Print This Page

Boswellia species algemeen


BOSWELLIA SPECIES ALGEMEEN:

Burseraceae: 12 genus Boswellia met 25 species.
Van Oost Afrika tot Saoedie Arabië en India. Er zijn zoveel verschillende frankincense bomen, dat men niet kan generaliseren.

Bdellium - GuggulB. carterii en B. frereana zijn inheems in het Rode zee gebied van Noordoost Afrika, in Ethiopië, Somalië en Oman.
B. neglecta in Kenia, Somalië en India.
B. serrata wijd verspreid in India.
B. thurifera in Somalië en India. Een zachte resin wordt geëxtraheerd voor wierook.
B. papyrifera in Ethiopië, Soedan en Oost Afrika.

Sommige groeien op kalksteen, anderen op rotsgrond in de heuvels, in woestijnravijnen, in valleien in Somalië, onderaan de heuvels, anderen in kustgebieden met een zilte lucht, op kalksteen kliffen, de habitat is zeer variabel.
In India groeit de B. serrata in verschillende variaties en die is geheel verschillend van de Afrikaanse neven. Inheems Salai of Salai guggul genoemd. Komt voor in Vindhya, Satpura hills in Madhya Pradesh, de Aravalli hills in Rajasthan en Gujarat en in centraal Andhra Pradesh. Resin wordt getapt vooral in Rajasthan en Madhya Pradesh. Hoofdgebruik van de bomen is voor het maken van krantenpapier. De B. serrata brengt gemiddeld 1 kg. resin per boom op. Bombay is het handelscentrum met 800-1000 ton per jaar. Het resin bevat 16% etherische olie.
Er zijn drie hoofdbronnen van frankincense: India, Somalië en Erithrea.

Chemische compositie:
De tranen bestaan uit 60-70% resin, 25-35% gom en 5-7% essentiële olie. De olie in de resin lost alleen op in alcohol (of door destillatie), de gom lost alleen op in water; frankincense lost ook op in 90% ethylalcohol, omdat dit juist voldoende water bevat om alles op te lossen. Meestal zijn de resins mengsels van verschillende variëteiten, zodoende is de chemische samenstelling eveneens divers. 200 Bestanddelen zijn er gevonden in verschillende resins. Hoe divers ook, de geur wordt bepaald door minimale delen, een paar deeltjes per miljoen, die zo potent zijn van geur, dat ze de andere 99,9% overtroeven. Geoogst van wilde bomen zijn de bestanddelen altijd divers door de natuurlijke processen, van ziekten, klimaat, grazen, kap, tappen, enz. Verschillen treden op, bij wijze van spreken, per vierkante meter met dezelfde soort. Door cultivatie kan men dit beteugelen en controleren en betrouwbare resultaten creëren. Boswellia
Olie van Eritrea bevat 52% octylacetaat, de olie van Aden a-pineen 43%.
B. neglecta en Commiphora africana bevatten a-pineen 20-65%.
B. serrata bevat 16% etherische olie met variabele composities:
Hoog a- en b-pineen of hoog a-thujeen of hoog nivo d-limoneen.


BOSWELLIA:      WIEROOK   –   OLIBANUM   –    FRANKINCENSE   –   INCENSE
Familie:
burseraceae..
De Familie Bursearceae met 17 genera en 600 species is wijd verspreid in tropische en subtropische gebieden in droge regionen van tropisch Afrika, Arabië en India. Enkele species van deze twee belangrijkste genera van deze familie: Commiphora en Boswellia produceren resins met een commerciële waarde in de vorm van balsems, mirre en frankincense of olibanum. Zij brachten welvaart tot enorme rijkdom in de Oude Wereld. De resin verkregen van de Boswellia species staat bekend als frankincense of olibanum en wordt o.a. gebruikt als incense. Ook de producten of resins van de Commiphora species worden olibanum genoemd. Aanvankelijk gebruikt als wierook, later ook in parfum, medicijnen en vernis.

De Boswellia species zijn vernoemd naar John Boswell een neef van de beroemde schrijver - advocaat James Boswell 1740-1795. Hij schreef de biografie van Samuel Johnson, een schrijver-dichter-criticus-lexicograaf.
In Ethiopië zijn 6 species Boswellia bekend: B. papyrifera, B. pirottae, B. ogadensis, B. neglecta en B. microphylla. De B. papyrifera is commercieel bekend als het Tigray type olibanum en is de meest populaire incense van Noord Ethiopië en Soedan. Bomen die de echte Frankincense produceren zijn de B. sacra Flueck, bij de Arabieren bekend als “maghrayt d’heehaz en de resin als “lubãn dhakar”. De tweede groeit in Somalië, de B.carterii Birdw. lokaal “moxor” genoemd. Recentelijk is de Boswellia bhau-dajiana Birdw. geïdentificeerd als identiek aan de B. carterii. De resin die beide species produceren wordt “lobãn dakar” of meer algemeen “beyo” kwaliteit genoemd. De derde kwalitatief belangrijke olibanum is een andere species uit Somalië: Boswellia frereana Birdw. Lokaal “jagcaar” genoemd. De resin wordt genoemd “ lobãn majdi of gewoon “maydi”. Het is het duurste merk olibanum dat in de handel is.
Boswellia papyrifera Hochst. (B. papyrifera Richard) produceert een kwaliteit olibanum bekend onder de naam “boido” in Somalië, Ethiopië, speciaal in Erithrea, in Soedan en in de andere Oost Afrikaanse landen. Boswellia neglecta S. Moore (B. Hildebrandtii Engl., B. multifoliata Engl.) in Kenia en Ethiopië, Boswellia rivae Engl. (B. boranensis Engl.) in Ethiopië, Boswellia odorata Hutch. en Boswellia dalzielli Hutch in tropische regionen van Afrika produceren resins die gelijkwaardig zijn aan olibanum. Een andere resin producerende species met een gelijke geur als frankincense is bekend als “Indische olibanum”, de Boswellia serrata Roxb. (syn. B. thurifera Roxb., B. thurifera Colebr., B. Serrata Stachh., B. Glabra Roxb., Canarium balsamiferum Willd.) Boswellia serrata, “salpha tree” wordt gevonden in het midden en noordelijk deel van Oost India en produceert olibanum resin met een variabele kwaliteit gewoonlijk bekend als “salai guggul”. 
       Frankincense Afrikaanse          Frankincense Hougari         Frankincense Oman Nagdi         Frankincense poeder 

De apothekers van de 16e eeuw kenden de olibanum als “oleum thuris”. De eerste onderzoeken van de chemische compositie vonden plaats in 1788 door Johann Ernst Baer op de Universiteit van Erlangen in Duitsland. De eerste analyse was van F.W. Johnston in 1839. De bestanddelen van de e.o. werden voor het eerst onderzocht door J. Stenhouse in 1840 en hij identificeerde 14 monoterpenoïde bestanddelen, waaronder pineen, dipenteen, phellandreeen en cadineen. In 1898 publiceerden A. Tschirch en O. Halbey voor het eerst dat olibanum een boswellic acid had, met de formule C32 H52 O4.  In 1932 kwam er meer schot in het onderzoek door A. Winterstein en G. Stein die zich toelegden op de resin acids en de triterpenen. In 1960 werden verschillende acids geïdentificeerd. In 1977 kwam er een doorbraak door de vergelijkende studie van olibanum van verschillende oorsprong door H. Obermann van B. carterii (Eritrea) en B. serrata (Aden). Door dit onderzoek kwam vast te staan dat niet alleen de geur, maar ook de samenstelling van de bestanddelen in de olie verschillend waren.

          Hoofdbestanddeel van de olie uit Eritrea was octylacetaat 52%, verder: a-pineen, campheen, p-methoxytoluol, hexylacetaat, limoneen, 1,8-cineol, octanol, linalool, bornylacetaat, cembreen A, incensol, incensylacetaat, en een onbekende diterpeen.
          Hoofdbestanddeel van de olie uit Aden was: a-pineen 43% en verder: campheen, b-pineen, sabineen, o-cymol, limoneen, 1,8-cineol, p-cymol, campholaldehyde, verbenon, octylacetaat en cembrenol, een diterpeen alcohol.

