Print This Page

Humulus lupulus

 

HUMULUS LUPULUS L.                 -                                   GEWONE HOP / HOPPE / HOMMEL.
Familie:
Cannabaceae of Cannabidaceae.
Ondergeschikte taxa: Humulus japonicus Siebold & Succ. (Japanese hop)
                                   Humulus lupulus var. cordifolius
                                   Humulus lupulus var. lupuloides E.Small (common hop)
                                   Humulus lupulus var. lupulus (Brewers hop/cultivated hop)
                                   Humulus lupulus var. neomexicanus (common hop)
             Humulus lupulus                      Humulus lupulus var. pubescens E.Small (common hop)

Gebruikt deel: kegels, stoomdestillatie. Er wordt ook een absolue geproduceerd door oplosextractie. Een lichtgele of roodachtige olie met een rijke kruidig-zoete geur. Er wordt ook een absolue geproduceerd door middel van oplosextractie voor de parfumindustrie en ook een CO2 extract. Gehalte aan etherische olie 1%, voor 1 kg essence 100 kg verse bloemschermen. Hop is een tere plant die niet zo maar overal groeit. Hij heeft een bepaalde intensiteit en golflengteverdeling van zonlicht nodig om te kunnen gedijen. Gebieden voor commerciële teelt liggen tussen de 35e en 55e breedtegraad. Belangrijke teeltgebieden zijn: Hallertau in Beieren, Yakima in Washington, Kent in Engeland, Bohemen in Tsjechië, Nieuw Zeeland en Australië. Er zijn zo’n 40 cultivars om verschillende soorten bier te brouwen.
Het is een vast, kruipend en rechtsom windend slingerend kruid tot 8 meter hoog. Hij komt voor in heggen, kreupelhout, klimt tegen omheiningen op, tot in de toppen van bomen, in vochtige bossen en bosranden. Hop is overblijvend, tweehuizig, met een sterke wortelstok die twee tot drie meter de grond kan indringen via vertakkingen. De stengel is vierkantig tot zeskantig, ruw en knobbelig, bezet met ankervormige haartjes, die zich aan de leidraad vastklampen en omhoog klimmen. De blaadjes hebben drie tot vijf lobben, staan tegenover elkaar en lijken op wingerd. Ze zijn handvormig en lang gesteeld. Vorm en grootte hangen af van het stadium van de plant. Het draagt mannelijke en vrouwelijke bloemen aan aparte planten. De vrouwelijke bloeiwijze maakt bij de zaadvorming eivormige vruchtjes die bestaan uit talloze geelgroene blaadjes, die bedekt zijn met een harsachtige stof, de zogenaamde lupuline, die geurig, bitter en een sedatief is. Hop heeft groengele bloemen. De bel heeft een conische vorm en bestaat uit een harde spil omgeven door groene dekblaadjes. De vrouwelijke bloeiwijze, de hopbellen, worden verzameld en gebruikt voor bier. Ze bevatten lupilinepoeder waarin een aantal verbindingen aanwezig zijn die aan het bier een bittere smaak geven en fungeren als hopnatuurlijke bewaarstoffen. Er zijn twee soorten hop: de aromahop (aroma) en de alfahop met een groot lupuline gehalte. In het derde levensjaar is de plant volgroeid en dan is de plant 12-20 jaar productief. In de winter sterven de bovengrondse delen af, maar de wortelstok, van zo’n 1,5 meter verticaal tot 2 meter horizontaal, blijft bestaan en maakt in de lente weer scheuten. De jonge scheuten zijn een delicatesse. De plant wordt op een raamwerk omhoog geleid. Het is een snelgroeier, van 10 – 30 cm per dag kan worden gehaald onder gunstige omstandigheden. Hij is gevoelig voor schimmels: meeldauw, witziekte en ongedierte: luizen, rode spinmijten en de hopplaag of valse meeldauw, waar hij voor moet worden behandeld. Eind juni, begin juli is de bloei van de vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen verwelken. Wettelijk mogen mannelijke en vrouwelijke bloemen niet in éénzelfde veld worden geteeld. Einde augustus, begin september is de oogst, vroeger met de hand, tegenwoordig machinaal. Daarna volgt een voorzichtige droging om het vochtgehalte van 80% terug te brengen naar 12%, om de schimmels tegen te gaan, verpakt in balen en opgeslagen, liefst bij lage temperaturen.

