Print This Page

Cuminum cyminum

 

CUMINUM CYMINUM L.         -                  KOMIJN / KUMMEL / ROOMSE KARWIJ / DJINTAN.
Synoniemen:
 Cuminum odorum (Salisb.)
                       Cuminum hispanicum Bunge
                       Cuminia cyminum J.F. Gmel.
                       Ligusticum cuminum (L.) Crantz
Familie: apiaceae (umbelliferae). Gebruikt deel: rijpe zaden. India, Frankrijk.
Stoomdestillatie geeft een helder, lichtgele of groenachtige vloeistof, de geur is zacht, maar wel krachtig, kruidig, muskusachtig. Het is een mengsel van cymol, cymeen en cuminaldehyde of Komijncyminol. Midden- tot topnoot in parfums. Smaakmaker in kaas en brood. Gehalte aan etherische olie 3,5%, voor 1 kg essence 30 kg gedroogd zaad.
Soortelijk gewicht 0.905 – 0.930. Refactieve index 1.490-1.506. Optische rotatie +1° - +8°. Vlampunt 53°C.
Er zijn twee chemotypen: paracymeen en het cuminal-terpineen type.

Het is een klein, teer, éénjarig kruid met dunne stengels, tot een hoogte van 50 cm, met donkergroene bladeren en kleine roze of witte bloemen en met kleine langwerpige geelbruine zaden, 5-6 mm. lang, die met haartjes zijn bedekt. Het gebladerte lijkt een beetje op venkel, kleiner en meer donkergroen. De plant heeft het liefst een warm klimaat en een zanderige goed gedraineerde bodem. Ook in een kouder klimaat kan de plant groeien, maar dat gaat moeizaam. Echt in het wild zal men de plant niet tegenkomen. Hij draagt blad van mei tot oktober, bloeit van juni tot juli en het zaad rijpt van augustus tot september. De geurige bloemen zijn hermafrodiet en worden bestoven door bijen en insecten. De plant is zelfbevruchtend. Hij groeit niet in de schaduw. Het zaad wordt geoogst als het helemaal rijp is, dan wordt het gedroogd en opgeslagen in luchtdichte vaten. De oogst van de zaden is meestal handwerk omdat de plant bijna niet mechanisch is te oogsten. Er is een groot verschil in de kleur van het zaad, de hoeveelheid etherische olie en de smaak van de drie soorten die op de markt verschijnen, nl. uit India, Iran en uit het Midden Oosten. De geur en de smaak zijn sterk afhankelijk van de e.o. Hoofdbestanddeel is cuminaldehyde die dikwijls synthetisch wordt gebruikt ter vervalsing van de komijnolie en moeilijk chemisch is te detecteren. De zaden lijken op die van karwij, maar zijn groter.
Iedereen kent wel de komijne (Leidse) kaas en diverse buitenlandse gerechten waarin het zaad verwerkt is. Komijn is de vroegere naam van karwij en inderdaad hebben deze twee kruiden veel met elkaar gemeen.

Oorspronkelijk komt komijn uit India, Iran, Syrië, Turkije en Egypte, waar het al aan de farao’s in de graven werd meegegeven, maar nu is het in het hele Middellandse zeegebied verbreid, vooral in Spanje, Frankrijk en Marokko. De Arabieren hebben de komijn naar Spanje gebracht. Ook in India en Rusland wordt het gecultiveerd, evenals in Malta, China, Iran, Noord Afrika, Amerika en Sicilië. De olie wordt geproduceerd in India, Spanje en Frankrijk. Veel gebruikt in de Mexicaanse en Indische keuken. Wordt gebruikt in veel pittige mengsels: Arabische baharat, Indiase kerrie, Thaise rode kerriepasta, cajunkruiden. De stengels geven smaak aan Vietnamese gerechten. Het is een van de hoofdbestanddelen van kerrie.
Zwarte komijn (Cuminum nigrum) is zeldzaam, heeft een peperachtige smaak en wordt in de Mogulkeuken gebruikt. De witte komijn is meer algemener en ook meer bekend.Komijn