In 1985 rapporteerde P. Maupetit 47 nieuwe bestanddelen in de Aden olie (B. serrata). Op dat moment waren de volgende bestanddelen in Olibanum bekend:Frankincense Somalia
De monoterpenoïde bestanddelen: a-pineen – b-pineen – limoneen – a-phellandreen – b-phellandreen – campheen – a-thujeen – terpinoleen – p-cymeen – sabineen – a-terpineen – myrceen – borneol – carvon – trans-verbenol – verbenon – 1,8-cineol – linalool – pinocarveol – terpinen-4-ol – thymol – a-campholeenaldehyde – myrtenal – piperiton – b-thujon – octylacetaat – p-methoxytoluol – bornylacetaat – hexylacetaat -  de sesquiterpenoïde bestanddelen: b-elemeen – d-elemeen – a-cubebeen – a-yangleen – a-copaen – b-bourboneen – a-gurjuneen – a-guaieen – aromadendreen – viridiflorol – E-b-caryophylleen – a-humuleen – cis-a-bergamotteen – a-muuroleen – y-muuroleen – b-cadineen – d-cadineen – y-cadineen – T-cadinol en de volgende diterpenoïde bestanddelen: cembreen – isocembreen – cembreen A – cembrenol – incensol – isoincensoleoxide.

Medicinaal gebruik in vroegere tijden  –  frankincense:
Huidverzorging – zweren – de Egyptenaren gebruikte wierook in cosmetische en medicinale formules – gebroken ledematen werden gezet met resin, die zich dan vormde om de breuk zoals gips – wonden – reuma.
De schors en de wortel werden gekookt en gebruikt bij koorts en maag- en darmproblemen – syfilis – antidota bij pijlgif, slangengif en gif in het algemeen. Het gebruik was legio: bij allerlei ontstekingen, bij geboorten, voor het bevorderen van de menstruatie.
Beschreven door Galenus - Al-Kindi 850 AD  – Avicenna 11e eeuw – John Gerard in zijn Herbal 1633 – Culpeper 1616-1654 – Theophilus Redwood’s Pharmacopoeia 1857 en vele anderen.
De gom werd gebruikt in de tandverzorging. Met zout gemengd werden er gaten in de tanden mee gevuld. De verse gom werd gebruikt als haarlak. In India met boter tegen gonorroe.
Frankincense selectDe bladeren van de wierookboom werden verkocht in zakken als veevoeder en was een middel tegen diarree bij dieren.

De phytochemie nu en modern gebruik:
In Dhofar zwaaien de vrouwen een boreling in de rook van wierook na het met olie te hebben ingewreven. In Zuid Arabië worden de kamers 5 tot 6 maal daags met weirook berookt. Ook het haar, maar niet zo frequent, om vliegen en muggen te verjagen. Luban unta, vrouwelijke frankincense wordt gekauwd door kinderen en vrouwen in verwachting. Luban dakar is mannelijke frankincense. Dit is afhankelijk van de vorm der tranen die lijken op testikels. De kleinere tranen zijn de vrouwelijke tranen. De Chinese kruidkundigen gebruiken frankincense in poedervorm en in thee tegen menstruatiepijnen, kneuzingen en wonden. De B. serrata (salai guggul), wordt in traditionele medicijnen gebruikt in India tegen chronische artritis ontstekingen.
In Centraal en West Arabië wordt frankincense gebruikt bij zenuwziekten, lethargie, vergeetachtigheid, psychologische ontregeling. Gebruik bij religies geeft aan dat het de geest oproept tot meditatie en gebed. Ook bij geestelijke en emotionele stress is wierook heilzaam.
De resin en de olie zijn expectorant en decongestant bij bijvoorbeeld bronchiale congestie, tegen nachteljke hoest en klachten van de bronchiën. Het kan rustgevend werken bij slaapproblemen. Er is een groot verschil tussen tincturen, water- en alcohol extracten en de etherische olie. Bij ingestie deskundigen raadplegen.
In de aromatherapie wordt frankincense gebruikt in mengsels die kalmeren en stress opheffen. In combinatie met geranium en lavendel kan een massage balancerend, harmoniserend en relaxerend werken. Verder gebruik bij problemen met de ademhaling, verkoudheid, astma, bronchitis, sinusitis, catarre. Verdampen met cinnamon/blad en gember. Inwrijvingen van borst en rug met een mengsel van lavandin, rozemarijn, sandelhout, afhankelijk van persoon en omstandigheden. Verdampen 3-4 dr. van de olie bij bronchitis, astma, catarre, laryngitis, hoesten. In de huidverzorging tegen rimpels, littekens, wonden, droge huid, in combinatie met bergamot, roos, kamille, cederhout. Tegen cystitis: frankincense, jeneverbes, bergamot en sandelhout. Verdampen in de kamer: frankincense – galbanum – geranium – sinaasappel – pomerans.

De chemische bestanddelen van Frankincense zijn uitgebreid onderzocht. De oleo-gom-resin bevat 3-8% olie, een resinfractie bestaande uit sesquiterpenen, alcohol, esters en boswellia-zuren, oplosbaar in ether van 60-70% en een gom fractie die polysacchariden bevat van 25-30% die niet oplosbaar zijn in ether, maar in water. Verder niet volatiele bestanddelen zoals diterpenoïden. De volatiele olie bevat monoterpenen in de vorm van hydrocarbons, alcoholen en ketonen, sesquiterpenen en diterpenen. De olie is afhankelijk van klimaat, bodemsoorten, oogstcondities, enz., zoals elke olie hieraan onderhevig is. De olie is warm, houtig, balsamiek, zoet met een tikkeltje sinaasappel. De belangrijkste werking van de olie is de invloed op het Boswellia frereanacentrale zenuwstelsel. De sesquiterpenen activeren het limbische systeem, de hypothalamus, de pijnappelklier en de hypofyse. Zie verder bij onderzoek.

