Print This Page

Chenopodium ambrosioides

 


CHENOPODIUM AMBROSIOIDES VAR. ANTHELMINTICUM (Linnaeus) A. Gray  -  GANZENVOET, WELRIEKENDE / WORMZAAD /JEZUIETENTHEE.
Basionym:
  Chenopodium anthelminticum Linnaeus 1753.
Synoniem:  Chenopodium ambrosioides L. var. ambrosioides
                    Chenopodium ambrosioides L. var. suffruticosum (Willd.) Aellen. 
Familie: chenopodiaceae (ganzevoetfamilie).
De C. ambrosioides L. var. Anthelminticum (Linnaeus) A. Gray bevat een hoog percentage ascaridol, de als synoniem vernoemde C. ambrosioides L. var. ambrosioides heeft een laag gehalte ascaridol.
Chenopodium ambrosioidesGebruikt deel: stoomdestillatie uit het hele kruid, vruchten en zaden. De zaden bevatten 1% etherische olie. De olie is kleurloos of lichtgeel. De geur is zoet, houtig, kamferachtig, zwaar en misselijkmakend. De smaak is bitter en brandend.

Ambrosia is de naam van een Grieks gerecht dat voor de goden was bestemd. Noord-Amerika en Europa. Van origine uit Centraal Amerika, Centraal en Zuid Mexico. Gedistribueerd over de gehele wereld.
Opbrengst 1%, 100 kg kruid voor een liter essence.
Inheems in Zuid-Amerika, gecultiveerd in het oosten en zuidoosten van de USA, India, Hongarije en Rusland.

Het is een bermkruid, harig, ruig en vast tot 1 meter hoog, met talrijke groengele bloemen in dezelfde kleur als de bladeren, die ovaal van vorm en getand zijn. Hij bloeit van juli tot oktober en het zaad rijpt van augustus tot oktober. De geurige bloemen zijn hermafrodiet (hebben mannelijke en vrouwelijke organen) en worden bestoven door de wind. De plant houdt van vochtige gronden: zand, leem of klei. Hij groeit niet in de schaduw. De plant is éénjarig en niet erg vorstbestendig. Vermeerdering door middel van zaad.
Komt in Nederland niet in het wild voor. De olie van het zaad bevat een wormmiddel en kan alleen op recept verkregen worden. Vroeger werd de thee gedronken tegen nerveuze kwalen en hysterie. Geschikt middel tegen motten. De naam stamt uit het Grieks: chen = gans en pous = voet; het blad van de ganzenvoet lijkt inderdaad op wijd uitgespreide tenen met zwemvliezen ertussen. In de twintigste eeuw als anthelminticum gebruikt, ook in de veeartsenijkunde, tegen ascaris en andere wormen in mens en dier. Gebruikt tot 1940, daarna is men overgeschakeld op minder toxische middelen. In veel derde wereldlanden wordt het echter nog wel gebruikt. De bladeren en zaden van de meeste species zijn eetbaar. Ze bevatten wel saponinen, die echter geen kwaad doen, aangezien ze slecht door het lichaam worden opgenomen. Ook door het koken worden ze afgebroken. Mensen met reuma, artritis, jicht, nierstenen mogen de plant niet eten.

In de volksgeneeskunde werd het gebruikt voor het verdrijven van allerlei wormen: spoelworm, mijnworm, dwerglintworm. Het kruid op zich is veel milder dan de etherische olie en wordt over de gehele wereld gebruikt als alternatief medicijn. Alle delen bevatten wel het wormwerende bestanddeel ascaridol, maar de vruchtjes en de daaruit gedestilleerde olie zijn het krachtigst en het giftigst. Ook tegen astma, catarre en andere borstklachten en bij zenuwziekten. In China tegen gewrichtsreuma. Ascaridol werd voor het eerst geïsoleerd in 1895 door ee Duitse apotheker die in Brazilië woonde. Ascaridol is verantwoordelijk voor het anthelmintische effect van de plant. Ook worden aan ascaridol sedatieve  en antifungal eigenschappen toegeschreven.

