Print This Page

Conyza canadensis

 

CONYZA CANADENSIS L. Cronquist – FIJNSTRAAL, Canadese; CANADA FLEABANE; CANADIAN HORSEWEED.Conyza canadensis
Familie:
Asteraceae/Compositae.
Synoniemen: Erigeron canadnesis L.
                      Conyza canadense
                      Erigeron cascadensis
                      Leptilon canadense.
Variaties: Conyza canadensis var. Candensis (L.) Cronq.
                 Conyza canadensis var. Glabrata (Gray) Cronq.
                 Conyza canadensis var. Pusilla (Nutt.) Cronq.

Er wordt een olie gedestilleerd met water uit de verse bladeren (ook een hydrosol) met een olieopbrengst van 0.2 – 0.86%. De olie is kleurloos of lichtgeel, tot geel; bij het verouderen wordt de olie donkerder van kleur. De geur is kruidig, warm naar gedroogd gras met onkruid, moeilijk te omschrijven. De smaak is bitter, niet scherp. De olie wordt gebruikt in de parfum- en in de voedingsmiddelenindustrie als smaakmaker voor kruiderijen, snoep en softdrinks. Er wordt ook een olie gedestilleerd door middel van stoomdestillatie van de stengels, bladeren en bloemen . De hoofdbestanddelen hiervan zijn R-(+)-limoneen en trans-a-bergamoteen, tijdens alle fasen van de groei. Een vroege bloei is de beste oogsttijd met de hoogste opbrengst van 0.7 – 0.8% met limoneen 80 – 81% en trans-a-bergamoteen 6 – 8%. Limoneen is het hoofdbestanddeel van de Europese oliën uit Frankrijk, Spanje, Litouwen, Bulgarije, België en Italië. (Bron: John Wiley & Sons Ltd. 2003.

Een zeer interessant en medicinaal kruid. Aangezien het overal en veelvuldig voorkomt is het gemakkelijk om een olie van te destilleren. Er is over de gehele wereld onderzoek naar de olie, in de haFijnstraalndel Erigeron olie, Oleum Erigeronitis of Fleabane genoemd. De werking komt enigszins overeen met terpentijn olie, maar dan minder irritant en minder stimulerend.
Conyza is afgeleid van het Griekse woord voor vlieg: konops en werd gebruikt door Plinius tegen een soort vlo; canadensis refereert aan Canada.
Inheems in Noord Amerika, genaturaliseerd in veel gebieden wereldwijd wordt het kruid op veel plaatsen beschouwd als een onkruid. Het kruid werd voor het eerst beschreven in 1640 door Parkinson, die het beschreef als een louter Amerikaans kruid. In Frankrijk groeide de plant wild in 1653. De naam Fleabane (vlooiekruid) geeft aan dat de plant insectwerend is. Naar alle waarschijnlijkheid werd het in Europa geïntroduceerd en geïmporteerd in balen met huiden uit Canada, waar het inheems is.

Afhankelijk van de condities kan de plant groeien van 20 cm. in arme grond tot 3 meter in een voedingsrijke bodem. De normale groei is van 0.5 tot 1 meter, onder normale zon- en regenomstandigheden. Hij wordt gebruikt als kruiderij en is een goede bijenplant. De jonge bladeren en scheuten worden gekookt gegeten of gedroogd om later als kruiderij te worden gebruikt. Heeft veel last van insecten plagen. Grazende dieren vermijden de plant, waarschijnlijk om zijn bittere smaak. Vermeerdering door zaad. Hij is één of tweejarig. De plant houdt van een goed gedraineerde, neutrale of alkaline grond, zonnige plek, of half schaduw en is tolerant ten opzichte van alle condities. Wordt door velen gezien als een lastig onkruid, heeft een enorme weerstand en is bestand tegen chemicaliën, waardoor het een bijna niet uit te roeien onkruid kan worden. Dit kan uitgroeien tot een ecologische bedreiging van oogsten van: tarwe, rogge, suikerbieten, in boomgaarden gaat hij woekeren evenals in wijngaardenConyza canadensis. Hij kan heel gemakkelijk de natuurlijke vegetatie gaan domineren en het kruid doet het brandgevaar in bepaalde gebieden toenemen.