Een volatiele olie, lupiline, wordt gevormd in de zogenaamde hopbellen. De plukkers konden vroeger als beroepsziekte last krijgen van: slaap, misselijkheid, toestand van opwinding, huidirritaties, jeukende blaasjes aan handen, gezicht, benen, genitaliën als ook bindvliesontstekingen. Vrouwen zijn er gevoeliger voor dan mannen. Een op de dertig plukkers ontwikkelde dermatitis die moest worden behandeld. In Noord en Oost Europa en in Engeland worden hoofdkussens met hop gevuld, tegen slapeloosheid. Hop dient thans als licht slaap- en kalmeringsmiddel, als mild maagmiddel, te gebruiken bij nerveuze opwinding, verhoogde gevoeligheid voor indrukken en prikkels, lichamelijke onrust, nerveuze slapeloosheid, nerveuze maagbezwaren en seksuele opwinding. Te gebruiken als thee. In de volksgeneeskunde werd hop gebruikt tegen: schurft, zwaarmoedigheid, scheurbuik, gele koorts, verstoppingen van lever en milt en ingewanden, tegen bulten, kneuzingen, kanker, krampen, hoest, cystitis, deliriHumulus lupulusum, diarree, dyspepsie, koorts, hysterie, ontstekingen, slapeloosheid, geelzucht, zenuwen, reuma, en tegen wormen. (Duke and Wain 1981). Het werd beschouwd als diuretisch en bloedzuiverend. Ook werd het wel gerookt als opium in een pijp.

Inheems in Europa en Noord-Amerika en wereldwijd gecultiveerd. De olie wordt geproduceerd in Frankrijk, Engeland en Duitsland. Groeit in Europa overal in het wild, en wordt in Centraal Europa gekweekt ten behoeve van de bierbrouwerijen, voor de smaak, de geur en voor digestieve en kalmerende eigenschappen. In 1976 werd al 100.000.000 kg hop verbouwd alleen voor de bierindustrie (Bradford 1979). Er zitten bestanddelen in hop die voorkomen dat gram-negatieve bacteriën kunnen groeien. De bitterstoffen verlenen het bier een kruidige smaak en is eetlust opwekkend. Bepaalde stoffen in de hop, looizuur o.a., hebben op het bier een conserverende werking, doordat ze de ontwikkeling van melkzuurbacteriën tegengaan, die het bier troebel maken en doen bederven.
Of men in de klassieke oudheid al wist dat hop kon worden gebruikt om bier te conserveren is niet bekend. Plinius de Oudere schrijft dar de Romeinen de jonge scheuten van de hop aten. Die zijn ook nu nog een delicatesse in België, Frankrijk en Engeland. De Germanen hebben aan hun bier allerlei bittere kruiden toegevoegd, maar pas in 768 wordt de hop voor het eerst vermeld als “Humela” en “Hopfa” een plant die door zijn bitterheid dranken houdbaar kon maken. De actieve stof, “lupuline” wordt uit de kegels gewonnen, evenals de etherische olie. In Nederland werd pas in 1320 hopbier gebrouwen. In Duitsland omstreeks 800 waarschijnlijk door de monniken van het klooster Weihenstephan.

De olie is lichtgeel tot amberkleurig en heeft een zoete kruidige geur. Hop werd veel gebruikt door de Amerikaanse Indianen (Moerman 1982). De Delaware Indianen verwarmden een kleine zak bladeren tegen oor- en tandpijn. Ook gebruikte ze hop als sedatief door verschillende keren per dag thee te drinken, om nervositeit te onderdrukken. De Cherokee, Mohegan en HopFox indianen gebruikten de plant ook als sedatief. Lupulone is volgens Duke (1972) tuberculostatisch en belemmert de groei van de bacterie Mycobacterium tuberculosis.
Hop is diuretisch en wordt gebruikt bij nierzwakte en blaasverlamming.
Gebruikt als smaakmiddel in tabak, sauzen en alcoholische dranken, met name bier. De thee is een zenuwversterkend middel, licht kalmerend en spierontspannend. Het bevat oestrogeen dat de melkafscheiding bevordert en is een afrodisiacum voor mannen. Geurcomponent in parfums en specerijen.
Hop kan huidallergie veroorzaken.
In alcohol extracten gebruikt tegen lepra, tuberculose, bacteriële dysentrie, in China.
Extracten hebben verschillende biologische activiteiten: antimicrobe door de bittere zuren, vooral lupuloon en humuloon, sterk spasmolytisch op gladde spieren, hypnotisch en sedatief en allergenisch, dermatitis veroorzakend. De extracten worden gebruikt in huid lotions en crèmes. De etherische olie wordt gebruikt in niet alcoholische dranken, deserts, snoep, gebakken producten, gelatine, pudding.
Van de bladeren en bloemknoppen werd een bruine verf gemaakt (Grieve 1931). Van de fiber in de stengels kan bruin papier of speciaal papier gemaakt worden. Ook worden er kleren van het fiber gemaakt. Die zijn niet zo sterk als van de vezel van de Cannabis sativa.