Geschiedenis, folklore, religieus gebruik, enz.:
Het gebruik van balsem en harsen is terug te voeren tot het Stenen Tijdperk. Al meer dan 4000 jaar geleden handelde het Oude Babylon in wierook met India, Arabië, en Syrië. Volgens oude documenten consumeerde de grote Baal Tempel van Babylonië twee en een halve ton Frankincense per jaar. In het Oudbabylonische Sippur woonden de wierookhandelaren al als gildebroeders bij elkaar in een hun toegewezen wijk. Aromatische harsen, wierook en mirre waren belangrijke handelswaar in de Oudheid, die hele gebieden tot rijkdom bracht. Men denkt dat in Oman frankincense reeds 6000 jaar geleden werd geproduceerd en verhandeld tegen fabelachtige prijzen, gelijk aan dat voor goud. Zo’n 7000 ton werd er jaarlijks geëxporteerd toen het Romeinse Rijk op zijn hoogtepunt was, met een enorm commercieel belang. De handel in Frankincense floreerde in de tijd van het Romeinse Keizerrijk, toen in de eerste eeuw Keizer Nero tonnen verbrandde bij bepaalde ceremonies. De top van de handel lag ongeveer 2000 jaar geleden. De vraag naar wierook was toen het grootste. Frankincense kon heel goed worden vervoerd, was stabiel; mirre vormde een probleem, aangezien de olie uit de resin vervluchtigde. Daarom werd mirre in geitenhuiden geperst en de frankincense werd in mandachtige containers gepakt om verdere “versmelting” van de tranen tegen te gaan. Karavanen groeiden uit tot 2-10.000 kamelen. Er ontstonden steden langs de route en zware belastingen en bedragen voor zogenaamde bescherming, huisvesting, voedsel en water voor mens en dier dreven de prijs van de frankincense enorm op tot de prijs van goud. De handel bloeide 1000 jaar lang, maar raakte in verval doordat het Romeinse rijk in elkaar stortte en door de hoge belastingen en transportkosten die over frankincense werd geheven.
Per schip en over land werd de frankincense vervoerd. In 1991 werd een archeologisch onderzoek uitgevoerd met satelieten en toen werd de stad Ubar ontdekt, een stad die genoemd werd in de Arabische Nachten en waarschijnlijk in de Oudheid de karavanen van water en voedsel voorzag.
Boswellia papyrifera
Al drieduizend jaar wordt wierook gebruikt en in veel beschavingen gebrand om de goden gunstig te stemmen. Het werd reeds uitgevoerd naar China gedurende de Ming dynastie. Wierook werd reeds in de Oudheid en wordt ook heden nog bij katholieke erediensten en in de oosterse godsdiensten gebruikt als reukoffer. Wierook betekent in kerkelijk Latijn: incensum, iets dat aangestoken is, en is afgeleid van het Latijnse incendere, branden. De wierook die verbrand wordt bestaat uit een mengsel van verschillende aromatische harsen die geschikt zijn voor verbranding. De eigenlijke wierook is van de gomhars van de Boswellia uit Arabië en Ethiopië.
Het eerst gerapporteerde gebruik van Frankincense werd gevonden in een inscriptie op het graf van de Egyptische koningin Hatsheputi, zo’n 1500 voor Christus. In die tijd bereikte het gebruik van aromatische stoffen een hoogtepunt. Zij importeerde zaailingen van  frankincense en mirre bomen vanuit Punt (Eritrea ?) die werden geplant in een grote tuin voor de tempel van Luxor in Thebe. De bomen gingen dood, ondanks de goede verzorging door de Egyptenaren. Waarschijnlijk was de boom uit Somalië van het soort dat aan de kust groeide met behoefte aan vochtige en zilte gronden en klimaat.
Frankincense en mirre werden veel gebruikt, in de vorm van resin en olie, o.a. door Nefertite die een zalf gebruikte van mirre 1570 voor Christus. Het waren exclusieve giften in het Oude Egypte. Er werden kegels van vet gebruikt met daarin marjolein, mirre, lotus en kalmoes. Die werden op het hoofd gezet en smolten dan, waardoor het geurige vet op hoofd en schouders drupte.
Wierook werd geofferd aan de goden door de priesters en soms door de koning zelf.
De rook van de wierook werd beschouwd als hemels voedsel voor de goden en afweer tegen de boze geesten, ziekten en rampen. Geofferd werd er aan de zonnegod Re, zodat hij de volgende dag zou wederkeren. Na het veroveren van bijvoorbeeld een stad werd die gezuiverd door het branden van wierook en natron, zoals bij Memphis in de 8e eeuw voor Christus. De Egyptenaren dachten dat de ziel na de dood, in de toekomst, weer bezit van het lichaam zou nemen. Daarom werden de sterfelijke overblijfselen geprepareerd. Het balsemen ging terug tot 5200 jaar in de eerste dynastie. De god Isis prepareerde het door zijn broer Seth verminkte lijk van haar man Osiris met kostbare oliën. Bij Thebe zijn resten gevonden van gemummificeerde lichamen van farao’s, edelen en heilige dieren. Het balsemen begon als de rouwperiode was afgelopen. Het lichaam werd gewassen, de hersenen en inwendige organen werden verwijderd. De huid werd gespoeld met mirre en de holten opgevuld met gekneusde mirre, het hoofd gezalfd met wierook. Het lichaam ging in een zoutoplossing, natron en werd gezalfd met jeneverbes, mirre en cinnamon. Tenslotte ging er een laag natuurlijke gesmolten resins en bitumen, een zwarte teerachtige substantie “Mum”, over het lichaam ter afdekking. Bij Ramses Boswellia bomenII werd fijn linnen geweekt in een gele resin die oploste in water, hetgeen mirre doet, in tegenstelling tot andere resins.
Wierook werd geofferd aan de goden door zingende priesters die werden ingehuurd door de familie en de begrafenis rituelen verzorgden. Zij droegen maskers in de vorm van een jakhals kop, van de god Anubis, de god van het balsemen. In 1922 vond Howard Carter het graf van Tutankamon 1347-1339 in Thebes, waar verzegelde flessen en kruiken werden gevonden met 90% dierlijk vet en 10% resin van mirre en wierook. In Egypte was frankincense gewijd aan de zonnegod Re, bij de Babyloniërs aan de zonnegod Bel en bij de Grieken aan de zonnegod Apollo.

Het heilige Land:
Zo’n 2000 jaar voor Christus werd wierook gebruikt in Syrië en Palestina, evenals cassia, saffron, costus, wierook en mirre, foelie, nardus. Beschrijvingen en gebruiken werden gevonden op de Dode zee rollen, evenals voorschriften voor de sabbat.
Wierook werd gebrand als offer voor de goden, om boze geesten te verdrijven,  als offerande aan overledenen, om levende personen te eren en ter parfumering van feesten en banketten. Het Joodse gebruik van wierook werd vastgelegd in het boek Exodus 30:34. Zij noemden het “Lebonah”, hetgeen later door de Romeinen “Olibanum” werd genoemd. Bij de Joden mocht wierook alleen gebruikt worden ter ere van Jahweh en ander gebruik werd beschouwd als heiligschennis en een misdaad die de dood verdiende.
De Koningin van Sheba (Saba, een gebied aan de zuidelijke grens van de Zuid Arabische kust, bijna tegenover Kaap Hoorn in Afrika), controleerde de zuidelijke handelsrouten van India, Egypte en Kaap Hoorn. Deze routen werden bedreigd door Salomon. Hij controleerde de noordelijke route van India en het westen en naar de Egyptische delta in het zuiden en westen van Damascus. Verder had hij een grote vloot ceder schepen die overal in de bekende havens aanlegden. Sheba was bang voor zijn concurrentie en besloot hem te bezoeken in Jeruzalem, zo’n 2000 mijl verwijderd. Salomon verwekte een zoon bij haar en de handelsrouten werden zeker gesteld. Mirre werd door de Hebreeuwen gezien als symbool voor lijden en dood en werd dikwijls gebruikt om de doden te zalven. Nicodemus zalfde Jezus lichaam toen het van het kruis werd afgehaald met mirre en aloë en Maria Magdalena en andere vrouwen balsemde zijn lichaam met kruiden en specerijen in wit linnen. Veel van de christelijke martelaren werden begraven, gezalfd met mirre. De christelijke begrafenissen vierden een overwinning, geen Boswellia sacraverslagenheid door de dood; zij geloofden niet dat de dood het einde was.

Griekenland:
De Grieken waren beïnvloed door de Egyptische cultuur en medicijnen, evenals het hele Oosten. Men schat dat er jaarlijks 3000 ton wierook door Zuid Arabië werd geëxporteerd naar Griekenland en evenzoveel naar Rome. Het sociale en persoonlijke leven in Griekenland was doordrongen van religie, met overal altaren, in openbare gebouwen, tempels, heilige plaatsen. In religieuze ceremonies werd wierook dikwijls gedragen door maagden in een ronde mand op het hoofd. Veel werd over wierook e.d. geschreven door Theophrastus , Plutarchus. Vriendschappen tussen landen, koningen, enz.  werden dikwijls bevestigd door schenkingen van wierook, mirre, goud en zilver.

Rome:
Door het verschepen van wierook en mirre kwamen het transport met kamelen en de stad Petra in verval. De Romeinse keizer Trajanus veroverde Petra in 98-117 en de Romeinen stonden bekend om hun plunderingen. Op het hoogtepunt van hun macht gingen de Romeinen erg verkwistend om met aromatica. In 188 voor Christus kwam er een verbod op de verkoop van geparfumeerde zalven en wierook. Rond het jaar 20 A.D. schatte men de invoer van wierook op zo’n 1300-1700 ton per jaar, zo’n 7000-10000 kameel ladingen. De komende eeuw zou dit alleen maar toenemen. Het Romeinse Rijk besloeg Zuid Europa, Engeland, Egypte en het Midden Oosten. Zij verhieven geneeskunde en parfumeren tot een kunst, natuurlijk onder invloed van de Grieken en Egyptenaren.
Aromatica werden gebruikt tegen de stank in de arena’s van dode dieren. Grote komforen werden gestookt met wierook. Ook fonteinen sproeiden parfum over de toeschouwers. De aquaducten voerden een miljoen liter water per dag aan in Rome. Bij de Romeinen werd het gebruik van wierook en mirre niet beperkt tot religieuze manifestaties in de tempels, maar werden ook gebruikt bij manifestaties van de staat en in het dagelijkse leven van de gewone burgers. De vroege Romeinen werden begraven, maar onder invloed van de Grieken ging men de lijken cremeren met geurige houtsoorten en resins. De Romeinse adel verbrandde men op brandstapels met wierook en cinnamon. Nero 54-68 AD en zijn vrouw Poppea gebruikte ladingen parfums en cosmetica. Bij de begrafenis van Poppea verbrandde Nero enige jaaropbrengsten wierook. Zij werd gebalsemd naar voorbeeld van de Egyptenaren. De Keizers werden vereerd als goden en men brandde wierook voor hun beeltenissen. Wierook en zwarte peper waren vrijgesteld van de 25% belastingen die werden geheven over import artikelen, omdat men vond dat ze noodzakelijk waren in het dagelijkse leven. Wierook werd huishoudelijk en religieus gebruikt, mirre was meer te vinden in de apothecarii voor medicinaal gebruik, in zalven en in parfums. Ook gebruik in de keuken in het Oude Rome was bekend: als smaakmaker en als toevoeging in wijn. Door het overmatige gebruik in het Romeinse Rijk van Boswellia sacrawierook werden de bomen overtapt en kregen geen rustperiode, wat leidde tot uitroeiing van veel frankincense gebieden in Zuid Arabië. Tot Keizer Constantijn 312 Ad werd wierook uitbundig gebruikt. Toen de Romeinen zich tot het christendom bekeerden kwam er een ommekeer. De heidense gebruiken namen af en daarmee ook het gebruik van wierook.