In de oudheid vond het toepassing als geneeskrachtig kruid, tegenwoordig wordt het vooral om de smaak gebruikt. De Ayurvedische geneeskunde maakt echter ook heden nog veelvuldig gebruik van komijn, hoofdzakelijk als algemeen stimulerend middel. De etherische olie wordt door stoomdestillatie gewonnen uit de rijpe zaden, is lichtgeel van kleur met een zachte, kruidige geur en een scherpe smaak. De olie is krampstillend, kalmerend en bevordert de spijsvertering. Beschreven door Hippocrates, Dioscorides (hij spreekt over peperkomijn) en Plinius. In het oude Egypte werd komijn gebruikt voor de behandeling van longaandoeningen. De Romeinen gebruikten komijn in plaats van peper en smeerden een komijnpasta op hun brood. Volgens Plinius was komijn de beste smaakmaker van alle kruiden. Ten tijden van Karel de Grote werd het verplicht in alle kasteel- en kloostertuinen verbouwd. In de Middeleeuwen veel gebruikt in de keuken. Hildegard von Bingen prees de komijn in de volksgeneeskunde aan tegen buikklachten, ademhalingsproblemen, bloedneuzen enz. Ook ingezet bij door cariës aangetaste tanden.
Komijn is meer een algemeen tonicum en stimulerend middel, vooral werkend op het hart en het zenuwstelsel. Het zou tevens de geslachtsdrift opwekken. Het zaad in een kompres zou de borsten kunnen vergroten, evenals de testikels.
Met grote zorgvuldigheid te gebruiken, want het kan overgevoeligheid van de huid veroorzaken. Het heeft een nauwe verwantschap met koriander.
Wordt gebruikt in de diergeneeskunde in spijsverteringspreparaten en als geurcomponent in cosmetica en parfums, als smaakingrediënt in voedingsmiddelen en dranken, vleesproducten en kruiderijen.

Werkzame bestanddelen:
Cuminum cyminumvoornamelijk aldehyden tot 60 %, cuminal 35-50%, koolwaterstoffen tot 52 %, b-pinenen 21%, terpinenen, cymeen, terpineol, fellandreen, myrceen, thujeen, carotol, limoneen, linalol, myrceen, paracymeen, farneseen, caryophylleen, a-P-dimethylstyreen, a-thujeen, b-bisaboleen, b-elemeen, b-farneseen, campesterol, copaen, cis-sabineenhydraat, crypton, delta-3-careen, dipenteen, isocaryophylleen, p-cymeen, methylcinnamaat, perillaldehyde, piperiton, sabineen, stigmasterol, terpinen-4-ol, terpinoleen, trans-a-bergamoteen, trans-pinocarveol, a-en b-phellandreen, a-en b- pineen, a-en b-terpineen, a-terpineol, apiine, b-sitosterol, bornylacetaat, carveol, eugenol, farnesol, gamma-terpineen limoneen, linalool, methylchavicol, myrtenol, thymol.
Tassan en Rusell 1975 rapporteerden dat de karakteristieke geur van komijn afkomstig is van de aldehyden: p-menth-3en-7-al en p-menth-1,3-dien-7-al.
           Ter vergelijk: bestanddelen zaadolie van Shirley en Len Price p.411.
Hydrocarbons: monoterpenen 30-50%. B-pineen 14.4-18.7% - a-terpineen 12-28% - b-phellandreen 0.1-0.4% - a-terpinoleen 0.04% - limoneen 0.2-0.3% - a-pineen 0.3-0.9% - campheen 0.02% - b-myrceen 0.6-1% - d-3-careen 0.5-0.8% - y-terpineen 3.8-15.7%. Sesquiterpenen: b-caryophylleen – isocaryophylleen 0.2-0.3% - cis-b-farneseen 0.01-0.5% - cadineen – a-cubebeen – b-cubebeen – copaen – trans-a-bergamoteen 0.01-0.1%. Aromatisch: p-cymeen 3-23%.
Alcohols: monoterpenolen: linalol 0.03-0.1% - terpinen-4-ol 0.1-0.2% - a-terpineol 0.05-0.08% - cis-sabinmeen hydraat 0.1-0.2%. Sesquiterpenolen: cadinol. Aromatisch: cuminol 0.1-0.8%.
Aldehyden: 30-40%. Aromatisch: cuminal 19.6-27.7%. Monoterpenals: p-menth-a-1,3-dien-7-aal – 4.3-12.2% - p-menth-1,4-dien-7-al 24.5-49%.
Phenolen: thymol 0.02% - carvacrol 0-0.035 – p-isopropyl phenol 0.1-0.2%.
Esters: monoterpenyl: bornylacetaat 0.02%.
Coumarinen: scopoletin, sporen.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
Alpha-P-dimethyl-styreen – a-thujeen – anijsaldehyde – apigenin-7-glucoside – apigetrine – benzylcinnamaat – b-bisaboleen – b-elemeen – b-farneseen – campesterol – car-3-ene – caryophylleen – caryophylleenoxide – cis-b-farneseen – cis-gamma-bisaboleen – cis-sabineenhydraat – copaen – cosmosiin – crypton – cumeen – cuminalcohol – cuminaldehyde – cuminicalcohol – cuminylalcohol – cynaroside – dauceen – delta-3-careen – delta-5,6-octadecenoic acid – dillapiol – dipenteen – isocaryophylleen – luteolin-7-glucoside – methylcinnamaat – octadeca-5,6-dienoic-acid – p-cymeen – perillaldehyde – petroselinic acid – phellandral – piperitol – piperiton – p-isopropylphenol – p-mentha-1,3-dien-7-al – p-mentha-1,4-dien-7-al – sabineen – stigmasterol – terpinen-4-ol – terpinoleen – trans-alpha-bergamoteen – trans-pinocarveol – trans-sabineenhydraat – 1,8-cineol – acetylcholine – a-phellandreen – a-pineen – a-terpineen – a-terpineol – apiin – ascorbic acid – as – b-caroteen – b-phellandreen – b-pineen – b-sitosterol – b-terpineen – boron – bornylacetaat – calcium – carveol – choline – oleic acid – eugenol – farnesol – fiber – fosfor – phytosterols – gamma-terpineen – tanninen – rubber – resin – ijzer – kalium – campheen – koper – kobalt – chroom – koolhydraten – limoneen – linalol – luteoline – mangaan – mannitol – methylchavicol – myrceen – myrtenol – natrium – nikkel – proteïne – salicylaat – thymol – water – thiamine B1 – riboflavine B2  - niacine – xanthophyll – zink. Bron: Liber Herbarum II Erik Gotfredsen.

