Print This Page

Cedrus libani var.3 x

 

CEDRUS LIBANI VAR. BREVIFOLIA                             –                                 CEDER, CYPRUS. 
Synoniem:
  Cedrus libani var. brevifolia Hook.f., 1880
                   Cedrus brevifolia (Hook.f.) Henry ex Elwes & Henry, 1908Cedrus brevifolia

Deze soort komt alleen voor in het Troodos-gebergte voor op Cyprus, na Sicilië en Sardinië het derde grootste eiland van het Mediterrane gebied. Cyprus heeft een heel diverse flora en fauna.
Het eiland wordt gedomineerd door het Troodos gebergte met een hoogte van 1950 meter. Cypres heeft bossen en wouden met hardhout, groenblijvende bomen, zoals eiken, dennen, ceders, junipers, enz. Inheems zijn Cedrus brevifolia, Quercus alnifolia en Acer obtusifolium. Verder komen o.a. voor: Quercus coccifera – Pistacia terebinthus – Olea euopea – Arbutus andrachne – Styrax officinalis – Pistacia lentiscus – Genista fasselata – Lithospermum hispidulum – Phaganalon rupestre – Cistus creticus – Thymus capitatus – Sarcopoterium spinosum.
In Europa is de Cedrus brevifolia vrij zeldzaam, zeldzamer dan de andere soorten. De boom wordt 18-20 meter hoog met een geringe omvang van1-2 meter. Hij is de kleinste ceder. Hij groeit op Cyprus op een hoogte van 1000-1500 meter.
De bast is dof paarsachtig grijs, met weinig diepe barsten. Bij het ouder worden worden de barsten talrijker. De kroon is duidelijk smal, kegelvormig met één enkele, rechte stam. De takken staan horizontaal, de uiteinden hangen, met platte platen donkergroen loof. Het gebladerte op jonge takken is 1,5 cm, op korte loten 1-1,2 cm helder blauwgroen met witte strepen op de bovenzijde, soms geelachtig, de twijgen duidelijk gekromd. Knop eivormig, bruin, harsrijk 2-3 mm.Cedrus brevifolia
De kegels zijn 12-5 cm, smal vanaf de voet en aan de top met een snavel, glad, bleekgroen. De groei lijkt op een in slechte conditie verkerende Cedrus libani, met hele korte naalden. Brevifolia betekent met korte naalden.
Vermeerdering door zaaien en enten.

 

Foto:  wwwlb.aub.edu.lb Cedrus libani var. Brevifolia
Bron: Cyprus 2004 expedition. www.uochb.cas.cz. Cedrus brevifolia
          www.detuingids.be. Cedrus brevifolia Agnes Muylaert.


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

CEDRUS LIBANI A. Rich. VAR. STENOCOMA P.H.Davis, A.Rich          -          CEDER, TURKSE-
Vidacovic 1991 zegt hiervan: een geografisch bepaald ras Cedrus libani ssp. Stenocarpa Schwarz, gevonden in Zuidwest Anatolië verschilt van de typische libanon ceder door de pyramidale en kolomachtige vorm.

Standplaatsen in de natuur komen voor in combinatie met Abies cilicica, Juniperus drupacea en Pinus nigra var. caramanica, vooral in Zuidwest Anatolië van 1000-1800 meter hoogte. In tegenstelling tot de soort die in het begin een brede kegelvorm ontwikkelt groeit deze soort in een slanke vorm, bijna zuilvormig met horizontale takken.
De boom groeit langzaam en wordt onder optimale conditie 20-40 meter hoog, maar in Europa blijft hij aanzienlijk kleiner, van 10-20 meter. Hij is bijzonder winterhard, tot -30°C en daarom overal toe te passen. Het is een zeer decoratieve boom en geliefd in tuinen (meestal te kleine-), parken, lanen, enz.
De zilvergrijze naalden zijn 15 tot 35 mm lang en zijn zowel recht als gebogen. Bloei in oktober. De mannelijke bloeiwijze zijn  bleekgeel en groter dan de lichtgroene vrouwelijke bloeiwijze. De appels zijn 8-10 cm lang en 4-6 cm breed in vatvorm.