Werkzame bestanddelen:
hop heeft een hoog gehalte aan bittere stoffen. De bekendste daarvan zijn humulone en lupulone. Deze bittere stoffen worden verantwoordelijk geacht voor het bevorderen van de eetlust. Verder bevat hop 0.5-1% vluchtige oliën, 6-12% vocht, 11-21% resin, 2-4% tanninen, 13-24% proteïne, 3-4% fructose en glucose, 12-24% pectine en 7-10% as. (Dr. Duke).
In de hele plant:
Catechine – epicatechine – 2-decanon – 2-methyl-but-3-en-2-ol – 4-deoxycohumulon – aceton – acylphloroglucide – adhulupon – adhumulon – adlupulon – all-aromadendreen – a-alanine – a-cadineen – a-cadinol – a-copaen – a-coracaleen – a-cubebeen – a-eudesmol – a-guaieen – a-humuleen – a-muuroleen – a-pineen – a-selineen – a-tocopherol – a-ylangeen – arginine – aromadehopndrine – asparagine – astragaline – b-alanine – b-caroteen -  b-caryophylleen – b-cubebeen – b-eudesmol – b-farneseen – b-pineen – b-selineen – b-sitosterol – bicylcogermacreen – cadaleen – koffiezuur – calameneen – campesterol – cannibidiol – cohumulon – colupulon – cubenol – delphinidine – d-cadineen – d-cadinol – d-guaieen – d-selineen – dipenteen – epicatechine – epicubenol – epiglobulol – estradiol – farnesol – formaldehyde – vet – g-calocoreen – g-elemeen – g-eudesmol – g-linoleenzuur – g-muuroleen – geraniol – germacreen B en D – globulol – glucose – histidine – hulupon – humuleen – humulinon – humulol – humulon – isohumulon – isoleucine – kaempferol – ledol – leucocyanidine – linalool – luparol – lupuline – lupulon – myrceen – myrcenol – myricetine – nerol – nerolidol – palustrol – pectine – mineralen – procyanidine B1-2-3-4 – proteine – quercetine – quercitrine – resin – riboflavine – spathulenol – stigmasterol – suikers – tanninen – viridifloreen – viridiflorol – xanthohumol.
In de etherische olie:
Undecan-2-al – phenylethanol – pentylisobutyraat – pentadeca-6,9-dien-2-on – octylisobutyraat – octylacetaat – nonanyl – nerylpropionaat – nerylisobutyraat – nerol – myrceen – methyltridecenoaat – methylthiohexonaat – methyldecenoaat – methylthiohumuleen – methyloctanoaat – methylhexanoaat – methylnonaoaat – methyldecanoaat – methylgeranaat – m-camphoreen – linalylpropionaat – linalool – limoneen – isovalerinezuur – humuleenol II – humuleenmonoepoxide-1 – humuleenepoxide – humuleen – hexylpropionaat – heptylpropionaat – geranylacetaat –geraniol – gamma-ionon -  eugenol – farneseen – farnesol – decan-1-al – citral – caryophylleenoxide – butyliosbutyraat -  germacratriene – geranylpropionaat -  b-pineen – b-myrceen – b-caryophylleen – a-pineen – a-terpineol – a-humuleen – a-caryophylleen – allo-cymeen – 2-undecanon – 2-tridecanon – 2-tetradecanon – 2-pentadecanon – 2-nonanon – 2-dodecanon – 2-3-5 trithiahexaan, e.a.
           Ter vergelijk: Gaschromatografie en mass-spectrometrie: M. Steinhaus en P. Schieberle:
Monoterpenen en sesquiterpenen:
linalol – linaloloxide – myrceen – a-thujeen – a-pineen – b-pineen – a-terpineen – p-cymeen – limoneen – b-phellandreen – b-ocimeen – y-terpineen – terpinoleen – a-terpineol – nerol Humulus lupulus– geraniol – a-cubebeen – a-ylangeen – copaen – germacreen D – isocaryophylleen – calareen – carhyophylleen – b-caryophylleen – b-cubebeen – a-bergamoteen – b-farneseen – humuleen (a-humuleen = a-caryophylleen) – colupulon – y-cadineen – a-amorpheen – a-farneseen – b-selineen – y-muuroleen – y-selineen – d-cadineen – a-muuroleen – calameneen – cadineen – selina-3,7-dien – caryophylleenoxide – a-cadinol – d-cadinol – eudesm-7(11)-en-4-ol (jeneverbes kamfer) – humulon.
Esters:
Ethyl 2-methylpropanoaat – methyl 2-methylbutanoaat – isopentylacetaat -
ethyl 2-methylmethylbutanoaat – propyl 2-methylbutanoaat – isobutylproponoaat –
methylhexanoaat – 2-methylbutylpropanoaat – 3-methylbutylpropanoaat – methyl-5-methylhexanoaat – isobutylisopentanoaat – 2-methylbutylisobutyraat – 3-methylbutyl-isobutyraat – methylheptanoaat – methyl-4-heptanoaat – pentyl-2-methylpropanoaat - methyl-6-methylheptanoaat – 2-methylbutyl-2-methylbutyraat – pentyl-2-methylbutyraat – methyloctanoaat – ethylheptanoaat – hexylisobutyraat – 3-hexenylisobutyraat – methylphenylacetaat – methyl-4-octanaat – heptylpropanoaat – methylnonaoaat – 2-methylheptylpropanoaat – octylpropanoaat – methyldecanoaat – methyl-4,8-decadienoaat – methylgeranaat – methyldecanoaat – octyl-2-methylpropanoaat – methyl-2-undecenoaat – methylundecanoaat – methyl-3,6-dodecadienoaat – methyldodecanoaat.
Ketonen:
1-octen-3-on – (Z)-1,5-octadien-3-on – propanon – 2-hexanon – 3-methyl-2-pentanon – 2-heptanon – 6-methyl-5-hepten-2-on – 2-nonanon – 2-decanon – 2-undecanon – 2-dodecan on – 2-tridecanon – 2-tetradecanon – 2-hexadecanon – 2-heptadecanon.
Zuren:
Mierezuur – acetic acid – 2-methylbutaanzuur – 3-methylbutaanzuur – butaanzuur – pentaanzuur – heptaanzuur – octaanzuur – hexaandecaanzuur.
Carbonhydraten:
Isopreen – 1,3(E),5(Z)-undecatrien – 1,3(E),5(Z),9-undecatetraen – octaan – 2,6-dimethyl-2,5-heptadien – 1,3-nonadien – 1,3,5-undecatrien.
Alcohols:
2-mhopethyl-3-buten-1-ol – 3-methyl-1-butanol – 3-methyl-2-buten-1-ol – glycerol – phenol – iso octanol – 2-nonanol – 2-decanol – 2-undecanol.
Aldehyden:
(Z)-3-hexenal – 2-hexenal – hexanal – heptanal – octanal – nonanal – decanal – (E,Z)-2,6-nonadienal – trans-4,5-epoxy(E)-2-decenal – 3-methylbutanal – 3-methyl-2-butanal.
Flavonoiden: 8-prenylnaringenine (hopeïne)
Andere:
3-(methylthio)propanal – 4-ethenyl-2-methoxyphenol – furfural – 2,3-dihydro-3,5dihydroxy-6-methyl-4H-pyran-4-on – 1,2,3,4,4A,7-hexahydro=1,6-dimethyl-4- (1-methylethyl_-naphtaleen – dimethyltrisulfide – S-methylhexanthioaat.

