Print This Page

Cinnamomum camphora

 

CINNAMOMUM CAMPHORA  (L.) J. Presly                         -                                          KAMFER
Synoniem:
 Cinnamomum camphora (L.) Nees & Eberm
                  Cinnamomum camphora (L.) Sieb. Et Presl.Kamfer
                  Cinnamomum camphora
                  Laurus camphora L.
Familie: Laureaceae. Gebruikt deel: hout (kleingemaakt), wortels, takken, stoomdestillatie. Meestal gerectificeerd en gefilterd om drie producten te leveren: witte, bruine en gele kamfer. Alleen de witte kamfer wordt gebruikt in de aromatherapie. Gehalte aan etherische olie 5%, voor 1 kg essence 20 kg vers hout. Jonge bomen: destillatie van de twijgjes en het blad. Oude bomen: stoomdestillatie van het hout. De meeste olie schijnt in de onderste stamgedeelten te zitten.

In Australië groeit de Cinnamomum camphora (L.) J. Presl met als basionym: Laurus camphora L. en met nomenclatureel synoniem eveneens Laurus camphora L.
Inheems in Taiwan. De bladeren geven 0,3-3% olie, de takken en twijgen tot 3% en de versnipperde stam tot 5%. De geur is doordringend, intensief, aromatisch, medicinaal en houtig. De smaak is brandend scherp, bitter, koelend (oppassen: irriterende stof !!).
Moeilijk oplosbaar in water en glycerol, goed oplosbaar in ethanol, andere oplosmiddelen en vette olie. Soortelijk gewicht 0.962. Smeltpunt 175-179°C. Kookpunt 204°C. Vlampunt 64°C.

Gedurende de Japanse overheersing van 1895 tot 1945 was de productie en verscheping van kamfer in vast, wasachtige vorm een gigantische industrie. Het gebruik was medicinaal, in buskruid en voor cellulose. In de bergachtige gebieden had men primitieve destillatieketels. Het hout werd versnipperd en de snippers werden gestoomd in een destilleerkolf, waarbij de kamfer kristalliseerde, nadat de damp door een koelend element was geleid. Dan werd het Cinnamomum camphoraverzameld voor de verkoop.
De kamferboom is inheems in India, Japan, China, Formosa/Taiwan. Ook wordt de boom hier gecultiveerd voor kamfer en houtproductie. In het middellandse Zeegebied wordt hij als sierboom aangeplant en commercieel in Zuid Afrika en Sri Lanka.
De bladeren van de kamferboom uit India bevat 22,2% kamfer. Alle plantendelen bevatten etherische olie,  kamfer en sesquiterpenen. In het hout, maar vooral in de wortels en bladeren komt veel safrol voor. Verder eugenol, bisabolon, cadineen, campheen, alpha/camphoreen, carvacrol, cineol, pi/cymol, laurolitsin, delta/limoneen, orthodeen, a/pineen, reticuline, safranal, safrol, salveen, terpineol.