          Cedrus stenocoma      Cedrus stenocoma      Cedrus stenocoma        Cedrus stenocoma

Bron: The Gymnosperm Database: Cedrus libani.

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

 

CEDRUS LIBANI VAR. LIBANI A. Rich 1823                    -                              CEDER, LIBANON
Synoniem:
  Cedrus libani subs. libani.Cedrus libani
                   Cedrus libanotica Link
                   Cedrus libanitica (Trew) Pilger
                   Cedrus libanensis Juss.                                                                     
                   Cedrus Huth
                   Cedrus patula K. Koch (Vidakovic 1991)  
Dit is de belangrijkste boom van de Oriënt en een nauwe verwant van de Atlasceder.
Inheems in Libanon in de Jebel Alaoniet bergen, Syrië en Zuid Turkije, in de Taurus bergen. In Libanon zijn maar 1700 hectares meer over. In Turkije groeien er nog erg veel ceders. Ze groeien in Libanon en Turkije in combinatie met Pinus – Abies- en Juniperus soorten.

Terug in de geschiedenis, waar de ontbossing eigenlijk begon gaan we naar de episode van Gilgamesh. 4700 Jaar geleden in Uruk, een koninkrijkje in Zuid Mesopotamië regeerde Gilgamesh, die zijn onsterfelijkheid wilde bewerkstelligen door materiële grandeur van zijn stad. Om dit te verwezenlijken liet hij zijn oog vallen op de ceders van Libanon, die aanwezig waren in zulke dichte bossen en wouden dat de zon nauwelijks door het gebladerte heen kon komen. De Sumerische godheid Enlil beschermde de wouden door de woeste halfgod Humbaba de natuurbelangen te laten beschermen tegenover de voortgang van de civilisatie. Hij voorspelde dat als de mens de wouden zouden betreden `Gods tuin van bomen` zou worden vernietigd.
Gilgamesh en zijn houthakkers begonnen de wouden, de woonplaats der goden, te vernietigen. Cedrus libaniEr ontspon zich een strijd tussen de indringers en de machtige halfgod. De hebzucht van de civilisatie won en de bewaker van het woud verloor zijn hoofd en Gligamesh was heer en meester van het woud. Enlil vervloekte de aanvallers: “May the food you eat be eaten by fire; may the water you drink be drunk by fire”.
En zo is het verhaal van Gilgamesh, die werd opgevolgd door talloze andere heersers, door honderden generaties herhaald tot alle uithoeken van de aarde, ter bevrediging van de civilisatie behoefte aan natuurlijke materialen. Mede door de ontbossingen, erosie, zout en slik, irrigatieproblemen, afname van de voedsel productie door zoutproblemen, kwam de Sumerische civilisatie uiteindelijk tot verval.

Ontbossingen hebben negatieve invloeden op de fundamenten van de maatschappij, gezien de complexe functies van bossen en wouden: tegen luchtvervuiling – erosie – waterhuishouding, 20% minder water komt in zee; 50-100% meer water komt ter beschikking – houtvoorraden – brandstof voorraden – flora en fauna – eco bescherming – toerisme en recreatie – werkgelegenheid bossen en wouden.
De beboste gebieden in Libanon beslaan momenteel 60.000 hectares van het totale grondgebied van 1000.000 hectares. Voor de oorlog in 1975 was dat nog 80.000 hectares met eiken, den, jeneverbes, ceder, cipres en beuken.
Op het moment zijn er nog maar 1700 hectares ceders. Bedreigde bomen in Libanon zijn: Abies cilica – Querus cerris – Ceratonia silica en de Juniperus excelsa.
Medisch, economisch, historisch, religieus, mythologisch, cultureel was en is de Cedrus libani beroemd. Uitvoer in de oude tijden naar Egypte, Phoenicië, Assyrië, de Romeinen, David, koning van Babylon, Herodeus de Grote, Turkije en het Ottomaanse Rijk. Tot slot werd de ceder in de eerste wereldoorlog gebruikt voor brandstof voor de locomotieven.

