Print This Page

Filipendula ulmaria

Filipendula ulmaria

 


FILIPENDULA ULMARIA L. Maxim. -     MOERASSPIREA / GEITENBAARDKRUID
Synoniemen:
Filipendula ulmaria (L.) Maxim. Ssp.denudata (J.& K.Presl) Hayek
                      Filipendula denudata (J. & K. Presl) Rydb.
                      Ulmaria pentapetala (Gilib.)
                      Spiraea ulmaria (L.)
Familie: Rosaceae
Stoomdestillatie van de bloeiende plant in een synergetisch destillaat, d.w.z. samen met ander plantmateriaal, dat in werking lijkt op de moerasspirea. Bevat slechts 0.2% etherische olie. De kleur van het destillaat is kleurloos tot bleekgeel en de geur kruidig, fris, zoet en lijkt een beetje op den. Wordt in de parfumindustrie nauwelijks gebruikt. Lijkt een beetje op de olie van wintergreen, de Gaultheria procumbens.

Een overblijvend 1 – 2 meter hoog kruid dat op moerassige plaatsen, vochtige weiden, bossen, rietvelden en slootkanten groeit in Nederland, Europa, Noord-Amerika en Azië. De plant heeft een bebladerde, rossige, stijve stengel met een handvormig groot eindblad met daaronder gezaagde kleine blaadjes, soms aan weerszijden groen, soms aan de onderkant wit viltig. Het is een aromatisch goed ruikend kruid. De planten staan dikwijls in bosjes bij elkaar. Houdt van humusrijke en vochthoudende grond en halfschaduw. Als de plant zonnig staat, moet de grond vochtFilipendula ulmariaig zijn. De bloemen zijn hermafrodiet en worden bestoven door bijen, vliegen en kevers. Hij bloeit van juni tot augustus, met roomwitte bloemetjes die bijeen staan in schermvormige trossen. Het zaad rijpt van augustus tot september. De bloemen geuren zoet, zoals honing met amandelen, de bladeren ruiken wat frisser. Als ze gedroogd zijn gaan ze naar vers gemaaid hooi ruiken. Dit komt door de coumarine, zoals ook in lievevrouwebedstro en honingklaver en sommige andere grassen. Als geneeskruid heeft het weinig waarde. Aspirine is ernaar genoemd, omdat de bloemen en wortels salicylzuur bevatten. De thee van de bloemen werkt dus als een licht aspirientje; een thee van wortels, bladeren en bloemen werkt tegen waterzucht. De hele plant is adstringerend. Alle plantendelen bevatten wel stoffen die goed zijn tegen: maagzuur, maagzweren en maagontstekingen. De wortel wordt in de homeopathie gebruikt tegen diarree. Commercieel geteeld in Polen, Bulgarije, Engeland en het voormalige Yoegoslavië. De bloemen geven amandelgeur aan honing- en kruidenwijn, jam, gestoofd fruit en de gedroogde bloemen geven geur aan linnengoed en aan een adstringerende huidlotion. Vroeger op het platteland werden de vloeren met zand en deze bloemen bestrooid om nare luchtjes wat te verdoezelMoerasspireaen. Culinair kan men er goed kruidenazijn van maken, geschikt voor bloemensalades en een goede combinatie met olie voor saladedressings. Van de bloemen kan men heel aparte wijn maken en ze zijn goed te gebruiken in zoete gerechten, vruchten jam, gelei, siropen en sappen. Ze geven er een amandelsmaak aan. Om die reden worden de bloemen ook gebruikt voor de bereiding van honingwijn (mede) en bier. Ook kan men er thee van zetten, goed tegen verkoudheid. Bladeren kunnen in soepen verwerkt worden. Gedroogde bloemen en bladeren kunnen in kruidenpotpourri’s gebruikt worden. Van de wortels wordt zwarte verf gemaakt. Als kruiderij worden de bloemen, bladeren en de wortel gebruikt. Vroeger in de volksgeneeskunde gebruikt als middel tegen gal- en nierziekten, jicht en zenuwpijn. De bladeren en bloemen werden gedroogd. Hier zette men thee van die gegeven werd tegen koorts.
De bladeren ruiken naar wintergreen, waarschijnlijk door het methylsalicilaat. Bestanddelen van het blad blijken in proeven door aspirine veroorzaakte zweren te genezen. Het was een heilig kruid van de Keltische druïden, evenals watermunt en verveine. Beschreven in de 14e eeuw in The Knight’s tale van Geoffrey Chaucer, in the Herball 1597 van John Gerard en The English Physitian 1652 van Nicholas Culpeper. Het was het favoriete strooikruid van Elizabeth I.
In 1827 werd voor de eerste keer het analgetische salicine geïsoleerd, de grondstof voor aspirine, hetgeen de afgeleide naam is van Spiraea ulmaria. In 1838 werd salicylzuur gemaakt, gesynthetiseerd in 1859, dat de basis vormde voor acetylsalicyde zuur, dat voor de eerste keer werd geproduceerd in 1899. Moerasspirea is opgenomen in de Franse, Ayurvedische en British HeFilipendula ulmariarbal Pharmacopoeia en het British Herbal Compendium evenals in het Duitse Standard Licentie, als een medicinale thee.
Filipendula vulgaris: knolspirea heeft eetbare, jonge bladeren en eivormige knollen; werd vroeger gebruikt bij nierstenen, overvloedig slijm en ademhalingsmoeilijkheden.
Van de bloemtoppen kan men een geelgroene verfstof maken.

