertjes bezet. De bladeren zijn langstelig, vierkant, helgroen en kleverig. De mannelijke katjes zijn bruin, langwerpig, zonder steel en 10 cm lang. De vrouwelijke katjes zijn groen, 3 cm lang, rechtopstaand en ze hebben lange stelen. Van oorsprong komt de boom voor in de Benelux. Hij komt hier veel voor en is in alle drie de landen door het gehele land te vinden. Ook zijn er tientallen cultivars. De berk is in de noordelijke landen  een symbool van de lente en staat voor blijmoedigheid. In de oude tijden werden takken en bladeren gebruikt ter versiering van huizen en straten.

Over de hele wereld zijn zo’n 60 soorten berken verspreid. Ze zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden aangezien ze weinig verschillen in bladvorm, kleur en schors. De berk groeit bij voorkeur in moerassige gebieden, maar aangezien hij geringe eisen stelt aan de omgeving, groeit de berk bijna overal, op zanderige en turfachtige grond, langs wegen, in lichte bossen, op heidevelden en in tuinen en parken. Van alle soorten loofbomen zijn berken het meest winterhard. Ze zijn de enige inheemse bomen op Groenland en IJsland. Onder de meest barre omstandigheden, tegen de boomgrens in het hooggebergte kan alleen Betula nana nog groeien, de dwergberk.

De naam komt van het Gallische betu, hars. De naam zilverberk is ontstaan doordat bij oudere exemplaren de schors aan de onderzijde openbarst en afwisselend lichte en donkere plakken laat zien. De tweede naam, Pendula is ontstaan doordat de twijgjes naar beneden hangen. De Galliërs maakten uit het kleverige berkensap een soort bitumen.
De schors bestaat uit een witte, leerachtige kurklaag aan de buitenzijde en een looistofhoudende binnenlaag, die bij het ouder worden bikkelhard wordt en gaat scheuren. De binnenste schors is eetbaar, gekookt, gedroogd of gemalen. Kan met meel worden gemixed om brood te maken, toegevoegd aan de soep om die te binden. Wordt eigenlijk alleen gebruikt bij schaarste en hongersnood. Het sap kan rauw of gekookt worden genuttigd. Thee kan men zetten van de bladeren en de binnenste schors.


De schors bevat betuline, een harsachtige, conserverende en kamferachtige stof.
Wanneer de buitenste schors van de boom wordt verwijderd gaat de boom niet dood.
In de lente tot aan de vroege zomer gaat dit verwijderen van de schors heel gemakkelijk. In de lente kan er van de witte schors een teer olie worden geproduceerd; deze heeft fungicide eigenschappen en is insecticide. Er kan een goede schoenpoets van gemaakt worden. Van de binnenste schors kan men een bruine verf maken en van het sap lijm. Het hout is licht, zacht, bestendig. Van de schors maakt men een goede kwaliteit houtskool, gebruikt door tekenaars, schilders, artiesten. Het hout kan ook gebruikt worden als pulp voor het maken van papier.
De schors is water ondoorlaatbaar en werd vroeger gebruikt als onderlaag voor daken van huizen. Ook werden er korven, matten en fakkels van gemaakt. In Noord Amerika gebruikten de Indianen de schors om kano’s van te maken. Ook schoenen en dakspanen. In de Scandinavische landen en Amerika gebruikt als dakbedekking, omdat het licht is, waterafstotend en zeer duurzaam. In Noorwegen legt men een laag bast op het dak en een aarde laag van 30 cm. en heeft dan een perfecte isolatie. In Lapland maakt men er jassen en beenbekleding van. De Zweden maken mandjes en tasjes van repen gevlochten berkenschors. In een drijfnat bos kan men met schilfers schors nog een vuur maken omdat ze altijd branden, aangezien ze geen vocht opnemen. Zo kan men een kampvuur aansteken in de regen.
De berk heeft zacht hout en niet erg duurzaam. Wel groeit hij overal in Europa en de toepassingen zijn eenvoudig. De houtskool wordt gebruikt in kruit. De opperhuid van de boom kan in dunne lagen worden verwerkt en vindt verschillende economische toepassingen.
De berk komt veel in Europa en Azië voor en groeit hoofdzakelijk op droge gronden in zowel naald- als loofbossen. Gevonden in heel oostelijk Europa, Rusland, Duitsland, Zweden, Finland, de Baltische kust, noordelijk China en Japan. Het is een decoratieve boom die wel 25 meter hoog kan worden. Berkenknoppen werden vroeger gebruikt als versterkend middel in haarpreparaten. In Scandinavië worden jonge berkentwijgen, met blaadjes, in de sauna gebruikt om de bloedsomloop te bevorderen. Ook wordt het sap afgetapt en als tonicum gedronken of tot een alcoholische drank verwerkt. De boom levert twee etherische oliën. Uit de bladknoppen wordt een lichtgele olie gedistilleerd met een houtige geur. Berkenknop olie wordt hoofdzakelijk gebruikt in haartonicums en shampoo’s. Uit de bast wordt de zogenaamde berkenteer gedistilleerd. Ruwe berkenteer is een bijna zwarte olieachtige substantie met een indringende rookachtige geur. Berkenteer werd en wordt in antiroos shampoo’s gebruikt en is bijzonder werkzaam bij reumatische aandoeningen, huidproblemen, chronische huidklachten: psoriasis en eczeem en nierkwalen. Berkenteer heeft een hoog gehalte aan phenolen eBetula alban wordt in Rusland geproduceerd. Het wordt ook gedestilleerd in Nederland en Duitsland. De olie van de berk werd gebruikt bij het leerlooien, er werd bier van gebrouwen en ook werd er een soort pasta van gemaakt, die sommige Russische bevolkingsgroepen door de kaviaar mengden. Het fijne taaie vlies werd van de bast getrokken en deed dienst als perkament en papier. Het sap werd afgetapt door, voordat de boom bladeren kreeg, een gaatje in de stam te boren, waarin een strootje werd gestopt, waardoor het sap in een vaatje werd opgevangen. Na een paar dagen tappen werd er een stop in het gat geslagen om de boom niet uit te putten en/of te doden. Er zijn twee methoden om het sap goed te houden: steriliseren of 4-6 kruidnagelen en een pijpje kaneel in iedere fles sap stoppen. Als je veel sap hebt, kun je er wijn van maken. Je doet het berkensap in een tonnetje, honing, rozijnen, salie, tijm en kaneel toevoegen, goed afsluiten en een maand laten gisten. Dan overtappen en in goed gesloten flessen met een schroefdop of capsule bewaren. Thee van de bladeren werkt urinedrijvend. Het werkt mild en prikkelt de nieren niet. Men kan er ook nier- en blaasklachten mee behandelen.
De urinedrijvende werking staat op de voorgrond, vooral door de saponinen en de etherische olie. De gehele stofwisseling wordt gunstig beïnvloed. Verwijdert door de verhoogde urine-afscheiding urinezuur (slakken) en werkt dus ontgiftend. Activeert de galsecretie en de maagsapafscheiding. Gebruikt bij bepaalde vormen van oedeem en verder bij jicht, reuma en pijnlijke gewrichten. Men geeft berk dikwijls de voorkeur boven de niet geheel onschuldige jeneverbes.
Wordt iBetula alban bescheiden mate als geurstof in mannelijke parfums en aftershaves gebruikt.

