Print This Page

Betula lenta


BETULA LENTA/PUBESCENS               -                                         ZOETE BERK/ZACHTE BERK
Familie:
betulaceae. Gebruikte deel: schors, bast, in warm water geweekt, stoomdestillatie. De olie is kleurloos, lichtgeel of roodachtig, met een zoete houtachtige, typische geur, door het methylsalicilaat. Gehalte aan etherische olie variabel rond de 0,5%, dus 200-300 kilo bast voor een liter olie. Topnoot in de parfumindustrie.
Betula lenta
De zoete berk of suiker berk komt oorspronkelijk uit Zuid Canada en het zuidoosten van de USA. De bomen van de familie betulaceae zijn uiterst winterhard. Het zijn de enigste inheemse bomen op Groenland en IJsland. Een pioniersboom.
Het is een sierlijke boom die wel 25 meter hoog kan worden. Kenmerkend voor de berk is het in horizontale banden afbladderen van de bast op de stam. De nieuwe bast is soms wit, maar kan ook rood of bruin zijn. De mannelijke bloeiwijze van berken heeft gele, hangende rupsvormige katjes, die reeds voor de winter aanwezig zijn. De staande vrouwelijke bloeiwijzen onder aan de mannelijke bloeiwijzen zijn met knopschubben omgeven. De vrucht is een klein dubbelgevleugeld nootje. Berken hebben voor en tijdens het uitkomen van het blad zeer sterke sapstromen en kunnen alleen in de herfst en winter worden gesnoeid. Snoeit men ze op een verkeerd tijdstip, dan kunnen ze doodbloeien. Hij groeit het liefst in moerassen, maar stelt eigenlijk weinig eisen aan zijn omgeving, waardoor hij bijna overal voorkomt. In het hoge Noorden, in de toendra’s en tegen de boomgrens is de betula niet groter meer dan een struikje. Berken leven in symbiose met bodemschimmels en moeten daarom nadat ze drie jaar oud zijn met een grote kluit verplant worden. Een van deze schimmels is de vliegenzwam. Een andere schimmel groeit in de schors en zet de berk aan tot het maken van veel twijgen, dikke takkenbossen die op vogelnesten lijken en in de volksmond heksenbezems worden genoemd.

Bij de noordelijke volkeren, zoals de Noren, was de berk een heilige boom. Bij de Germanen was de berk de boom der wijsheid en zij dachten dat de godin Freya in de berken woonde.
In Europa kwam vroeger hoofdzakelijk de ruwe of zilverberk voor, welke de berkenteer levert, maar de ruwe berk en de zachte berk zijn volop spontaan met elkaar gaan kruisen, waardoor het nu erg moeilijk is om zuivere vormen van de twee te vinden. De zachte berk komt ook van oorsprong voor in de Benelux, vooral in de Ardennen en in Limburg. De Indianen en kolonisten dronken vroeger een thee getrokken uit wintergreen en berkenschors. Deze smaak is tegenwoordig nog terug te vinden in verschillende limonades. De bast van de zoete berk is bruin aromatisch. Die van de witte berk niet. De zoet berk heeft haren op de jonge twijgen. De twijgen zijn opgaand en groeien door elkaar. De bladeren zijn 3-6 cm eivormig tot ruitvormig, spits, aan de onderkant behaard. De katjes worden 2-3 cm. De stam is aan de basis wit en barst niet. Hij houdt van een vochtige standplaats en kan tot 15 meter hoog worden.
Inheems in zuidelijk Canada en Noordoost USA, productie in Pennsylvania.
In de lente wordt het cambium (het laagje direct onder de bast) gegeten als spaghetti, in reepjes gesneden. De bast, in de vorm van een aftreksel, wordt gebruikt als algehele stimulans en om het zweten te bevorderen. Als afkooksel of siroop wordt het gebruikt als tonicum tegen dysenterie en bij irritatie van de urinewegen.
Wordt in grote hoeveelheden toegepast als smaakmiddel in bijv. tandpasta en kauwgom. Verder gebruik: beperkt gebruik als anti-irriterend middel in zalven, tegen artritis en neuralgie en in analgetische balsems. Ook beperkt gebruik als geurcomponent in cosmetica en paBetula lentarfums. De voornaamste werking is het verwijderen van urinezuur uit gewrichten, versterkende werking op de nieren, vochtafdrijving en de analgetische werking bij reumatische aandoeningen en gerelateerde ziektebeelden.
Etherische olie van de zoete berk wordt zelden toegepast. De olie is adstringent, anti- reumatisch en heeft uitstekende antiseptische kwaliteiten.