Werkzaamheid:
Abces -  adstringerend   -   afrodisiacum   -  analgetisch -  angsten -  anthelmintisch - antibacterieel -  anticonvulsant  -     antimicrobisch  -    antipyretisch  -  antiseptisch  -  antispasmodisch -  antiviraal (rhino-herpes) - anxiolytisch - astma  - bactericide -  blaascatarre -  bevorderen eetlust   - carminatief -  diuretisch -   galactogoog -  geelzucht  -  hoesten, spastisch   -   hoofdpijn -  hartkloppingen -  hormoon-like, oestrogeen  -  huiduitslag,ruwe huid  –  indigestie  -  kalmerend -  leverziekten  -  menstruele krampen   -  nervositeit, spanningen, opgewondenheid   -  nervinum, rustgevend zenuwgestel en motorisch zenuwstel  -  neuralgie   -   neurosen   -  overgang   -  pijnstillend, licht   -   reumatische ziekten -  schurft  -  seksueel remmend  -  slaapmiddel  -  slapeloosheid  - spasmolytisch    -   stimulans, van de vrouwelijke kenmerken -  tonisch, algemeen - voorjaarsmoeheid  - wondhelend -  zenuwversterkend – ziekte van Crohn.
Hop wordt homeopatisch gebruikt voor de maag, bij het bier brouwen, als thee, om te verven, in de parfumindustrie en cosmetisch. Hop heeft milde rustgevende eigenschappen, waarschijnlijk door een samenspel van stoffen. De looi- en bitterstoffen wekken de eetlushoppet op; verder werkt hop tegen nerveuze opwinding, slaapstoornissen en lichte depressies en verder heeft hop een stimulerende werking op de menstruele cyclus (oestrogene werking). De oestrogene werkingen op borstkanker, baarmoederkanker, baar-moederhalskanker, prostaatkanker en endometriosis (vorming van baarmoederslijmvlies buiten de baarmoederholte) is nog lang niet duidelijk en niet wetenschappelijk bewezen. Ook op het gebied van insomnia en sedatie zijn er wel dierstudies verricht, maar nog niet voldoende.
Hop bevat twee tot dertig mg. oestrogenen per honderd gram hopbellen en deze hormonen worden door de huid opgenomen. Vrouwen die aan de oogst van hop deelnemen worden na twee dagen ongesteld, ongeacht het deel van hun cyclus.