Ho-blad en Ho-wood: 
Witte kamfer is de eerste fractie van de destillatie van de kamferkristallen.
Volgens de vormleer zijn er 4 species kamfer bomen. Een van hen Kusonoki of Cinnamomum camphora Sieb. is weer onderverdeeld in 3 fysiologische vormen naar de componenten van de samengestelde etherische olie: Hon-Sho, Ho-Sho en Yu-Sho. De andere species zijn Rau-Kasu of Cinnamomum camphora Sieb. var. nominale Hayata, Sho-Gyu of Cinnamomum kannahirai Hayata en Ohba-Kusu of Cinnamomum micranthum Hayata.
Het is soms een doorschijnend wit of kleurloos kristallijn poeder, maar meestal zijn het kruimelige brokken, die met een rasp fijn kunnen worden gemaakt. Kamfer is zeer vluchtig, reeds bij kamertemperatuur. Water lost de geurstof slecht op, ethanol van 96% lost kamfer helder en kleurloos op.
Kamfer was van oudsher een traditioneel preventief middel tegen infectieziekte. Als bescherming werd een stuk kamfer om de nek gedragen. Ook werd het gebruikt tegen ademhalingsziekten en nervositeit in het algemeen en tegen hartverlamming. In zijn ruwe vorm en in hoge dosis is het echter zeer giftig. In de volksgeneeskunde werd alles gebruikt: vruchten, wortels, bladeren en de olie.
Het is een mooie, grote, groenblijvende boom tot 30 – 50 meter hoog, die  enigszins op een linde lijkt. Men zegt dat hij 2000 jaar oud kan worden. Hij heeft veel takken, die trossen kleine witte bloemen dragen gevolgd door rode bessen. De twijgen zijn groen of roodgroen en alle plantendelen zijn glad, glanzend, wasachtig. De stammen kunnen dik worden tot 5 meter. Meestal worden ze twee maal zo breed als ze hoog zijn. Ze leveren veel zaad en in de buurt van een volwassen boom staan veel zaailingen. Dan zijn ze nog goed te controleren en te verwijderen. Men moet dan ook de wortels goed verwijderen, anders gaan ze woekeren. Ze hebben een lichte ruwe schors met verticale spleten. Gekneusde bladeren en afgesneden Kamfertakken geven een sterke kamfer geur. De jonge bladeren zijn roodachtig. De volwassen bladeren hebben drie geelachtige aders en zijn donkergroen van kleur. De bloemen in de lente zijn crèmekleurig en 7 cm lang. De bloemen zijn hermafrodiet. Ze worden gevolgd door de vruchten, in het begin rode bessen, al rijpend worden ze zwart. Het zaad heeft een harde schil, waardoor het ontkiemen soms moeizaam verloopt. De bomen groeien in de volle zon, of in  halve schaduw en houden van een goed gedraineerde zanderige bodem. De wortels zijn gevoelig voor verstoringen, verplanten en dergelijke. Ze kunnen ver van de stam afgroeien en hebben een karakteristieke kamfer geur. Groeit in droge bermen, in struikgewas en dennenbossen. De boom doet het niet goed in vochtige gebieden. Als hij zich eenmaal heeft gevestigd kan hij gedurende langere tijd droogte weerstaan.
Het hout wordt ook gebruikt als schrijnwerkershout. (fineer). Het heeft een attractieve tekening van rode en gele strepen en is bestand tegen insecten. Het is niet erg sterk, maar kan goed worden gepolijst. Er worden kisten, kleine meubelen, instrumenten en beelden van gemaakt.
De boom produceert een witte kristallijne substantie, de ruwe kamfer, uit het hout van volwassen bomen van meer dan vijftig jaar oud.
Kamfer is de naam van het ruwe materiaal. Kamferkristallen bevatten 50% kamfer, d.w.z. het chemische bestanddeel. Ruwe olie vormt kristallen. De olie wordt gefractioneerd in 3 fracties: wit, bruin en geel. De witte is rijk aan cineol en is de enigst bruikbare in de aromatherapie. De andere twee fracties bevatten safrol, de gele 20%, de bruine tot 80%.
Hij werd in 1875 in Florida geïntroduceerd voor de kamferproductie, maar dat bleek niet winstgevend te zijn. Ook hier is de boom een probleem evenals in Australië. In Florida is de boom geplaatst op de FLEPPC Florida exotic pest plant council. Een bedreiging voor de inheemse planten gemeenschappen.
Hij komt inheems voor voornamelijk in Japan, Taiwan, Korea en China. Hij is gecultiveerd in India, Ceylon, Egypte, Madagaskar, Zuidelijk Europa en in de USA. Genaturaliseerd in Florida, Georgia, Texas, Alabama, Mississippi en de beide Carolina’s. Hij wordt veel gebruikt als Cinnamomum camphoraschaduwboom en als windbreker. De boom wil moeilijk branden en zou kunnen gebruikt worden als brandwering in sommige gebieden, zoals in Australië bijvoorbeeld. Als nadeel gaat hij woekeren en overheerst dan de inheemse planten.
In 1822 werd de boom geïntroduceerd in Australië als sierboom in tuinen en parken. In Queensland en noordelijk New South Wales is het in het subtropisch natte klimaat nu tot een schadelijk onkruid verworden. Vooral de wortelstelsels en de bladeren, met een hoog carbon gehalte zijn schadelijk voor de waterhuishouding en viswaters. Het kamfer gehalte in de bladeren belet andere planten om te ontkiemen, waardoor de kamferboom geen competitie meer heeft en dus overgaat tot woekeren. Daar komt nog bij dat de zaden geliefd zijn bij vogels, waardoor de verspreiding en het groeiproces nog meer wordt bevorderd. De eucalyptus (koala voeding) komt zo in Oost Australië in de verdrukking. In Queensland worden acties ondernomen door organisaties en scholen om de kamferboom te stoppen. Zie: www.camphorlaurel.com
Het is een bitter, sterk aromatisch kruid, ontstekingsremmend, krampwerend, bloedsomloop en zenuwstelsel activerend en bevorderend. Cinnamomum camphora
De ruwe kamfer wordt in kristal vorm van de oudere bomen verzameld. De etherische olie wordt geproduceerd door stoomdestillatie uit het hout, de wortels en de takken. Onder vacuüm wordt deze substantie gezuiverd en door filters geperst met als resultaat drie delen: witte, bruine en gele kamfer.
Witte kamfer is het lichtste (laagst kokende) deel, een kleurloze tot lichtgele vloeistof met een scherpe, bijtende, kamferachtige geur. Bruine kamfer is het middelste deel. Gele kamfer, een blauwgroene of geelachtige vloeistof is het zwaarste deel.