De moderne tijd:
In 622 kwam de Islam op en werd het verbranden van wierook bij begrafenisrituelen verboden. Oude gewoonten bleken echter moeilijk uit te roeien. De Yemenitische Joden gingen er gewoon mee door.
In Yemen en Oman vervult wierook de lucht in openbare eetgelegenheden en in het dagelijkse huishouden. Na een maaltijd gaat de wierookbrander rond en inhaleren de mensen wierook en parfumeren hun baarden en snorren ermee. Voor de moskeeën staan bakken waar wierookgiften in kunnen worden gedaan door de bezoekers.
In 1846 onderzocht Dr. H.J. Carter, in dienst van de Oost Indische Compagnie de Arabische frankincense voor het eerst. De Boswellia carteri is naar hem genoemd.
Ook werd het gevonden in de graftombe van Tutankhamon.
De handelsroute liep ruwweg parallel met de Rode Zee over een afstand van 2100 mijlen. Bij het begin van het christendom wezen de vroege christenen de goddelijke verering met gebruik van wierook van de keizers af en werden daarom vervolgd. Zij vereerden alleen God en aanvankelijk werd wierook door de vroege christenen alleen gebruikt bij begrafenissen. Keizer Constantijn reorganiseerde de kerkleiding. In 313 gaf hij de christenen de vrijheid van godsdienst, waardoor de vervolgingen ophielden. De geestelijken, vooral de bischoppen kregen een nieuwe status en werden vervolgens rijksambtenaren met een hoge positie, die ook recht konden spreken. Vanaf die data werden hoogwaardigheidbekleders van de kerk ingehaald met wierook en brandende kaarsen. De Griekse botanist Theophrastus 372-287 voor Christus rapporteerde reeds over de cultivatie en het oogsten van frankincense. Ook Plinius de Oudere 23-79 na Christus verhaalt in zijn Naturalis historia dat wierook een hars was, dat werd gewonnen uit de schors van een plant. Plinius noemt het als een antidoot voor dollekervel. Uit de beschrijvingen van deze twee historici blijkt dat het oogsten van de frankincense grotendeels onveranderd is gebleven door de eeuwen heen. Deze plant was slechts bij 3000 Sabaeïsche families bekend en werd door hen gekweekt. De Sabeërs woonden in de oudheid in het nabije Oosten in de regio van de Dhofar vallei en hun koningin was Sheba. In de bijbel wordt beschreven hoe de koningin van Sheba een bezoek brengt aan Salomon, koning der Joden. Als eerbetoon schenkt ze hem een enorme hoeveelheid wierook, met het verzoek om die aan god te offeren.
De Joden maakten gebruik van wierook bij godsdienstige ceremonies in de tempels. Aanvankelijk wilden de Joden niets weten van het gebruik van wierook, omdat het in het heidense Kanaän werd gebruikt. De oudste documentatie vindt men in de Papyrus Ebers. (Medicijnen en behandelingen van het Oude Egypte 1600 voor Christus, gevonden door George Ebers 1873).
Reeds tijdens de verschillende tijdperken van de Egyptische farao’s werd wierook veelvuldig gebruikt in religieuze ceremoniën en bij het mummificeren van lijken. Zo noemden de Egyptenaren de resin druppels: “zweet van God”, dat op de aarde viel. Dan was er de legende van een vreemde, prachtige vogel uit het land van Punt (India of Somalië) die frankincense in zijn klauwen droeg. Later werd dit de legende van de Phoenix die zich voedde met druppels van de resin en zijn nest bouwde met takjes van de frankincense en andere kostbare Boswellia sacraspecerijen. Hierdoor werd Hatcheputi geïnspireerd om de wierookboom te importeren naar haar mortuarium tempel in Thebe. Helaas sloegen de bomen in het Egyptische klimaat niet aan.

Ook de Romeinen verbrandden reeds wierook als bid- en dankoffers. Wierook werd gebruikt bij de inwijding en initiatie van Keizers, Koningen, adelijken, enz. Ook werd door alle jaren heen de wierook in alle culturen gebruikt om verkeerde geuren te maskeren.
Reeds Hippocrates, Dioscorides en Galenus, de grote artsen uit de Oudheid pasten wierook reeds toe in hun behandelingen. Frankincense werd uitgebreid gebruikt bij de bestrijding van allerlei ziekten en was vermeld in de Griekse en Romeinse pharmacopeia’s. Het werd gebruikt door Moslim genezers en beschreven in  Chinese teksten en teksten uit India. Avicenna beveelt  wierook aan tegen tumoren, hoofdzweren, borstontsteking, overgeven, dysenterie en tegen koorts. Culpeper 1656 in zijn “London dispesatory”, beval het resin aan: “to heat and bind, fill up old ulcers and flesh and stop bleeding”. Frankincense werd gepoederd, als talk gebruikt, in gezicht crèmes en voor huidverzorging. In het Oude Testament werden wierook en mirre reeds vaak genoemd. Wijn werd met mirre en wierook vermengd en dat gebruikte men dan om mensen die werden terechtgesteld te verdoven. Als men er teveel van dronk werd men gek of ging dood. In oorlogstijd werd het resin gevoed aan olifanten en die raakten door het dolle heen.
Het uitroken van huizen werd al in de oudheid toegepast. In de oud Egyptische dodencultuur zag men in wierook en mirre een middel tegen de macht en de stank van de dood.
In het Nieuwe Testament staat beschreven dat parfum als huldeblijk aan de Heer moest worden gezien. Toen de Drie Koningen de stal bereikten waar de Zoon van God was geboren, schonken ze wierook (Zijn goddelijkheid), goud (Zijn vorstelijkheid) en mirre (Zijn menselijkheid). Parfums speelden een belangrijke rol bij de begrafenisriten van het Joodse volk en ook Jesus hield deze gebruiken in ere. Het evangelie van Johannes vertelt het bezoek van Jezus aan Lazarus, waar hij Maria Magdalena ontmoet. Zij zalfde zijn voeten met kostbare nardusolie en droogde zijn voeten af met haar haren. Zijn apostelen reageerden verontwaardigd. Zij hadden liever gezien dat de nardusolie was verkocht en geschonken aan de armen. Jezus antwoordde hen echter dat de vrouw een goede daad had verricht, aangezien de zalving van zijn voeten vooraf ging aan de zalving van zijn hele lichaam, bij zijn begrafenis. In tegenstelling tot de Egyptenaren was balsemen van de doden geen gebruikelijk begrafenisritueel. De Joden wasten hun overledenen met geparfumeerd water en zalfde hen met aromatische oliën. Johannes vertelt dat Nicodémus toen Jezus van het kruis was gehaald een mengsel meebracht van 100 pond, waarmee ze de windsels zalfden waarin Gods Zoon werd begraven, zoals te doen gebruikelijk bij de Joden. In de katholieke kerkdiensten wordt wierook gebruikt in de mis en tijdens de vespers, een gebedsvorm. Het altaar, de eucharistische gaven, het evangelie (boek), de priester en alle gelovigen worden bewierookt. SyBoswellia sacrambolisch betekent bewieroking: reiniging – verering – gebed.
Volgens verschillende bijbelteksten betekent bewieroken: het opstijgen van de gebeden van de gelovigen naar de Heer, de Hemel. In 1570 schreef de Katholieke Kerk voor dat in de Hoogmis (de belangrijkste mis van de dag), wierook moest worden gebruikt en verder niet. Sinds 1970 mag wierook weer in alle diensten worden gebruikt. De samenstelling van de wierook die in de katholieke kerken en kathedralen wordt gebrand bestaan uit 66% frankincense, 27% benzoïn (benjamin gum, de resin van de Styrax benzoin Dryand) en 7% storax van de Liquidambar orientalis Miller.
Wierook wordt ook gebruikt in de orthodoxe liturgie, de Byzantijnse Liturgie en de Oriëntaalse liturgie. In deze liturgiën is wierook de geur van de hemel. Oorspronkelijk terug te voeren op de Israëlieten die in hun tempels in Jerusalem reeds 540 voor Christus wierook verbrandden.