Combinatie:
den, copaicabalsem, nootmuskaat, citrus en specerijoliën.

Geestelijk:
ontspannend, rustgevend, kalmerend, helpen het verleden los te laten en door te gaan met je leven.

Onderzoek:
Er is veel onderzoek naar de flavonoïde 8-prenylnaringenine (hopeïne) met een sterke oestrogene activiteit, slechts 10 keer minder sterk dan het vrouwelijke hormoon b-oestradiol. Genisteïne en daïdzeïne van soya zijn veel minder sterke fytohormonen. Er is wetenschappelijk onderzoek naar xanthohumol dat in vitro kanker-chemopreventieve activiteiten bezit, die inwerken op alle stadia van carcinogenese. Door dit onderzoek werden belangrijke genen in de biosynthese van de prenylflavonoïden geïdentificeerd in hop, nl. fenylalanine ammonia-lyase, kaneelzuur 4-hydroxylase, 4-coumaraat: CoA ligase, isopentenyltransferase en O-methyltransferase. Verder onderzoek is noodzakelijk. Bron.ILVO-Plant 2007, door Isabel Roldán-Ruiz; Joost Baert.
In China zijn klinische studies naar de toepassing van hop bestanddelen bij silicosis en asbestosis.

Prof. Dr. Denis De Keukeleire: Universiteit Gent.
HST hormonale suppletietherapie, werd in 2002 door een onderzoek door het Amerikaanse Women’s Health Initiative bij 16.608 vrouwen na 5,2 jaar stopgezet, omdat er een verhoogd risico was gevonden betreffende invasieve borstkanker, hartslagaderbreuk, beroerten en longembolie. De voordelen tot een geringere kans op heupfracturen, kanker van de dikke darm en de baarmoeder wogen hier niet tegenop. Ook werd er een tweejaarlijks rapport gepubliceerd: Report on Carcinogens, van de Amerikaanse regering, waarbij de steroïdale oestrogenen gebruikt in HST en in orale contraceptiva bij de groep “bekende menselijke carcinogenen” gevoegd werd, met vooral een verhoogde kans op borstkanker.
In de Lancet werden de resultaten gepubliceerd van  het Britse: “Million Women Study”. 20.000 extra gevallen van borstkanker werden geconstateerd bij Britse vrouwen tussen de 50-64 jaar, te wijten aan langdurige toepassing van HST.
Een derde publicatie in : New England Journal of Medicine geeft een significante stijging van het risico op hartziekten tijdens het eerste jaar van combinatie HST. Voorheen werd geoordeeld dat HST vrouwen zou beschermen tegen hartziekten.
Veilige middelen voor de behandeling van menopauzale symptomen zullen gezocht moeten worden in plantenpreparaten. Dit zijn preparaten van: soya (Glycine max L., isoflavonen genisteïne en daïdzeïne) rode klaver (Trifolium pratense L., coumestrol als actief fyto-oestrogeen) zhopwarte zilverkaars (Cimicifuga racemosa L.) kuisboom of monnikspeper (Vitex agnus-castus L.) en yam (Dioscorea villosa L.)