Bruine en gele kamfer mogen inwendig noch uitwendig gebruikt worden in therapie. Ze zijn giftig en carcinogeen.
Witte kamfer kan voorzichtig gebruikt worden voor: huidverzorging: acné, ontsteking, vette huid, vlekken, preventie voor insecten (vliegen, motten, etc.) De olie heeft een sterk prikkelende werking op het centrale zenuwstelsel, vooral het ademhalings-centrum. Bovendien heeft  de olie een sterke kramp- en pijnstillende werking en is heilzaam bij reumatische klachten en kneuzingen.
Bloedsomloop, spieren en gewrichten: artritis, reumatische aandoeningen, spierpijn, Kamferverstuikingen, etc.
Luchtwegen: bronchitis, hoest, kou.
Immuunsysteem: griep, infectieziekten, koorts, verkoudheid.
Verder gebruik: witte en bruine kamfer worden gebruikt als beginmateriaal voor de isolatie van vele parfumerie chemicaliën, bijvoorbeeld safrol en cineol. Verder hebben we als nevenproducten bij de kamferwinning de reukstoffen: borneol, terpineol, eucalyptol, phellandreen, eugenol, safrol en pineen.
Witte kamfer wordt gebruikt als oplosmiddel in de verf- en vernisindustrie en voor de productie van celluloid. Delen van witte olie worden gebruikt als geurcorrector in wasmiddelen, zeep, desinfecterende middelen en huishoudelijke producten. Het is echter een gevaar voor het milieu en een vervuiler van de zee.
In de 17e eeuw, in 1676 komt de kamferbom naar Europa en wordt aangeplant in Nederland. In 1910 wordt in Duitsland kamfer synthetisch gewonnen uit a-pineen.

Voornaamste bestanddelen:
Witte kamfer bevat voornamelijk cineol, met pineen, terpineol, menthol, thymol en geen safrol.
Bruine kamfer bevat tot 80% safrol en wat terpineol.
Gele kamfer bevat voornamelijk safrol, sesquiterpenen en sesquiterpene alcoholen.
Houtolie:
in de niet gerectificeerde olie, gedestilleerd van hout uit China zitten o.a. de volgende bestanddelen: de percentages zijn plus-minus, afhankelijk van de situatie:
a-pineen 2%, a-phellandreen 0.3%, a-terpineen 0.2%, a-terpineol 3%, b-caryophylleen 0.1%, b-pineen 1%, campheen 1%, camphor+linalol 48%, 1,8-cineol 10%, limoneen 4%, methyleugenol 0.3%, myrceen 1%, paracymeen 0.6%, sabineen 1.3%, safrol 15%, terpinen-4-ol 1.5%, terpinoleen 0.2%, trans-nerolidol 2.7%
Bladolie:
1,8-cineol  -  3,7-dimethyl-octa-1,5-dien-3,7-diol  -  a-phellandreen  - a-pineen  -  a-terpineen  -  a-terpineol  -  ocimenol – a-terpinylacetaat  -  b-caryophylleen  -  b-elemeen  -  b-myrceen  -  b-pineen  -  b-selineen – borneol  -  cadineol – campheen  -  caryophylleen – kamfer – cis-cimeen -  cubenol – cuminalcohol – dipenteen – epicubenol – ethylguaiacol  -  geranial – geraniol – g-terpineen  - geranylacetaat – limoneen – junenol – mesityloxide – myrceen – neral – nerol – nerolidol – nerylacetaat – p-cymeen – p-cymol – sabineen – safrol – piperonal – suvenol – t-muurololterpinen-4-ol – trans-ocimeen.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
In de bladeren:
(Z)-ocimenol – 3,7-dimethyl-octa-1,5-dien-3,7-diol – 3,7-diemthyl-octa-1,7-dien-3,6-diol – a-terpinylacetaat – b-caryophylleen – b-elemeen – beta-selineen – caryophylleen – cis-ocimeen – citronellic-acid – geranial – geranylacetaat – neral – nerol – nerylacetaat – p-cymeen – sabineen – terpinen-4-ol – terpinoleen – trans-linaloloxide – trans-ocimeen – 1,8-cineol – alpha-phellandreen – alpha-pineen – a-terpineen – a-terpineol – beta-myrceen – b-pineen – borneol – camphor – gamma-terpneen – geraniol – campheen – limoneen – linalylacetaat – myristic-acid – safrol – etherische olie.

