Print This Page

Melaleuca alternifolia

       Melaleuca     Melaleuca boom     Melaleuca paperbark     Melaleuca     Melaleuca


MELALEUCA ALTERNIFOLIA Maiden & Betche ex Cheel                       -             TEA TREE
Basionym:
(correct wetenschappelijk synoniem)
Melaleuca linariifolia var. alternifolia Maiden & BetcheMelaleuca alternifolia
     
Familie: myrtaceae. Gebruikt deel: bladeren en twijgen, stoomdestillatie. Oogst wild en van plantages: Australië.
Gehalte aan etherische olie is 2%, voor 1 kg essence is 50 kg verse bladeren nodig.
Hoofdingrediënten zijn: terpineen-4-ol, y-terpineen en a-terpineen.
Het is een vloeistof met een waterige kleur of licht geel en een kruidige geur.
International Standard Iso 4730-1996. De Iso standard geeft meer dan 30% terpinen-4-ol en minder dan 15% cineol aan. De telers zitten al op een cineol gehalte van minder dan 3% en een terpinen-4-ol van 37-38%. Er is een Premium grade tea tree olie uit Australië met deze waarden. Fantastische olie. Topnoot in aftershave en eaux. Verder gebruikt in zeep, cosmetica, tandpasta, desinfecterende middelen, lichaamsverzorgings-producten, insectwerende producten, enz.

Voor de beschrijving van Cheel was de boom eerder beschreven door Maiden en Betche die hem beschouwden als een variatie van Melaleuca linariifolia. Ze lijken veel op elkaar, maar zijn echter botanisch afwijkend. Ze zijn alle twee “narrow-leaved”, maar M. alternifolia is kleiner qua hoogte; ook de bladeren zijn smaller en korter.
De Melaleuca alternifolia is een kleine boom of struik met bladeren die op naalden lijken en paarsachtige bloemen en kan zeven tot acht meter hoog worden. Deze species wordt het meest gebruikt voor olie productie. Groeit in tropische en subtropische gebieden. Als de bodemtemperatuur beneden de 17°C komt gaat de plant/boom in rust/winterslaap. Hij is Melaleuca alternifoliaontvankelijk voor vorst, lichte vorst voor de jonge uitschieters  en strenge vorst veroorzaakt bladuitval en zelfs de dood van de boom. Heeft water nodig, daarom bevinden de plantages zich ook in gebieden met meer dan 1000 mm. regen per jaar.Het is een van de meer dan 30 soorten “papierbast”  (paperbark) bomen die in Australië groeien. Omdat de waterafstotende papierbast zo gemakkelijk van de boom te pellen is, werd het door de aboriginals gebruikt om kano’s, mes foedralen en dakbedekking van te maken. De pikante bladeren werden in heet water geweekt en gebruikt tegen verkoudheid, hoesten, hoofdpijn, of werden gewoon van de boom geplukt en gegeten.

De naam malaleuca komt van het Griekse melas (zwart) en leukos (wit), waarmee wordt verwezen naar het contrast tussen de donker groene bladeren, die zwart lijken en de losse papierdunne en zeer witte bast.

De boom is inheems in Australië, hoofdzakelijk in New South Wales en het zuiden van Queensland; dit zijn ook de grootste productie gebieden, alhoewel onderzoek heeft uitgewezen dat de boom ook goed geteeld kan worden in vele andere districten en behoort tot de mirteachtigen, evenals de mirte, de niaouli, kruidnagel, cajeput (de moeras tea tree genaamd) en eucalyptus. De etherische olie wordt verkregen door stoomdestillatie van de bladeren. Er zijn tientallen kilo’s bladeren nodig om enkele druppels te produceren. De olie is een licht geelgroene of waterig-witte vloeistof met een warme, frisse, pikant-kamferachtige geur. Het gebied waar de productie is geconcentreerd is de noordelijke kust van Nieuw Zuid Wales. Het gebied heeft een regenval van meer dan 1000 mm. per jaar. In de midden jaren 80 werden er plantages aangelegd om aan de vraag naar tea tree olie te kunnen voldoen. Daarvoor werd er vooral in de bush geoogst van natuurlijke bomen. De concentratie van etherische olie in de bladeren wordt beïnvloed door het klimaat. De olie concentratie in de zomer is hoger en daalt tot een minimum in de late winter tot de vroege lente.In november, als de zomer begint neemt de olie plotseling toe en in juni, de eerste wintermaand neemt de olieopbrengst af. Tijdens teeltprogramma’s is aangetoond dat Melaleuca alternifoliastreng geselecteerde bomen 30% meer olie leveren dan bomen van de gangbare plantages. Veel onderzoek wordt verricht door de Australische NSW Agriculture, Mr. Gary Baker en Dr. Ian Southwell en door Dr. John Doran van de CSIRO om de teelt de bevorderen en de oogstopbrengsten te verbeteren.
De eerste oogst is klaar na 18-24 maanden na het planten. Daarna kan er iedere 12 maanden geoogst worden. In de warmere omgeving van Noord Queensland is de oogst interval 8-9 maanden. Dit komt door het feit dat de 3-4 maanden rustperiode in NSW. in Queensland ontbreekt door de hogere temperaturen. De olie opbrengst is 170-220 kg per hectare, in Queensland door de kortere oogst interval iets hoger.
De tea tree kent geen ernstige ziekten, wel een pest insect, de paropsitema tigrina en een galafscheidende vlieg, de Dasineura sp.
Opslag van de kant en klare olie in roest vrij stalen containers afgevuld met nitrogeen is mogelijk voor lange tijd.
Melaleuca alternifoliaTelers laten een gaschromatografische analyse maken van iedere oogst.

