Print This Page

Curcuma zedoaria

Maagwortel

CURCUMA ZEDOARIA (Christm.) Roscoe                        -                                 MAAGWORTEL.
Synoniem:
 Curcuma zerumbet (Berg.) Roxb.
Familie: Zingiberaceae. Gebruikt deel: de wortel. De wortel ruikt aromatisch, smaakt bitter, medicinaal, niet erg aangenaam. Waarschijnlijk inheems in Noord India. Momenteel veel verbouwd in Zuidoost Azië en China. Zedoaria groeit in tropische en subtropische regenwouden. Hij heeft een grote wortel met veel vertakkingen. De bladeren kunnen 1 meter lang worden. Stukken van de wortel kunnen worden herplant, maar kunnen pas na twee jaar worden geoogst. De wortel wordt niet zo gebruikt als die van de curcuma, maar meer gegeten als groente. De Arabieren introduMaagwortelceerden het specerij in Europa in ongeveer de zesde eeuw. Tijdens de Middeleeuwen was het erg populair en momenteel vrij zeldzaam. Het schijnt vervangen te zijn door gember. Wordt gebruikt in de Indiase parfumindustrie evenals tijdens rituele festiviteiten. De wortel is inwendig oranje met een bruine dunne schil. De geur lijkt op geelwortel en mango. In veel talen in India is zedoaria bekend als amb halad, omdat amb de betekenis heeft van mango. Het wordt verkocht als poeder (kentjur) in de Chinese winkels of gedroogd en gesneden. Het ziet er dan grijs uit van buiten en geelgrijs van binnen. Het moet in luchtdichte containers worden bewaard. In de Indiase keuken wordt het vers gebruikt, ingemaakt in zuur of als poeder. Gedroogd wordt het meer gebruikt in de Indonesische keuken als ingrediënt van curriepoeders. Vooral gebruikt voor vis en zeevruchten. In combinatie met andere specerijen en kruiden wordt het gebruikt voor lam of kip. In China en Japan wordt maagwortel medicinaal gebruikt. In Thailand wordt de jonge wortel als groente gegeten. In India veel ingemaakt in zuur.Maagwortel

Werkzame bestanddelen:
Vooral sesquiterpenen: o.a. germacron-4,5-epoxid – curcumenon – curmanolide a en b – zederon – curzerenon – furodienon – germanon – curcumenol –isocurcumenol – dehydrocurdion – zingibereen – a-pineen  -  curcumine – 1,4-cineol – 1,8-cineol – d-borneol – d-campheen - resin - slijmstoffen

Werkzaamheid:
Antidoot - antiseptisch – bloedzuiverend – carminatief  -  digestief – flatulentie – kolieken - snijwondMaagwortelen – vergiftigingen (kwik, giftige beten van dieren)  -  wondhelend.

Contra indicatie:
Wordt in de aromatherapie niet gebruikt.

 

 


Bron:  zie algemene bibliografie.
           zie bij Curcuma longa.
           www.uni-graz/katzer/eng/curcuma.
Foto:  www.sky-bolt.com
          www.toildepieces.com
          www.commons.wikipedia.org
          www.aboretum.sfasu.edu


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.

 


Previous page: Curcuma longa
Next page: Cymbopogon citratus/flexuosus