Werkzame stoffen: in de bladeren heeft men flavonoïde gevonden. In de bladolie: betulenol en andere sesquiterpenen. In de berkenteerolie: fenol, cresol, xylenol, guiacol, creosol, pyrocathechol, pyrobetuline (geeft de leergeur).Verder zijn er bitterstoffen, looistoffen, saponine, hars, vitamine c en anderen. Berkesap bevat suiker, organische zuren, zouten, voor de vervaardiging van berkenteer, eiwitstoffen en plantaardige groeistoffen. Berkenschors is rijk aan betunol (berkenkamfer), betuline en betulalbine, bitterstoffen, looistoffen, etherische olie, harsen en andere organische stoffen.
De berkenteer olie bevat een hoog percentage methylcalicylaat, reosol en guaiacol.
De olie is bijna identiek met die van de Gaultheria procumbens, de wintergreen. Kan opgelost worden in terpentijnolie.

Werkzaamheid:
Adstringent - algemeen versterkend  -  antibacterieel  -  anticholesterol –
antiontsteking  -antireumatisch -  antiseptisch - artritis  - bitter - blaasproblemen –
 bloedsomloopstimulerend  -  cellulitis  -  cholagoog  -  cholesterol  -  corpulentie  -
dauwworm -  diaphoretisch - diureticum  -   eczeem  - fungicide  -  huidziekten  -
jeuk-   jicht  - koortswerend  - laxatief  -  lever- en nierziekten – nierkwalen  -  oedeem
- ontgiftend   -  ontstekingwerend  - psoriasis   -  puistjes  -   reumatische pijn-
roos  - steenpuisten -    wondjes  -     zweetdrijvend.
De berk met haar witte stam en lichtgroene bladeren is een symbool van de lente en van blijmoedigheid. Wordt verder nog gebruikt om te verven, voor haaronderhoud en verzorging, als haarwater en cosmetisch gebruik. Vanaf de Middeleeuwen gebruikt als medicinale plant.

Inwendig:
bij reuma, jicht, eczeem, nierstenen en gewrichtspijnen en als vochtafdrijver:: 3 maal daags 2 druppels na de maaltijd.

Combinaties:
goed te mengen met andere hout- en balsemoliën.

Contra indicaties:
niet toxisch, niet irriterend, veroorzaakt geen overgevoeligheid. Berkenteer kan bij puur gebruik de huBetula albaid irriteren.

Toepassingen:
*bij reuma: meng 15 dr. berkenteer met 100 ml. basis olie en masseer minimaal een maal daags de pijnlijke plaatsen.
*bij artritis: meng 10 dr. berkenteer met 50 ml. amandel olie en masseer hiermee minimaal 1 maal dagelijks de pijnlijke gewrichten.
*bij steenpuisten: meng 5 dr. berkenteer met een half glas gekookt, afgekoeld water. Bevochtig een steriel gaasje met dit mengsel en leg dit 1 uur op de puist.
*bij spierpijn: meng 4 dr. berkenteer, 4 dr. rozemarijn, 3 dr. jeneverbes en 10 dr. citroen met 50 ml. jojoba olie. De pijnlijke plaatsen masseren.


Bron:   Betula. Betula alba. The American Materia Medica, Therapeutics and    
            Pharmacognosy by Finley Ellingwood, M.D. 1919
            The dispesatory of the United States of America by Joseph P. Remington, Horatio C.
            Wood and others, 1918. Betula
            Betula pendula by Roth. Plants for a future.
            Birch, Common. A Modern Herbal  by Mrs. M Grieve.
           Wikipedia nl., de., eng.
Foto's: www.eplantsdirect.com.au
            www.peterfaessler.ch
            www.tabeebe.com
            www.lixone.com
            www.giardiniaperti.it


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.


Previous page: Backhousia myrtifolia
Next page: Betula lenta