In Noord Queensland gebruikt een plantage klonen. Het grootste struikelblok in deze zijn de kosten. Klonen zijn 4 x zo duur dan het gebruik van zaailingen. Andere bijkomende problemen zijn: de klonen ontwikkelen geen stabiel wortelsysteem, waardoor de planten bij de oogst vernield kunnen worden en ze zijn gevoeliger voor ziekten en pest. Wel hebben ze een hogere olieopbrengst, tot 100%. Onderzoek is nodig en kloonprogramma’s moeten aanvullend zijn en niet vervangend ten aanzien van de zaailingen.

De Bundjalund Aboriginals gebruikten de bladeren al eeuwen geleden om snijwonden en huidinfecties te behandelen. De gekneusde bladeren werden op de wonden gelegd, of puur of ze werden fijngewreven en met klei tot pakkingen gevormd.
James Cook en zijn bemanning noemden de boom “tea tree” aangezien ze de bladeren gebruikten als alternatief voor thee en ze gaven hun bier er smaak mee. Australische soldaten in de tweede wereldoorlog kregen de olie mee als desinfectant, waardoor de productie enorm toenam. Vooral na de eerste wereldoorlog werd er aandacht besteed aan de medicinale krachten van de plant. In 1923 onderzocht dr. A. R. Penfold de etherische olie en ontdekte dat deze als ontsmettend bacteriewerend middel twaalf keer zo sterk was als carbolzuur, dat toen algemeen gebruikt werd. In 1933 werd de olie erkend door het British Medical Journal als een krachtig desinfecterend middel, niet giftig en niet irriterend. Na de ontdekking van de penicilline nam het gebruik van de olie drastisch af. Nu anno 2002 is er weer een enorme toename van het gebruik van tea tree olie en tientallen Melaleuca alternifoliabijproducten.

De etherische olie is ontsmettend, krampstillend, pijnstillend, schimmelwerend, schimmeldodend, stimulerend, zweetuitdrijvend, pusoplossend, bacteriedodend, insectenwerend en voorkomt de vorming van lelijk littekenweefsel. Het neutraliseert het gif van de meeste kleine insecten. De olie heeft een enigszins verdovende, dus pijnstillende werking, die vooral tot uiting komt bij de behandeling van snij-, schaaf-, en brandwonden. De antiseptische werking is 12 maal sterker dan die van fenol, een chemisch desinfectans, dat ook nu nog algemeen gebruikt wordt.
De olie kan onverdund aangebracht worden op infecties, puistjes, steenpuisten,
snijwonden, insectenbeten en lichte brandwonden. Neusverstoppingen verminderen snel door te inhaleren. De olie irriteert de normale huid niet, is niet giftig en toch sterk antiseptisch, kiemdodend en schimmelwerend.
Tea tree kan men ook gebruiken in de zogenaamde basisoliën, als massageolie.
De olie tast het gezonde weefsel niet aan en bevordert normale celgroei en celvernieuwing.
De olie werkt tegen alle drie de infectueuze organismen: schimmels, virussen en bacteriën. Bovendien is het een krachtige immuno-stimulans, waardoor tea tree een belangrijke rol speelt bij het voorkomen van ziekten.
WoMelaleuca alternifoliardt gebruikt in zepen, deodorants, tandpasta’s, desinfecterende middelen, gorgeldranken, germiciden, eau de colognes en aftershaves.