Hop (Lumulus lupulus L.):
Bevat prenylflavonoïden of hopeïne, 8-prenylnaringenine, bevestigd door onderzoeksgroepen in Duitsland, Japan, Engeland. Japans onderzoek heeft gevonden dat hopeïne een krachtige werking bezit tegen botontkalking en Frans onderzoek heeft aangetoond dat hop warmte opwellingen sterk doet afnemen. Ook bevat hop xanthohumol, een prenylflavonoïd dat geen oestrogene activiteiten vertoont en het Duitse Centrum voor kankeronderzoek heeft aangetoond dat xanthohumol een opmerkelijk breed spectrum van in hibitiemechanismen bevat bij initiatie, promotie en progressie van kankers.
Naar aanleiding van deze gegevens is Menohop geproduceerd, een voedingssupplement ter verlichting van symptomen en klachten, geassocieerd aan de menopauze.

Contra indicatie:
niet gebruiken bij depressieve mensen. Narcotisch in overmatige hoeveelheid. Over het algemeen niet toxisch, niet irriterend, kan soms overgevoeligheid veroorzaken, van huidirritatie tot blaasvorming.
Niet voor zwangere, zogende, kinderen. Allergeen, contact dermatitis en ademhalingsproblemen zijn gerapporteerd bij mensen die in de hop werken. Allergie voor hop pollen. Hop stof bevat schadelijke bacteriën. Hop kan CNS depressies veroorzaken (central nervous system). Hop niet gebruiken in combinatie met andere medicijnen zoals antidepressieva, narcotica, cholesterolverlagers en alcohol. Niet voor diabetici. Overleggen met een arts.

Toepassingen:
*bij zweren: 8-10 dr. hop mengen in een glas gekookt, tot lauw afgekoeld water, hiermee de zweren meermaals per dag deppen. Of een kompres maken en dit 30 minuten laten inwerken. Reinigt en stilt de pijn. hop
*verdampen: hop helpt bij het loslaten het verwerken van het verleden en maakt dat de toekomst weer voorzichtig glimlacht. 10 druppels hop in de aromalamp geven veel rust.

 


Bron: www.poperinge.be Hoppe.
          Chemicals in H. lupulus L. www.chromadex.com/phytosearch/hops
          Liber Herbarum II Erik Gotfredsen.
          James A. Duke 1983. Handbook of Energy Crops: unpublished. Humulus lupulus L.
          Journal of Agricultural Food Chem. 48:1140-1149 (6788) Steinhaus M. and Schieberle P.
          2000 Humulus Lupulus L.
          Journal of Agricult. Food Chem. 48: 1776-1783 (6789) Humulus lupulus L. var.
          www.biosite.dk/leksikon/humle Humulus lupulus L. 22-1-2004 – 16-6-2006. Humle,
          inholtstoffer I H. lupulus.
          Robert W. Freckmann Herbarium. University of Wisconsin – Steven Point.
          Medline Plus. Trusted health information for you  December 2006
          ILVO-Plant 2007 Instituut voor Landbouw en visserij onderzoek.  Universiteit Gent.
          USDA Plants profile Humulus lupulus L.
          Hopinfo.be Uw venster op de hopwereld.
          Plants for a future: edible, medicinal and useful plants for a healthier world.
Foto: www.bbc.co.uk
         www.efloras.org
         www.rolv.no
         www.clematis.com.pl
         www.atlas-roslin.pl
         www.nl.wikipedia.org
         www.ibgebin.be
         www.sterken.be
         www.vivara.at
         www.detuingids.be
         www.kuleuven-kortrijk.be

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – augustus 2007


Previous page: Houttuynia cordata
Next page: Hyacinthus orientales