Werkzaamheid:Komijn
afrodisiacum -   analgetisch – anticonvulsant  -  antidotisch  -  antifungal -  anti-inflammatoire, enterocolitis, artritis, reuma, hepatitis -  antioxidant   -   antiseptisch, urinewegen  -   antispasmodisch, enterocolitis - antitoxisch  -   aperitief -   artritis, pijn -  bacterie- en larvendodend   -   bloedcirculatiebevorderend     -  carminatief, aerofagie, flatulentie  -  darmkramp -  digestief, dyspepsie, koliek, hoofdpijn van leverprobleem -  diuretisch – emmenagoog - frigiditeit – galactogoog -   gebrek aan eetlust  -  geelzucht  -  geestelijke uitputting   -  hik     -    hoofdpijn -    impotentie  - insecticide  -  kalmerend, slaapproblemen -  koliek  -   koortswerend  -   krampstillend -    luchtweginfecties  - maagkramp  -    menstruatie-bevorderend/ regelend   -   migraine  - nervinum - ontstekingremmend –  oprispingen  -  psychische uitputting - spasmolytisch  -  stomachisch -  spieren, stijve, spierpijn  -   spijsverteringsstoornissen -  tonisch, algemeen -  nervinum -  stimulerend, spijsvertering -  verstopping  -  winderigheid.
Verdampen: slijmoplossend en krampoplossend bij astma, hoest, bronchiale krampen. Goede olie bij zwakte, uitputting, slapeloosheid. Pijnstillend bij spierpijn, reumatische pijn, artritis. De oxidantenwerking is gelegen in het feit dat het lymfestelsel wordt geactiveerd en gestimuleerd. Mogelijk stimuleert de olie de schildklier. Goede resultaten zijn bekend met doorbloedingsproblemen van voeten en benen, met massage. De etherische olie wordt gebruikt in massageolie voor cellulitis en wordt in sommige diergeneesmiddelen (als carminatief en tegen een bepaalde duivenziekte, schurft) toegepast. De olie wordt veel gebruikt in de levensmiddelenindustrie, parfumindustrie en in insecticide. In India veel medicinaal gebruikt, meer dan in Europa, waar het veelal is vervangen door karwei.
Fototoxische effecten van de olie, maar niet van cuminal (Opdyke 1975 p.12).
De olie veroorzaakt geen sensitisering en is mild irritant bij gebruik op de huid (Tisserand & Balacs 1995b p.205).
Geringe antivirale en antibacteriële activiteiten bij ratten in vitro (Leung & Foster 1996 p.200).
De olie van Cuminum cyminum in combinatie met Apium graveolens in gelijke delen geven antifungal activiteiten tegen Aspergillus flavus en Aspergillus parasiticus. De oliën individueel gebruikt waren niet zo effectief als de combinatie. (Mishra, Samuel & Tripathi 1993).
Cumaldehyde geïsoleerd uit de etherische olie ging de ontwikkelig van Aspergillus niger en Aspergillus flavus met 100% tegen. Het restant van de olie vertoonde geen activiteiten (Singh & Upadhyay 1991). 