De Indianen in het oosten van de Verenigde Staten gebruikten het tegen vrouwenkwalen, pijnlijke menstruatie en als anthelminticum. De Indianen uit het Amazone gebied nemen het in om de borstvoeding te bevorderen, als mild laxatief en om wormen in de darmen te bestrijden. De Siona-Secoya en Kofán Indianen in Zuid Amerika gebruikten het kruid tegen wormen, drie dagen een kopje van het  aftreksel van de bladeren.  De Yucatan Indianen gebruikten epazote tegen darmwormen, astma, overvloedig slijm, chorea (een reumatische koorts die de hersenen aantastten) en andere nerveuze aandoeningen.
Wordt gebruikt als geurcomponent in zeep, wasmiddelen, parfums en cosmetica.
Ook nu nog in de diergeneeskunde en als onderdeel van bestrijdingsmiddelen in de landbouw.  Door de giftigheid van de olie is die niet in alle landen vrij verkrijgbaar.Ganzenvoet
De olie verdampen heeft weinig zin, want de geur is gewoon onprettig. Daarom is het opgeven van combinaties ook niet van toepassing.
Het kruid is veel vriendelijker in toepassing dan de olie. In de volksgeneeskunde veel toegepast over de gehele wereld. Een aftreksel en infusie van de plant zijn in vitro geanalyseerd op toxische effecten. In 1970 rapporteerde de World Health Organization dat een afkooksel van 20 g bladeren parasieten vernietigde zonder neveneffecten bij de mens. In 1996 bleek een test op 72 kinderen en volwassenen effevtief tegen parasieten voor 56% en 100% effectief tegen Ancilostoma en richuris en 50% tegen Ascaris. In een studie uit 2001 werden 30 kinderen van 3-14 jaar getest met rondwormen; 1 ml extract per kg lichaamsgewicht voor de jongere kinderen van 25 pond en 2 ml. bij de oudere kinderen. In 86.7% verdwenen de ascaris eieren en in 59.9% namen de parasitaire lasten af. De menselijke lintworm Hymenolepsis nana, werd voor 100% geëlimineerd. In een ander onderzoek bleek effectieve vergiftiging van slakken en een in vitro actie tegen stammen van resistente Mycobacterium tuberculosis. In 2002 werd er patent geheven op een combinatie van Chinese kruidencombinatie met epazote en Chenopodium etherische olie tegen maagzweren. Recent onderzoek documenteerde antikanker en antitumor eigenschappen van epazote. In de test doodde een extract van de hele plant menselijke lever kankercellen en een andere studie toonde aan dat de etherische olie van epazote (met hoofdbestanddeel ascaridol) sterke antikanker acties liet zien tegen verschillende kankercellen veroorzakende tumoren.

Samenvattend wordt epazote gebruikt in infusies of capsules tegen: darmwormen en parasieten – huidparasieten, luizen en ringworm – balancerend, tonisch en versterkend voor de lever – eveneens maag en darmen (gassen, krampen, constipatie, aambeien, enz.) – bovenste luchtwegproblemen, hoesten, astma, bronchitis
Het kruid wordt veel gebruikt in de Mexicaanse en Caribische keuken, bijvoorbeeld in bonengerechten, om het carminatieve effect, dat flatulentie tegengaat. Het heeft zeer flatteuze namen: pigweed, skunkweed, wormseed, epazote, Mexican tea. Bij de Azteken werd het kruid gebruikt in medicijnen en als kruiderij. De plant kwam in de zeventiende eeuw naar Europa en werd gebruikt in traditionele medicijnen.

Andere soorten:
     Chenopodium album of witte mel: de bladeren van deze plant, de luismelde, geeft een milde, zachte zeep. De jonge bladeren worden al sinds mensenheugenis gegeten als groenten en zijn rijk aan vitamine B1, ijzer en proteïnen. Het zaad is zwart evenals van de
     Chenopodium fremontii, dat grof of fijn gemalen kan worden om er brood of brij van te maken. Sommige Indianenstammen doen dit nog altijd. Ze mengen er dan maïsmeel doorheen. Dit zaad bevat veel olie en is een uitstekend kippenvoer.
     Chenopodium californicum: de wortels worden ook gebruikt om zeep te maken.
     Chenopodium bonus-henricus: Brave Hendrik of Algoede. Groeit voornamelijk in Zuid Limburg op ruige gronden en bouwland. In gematigde gebieden in Europa komt deze plant voor. Werd vroeger veel als groenten gegeten in Engeland en werd ook ingezet tegen scheurbuik. De gekneusde bladeren genezen schaafwonden