Het kruid heeft een stevige dunne penwortel, bovenaan horizontale zijwortels, onderaan aftakkende wortels die naar beneden gaan. De bovenkant van de stengel is vertakt, ruw en de stengels zijn verspreid behaard. Hij heeft rozetbladeren, spatel- tot ruitvormig, naar de top grof getand. De bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig met een gave rand tot fijn getand, 2 – 5 cm gesteeld en behaard. Hij heeft talrijke eivormige bloemhoofdjes, 2 – 5 mm., lintbloemen wit of vuilroze, een enkele keer rode, weinig langer dan de gele schijf- of buisbloemen. De bloeiwijze is sterk vertakt en pluimvormig. Elk bloemhoofdje brengt duizenden zaadjes voort, waardoor de voortplanting eenvoudig is. De 1 – 1.5 mm. zaadjes met vruchtpluis zijn zeer licht en worden hierdoor gemakkelijk door de wind zeer ver verspreid. Hij komt in Nederland en België vrij algemeen voor op open, zandige, ruige standplaatsen. De plant bloeit van juni tot oktober en het zaad rijpt van juli tot oktober. De bloemen zijn hermafrodiet en worden bestoven door bijen, vliegen en andere insecten.
De plant kan worden geoogst wanneer hij in bloei is en dan vers worden gebruikt. Infusies worden gebruikt tegen diarree, interne aambeien, uitwendig om gonorroe en bloedende aambeien te behandelen. De bladeren zijn hypoglycaemisch. Thee van de gekookte wortels wordt gebruikt bij menstruele onregelmatigheden. Er zijn ook homeopathische toepassingen bij aambeien en een pijnlijke menstruatie.
In de traFleabaneditionele Noord Amerikaanse volksgeneeskunde werden de bladeren gebruikt om te koken en zo stoom op te wekken in Indiaanse zweethutten. De Chippawa Indianen gebruikten de plant bij vrouwenkwalen, de Potowatomi gebruikten het als paardenmedicijn en om vlooien en ander ongedierte te verdrijven, de Navaho’s tegen puisten en slangenbeten.
De bladeren werden gesnoven om het niezen op te wekken tijdens verkoudheid en griep. De rook gebruikte men om insecten te verdrijven. Gebruikt bij diarree, nierstenen, diabetes, bloedneuzen.

De plant heeft geen enkele sierwaarde en wordt in tuinen niet gekweekt, maar bestreden. Dit kan men het best met de schoffel doen, uittrekken en zorgvuldig verwijderen, want de plant is ongevoelig voor een aantal onkruidbestrijdingsmiddelen Fijnstraal
Van de bloemen wordt een goud-groene verf gemaakt.

Enige soorten voorkomend in Nederland en België:
Conyza sumatrenses – Hoge fijnstraal
Conyza boriensis – Gevlamde fijnstraal
Conyza bilbaoana – Ruige fijnstraal.

Werkzame bestanddelen:
De eerste systematische studie van de olie werd uitgevoerd door Guenther in 1952 en die vond d-limoneen en matricaria methhylesters. In 1988 Hrutford et al. identificeerde 3 matricaria esters isomeren, lachrophyllum ester, 2 lactonen en 6 nieuwe methylesters van matricaria acid. Verder monoterpenen en sesquiterpenen, zie verderop.

De bladeren bevatten per 100 gram:
Proteïne 14,9 gram – vet 1,8 gram – carbonhydraten 75,1 gram – fiber 26,1 gram – as 8,2 gram. Mineralen: calcium 1010 mg. – fosfor 280 mg. – kalium 2610 mg.

De olie:
De olie bevat monoterpenen ( a-thujeen, b-pineen, myrceen, d-limoneen, cis- en trans ocimeen, cosmeen en isomeren van cosmeen) – sesquiterpenen (trans-caryophylleen, a-cis-bergamoteen, b-trans-bergamoteen, cis-b-farneseen, trans-b-farneseen, b-himachaleen, b-bisaboleen, d-cadineen, a-curcumeen) – terpenolen – esters 20-30% en lactonen, o.a. dipenteen – D-limoneen – terpineol – terpinylacetaat – apigenine – b-sitosterol – citral – citronellal – gallic acid – tanninen – tanninenzuur – caffeic acid – limoneen – linalol – succinic acid – vanillic acid. Bron: Liber Herbarum II en de Universiteit van Karachi.
Hoofdbestanddelen van een Chinese olie: limoneen 28% - b-bisaboleen 19%
- isofarneseen 7.5%
Poolse olie: limoneen 70% - trans-ol-bergamoteen 7%
Olie uit India: hoofdbestanddelen germacreen D en b-caryophylleen. Bron JEOR.Conyza canadensis
                   Ter vergelijk:  Bestanddelen van David Stewart p.524.
Stoomdestillatie van de bladeren, twijgen, bloemen.
Monoterpenen: 63-83%. L-limoneen 60-75% - b-ocimeen 3-7% - b-pineen 0-1% - myrceen 0-1%
Furanocoumarine: 5-11%. A-bergamoteen 5-11%.
Esters: 3-6%. Matricariamethyl ester 2-3% - methyl-lachnophyllum ester 1-2% - methylacetaat 0-1%.
Alcohols: 2-6%. A-terpineol 2-6%
Sesquiterpenols: 2-4%. Nerolidol 2-4%.
Lactonen: 1-2%. Lachnophyllum lacton 1-2%.
Sesquiterpenen: 1-2%. B-farneseen 1-2%.
Methanol extract van de hele plant:
b-sitosterol – stigmasterol – b-sitosterol 3-0-beta-D-glucopiranoside – harmine – p-hydroxybenzoic acid – 3,5-dyhydroxybenzoic acid – 3,5-dimethoxybenzoic acid  - 3-beta-hhydroxyolean-12 en 28-oic acid – 3-beta-erythrodial. Deze bestanddelen hebben potentieel in de behandeling van huidziekten, HIV: human-immunodeficiency virus, tumoren, bronchiale astma en ontstekingen.
Bron: PRR. Pakistan Research Repository: Studies in the chemical constituents of ErigerFleabaneon canadensis (Conyza canadensis). Mukhtar, Naveen 2004. Universiteit van Karachi.