Er zijn nog 12 plaatsen in Libanon waar ceders groeien. Van Noord naar Zuid zijn dat
het Jabal Qammoua woud. Dit is het grootste van verschillende honderden hectares in combinatie met Abies silica en Juniperus species. Grote kudden geiten beschadigen de zaailingen en onderste boom segmenten.
*Wadi Jahannam in het Akkar gebied;
*Ehden; 140 hectares, goed beschermd woud, weinig grazende geiten of schapen.
*Bcharre ceders of Arz el-Rab (de ceders van de Heer) zijn de beroemdste ceders van Libanon. Het zijn maar 7 hectares, maar wel de oudste en grootste exemplaren, 2000 jaar oud. Het is Cedrus libanieen “World Heritage” gebied.
De bomen staan geweldig onder stress: toerisme, branden, blikseminslag, erosie,  dode bomen, geen voldoende aansluitende flora, grazers (schapen en geiten), competitie onderling van licht, voeding, water door intensieve begroeiing van 4-5 bomen op een vierkante meter; houthakken en vuur stoken door bezoekers; inkervingen in de bast door bezoekers; ziekten, insecten en schimmels.

Vrienden van het Ceder comité werken aan de bescherming van de standplaats en gaan een nieuw bos aanleggen met een uitbreiding van verschillende honderden hectares.
De oudste bomen zijn te vinden in Bcharre in totaal 1500 bomen die overgebleven zijn van de enorme wouden van 5000 jaar geleden. Er staan 375 bomen die meer dan 1000 jaar oude zijn, 35 meter hoog met een omvang van 12-14 meter. Vroeger groeiden ze samen met eiken en cipressen in enorme bossen in het Libanon gebergte. Hij werd de koning van de bomen genoemd en is het nationale symbool van Libanon. Deze bomen leverde het meest gewilde hardhout uit de geschiedenis. Al in de derde eeuw voor Christus was er een belangrijke houthandel in cederhout met Egypte. Cederbomen, dennen en cipressen werden in zeilschepen van Libanon naar het oude Egypte vervoerd, dat zelf zo goed als geen hout bezat. De Egyptenaren bouwden er de poorten van hun tempels, paleizen, vestingen, schrijnen, doodskisten en vloten mee en hadden een groot aandeel in de vernietiging van de schitterende cederbossen. Ze geloofden dat de geur van het cederhout de wedergeboorte zou versnellen. Cederolie werd naast jeneverbesolie gebruikt om mummies te balsemen. De Phoeniciërs bouwden er hun schepen mee, waarmee ze de Middellandse zee bevoeren. De bodems van de schepen werden gedicht met teer dat uit het cederhout werd gewonnen. Koning Salomo bouwde er zijn  tempel in Jeruzalem mee en zaagsel van cederhout is gevonden in de graven van de pharao’s. Ook de Perzische koning Nebukadnezar 605-562 voor Christus bouwde met de ceders. De Romeinen gingen eveneens door met het kappen van de ceders, totdat Keizer Hadrianus ingreep, de overgebleven bossen omheinden en ze tot zijn keizerlijk domein verklaarde. De bomen groeien uiterst langzaam, gemiddeld een centimeter per jaar. De oudste boom in Bcharre is 40 meter en wordt door botanici geschat op vier millennia. Sinds 1985 worden de bomen beschermd door een comité, het Comité van de vrienden van het cederbos. Ook heeft dit comité een cederkwekerij opgericht en reeds 15000 jonge bomen zijn er geplant op de hellingen van de berg Libanon.