Oogsten en de handel:
De incense route:
2000 Jaar geleden was de vraag naar wierook het grootst. Karavanen vertrokken dagelijks met zware lasten.
De route begon ergens in de droge bergachtige gebieden van Yemen en Oman waar de bomen op de hete kalksteen groeiden met temperaturen tot 40°C in de schaduw.
Het vertrekpunt werd door de handelaren altijd geheim gehouden. De karavanen vertrokken westwaarts naar de Rode Zee. Alleen de kameel kon op deze route voor het vervoer gebruikt worden. In de woestijn prefereerde men een lichter ras kamelen.
De meest oude route, ongeveer 2400 mijl ging door Aden, Sana (nu hoofdstad van Yemen) en Tarim naar Sabota (nu Shabway). Waarschijnlijk was er maar één hoofdroute in verband met pleisterplaatsen, watervoorzieningen, voederplaatsen, veiligheid, enz. De steden op de route kregen welvaart door de belastingen die werden geheven. Van Sabota ging de stoet naar Boswellia tappenMarib, een grote stad met een dam die de vlakten irrigeerde waar de wierookbomen groeiden. Het was het domicilie van de Koningin van Sheba. In 950 voor Christus controleerde zij de handelsrouten die de welvaart van die tijde vervoerden: goud, mirre, frankincense, ivoor, en assortimenten specerijen. Samen met drie andere landen vormde zij “The Spice Kingdom”, dat floreerde van 1500 tot 542. 3000 Ton ging per jaar naar Griekenland en Rome.
Vanaf Marib volgde de karavaan een aantal bronnen aan de oostelijke kant van de bergen tot Qarnawu. Dan ging het noordwaarts de Rode Zee volgend langs de kust en over de woestijnvlakten. Zandstormen, de zon, stropende rovers, maakten de toch al gruwelijke reis levensgevaarlijk. Na 1200 mijl en 90 dagen later kwamen de kostbaarheden aan op hun bestemming. Tot de zevende eeuw voor Christus controleerde de Assyriërs het noordelijke gedeelte van de route. Kort daarna begon een stam uit Noordwest Arabië, de Nabataeans de export van resin, gom, balsems en specerijen naar Europa te controleren. Het centrum was de stad Petra, die tot grote welvaart kwam en het middelpunt was van zes karavaan handelsrouten. Logistiek lag Petra gunstig tussen de rotsen met een smalle toegang, waardoor het moeilijk te veroveren was. Hier werd de handel gesorteerd, naar de noordelijk Arabische staten en Syrië gestuurd of westwaarts naar Israel, Jerusalem, Egypte en het Romeinse Rijk. Nu is Petra een toeristische ruïne in Zuid Jordanië.

Frankincense, maar ook mirre worden geoogst in het heetste seizoen, wanneer de gom vrijelijk vloeit. De Romeinen noemden dat de hondsdagen, een zinspeling op Sirius, de honden ster. Begin juli en de volgende 6-8 weken waren de heetste weken van de zomer. Plinius in zijn Naturalis historia XII, 54 schrijft, dat de wierookboom en degene die oogsten als heilig werden beschouwd en dat die zuiver moesten zijn van lichaam en geest ten tijden van het oogsten en het maken van de incisie. Sexueel contact met vrouwen was verboden. Ook mocht men niet deelnemen aan begrafenissen voor de oogst. Frankincense werd beschouwd als het bloed van de boom en kon leven geven aan het Goddelijke. Frankincense werd geassocieerd met goddelijkheid, heiligheid en boetedoening. Het werd gebruikt om boze geesten te verdrijven, ter zuivering van ruimten, atmosfeer en lucht, respect te tonen, gebeden ter hemel te zenden, maar het werd echter ook gebruikt in religieuze offeringen en ceremonies om de geur van bloed van geofferde dieren te maskeren.
De hoofdbron van de olie is de schors. Het melkachtige sap met de volatiele olie wordt geleverd door de bast, bladeren en bloemen. Sommige varianten hebben met olieklieren bedekte bladeren en men denkt dat die de boom beschermen tegen oververhitting, door verdamping van de olie.
De bast geeft een natuurlijke afscheiding of door incisies. Er vormen zich langzaam geelachtige tranen die in manden worden verzameld. De resin die langs de boom naar beneden loopt wordt apart verzameld en is van een mindere kwaliteit. In Oman wordt geoogst in de lente en de herfst. De bomen moeten worden bewaakt, zodat ze niet dood bloeien, hetgeen mogelijk is. Plaatselijke stammen die hier hun inkomsten uit vergaren verzorgen de bomen en beschermen ze, tegen grazen, overtappen, kappen voor brandhout, enz. Men zegt dat de beste kwaliteit frankincense uit de hoger gelegen gebieden komt, waar de tappers overblijven in plaatselijke grotten tijdens het oogsten. Vanuit Aden wordt het verscheept over de gehele wereld.Boswellia serrata
Veel wierook wordt gebruikt in wierookbranders. In de parfumerie gebruikt als fixatief. In India gebruikt in snel drogende hout vernissen. De B. glabra werd gebruikt om scheepsbodems af te dichten en te beschermen tegen boktor.