Werkzaamheid:
De hele plant:
Aambeien, bloedende en interne – adstringent – anthelmintisch – antireumatisch – antiseptisch – baarmoederbloedingen, homeopathisch – balsamiek – blaasontsteking – bloedstillend – bloedsuikerverlagend – diarree – diuretisch – dysentrie – emmenagoog – geslachtsziekten – jicht – gewrichtsontstekingen – luchtweginfecties – menstruatiebevorderend – mondholte ontstekingen – neusbloedingen – nierstenen – reuma – stofwisselingsbevorderend – styptisch – tandvlees, bloedend (paradentose, gingivitis) – tonisch, algemeen – vermifuge – wonden, bloedende.
Een afkooksel van de plant belemmert bacteriëngroei. Het hele kruid wordt in China in medicijn en gebruikt.
 De olie:
Aambeien, interne – adstringent – amandelen, ontstoken, angina – anthelmintisch (darm parasieten) (Volák & Stodola) – baarmoeder, stimulant – carminatief – diarree – dysentrie – hemostatisch – keelontsteking.
De olie klan allergische diarree van kinderen voor koemelk voorkomen en belemmert de groei van gewone schimmel. De olie kan een ondersteuning zijn voor de klieren.

Combinaties:
Geranium – koriander – scharlei.

FijnstraalContraindicatie:
Huidcontact met de plant kan dermatitis veroorzaken bij een gevoelige huid. Niet voor zwangere, zogende en kinderen beneden 6 jaar of onder dokters begeleiding.
Veel mensen zijn allergisch voor de pollen.


Veiligheid: MSDS
Cas no.: 8007-27-0. Vlampunt: 48,8 graden C. Soortelijk gewicht: 0.851.
Xi-Xn-N: irritant voor ogen en huid; schadelijk bij ingestie; niet in het milieu afvloeien: grondwater, water, grond. Oogcontact: 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen en een arts waarschuwen, etiket/verpakking tonen. Verwerken met beschermende kleding.
Oplosbaar in alcohol, vette olie, niet in water.


Bron: Plants for a future: edible, medicinal and useful plants for a healthier world. Conyza
         canadensis L. Cronquist
         Wilde planten in België en Nederland. K. M. Dijkstra 2001-2007
         Wild flowerd of the Southeastern U.S. Canadian Horseweed (Conyza canadensis)
         ITIS Standard Report Pages: Conyza canadensis.
         Liber Herbarum II Erik Gotfredsen.
         PRR. Pakistan Research Repository. Studies in the chemical constituents of Erigeron
         canadensis (Conyza canadensis. Muhktar, Naveen. 2004 University of Karachi.
         JEOR: Journal of essential oil research.
         Plantaardigheden. G. van Elteren. Canadese fijnstraal – Conyza canadensis (Erigeron
         canadensis).
         Robert W. Freckmann.Herbarium University Wisconsin. Genus Conyza
         Henriette’s Herbal Homepage: King’s American Dispensatory by Harvey Wickes Felter, M.D.
         and John Uri Lloyd 1998.
         Interscience Wiley: Chemical composition variability of the e.o. of Conyza canadensis L.
         Cronq. By Anna Lis; John R.; Piggot; Józef Góra.
Foto: www.ruhr-uni-bochum.de
         www.affleurdepau.com
         www.fp.sfasu.edu
         www.kuleuven-kortrijk.be
         www.nature.diary.co.uk
         www.funet.fi

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 - november 2007.


 


Previous page: Convalaria majalis
Next page: Copaifera langsdorfii