Cedrus libaniTannourine-Hadeth; 200 hectares waarvan 85 gesloten en goed beschermd.
Jey in de Jubail bergen in Centraal Libanon; prachtig, maar klein, 2 hectares.

het Jabal-el-Barouk woud van de Chouf bergen; op de hellingen van het centrale gedeelte van de Libanon bergketen, drie verschillende standplaatsen met in totaal 3509 hectares met maar 216 hectares bos van ceders. Hiertoe behoren Maasser el-Chouf, Ain Zhalta en Arz el-Barouk.  Hier hebben de ceders zich aangepast aan de hitte en droogte door diep te wortelen.
Vroeger werd hier intensief gegraasd door 2000 geiten van mei tot oktober. Dat is sinds 1975 verboden. Ook werden iedere 20 jaar om commerciële redenen de populaties eikenbomen gekapt, tot 1960. Er werden 52 hectares ceders aangeplant in het zogenaamde “Green Plan”, van het Forest Departement en de FAO. De bossen werden verboden voor burgers. In 1982 bezette de Israëli’s Arz Ain Zhalta met als gevolg veel schade van granaten, zwaar materieel, wegenaanleg, enz. en dus veel sterfte in de cederbossen.

Dit is het grootste zelfregenererende bos van Libanon. Iedere drie jaar geven de bomen overvloedig zaad. Hier leven nog de wolf en de wilde beer. Ook is het een belangrijk vogel gebied.

De boom kan een leeftijd van 1000-2000 jaar bereiken. Naaldachtige bladeren grijsgroen tot blauwgrijs van kleur. Het hout is hard en sterk aromatisch door het hoge percentage etherische olie dat er in zit. De olie wordt voornamelijk in Marokko geproduceerd.
De naam ceder is afgeleid van het Arabische “kedron”of “kedra” dat macht betekent.
De Atlas ceder is nauw verwant met de beroemde Libanon ceder uit de bijbel.
De oorspronkelijke Libanese ceder werd eeuwenlang gebruikt voor de bouw van tempels, schepen, paleizen in het gehele Midden-Oosten. Door de grote hoeveelheid etherische olie rotte het hout niet weg en weerde insecten af en schimmels, zodat het een geliefd bouwmateriaal was. De oude Egyptenaren gebruikten de olie om te balsemen en het hout voor graftombes, later algemeen voor het maken van  doodskisten.  Bij het balsemen gebruikten de Egyptenaren er al maceraten en extracten van en ook in de cosmetica en parfumerie.
In de volksgeneeskunde hebben de cederhars en cederolie lange tijd grote betekenis gehad voor de wondbehandeling, wondheling en huidziekten.Cedrus libani

De Cedrus libani is een parkboom van 40 bij 8-10 meter. Ze groeien graag op hellingen met diepe grond, veel zon en zo’n 1000 mm. regen per jaar. Ze vormen open wouden met een lage ondergrond van grassen. De ceder is eenhuizig. De bloemen zijn éénslachtig, met mannelijke en vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloeiwijze zijn rechtop, solitair, grijsgroen, langwerpig – kegelvormig en ongeveer 5 cm groot en verschijnen op het einde van korte scheuten. De vrouwelijke bloeiwijzen zijn roodachtig en kleiner, 1 cm en verschijnen alleen op de top van dwarse scheuten. In het tweede tot vierde jaar worden ze volwassen, zijn groot (10-15 cm lang bij 5-7 cm breed) en vatvormig. Als ze jong zijn, zijn ze lichtgroen, volwassen kegels dof bruin tot roze paars. Ze bevatten veel hars. Hij heeft een donkergrijze gladde bast met later ondiepe groeven en dofbruine richels die afschilferen. De kroon van jonge bomen is knoestig en kegelvormig, later gaat hij meer openstaan op een korte stam. Hij heeft veel zware takken die afhangen. De top vertakt zich meestal in meerdere stammetjes die horizontale takken en dicht openstaande gekromde verticale twijgen hebben. De bladeren zijn smal, naar buiten gekromd en 2 cm lang. Op de oudere bomen zitten korte loten met kransen van 10 tot 20 3 cm lange bladeren, scherp, redelijk hard, donkergroen tot blauwgrijs. Ze lijken op de naalden/bladeren van de Larix. De naalden blijven 2 jaar aan de boom en als ze afvallen vergaan ze de eerst paar jaar niet. De knop is eivormig, bruin.