In de rest van de plant:
(-)-campheen – (+)-campheen – 3,5-dimethyl-4,6-di-o-methylphloracetophenon – a-calacoreen – bisaboleen – cadineen – cadinenol – campesterol-glucoside – campherenon – caprinaldehyde – capronaldehyde – cis-3-hexenol – cis-linaloloxide – citronellic-acid – cresol – cubenol – cumin-alcohol – cuminaldehyde – dihydrocuminyl-alcohol – dipenteen – epicubenol – ethyl-guaiacol – ethyl-phenol – fencheen – heliotropine – hotrienol – humuleen – isobutyric-acid – isovaleraldehyde – jumenol – leucocyanidine – methyl-eugenol – methyl-furfuryl – methyl-isobutyl-keton – methyl-vinyl-keton – nerolidol – N-hexanol – p-cymol – piperiton – piperonal – piperonylacroleine – propionaldehyde – propionic-acid – T-cadinol – terpinen-1-ol – T-muurolol – acetaldehyde – a-bisabolol – a-pineen – azuleen – b-bisabolol – b-pineen – camphor – carvacrol – citronellol – cyanidine – azijnzuur – phellandreen – fiber – furfural – koffiezuur – caproic-acid – caplylic-acid – kaempferol – laurin – lauric-acid – linalol – mierenzuur – myristinezuur – quercetine – salveen – vanilline – etherische olie.
In de vrucht zit nog vet.

Specifieke werkzaamheid:
Acne -  ademhalingsproblemen - analgetisch (plaatselijk) – antibacterieel -  anticonvulsant   -   anti-ontsteking - antiseptisch   -   antiviraal   -  artritis   -   bactericide     - bevriezingen (zalf) - bronchitis  -  cardiac, hartversterkend, opwekkend bij hartfalen  -  carminatief  -  centrale zenuwstelsel, prikkelend op het ademhalingscentrum   -  depressies - digestief  -  diuretisch  - expectorant-   griep   -   hoesten   -   huidirritant  - huidverzorging, vette huid -  jicht  -  kneuzingen, koud kompres  -   longontsteking  -   nervinum -  ontstekingremmend  -  parasitair – pijnbestrijding -  reumatische aandoeningen, pijn   -   rubefaciënt    -   rustgevend, zenuwstelsel -  shock - slapeloosheid -  slechthorendheid  -  spier- en gewrichtspijn - stimulerend/tonifierend, algemeen  -  tandpijn - verstuikingen   -  wonden (zalf, niet ontstoken wonden)  -  wormdrijvend  -   zweetdrijvend – zwellingen, in koud kompres.
De witte kamfer is sterk krampstillend en pijnstillend. Het heeft een sterke werking op het centrale zenuwstelsel, met name op de ademhaling. Plaatselijk kan de olie irritant zijn. Wordt niet snel opgenomen door de slijmvliezen, wel door het onderhuidse bindweefsel. Verdoofd de perifere gevoelszenuwen. Inhaleren bij verstopping van de neus en problemen met de bronchiën. In de Chinese en Ayurvedische geneeskunde wordt het kruid veelvuldig gebruikt bij huidziekten, als afrodisiacum, bij wondbehandeling, bronchitis, astma, sinusitis, oogproblemen, epilepsie, menstruatieproblemen, jicht, reuma, slapeloosheid. Kamfer wordt in veel preparaten gebruikt ter behandeling van verkoudheid, griep, reuma en spierpijn. In de vorige eeuw Kamfergebruikt als verdovend middel. In hogere dosis schijnt het hallucinaties op te wekken en schijnt ook verslavend te werken.

Combinaties:
Cajeputi, cederhout (Ceder virginiana, Mexicaanse ceder), citrus oliën, (vooral neroli), jeneverbes, lavendel, spijk, wierook.
Geestelijk:
Werkt zeer antidepressief en antihysterisch. Stimuleert concentratie en observatie.