Australië werkt met een standaard voor tea tree en die is:
Minimum terpine-4-ol van 30%. Maximum 1,8 cineol van 15 %.
Hoe lager het cineol percentage des te minder huidirritant. Australische leveranciers brengen de olie uit in percentages van terpine-4-ol van 37% of meer en 1,8 cineol van 2,7% of minder en leveren hiermee een zachte, niet irritante hoogst effectieve olie. Ook in de veterinaire branche wordt tea tree inmiddels toegepast bij schimmel-infecties bij huisdieren, vissen en planten.
Inwendig gebruik alleen in overleg met een arts.
Altijd buiten het bereik van kinderen houden.

In 1946 werden de ct’s geobserveerd en er werd geconstateerd, dat er 3 typen voorkwamen: normaal 6-13% cineol; ct. A 30-45% cineol en ct. B 54-63% cineol. Het is duidelijk dat alleen de eerste type olie gebruikt wordt voor medicinale en dentale toepassingen.

Werkzame bestanddelen: Melaleuca alternifolia
Soortelijk gewicht: 0.8950-0.9050. Refractieve index 1.47 – 1.48. Optische rotatie +5°tot 15°. Oplosbaar in alcohol van 80%. Niet in water.
Tea tree olie is een ingewikkeld mengsel van 48 werkstoffen. 
Monoterpenen: a-pineen 3%, beta-pineen 0.4-1%, mycreen 0.5-1.5%, a-terpineen 7-8%, y-terpineen 20,6%, paracymeen 3-20%, limoneen 1-3%, terpinoleen 3%, sabineen 0,6% , a-muroleen, a-thujeen, b-myrceen, b-phellandreen.
Sesquiterpenen: a-amorpheen, a-bulneseen, a-copaen, a-cubebeen, a-gurjuneen, beta-caryophylleen 1.2%, aromadreen 1,2%, allo-aromadreen 0.4%, viridifloreen 1%, a-cadineen, d- cadineen 1,1%, b-cubebeen, b-elemeen, b-gurjuneen, d-cadineen, viridifloreen.
Alcoholische monoterpenolen: terpine-4-ol 25-45%, a-terpineol 3.5-5%, beta-terpineol, p-cymenol-8 0.1%, p-cymeen 2,8%, cis-thuyanol-4, trans-thuyanol-4, hexanol, nerol, linalool.
Sesquiterpenische alcoholen: globulol 0,4%, viridiflorol 0,2% , cubenol, palustrol, p-cymeen-8-ol, spathulenol, viridiflorol
Terpenische zuren: 1,4-cineol, 1,8-cineol 2,8%-6.28%, epoxycaryophylleen.
Phenolen en ketonen: piperiton, eugenolmethylether, camphor.
Esters: a-terpineolacetaat
Door oxidatie, blootstelling aan licht, lucht en warmte, ontstaan er peroxiden, epoxiden en endoperoxiden die een sensibiliserende potentie hebben en mogelijk allergische huidreacties kunnen veroorzaken, zowel door inname als door uitwendig gebruik van de geconcentreerde olie. Door oxidatie worden de percentages a-terpineen, y-terpineen en terpinoleen aanzienlijk verhoogd, terwijl p-cymeen het tienvoudige kan worden. Limoneen kan hierdoor veranderen in carvon, limoneenoxide en caveol; terpinen-4-ol peroxide en 1,2,4-trihydroxymenthaan kunnen kristalliseren.
Deze reacties treden niet op bij verdunning en concentraties beneden de 1%. De Federal Institute for Risk Assesment beveelt de concentratie van tea tree olie in cosmetica aan tot Melaleuca alternifolia1% en bescherming van de producten tegen licht en toevoeging van antioxidanten.

Anti-microbe activiteiten:
MIC: minimum inhibitory concentration. (De laagste concentratie die de groei van een specifiek micro organisme zal verhinderen).
Copyright Avre Natural health 2002
Micro organismen:
Gram positieve bacteriën:
Bacillus cereus                                                    0,3%Melaleuca alternifolia
Bacillus subtilis                                                   0,3-0,4%
Beta haemolytische streptococcus                         0,5%
Corynebacterium spp                                           0,2-0,3%
Enterococcus faecalis                                          0,5-0,75%
Micrococcus luteus                                              0,2-0,3%
Propionibacterium acnes                                       0,4-0,5%
Staphylococcus aureus (methicillin resistent)           0,2-0,3%
Staphylococcus aureus                                        0,2%
Staphylococcus epidermidis                                  0,5%
Streptococcus agalactiae                                    1,25%
Streptococcus faecalis                                        1%Melaleuca alternifolia
Streptococcus pneumoniae                                  0,25%
Streptococcus pyrogenes                                    1%
Gram negatieve bacteriën:
Citrobacter soo                                                  0,5-1%
Enterobacter aerogenes                                       0,3%
Escherichia coli                                                  0,2%
Klebsiella pneaumonia                                          0,3%
Legionella spp.                                                   0,75-1%
Proteus mirabilis                                                 0,5-1%
Proteus vulgaris                                                 02-0,3%
Pseudomonas aeruginosa                                     1-2%Melaleuca alternifolia
Pseudomonas putida                                           0,5%
Serratia marcescens                                           0,2-0,3%
Shigella sonnei                                                   0,5%
Zwammen en schimmels:
Aspergillus niger                                                 0,3-0,4%
Aspergillus flavus                                               0,4-0,5%
Candida albicans                                                0,2%
Microsporum canis                                              1%
Microsporum gypseum                                         1%
Piryrosporum ovales                                            0,2%
Trichophyton mentagrophytes                              0,3-0,4%
Thermoactinomycetes vulgarus                            1.25%
Trichophyton rubrum                                          1%