Werkzame bestanddelen:
In de plant: polyphenolische tanninen, vooral rugosin – flavonoiden (spiraeoside, rutine, hyperoside, avicularine) – phenolische glycosiden (spiraeine, monotropine, gaultherine). Vitaminen, slijmstoffen, flavonglycosiden, flavonoiden, coumarinen
In de olie: o.a. benzylalcohol, phenylethylalcohol, phenylethanol, catechol, ethylbenzoaat, salicylaldehyde, ethylsalicylaat, methylsalicylaat, methoxybenzaldehyde. Aldehyden: anijsaldehyde, 4-metoxybenzaldehyde, vanilline, salicylaldehyde. Zuren: salicylzuur, citroenzuur. Esters: methylsalicylaat. Verdere inhoudstoffen zijn afhankelijk van het synergisch destillaat.
Glycoside van methylsalicylaat (monotropitoside) en salicylaldehyde in de bloeiende toppen (ontstekingremmend, pijnstillend, tegen de aggregatie van bloedplaatjes).

Werkzaamheid:
Analgetisch – antireumatisch – cellulitis - huid, ontstoken – jeuk – jicht - koortsverdrijvend – Moerasspirealymfedrainage – oedeem - ontstekingremmend – reumatische pijnen – samentrekkend – urinezuur, oplossen.  De olie is verfrissend, opwekkend, stimulerend. In bad bij jicht, reumatiek, oedeem, cellulitis. Dosering op de huid 2-3% voor volwassenen. In bad 5 druppels.

Combinaties:
Citrussen – houtolie – lavendel – salie.

                               CoFilipendula ulmariantra indicatie:
Mogelijk huidirritant. Niet voor baby’s en kinderen. Bij zwangerschap alleen met mate verdampen. Niet gebruiken op gevoelige of beschadigde huid. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor aspirine. Methylsalicylaat wordt zeer snel door het bloed opgenomen en bij hoge doseringen kunnen vergiftigingen optreden. Ook niet langdurig gebruiken, maar na drie weken zeker stoppen.

Bron: USDA Plants profile Filipendula ulmaria.
          Wikipedia nl., eng., de.
          Henriette’s Herbal Homepage. The Dispensatory of the United States of America, Joseph
          P. Remington, Horatio C. Wood    
          and others 1918.
          Holistic online.com: Herb information Meadowsweet, Filipendula ulmaria.
          Liber Herbarum II Erik Gotfredsen
          Dr. Duke’s phytochemical and ethnobotanical Databases.
          Aromecum Drs. Harmen Rijpkema.
          Plants for a future: Database search results: Filipendula ulmaria.
Foto: www.debron.be
         www.zum.de
         www.floralimages.co.uk
         www.jata.vampula.net
         www.plant-identification.co.uk
         www.wildstauden.de

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – november 2007

 


Previous page: Ferula gummosa
Next page: Foeniculum vulgare