Werkzame bestanddelen:
Soortelijk gewicht: 0.970 - 0.990. Oplosbaar in 70% alcohol. Wordt wel vervalst met terpentijn olie. Gezien de giftigheid van de olie van het zaad, wordt de olie niet intern gebruikt. De bladeren bevatten veel minder etherische olie en worden wereldwijd gebruikt tegen darmparasieten.
Ascaridol 60-80%, cymeen, terpineen, myrceen, isoascaridol.
Monoterpenen en monoterpeenderivaten: a-pineen, a-phellandreen, myrceen, aritason, butyric-acid, d-kamfer, terpineen, thymol, p-cymeen, kamfer, trans-isocarveol, sylvestreen, geraniol, L-pinocarvon, p-cymol, terpinylacetaat, terpinylsalicylaat, limoneen, mentadiene, mentadiene hydroperoxide, spinasterol, safrol, triacontylalcohol, trimethylamine, urease, vanillinezuur, methylsalicylaat. Verder: mineralen, saponinen, vitaminen, proteïne, e.a. Het percentage van de verschillende bestanddelen is afhankelijk van het deel van de plant, de leeftijd en of de plant gedroogd is of vers. De verse plant bevat een alkaloïde: chenopodine. Deze olie werd gebruikt tegen ascaria en ankylostoma.

GC analyse van een olie van de bladeren: JEOR.:
GanzenvoetHoofdbestanddelen: terpineen 55.6% - p-cymeen 16.7% - 1,4-epoxy-p-menth-2-ene 17.7%. – ascaridol – 1,2:3,4-diepoxy-p-menthane.

Specifiek werkzaam:
wondhelend. De olie wordt gebruikt tegen athleet voet en insectenbeten.
De olie is erg toxisch. Behandeling van vee met de olie kan riskant zijn. Gerapporteerde doden: geiten 0,2 ml/kg lichaamsgewicht; schapen 0,1 ml/kg.; katten 0,2 ml/kg.; honden 0.2 ml/kg lichaamsgewicht; konijnen 0,5ml. In vitro studies van de olie geeft aan dat eieren van parasieten niet tot ontwikkeling komen en dat larven dood gaan.
Analgetisch - anthelmintisch (ascaris, oxyuris, taenia, ankylostoma)  -  antifungal - antiastmatisch  - antireumatisch   -   artritis  -  carminatief  -   dysenterie  - emmenagoog -   expectorant  -  fungicide  -   hypotensief   -   insectenbeten-steken – insecticide, muggen  -  menstruatieregulerend  -  narcotisch -  spasmolytisch  -   stomachisch  -   wormverdrijvend  -  zweetdrijvend.
Uitwendig gebruik: wassing tegen aambeien, pap kompres tegen slangenbeten en andere vergiften, eveneens niet tot groei komen. Deze resultaten zijn niet bevestigd in in vivo studies. Cornell universiteit doet onderzoek met knaagdieren.
Van de hele plant kan een goudgroene verf worden gemaakt.
Het kruid: een aftreksel van de bladeren, een halve kop in de ochtend op de nuchtere maag, drie dagen achter elkaar, daarna een licht laxatief en twee weken later de behandeling herhalen, om eventueel achtergeleven eieren te vernietigen.

Contra indicatie:
Zowel kruid als olie niet gebruiken bij zwangerschap en zogen. Abortief. Inheemse stammen gebruiken epazote als anticonceptie middel; hierna is geen klinisch onderzoek verricht.
De olie van zaad mag niet inwendig gebruikt worden, noch in aromatherapie.
Uiterst toxisch, in concentratie, 10 mg olie veroorzaakt braken, hoofdpijn, hallucinaties, misselijkheid, duizeligheid, stuiptrekken, coma tot de dood toe. Er zijn gevallen gemeld van fatale vergiftigingen. De plant kan ook dermatitis en andere allergische reacties veroorzaken.
Niet voor therapeutisch of homeopathisch gebruik geschikt.
Gebruik in voedingsmiddelen is niet toegestaan.
De olie kan exploderen, als hij met zuren wordt behandeld of verwarmd wordt, door het hoge gehalte ascaridol. Ascaridol is giftig voor koudbloedige dieren.


Bron: Henriette’s Herbal Homepage: The British Pharmaceutical Codex. 1911 Chenopodium.
          Plants For A Future: edible, medicinal and useful plants for a healthier world.
          Gernot Katzers Gewürzseiten. Jesuitentee (Chenopodium abrosioides L.)
          Journal of essential oil research: JEOR 2006. by Kasali, Adeleke A., Ekundayo, Olusegun,
          Paul, Claudia, König, Wilfried A, et al.
          Pacific Island Ecosystems at risk (PIER).
          USDA Germplasm ResourcesInformation Network GRIN.
          Raintree nutrition. Tropical plant database: Epazote (Chenopodium ambosioides).
          The healing power of Rainforest Herbs by Leslie Taylor 2005
Foto: www.spectrum.troy.edu
          www.aokiz.si-gumma-u.ac.jp
          www.delawarewildflowers.org


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

 


 


Previous page: Chamaemelum nobile
Next page: Cinnamomum aromaticum