De vorm van de boom is afhankelijk van de intensiteit van begroeiing. Als ze dicht op elkaar staan groeit de boom recht, terwijl als hij solitair is, hij zijn lagere horizontale takken meer ontwikkeld en die uitspreid over grote afstand. Hij is een langzame groeier wat hoogte betreft, maar heeft wel veel omvang. De boom voelt zich het beste thuis op noordelijke berghellingen, waar straling het minste sterk is en daar ontwikkeld hij zich het beste. Ook op nattere berghellingen doet hij het goed aan de kant van de zee. Sneeuw in de winter is een belangrijke waterbron in de lente. De wouden hebben een jaarlijkse regenval van meer dan 1000 mm. Ze hebben weinig schaduw tolerantie en behoeven veel zon.
Vermeerdering door zaad, dat ontkiemt in de winter. 

Werkzame bestanddelen:
Analyse GC en GC/IMS. 37 componenten 90-93% van de olie. Hoofdbestanddeel: a-b-y-himachaleen 58.6%.
Cis en trans 10,11-dihydroatlanton – cis en trans b-atlanton – 8-9-dehydroneoisolongifoleen – longipineen – a-yangleen – kamfer – sativeen – a-gurjuneen – longifoleen (junipeen) – b-cedreen – a-calacoreen – oxidohimachaleen – isohimachalon – nerolidol – longiborneol – cadaleen – limoneen – terpinoleen.

Werkzaamheid: zie Atlasceder.
De olie wordt gewonnen door destillatie met waterdamp van houtschilfers en zaagsel. De olie Cedrus libaniwas ook een ingrediënt van “mitrhidat” een tegengif wat eeuwen lang werd gebruikt. Ceder is verwarmend, versterkt het gevoel van eigenwaarde en helpt bij het loslaten van de door de omgeving opgelegde verwachtingspatronen. Werkt gunstig bij aandoeningen van de luchtwegen, angst en depressies. Krachtig antisepticum vooral tegen infecties van de bronchiën en urinewegen. De olie onderbreekt slijmvorming. Heel fijn in de sauna, eventueel in combinatie met andere oliën.
Geurcomponent en fixatief in cosmetica en huishoudelijke producten zoals: zepen, wasmiddelen, etc. Ook in parfums en dan speciaal mannengeuren.


Bron: Springerlink. The essential oil of taurus cedar (Cedrus libani A. Rich)
          H.C.Baser and B. Demirçakmak. Anadolu universiteit Turkije.
          The Cedars of Lebanon: significance, awqreness and management of the Cedrus Libani in           Libanon. Rania Masri.
          wikipedia nl., Eng., de.
          www.2020site.org/trees/lebanon Cedrus libani
          Meiggs, R. 1982. Trees and timber in the Ancient Mediterranean World.
          Algumas Espécies do Gênero: Cedrus. www.plantamed.com.br/GEN/Cedrus
          Hiking in Horse Eden Preserve by Fareed Abou-Haidar. Jan. 15, 1999
          Bomen en hout. Marcel Gotjé 2004. www.nativeart.nl/houtpagina Bomensymboliek.
Foto: www.dipbot.unict.it/orto. Cedrus libani A.Rich
         Foto distributie: The Gymnosperm Database. C. Atlantica red; C. Brevifolia blue; C. Libani
         purple.
         Commons.wikimedia.org/wiki/Cedrus libani
         www.tuinbemiddelingsservice.nl
         www.richmond.edu
         www.apinguela.com
         www.sci.muni.cz
         www.wsl.ch
         www.herba.msu.ru
         www.treknature.com
         www.bomengids.nl
         www.youngreporters.org
         www.tuinkrant.com
         www.tropicaflore.com
         www.vivaicuciti.it


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.
 


Previous page: Cedrus deodara
Next page: Chamaemelum nobile