Contra indicatie:
Bruine en gele kamfer (met safrol) zijn toxisch en carcinogeen. Witte kamfer bevat geen safrol en is betrekkelijk non-toxisch, niet irriterend en veroorzaakt geen overgevoeligheid. Kamfer is niet geschikt voor homeopathische behandeling. Bij overdosering: overgeven, hartkloppingen, krampen, tot de dood toe. 1 Gram kan reeds dodelijk werken. Wordt door de huid opgenomen en daarom is een sluipende vergiftiging mogelijk. In verschillende landen is de olie met safrol verboden. Huidirritant. Contacteczeem en allergische reacties mogelijk. Niet bij zwangerschap, zogen, kinderen beneden 14 jaar. Niet gebruiken bij lever- of galziekten. Levertoxisch. De hele plant: vruchten, bladeren, wortels, hout zijn in grote dosis giftig.

Veiligheid: MSDS
Cas no.: 76-22-2. Vlampunt: 54,4 graden C. Soortelijk gewicht: 0.992. Kookpunt 95,5 graden celsius. Smeltpunt 82,2 graden C.  Ontvlambaar, explosief, stabiel, shokbestendig. Veroorzaakt bij verbranding carbonmonoxide en -dioxide.
Xi-Xn-N: irritant voor ogen en huid; schadelijk bij ingestie; niet in het milieu afvloeien: grondwater, water, grond. Oogcontact: 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen en een arts waarschuwen. Verwerken met beschermende kleding.
Oplosbaar in alcohol, vette olie, niet in water.

Toepassingen:
*bij jeugdpuistjes 5 druppels kamfer en 10 druppels lavendel in een glas gekookt water en 2 maal per dag de huid afspoelen.
*bij jeuk: 3-5 druppels kamfer in een glas gekookt afgekoeld water en hiermee de jeukende plekken deppen.
*bij schaafwonden, ontstekingen: 1-3 druppels kamfer op een watje en dit een paar minuten op de beschadigde huid leggen.
*bij reumatische klachten, spierpijn, verstuikingen, zenuwpijn: meng 10-15 druppels kamfer met een eetlepel basisolie en masseer met dit mengsel de pijnlijke plekken.Cinnamomum camphora
*verdampen: 10 druppels in de aromalamp verhelderen de geest, stellen orde op zaken en geven verlichting bij verkoudheid.

Veiligheid: MSDS
Cas no. 8008-51-3. Vlampunt 51 graden C. Ontvlambaar. Soortelijk gewicht bij 25 graden C. 0.885-0.875. Refractieve index bij 20 graden C. 1.467-1.472. Optische rotatie +11-+16. Kookpunt 171 graden C. Stabiele vloeistof.
Xi: irritant voor ogen en huid. Oraal toxisch: LD50 rat 3730 mg/kg. Huid toxisch konijn >5gm/kg
Sensitiserend bij voortdurende blootstelling.
Bij verbranding toxische dampen en rook. Oogcontact 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen, arts waarschuwen, etiket tonen.
Verwerken met beschermende kleding. Niet in het milieu afvloeien.
R10-R36/37/38-R43.
S16-S02-S26-S36.


Bron: Enzyklopaedie der Drogen: Andreas Kelich: Cinnamomum camphora
          Nees & Eberm.
          Wikipedia eng., Camphor Laurel. 
          Natürlich Hexal. Heilpflanzen – Lexikon: Kamferbaum. Cinnamomum camophora (L.) Sieb
          Floridata: Cinnamomum camphora by Linda Conway Duever 4/22/05. Florida USA.
          University of Connecticut. EEB plant growth facilities. Cinnamomum camphora (L.) J. Presl.
          Liber Herbarum II. Cinnamomum camphora
          www.reference.com/browse/wiki/camphor: Cinnamomum camphora Laurel. 
          www.essential7.com/essential_oil: Cinnamomum camphora.
          Dr. Duke’s Phytochemical and ethnobotanical databases.
          Camphor tree. Cinnamomum camphora. University of Florida, IFAS, Center for aquatic and 
          invasive plants.
          www.fao.org/docrep/V5350 Chapter 2: Cinnamomum oils.
          Kleines Arzneipflanzenlexikon-Register. Dr. Thomas Schöpke. Universität Greifswald.
          www. issg.org/database/species/ecologie. Global invasive species database.  
          Cinnamomum camphora
Foto: www.essentialoil.com
         www.wikipedia.org
         www.thaiherbaloils.com
         www.hear.org
         www.maya-incense.com
         www.plantsusda.gov
         www.es.wikipedia.org
         www.uni-graz.at

 

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

 


Previous page: Cinnamomum aromaticum
Next page: Cinnamomum hosho