De Boswellia bomen hebben resin kanalen op de schors en als de schors wordt beschadigd, gesneden of gekneusd, wordt er een witte substantie afgescheiden die verhard in ronde, peervormige of knotsvormige licht gele of donkerbruine tranen. De resin wordt over het algemeen geoogst gedurende de hele zomer en herfst nadat de bomen zijn verwond in maart of april. Slechts drie opeenvolgende jaren kan er een goede kwaliteit worden geoogst. Daarna loopt de kwaliteit dramatisch terug en zal de boom enige jaren met rust gelaten moeten worden om te herstellen.
Bij het tappen worden de bomen eerst diep vertikaal ingesneden en daarna worden smalle repen bast horizontaal van de boom verwijderd, met speciaal gereedschap of domweg een bijl. De Bedouïnen snijden de boom met een speciaal mes, de mingaf. De eerste snee, de tawquii geeft de puurste en waardevolste resin, te gebruiken in de parfumindustrie en cosmetica. Dan vloeit de melkachtige witte vloeistof. Na ongeveer drie maanden verhard het in traanvormige druppels. De druppels of tranen worden verzameld door Bedouïnen, naar de markt gebracht en gegradeerd naar kleur en maat. Nieuwe tappunten worden gemaakt door de Bedouïnen op dezelfde plaats, met een bepaalde regelmaat, als het oude tappunt nadat de verharde resin is verwijderd uit de vorige incisie of snee. Als de tap interval kort is dan is een krab over het hout meestal al genoeg om het resin weer te laten vloeien. De tranen gom druppelen naar beneden als een plakkerige witte, melkachtige substantie. Onder invloed van de zon worden de tranen of druppels verhard tot resin. Hoe groter de tranen, des te completer is de vorming van de resin, met als gevolg meer verlies van etherische olie. Daarom is het sorteren en uitkiezen van materiaal voor het produceren van absolues en voor het maken van resinoïdes een apart vak dat jaren van ervaring vereist.
De enigste vorm van bewerking na het verzamelen is daarna, het schoonmaken, meestal gedaan door vrouwen, het sorteren en graderen van de resin, dat meestal wordt gedaan door de opkoper, niet door de verzamelaar.
De gradatie verloopt als volgt:
     1. 6 mm, bovenop wit graad A
     1. 6 mm, bovenop crèmeachtig graad B
     2. tussen 4 – 6 mm
     3. tussen 2 – 4 mm
     4. speciale kleur bruin, elke maat
     4 normaal zwarte kleur, elke maat
     5 poeder en schors, geen maat limiet.
De kust van Zuid Arabië wordt jaarlijks bezocht door Somaliërs, die de Arabieren betalen voor het privilege om de Frankincense te mogen verzamelen. In het binnenland bij de vlakten van Dhofar wordt Frankincense en andere gommen verzameld door de Bedouïnen.
Boswellia serrataHoofdgebruik is het branden van de wierook in religieuze ceremonies. Resin wordt gedestilleerd tot volatiele olie, resinoïde en absolue worden gebruikt als fixatief in parfums. China importeert het meeste, voor gebruik in medicinale preparaten. Europa en Latijns Amerika importeren 500 ton jaarlijks voor gebruik in de Orthodoxe en Katholieke Kerk. Noord Afrika importeert eveneens 500 ton, waar het wordt gebruikt om te kauwen. Het Midden Oosten eveneens 500 ton uit Somalië, vooral Saoudi Arabië, ook in de kauwgumindustrie. Kleine hoeveelheden worden in de huizen verbrand. In Europa wordt jaarlijks 50 ton gebruikt voor het maken van olie en extracten, vooral in Frankrijk.
Somalië (1500 ton mirre en opoponax) en Ethiopië zijn de grootste producenten van wierook, mirre en opoponax. De wilde Boswellia bomen hier, behoren tot uitgebreide families die in de resin-producerende gebieden wonen. Daarom is er hier enig besef om de bomen niet te vernielen door overproductie en zo hun eigen leefomgeving te vernietigen. Van de andere kant is het ook onmogelijk om grazen van dieren te beletten. Ook snijden de nomaden in tijden van grote droogte takken af als voer voor hun vee. Ernstige droogte heeft onmiddellijk invloed op de boom, beperkt hun groei en levert problemen op bij de regeneratie. De meer beschikbare bomen worden dikwijls constant door het jaar getapt, zonder rustperiode, en dit zet de bomen nog verder onder stress.
Somalië is de enige bron van maidi-type wierook, geliefd in het Midden-Oosten. In geringere mate produceren ze het beyo-type wierook. Ethiopië en Soedan produceren de meest verhandelde wierook, het Erythreïsche-type, in 1987 2000 ton.
De meeste Indische wierook wordt intern gebruikt voor wierookstokjes. De gomhars is afkomstig van boomsoorten uit het geslacht boswellia, kleine bomen met als oorsprong de droge streken van India en Arabië.
Er zijn grote kwaliteitsverschillen. De resin wordt gesorteerd naar grootte, kleur en helderheid voor de export. In Somalië zijn er zeven gradaties van maidi van de Boswellia frereana en drie gradaties van beyo van de Boswellia sacra. De grote bleke stukken voor het kauwen worden meer gewaardeerd dan de donkere stukken en het poeder. Wierook is een natuurproduct en de bomen groeien op natuurlijk wijze, zonder meststoffen, verzorging, enz. De kwaliteit van wierook wordt bepaald door de geur: helder, fris, citroen-honingachtig. Slechte wierook ruikt muffig. Hoe lichter de hars des te hoger de kwaliteit en dus de prijs. Ook de wierook wordt in klassen ingedeeld: peasize – first choice – korrels – enz. Hoe groter de stukken des te duurder. Wierook wordt met de hand gesorteerd en alle vreemde voorwerpen worden verwijderd (takjes, stofjes en andere verontreinigingen). Hij wordt meerdere malen gezeefd en moet koel en donker worden bewaard. Onder deze omstandig-heden kan hij onbeperkt bewaard worden zonder al te veel kwaliteitsverlies.

Olibanum  - Frankincense – en enige begrippen:
De begrippen Olibanum en Frankincense worden door elkaar heen gebruikt voor wierook – resin – oleo-gum-resin, enz. De Encyclopedie geeft geen verklaring voor Frankincense en voor Olibanum verwijst de encyclopedie naar Boswellia. Frankincense staat voor wierook, olibanum voor wierook en Commiphora species zoals mirre en is meer een verzamelnaam. Ook in alle literatuur is geen duidelijke scheiding te constateren. In de handel soms wel, maar dat lijkt mij meer profijtelijk voor het classificeren en indelen van de soorten wierook of resins, in verband met de duidelijkheid voor de verkoop. Beiden, zowel olibanum als frankincense worden veelvuldig gebruikt als synoniem van wierook, de olibanum van India, de frankincense van Oman, enz. Frankincense wordt genoemd = Boswellia sacra Flueck. Indian Frankincense = Boswellia serrata Roxb., enz.Boswellia thurifera
Frankincense komt van het oude Frans en betekent: franc = vrij, puur, overvloedig en incensum = aansteken. Een andere verklaring: Frankincense komt uit het oude Frans: fraunk-encens en betekent de enige echte incense.
Olibanum komt uit het Arabisch: luban, refererend aan het melkachtige sap dat de bomen afscheiden. Luban werd gebruikt voor frankincense, mirre en andere balsems. In het Hebreeuws werd het lebonah genoemd en de Romeinen noemden het daarna olibanum.
Olibanum – Thus – Oliban – Encens – de frankincens van de Oudheid werd door Linnaeus abusievelijk toegeschreven aan Juniperus phoenicea L.
Olibanum komt van het Arabisch al-luban hetgeen betekent: melk. Een andere versie: Olibanum is een verbastering van het Arabische woord al leban wat uit Libanon betekent. Nog een andere versie geeft aan: olibanum is afgeleid van het Hebreïsche woord lebona hetgeen zuiverheid zou betekenen. Er zijn twee variaties van olibanum, de ene komt naar Europa vanuit het Middellandse zeegebied en de andere rechtstreeks van Calcutta. Vroeger beschouwd als verschillend, tegenwoordig is bekend dat ze dezelfde afkomst hebben. In Afrika en in regio’s in het Midden Oosten wordt olibanum in het algemeen gebruikt voor het begrip: wierook/ frankincense. Ook andere vormen van resin zoals resin van Commiphora species, naaldbomen, mastiek, enz. worden als olibanum geclassificeerd, misschien bij gebrek aan westerse woorden hiervoor. De Olibanum in het Oude Testament is in feite van de Boswellia serrata, een boom in India, maar die ook elders groeit, een nauwe verwant van Frankincense. De geur en de kleur van de verschillende resins van de Boswellia serrata uit India is inderdaad duidelijk verschillend van de geur en de kleur van de resins van de Frankincense type bomen uit Afrika en het Midden Oosten. De Indische wierook wordt Salai guggal genoemd. Onder olibanum verstaat men meestal de hars uit de Afrikaanse en Arabische Boswellia species, carterii/sacra en frereana.
Olibanum, ook wel frankincense genoemd is een natuurlijk oleo-gum-resin. Het is een fysiologisch vloeibaar product in de bast ven verschillende Boswellia species. Het bevat een groot aantal chemische bestanddelen, waaronder verbenon waardoor het anti-fungal eigenschappen bezit.
Olibanum, of de frankincense uit India bestaat uit geelachtige, enigszins doorzichtige ronde tranen, groter dan de Afrikaanse en in het algemeen bedekt met poeder ontstaan door frictie. De geur is balsamiek en het heeft een zure, bittere, enigszins aromatische smaak. Als men er op kauwt wordt het zacht in de mond, plakt aan de tanden vast, lost gedeeltelijk op in het speeksel en wordt hierdoor melkachtig. Het brand met een felle vlam en is geurig. Vermengd met water wordt het melkachtig en in alcohol lost het voor drie vierde op, terwijl de tinctuur transparant is. Onderzoek van Tschirch  in 1900: alcohol 72% waarvan resin 65% en volatiele olie 6%, wateroplosbare gom 20%, bassorin 6-8%, plant residue 2-4%. De resins waren samengesteld uit boswellic acids C32 H52 O4 en olibanoresin C14 H22 O een neutraal resin. Wallach identificeerde in de etherische olie l-pineen en dipenteen en Schimmel & Co phellandreen.
Evenals olibanum is frankincense een oleo-gum-resin. In het geval van Frankincense worden de lichtgekleurde druppels of tranen gebruikt in rituele ceremonies en als kerkelijke wierook. De tranen worden op de markt verhandeld, gekocht door grote buitenlandse maatschappijen en worden in het thuisland verwerkt in allerlei processen, van wierook tot etherische olie. Frankincense bestaat voor 65% uit wateroplosbare gum, voor 30% uit alcohol oplosbare resin en voor 4% uit etherische olie, oplosbaar in olie en alcohol. Frankincense wordt geoogst van bepaalde bomen die alleen gevonden worden in zuidelijk Oman, Yemen en Somalië. De Arabische of Afrikaanse frankincense is in de vorm van gelige tranen, en onregelmatig gevormde roodachtige brokken of scherven. De tranen zijn normaal gesproken klein, rond of ovaal, niet erg  bros, met een doffe en wasachtige structuur, die zacht wordt in de mond en veel lijkt op mastiek, maar niet transparant. De rode massa wordt zacht in de hand, ruikt en smaakt sterker dan de tranen en is dikwijls vermengd met stukjes schors en calcium kristallen die zichtbaar zijn Boswellia thuriferaonder de microscoop.
De resin en de etherische olie worden ook wel Oost Afrikaanse Elemi genoemd. Dit is de Boswellia frereana. Elemi is van de Canarium schweinfurthii/-luzonicum. Gebruikt in vernis – inkt – zalven en smeerseltjes. Alle commerciële Frankincense komt uit Somalië. De regering van Oman exporteert tegenwoordig gelimiteerde hoeveelheden olie naar elders.
Resin was duizenden jaren bekend als incense. Resin is hars, geheel of gedeeltelijk oplosbaar in alcohol. Het is het product van hitte en extractie van de ruwe tranen of druppels. Resin wordt dan verder behandeld met alcohol en een vacuüm extractie tot vloeibare resinoïde. De resinoïde wordt dan verder behandeld met hitte, alcohol, extractie en destillatie tot de etherische of essentiële olie. In feite zijn de oliën van Mirre, Labdanum, Galbanum, enz. geen echte etherische oliën, aangezien je altijd toevoegingen hebt om de olie vloeibaar te houden, door middel van alcohol of anderszins. Dit hele proces verloopt van veel naar weinig. Er wordt steeds minder van een bepaalde stof geproduceerd tegen een steeds hogere prijs.
Oleo-gum-resin: oleo is vettig of olieachtig, gum is een stof die gedeeltelijk oplosbaar is in water. Oleo-gum-resin is een stof die gedeeltelijk oplosbaar is in water, alcohol en er olieachtig uitziet en bestaat dus uit olie – gum en resin. We hebben het dan over: Mirre – Opoponax – Styrax – Commiphora – Frankincense.
De gom-resin (hars) van de echte wierook bevat ongeveer 20% gom en 70% hars oplosbaar in alcohol. De hars bevat: boswellia-zuur – boswellia-zuur-esters en olibanoresin, verder etherische olie en bassorin, een pektineachtige stof die opzwelt in water.