Andere soorten:
          Betula nigra: rode of zwarte berk komt uit het oosten van de Verenigde Staten. Een hoge meestal meerstammige boom tot 20 meter. Op latere leeftijd wordt de bast afkrullend, zalmrood tot roodbruin tot zwart. Lange afhangende takken. Heeft een gele herfstkleur, eironde tot ruitvormige bladeren  tot 8 cm lang.
          Betula papyrifera: uit het noorden van de Verenigde Staten. Meerstammig 15-20 meter hoog. De schors is roomwit, afschilferend in vele dunne witte stroken. Roodbruine twijgen. De bladeren eirond tot ruitvormig 5-10 cm lang.
          Betula utilis of Betula jacquemontii: is afkomstig uit de westelijke Himalaya. Heeft een zilverwitte schors, afschilferend, waaronder een donkerbruine bast zit. Wordt 15-20 meter hoog. De bladeren zijn groot, leerachtig, donkergroen en worden in de herfst goudgeel.
          Betula platyphylla: de Aziatische berk, 10 meter hoog, in onze streken goed winterhard. Heeft verschillende ondersoorten uit Mantsjoerije en China.
          Betula populifolia, de grijze berk of populierbladige berk. Niet inheems in onze streken. Dikwijls meerstammig, kleine boom tot 10 meter met een onregelmatig gevormde kroon. Heeft een gladde bast.
          Betula nana, de dwergberk uit het Noorden van Europa en de Verenigde Staten. Hij wordt maar tussen de 0.5 en 1 meter hoog. Groeit het best in moerassige gebieden.
Betula medwediewii: afkomstig uit de Kaukasus. Het is meer een struik dan een boom, met een geel-bruine afschilferende bast. Hij heeft dikke twijgen met groen kleverige knoppen.
          Betula maximowicziana: de grootbladige berk is afkomstig uit Japan en werd in Engeland ingevoerd rond 1888. Hij is een snelle groeier van 15-20 meter hoog en heeft een oranjebruine schors.
          Betula ermanii: de goudberk, is afkomstig uit Japan en Noordoost-Azië. Hij groeit zelfs op een rotsige bodem en wordt in Rusland steenberk genoemd. De stam is wit. Hij kan tot 20 meter hoog worden onder gunstige omstandigheden. Zit hij op of tegen de boomgrens aan dan wordt het maar een struik.
          Betula albosinensis: afkomstig uit West China. Een boom van 10 meter hoog met een afschilferende oranje-rode schors. Afhangende takken en eironde bladeren 4-7 cm lang, spits, ongelijk Betula lentaen dubbel gezaagd.

Werkzame bestanddelen: Esters: betulinol, betuligenol, betuline, betulol, methylsalicylaat 99%.
Bijna identiek van samenstelling met wintergreen. De methylsalicylaat ontstaat door de inwerking van warm water.

Werkzaamheid:
Adstringerend  -  analgetisch  -  anti-ontsteking   -  antireumatisch  -  antiseptisch  -artritis+++  -  artherosclerose+++ -  braakmiddel  -  catarre   -  cellulitis+++ -  diureticum  -  epicondylitis+++  -  hoge bloeddruk  -  hoofdpijn+  -  huidirritant  - jicht+++  -  krampwerend+++  -    laxatief – levercongestie/insufficientie -  leverstimulans+  -  ontstekingwerend+++  -  reuma+++  -  rubefaciënt   -   spasmolytisch  -     stimulerend, algemeen  -  stomachisch  -  tendinitis+++  -   tonisch  -  zweetdrijvend.
Inwendig: galsecretiebevorderend, spijsverteringstimulerend, rustgevend, bij jicht en oedeem. In de diergeneeskunde tegen kolieken en wormen.

Geestelijk:
stimulerend, afvoeren van oud leed, als het ware ontgiftend voor de psyche. Cefaal: opwekkend en versterkend op de geest.

Combinaties:
Sterk overheersend. Eventueel met cypres, den, jeneverbes en lavendel.

Contra indicatie: Betula lenta
wegens het hoge methylsalicylaat 98%, wordt de olie in de aromatherapie niet of nauwelijks toegepast.
Het methylsalicylaat kan door de huid geabsorbeerd worden en fatale vergiftiging is gemeld. Het is ook gevaarlijk voor het milieu, tevens watervervuiler. Matig toxisch. Niet voor baby’s en kinderen. Tijdens de zwangerschap alleen verdampen of helemaal niet. Inwendig niet gebruiken bij het gebruik van bloedverdunnende middelen en bij overgevoeligheid voor aspirine. Niet puur op de huid gebruiken.

Toepassingen:
*bij reuma: meng 50 dr. berk met 100 ml. basisolie en masseer minimaal 1 maal dagelijks de pijnlijke plekken.
*bij artritis: meng 20 dr. berk en 2 dr. berkenteer met 50 ml. amandelolie en masseer
minimaal 1 maal dagelijks de pijnlijke gewrichten.
*verdampen: berkenolie helpt bij het verkennen van de eigen grenzen, verdamp 6-8 dr. in de aromalamp.


Bron:  www.blog.seniorennet.be/kruidenhoekje/archief
           Liber Herbarum II
           Wikipedia nl., de., eng.
           www.henriettesherbal.com/betula
Foto's: www.faculty.etsu.edu
            www.nurgapuukool.ee
            www.duke.edu
            www.mobot.org

 


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007

 

 


Previous page: Betula alba
Next page: Borago officinalis