Inwendig:
bij: darmkrampen, gebrek aan eetlust, hik, maagkrampen, oprispingen, verstopping en winderigheid, spijsverteringsstoornissen, reuma, colitis: 3 maal daags 2-3 druppels na de maaltijd innemen.

Geestelijk:
stimuleert de wilskracht en schept een positieve en welkome sfeer. Maakt moedig, alert en bestrijdt neerslachtigheid.

Combinatie:
Koriander, peper, gember, galbanum, kardemom, lavandin, lavendel, rozenhout, rozemarijn en oriëntaalse typen.

Komijn vruchtenContra indicatie:
met grote zorgvuldigheid gebruiken, want het kan overgevoeligheid van de huid veroorzaken. Fototoxisch. Niet gebruiken tijdens de zwangerschap en niet langdurig gebruiken, steeds korte perioden. Niet voor baby’s en kinderen. In hoge dosering prikkelende werking. Niet op een gevoelige of beschadigde huid.

Toepassingen:
*bij maag- en darmkramp: meng 3 druppels komijn met een eetlepel basisolie. Hiermee de buik zachtjes naar behoefte masseren.
*bij geestelijke uitputting: verdamp 8-10 druppels in de aromalamp.
*bij stijve spieren na het sporten: meng 5 dr. komijn, 5 dr. rozenhout, 5 dr. pepermunt, 4 dr. peper en 2 dr. citroen met 20 ml. tarwekiem olie. Met dit mengsel de stijve spieren meerdere malen masseren.


Bron: Zie algemene bibliografie.
          Wikipedia nl., eng., de.
          Henriette’s Herbal Homepage: King’s American Dispensatory by Harvey Wickes Felter,
          M.D. and John Uri Lloyd, Phr.D. 1898. Cuminum – Cumin.
          www.planaardigheden.nl
          The Epicentre: encyclopedia of spices.
          Botanical.com. A Modern Herbal by Mrs. M. Grieve. Cuminum cyminum
          www.uni-graz.at/katzer/eng/Cumi_cym
          Liber Herbarum II Eric Gotfredsen.
          Sorting CUMINUM names. Multilingual Multiscript Plant Name Database.
          Pflanzen des Capitulare de Villis: Kreuzkümmel.
          Plants for a future: Database search results: Cuminum cyminum.
          Anthémis aromatherapie: Komijn Cuminum cyminum.
          UCLA: Louise M. Darling Biomedical Library. Spices, exotic flavours & medicines.
          David Stewart. The chemistry of Essential oiuls made simple.
          Shirley and Len Price: Aromatherapy for Health Professionals. P. 411.
          Ilkas und Ullis Kräuterecke: Kreuzkümmel, Cuminum cyminum.
          A pinch of… All about cumin by Sandra Bowens.
Foto: www.nl.wikipedia.org
         www.fichas.infojardin.com
         www.e-tisanes.com           


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

 


Previous page: Croton eluteria
Next page: Cupressus sempervirens