Tegenwoordig gebruik:
Over de gehele wereld bekend en gebruikt als wierook, medicinaal, ceremonieel en als etherische olie in de Aromatherapie. In Arabië bij religieuze vieringen en traditionele feesten en om haren, kleren en huizen te parfumeren. Speelt een ceremoniële rol in de Christelijke kerken, in de Katholieke Kerk, de Coptische en de Orthodoxe Kerken. In Yemen wordt het gekauwd door vrouwen die in verwachting zijn en wordt het gebruikt bij de behandeling van emotionele en psychologische problemen. Ook wordt het lokaal nog verbrand tegen boze geesten en slechte invloeden. In Saoedi Arabië wordt de resin gebruikt als een diureticum en als een geheugensteun, door het te kauwen of toe te voegen aan de koffie. In de traditionele Chinese medicijnen wordt frankincense gebruikt om het bloed te versterken en de circulatie van qi te bevorderen, zwellingen te verminderen en genezing te bevorderen en te bespoedigen. In West India wordt frankincense verbrand om de geesten te verdrijven en om hoesten bij kinderen te behandelen. In de Ayurveda, het traditionele systeem van India, wordt de B. serrata gebruikt tegen hoesten, astma en een aantal ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis, osteoartritis en jicht. In de U.K. wordt een gestandaardiseerd extract van B. serrata aangeboden in ketens gezondheidswinkels. De essentiële olie uit het resin wordt gebruikt in de aromatherapie, tegen depressies en is expectorant. Verder tegen verkoudheden, bronchitis, laryngitis, tegen littekenvorming, enz.  Zie verderop.Resin
Een range van producten te veel om op te noemen is tegenwoordig verkrijgbaar, van: wierook, olie, oleo-gom-resins, beaty producten, verzorgingsproducten, lotions, zepen, crèmes enz. tegen eczeem, psoriasis, rimpels met boswellia-zuren (Lóreal heeft er een ontwikkeld).

Onderzoek:
Er zijn talloze boswellia-zuren geïsoleerd van oleo-gom-resin van Boswellia species uit Somalië, India en Arabië. De zuren bestaan uit triterpenoïden (C30 bestanddelen), Ze bevatten carboxyl-, methyl-, ketonyl- en phenolische bestanddelen. O-acetyl derivaten of ook wel acetyl boswellia-zuren genoemd, bevinden zich eveneens in de natuurlijke frankincense. In de frankincense van de Boswellia serrata uit India en in de oleo-gom-resin van de Afrikaanse Boswellia sacra zijn 10 boswellia-zuren en acetyl boswellia zuren aangetoond, met de verhouding van de bestanddelen afhankelijk van welke species de resin werd betrokken. Boswellia-zuren zijn zelfs vastgesteld in archeologische monsters van frankincense uit 400-500 na Christus.
Het gaat hier om de (BAs) de Boswellia acids. Dit zijn pentacyclische triterpenen. De belangrijkste zijn: a-Boswelli acid – b-Boswellic acid – acetyl-b-Boswelli acid – Acetyl-a-Boswellic acide – 11-Keto-b-Boswellic acid (KBA) – Acetyl-11-b-beta-Boswellic acid (AKBA).
Ook de farmacologische activiteiten van frankincense, als ruwe extract van de oleo-gom-resin, de olie en de geïsoleerde bestanddelen van de olie zijn onderzocht. De olie werd in vitro antibacterieel, antifungal en immuunstimulant bevonden, maar gaf geen anxiolitische activiteiten te zien. Vooral de activiteiten van de Boswellia serrata bestanddelen staan in het middelpunt van de belangstelling door de toepassing van extracten door de Ayurveda tegen ontstekingsziekten. Er is aangetoond dat de extracten anti-ontstekings- en anti-artritis activiteiten ontplooien, met name de boswellia-zuren. De actie van deze zuren bestaat uit het blokkeren van de leukotriene biosynthese (inhibitie van 5-lipoxygenase) gecombineerd met de inhibitie van de leukocyte elastase. Deze enzymen worden geacht een sleutelrol te spelen in een aantal ontstekingsziekten en hypersensitivity gebaseerde ziekten. Het betreft hier ziekten zoals reumatoïde artritis, chronische colitis, ulceratieve colitis, de ziekte van Crohn, bronchiale astma. Er werden extracten gebruikt van de oleo-gom-resin van Boswellia serrata.
Een andere activiteit die in de belangstelling staat is de antikanker activiteiten met cytotoxische en apoptose inductie in in vitro modellen van leukemie en glioom cel culturen. Er is aangetoond dat  vooral de triterpeen acetyl-11-keto-b-boswellic acid (AKBA), een afremmende werking heeft op het enzym 5-lipoxygenase dat de leukotrienen aanstuurt. Inhibitie van dit metabolisme vermindert de groei van de cellen en bevordert apoptosis in verschillende kankercel culturen.
Er is uitgebreid onderzoek gaande naar de inhibitie van topoisomerases I en IIa en andere activiteiten van de triterpenen in Boswellia species.
Naast tientallen bestanddelen zitten er in wierookhars ook 5-8% boswellia-zuren, waarvan het bekend is dat ze ontstekingsremmende (antiphlogistische) werkingen hebben. Ontstekingen worden gekenmerkt door: roodheid, zwellingen, oedeemvorming, warmte en gestoorde orgaanfunktie. Ze worden in het lichaam veroorzaakt door het enzym 5-lipoxygenase. Dit enzym veroorzaakt de vorming van zogenaamde leukotrienen, lichaamseigen stoffwisselingsproducten, die voor het in stand houden van chronische ontstekingen verantwoordelijk zijn. Bij ziekten met ontstekingen zijn hogere leukotrienen-concentraties in het organisme aanwijsbaar gevonden. Als het lukt om die overmatige leukotrienen-productie in het lichaam te stoppen dan zullen de chronische ontstekingen atrofiëren. Er is dus één enzym dat de leukotrienen-productie veroorzaakt. Als men dit enzym uit kan schakelen dan kunnen er geen leukotrienen ontstaan: eOlibanumn dit is wat de boswellia-zuren doen: ze remmen de activiteiten van het 5-lipoxygenase enzym. Een overmaat aan leukotrienen kan men vinden bij verschillende ziektebeelden: reumatische ziekten, reumatische artritis, osteoartritis, chronische gewrichtsontstekingen (polyartritis), maar ook bij ontstekingen aan de darmen Morbus Crohn en colitis ulcerosa, psoriasis en bronchiale astma. In Duitsland heeft de pharmacoloog Prof. Hermann P.T. Ammon zich zeer verdienstelijk gemaakt met onderzoek naar chronische polyartritis. Hij constateert bij een gelimiteerde groep patiënten in 60-70% van de gevallen vermindering van de pijn, -van de zwellingen en van de gewrichtsstijfheid.
Ook wat betreft  de ziekte Colitis ulcerosa geeft een onderzoek in India met 34 patiënten aan dat 80% een teruggang van de ziekteverschijnselen te zien gaf, vergelijkbaar met een controlegroep die het standaardpreparaat Sulfasalazin kreeg toegediend. De pharmacoloog uit Bochum Prof. Dr. Thomas Simmet heeft de inzet van een wierookextract van Boswellia serrata onderzocht bij een bepaalde vorm van hersentumor (astrozytom), waarbij een verbetering van de hersendruksymptomen werd bereikt en tevens afremming van de groei van de tumorcellen. Prof. Simmet kon in culturen van cellen en in klinische tests aantonen dat de tumorgroei en het daarmee samenhangende oedeem waarschijnlijk door leukotrienen werd veroorzaakt. Die tumorcellen scheiden die stoffen uit en vermeerderen zich dan weer onder hun invloed, een duivelse vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is. Prof. Simmet geeft aan: hoe boosaardiger een tumor is, des te meer leukotrienen vormt hij. Samen met de neurochirurg Michael Winking van de Universiteit van Giessen gaf Prof Simmet verslag op een phytotherapie congres in München over 25 patiënten. Tumoren werden verwijderd en de patiënten kregen een week lang een extract van de Boswellia hars. Bij iedere tweede patiënt was de tumor reeds in hoge mate afgestorven. Ook de oedeemvorming werd minder, zodat neurologische uitval zoals spaarkstoringen in enige gevallen verbeterden.
Dosering bij chronische ontstekingen (polyartritis)  in het begin en bij veel klachten op 3 x 800 mg droog extract per dag, daarna 3 x 400 mg. Voor kinderen tot 10 jaar de halve dosis. Bijwerkingen, toxiciteit, contra-indicaties zijn niet bekend. Olibanum India
Verhoogde leukotrienen werking is vastgesteld bij: astma – longfibrose – allegische rhinitis – allergische bindweefselontstekingen – reumatoide artritis – lupus erythematodes (autoimmuunziekte) – jicht – lyme artritis |(tekenbeet) – psoriasis – urticaria – colitis ulcerosa – morbus crohn – alvleesklierontsteking -  levercirrose – astrozytom (hersentumor) – multiple sclerose  e.a.. Onderzoek is noodzakelijk.
In de ayurveda wordt Boswellia uitgebreid gebruikt bij de bestrijding van de symptomen van artritis. Een andere vorm van reuma, ontstaan door de arachidonstofwisseling, bij overmatig gebruik van dierlijke vetten en verzadigde Olibanum India eerste keusvetzuren kan eveneens bestreden worden met de Boswellia-zuren van de Boswellia serrata en de Boswellia carteri. In een studie met 81 patiënten (39 Boswellia – 42 placebo) gaf de Boswellia groep na 6-12 weken minder ontstekingen, minder zwellingen en pijn en een verminderde en verbeterde morgenstijfheid en algemeen welbevinden te zien. In het laboratorium van de Universiteit van München wordt  wierook onderzocht .De Boswellia-zuren worden beschouwd als een medicament voor de toekomst.
Medicinale droge extracten zijn in de handel onder namen zoals H15 Ayurmedica, in capsules of pillen van 400 mg extracten.


Bron:  Journal of Applied Ecology. Hoogleraar F. Bongers. Universiteit Wageningen, en collegee
           uit Eritrea.
           www.essentialblend.com/frankincense.
           Die Natur heilt. Oliebeschrijving: Weirauch, Olibanum, Boswellia sacra. Ed Erutan.
           Wikipedia nl., de., eng.
           Vollesen,K. 1982. Burseraceae Flora of Ethiopis Hedberg, I and Edwards, S. eds,3: 442-
           478, National Herbarium, Addis Ababa University
           Immunomodulatory Triterpenoids from the Oleogum Resin of Boswellia carterii Birdwood.
           Mansoura University Egypte. Farid A. Badria, Botros R. Mikhaeil, Galal T.Maatooq,
           Mohamed M.A.Amer. PubMed.
           www.gesundheit-aktuell.de Heilpflanze des Monats Weihrauch/Olibanum.
           Frankincense – Boswelli carteri by Jeanne Rose 
           www.lumrix.de/icd/med/weirauch.
           Indischer Weihrauch, Pharmazeutische Bewertung der Harzdrige und ihre
           Zubereitungen. Deutsche Apotheker Zeitung 2000;140:1887-95. Ennet D.,Poetsch f.,
           Schopka D.
           Boswellia serrata 101 Herbs.Analgesic and psychopharmacological effects of the gum
           resin of Boswellia serrata. Menon A.K., Kar A., Planta Med. 1970-71,19,33.
           Frankincense & Indian Frankincense David Oller.
           Frankincense: festive pharmacognosy. Dr. Marshall. The Pharmaceutical Journal vol. 271
           Olibanum – Frankincense Joseph P. Remington, Horatio C Wood and others 1918.
           www.stemderbomen.nl
           Frankincense & Myrrh. Martin Watt & Wanda Sellar. ISBN 085207 306 2.
           Database on important Medicinal and Aromatic Plants: www.ics.trieste.it
           www.cancersalves.com Dr. Eli G. Jones Eclectic physician. Cancer Herb Index.
           World Agroforestry Centre: Boswellia serrata. 
           Henriette’s Herbal Homepage Olibanum – Frankincense.
           Gums naturally ? Export potential of Ethiopian gums. Dr.Tadele Worku – Ms. Lemlem
           Amare – Onno Roukens.
           www.somaluna.com/category_frankicense.asp. Frankisence v.s. Olibanum.
           Phytochemical investigations on Boswellia species. Universiteit Hamburg.  By Simla Basar.

Foto’s: www.panicfree.co.uk
            www.aromacenticals.com
            www.indian-shop.ch
            www.thailabonline.com
            www.somaluna.com
            www.objectief.be
            www.desert-tropicals.com
            www.abc.net.au
            www.feenkraut.de
            www.bgw.uni-wuerzburg.de
            www.encens-compagnie.com
            www.dragonspice.de
            www.grobeliaskruidenwinkeltje.nl
            www.motherherbs.com


Previous page: Boronia megastigma
Next page: Boswellia carterii