Specifiek werkzaam: 
Aambeien  -  acné  -  aderdecongestivum -  aften+++ -  antiparasitair, lamblias, ascaris, ankylostomes  -  antisepticum -  antiviraal  -  asthenia++ -  bactericide,
breed spectrum, gram + staf. gram coliprobeus, kleb. entero en andere enterobacteriën  -  bacteriële infecties   -  berg  -  blaasontsteking -   blaren
bloeduitstortingen  -   bloedend tandvlees  -  brandwonden -  bronchitis - 
bijholte ontsteking  -  candidiasis  - cardiotonisch – emfyseem – enteritis+++ -
enterocolitis, bacterieel -  gewrichtspijn – gordelroos – herpes – hoesten – hoofdluis/neten – huidirritaties – hyperthermiserend, temperatuurverhogend - 
immunostimulans  -  infecties geslachtsdelen, urinewegen  -  ingegroeide nagels-insectenbeten/steken  -  jeugdpuistjes - jeuk, geslachtsdelen  -  kalknagels  -karbonkels  -  keelpijn  -  kloven  -  koortslip  -  likdoorns  -  littekens  -
luchtwegeninfecties  -  mond- en neuszweertjes  - nagelinfecties  -  nervinum    -     ontstekingremmend  -  oorpijn - orophaningitis+++ -  parasieten  -  psoriasis   -pijnstillendMelaleuca alternifolia  - ringworm  -  roos  -  scabiës  -  schaafwonden - shock   schimmelinfecties -  schimmelwerend+++, candida -  sinusitis - slijmvliesontsteking  -
snijwonden  -  spataders  -  spierpijn  -  steenpuisten -  stomatitis+++ -   stralingsbeschermend   -    tandabcea+++  -  tandvleesontsteking+++ -tandwortelinfectie -   teken   -    uitputting   -  vaginale infectie  -  verbranding, preventief, bestraling, radiotherapie  -  verstuikingen  -  virusinfecties  - vlooien bij huisdieren  -  voetschimmel  - voetwratten  -  vulva candida, chronisch  -  waterpokken -  wratten  -  zenuwpijnen -  zenuwtonicum  -  zonnebrand -zweetvoeten  -   zwemmerseczeem.
In Australië zijn standaarden ontwikkeld voor de hoeveelheden van een specifiek onderdeel. De AS van M. alternifolia, terpineen-4-ol is AS 2782 – 1997.  Olsen verklaarde in 1998 dat als de cineol boven de 15% komt hij irriterend is voor de huid. Daarom zou de cineol onder de 5% moeten liggen. Terpinen-4-ol, die 30-50% van de olie uitmaakt maakt de olie medicinaal.
De olie doodt bacteriën, virussen en schimmels, zelfs degene die al resistent zijn geworden tegen antibiotica. Het doodt alle stammen van de dodelijke Stafylococcus aureas evenals van de Pseudomonas aerginosa, Proteus vulgaris, Escherischia coli en o.a. de schimmels Aspergillus niger, Candida albicans, Trichophyton
mentagrophytes en Legionella SPP (veteranenziekte). In 1987 onderzocht in het Nata laboratorium in Australië in de zogenaamde TSA test (hospitaalvoorwaarden test) en in 1980 in hetzelfde laboratorium met het testcertificaat 8155. 
Ook heeft de olie een sterke immuunstimulans, dat wil zeggen het stimuleert het eigen afweersysteem. Daarom wordt in Australië intensief onderzocht of de olie bij de behandeling van aids gebruikt kan worden.

Melaleuca alternifoliaInwendig:
indicatie: kiespijn, reuma, zenuwpijn, hoesten, verstopping, griep, keelpijn, aids-support: 3 maal daags 1 druppel na de maaltijd.

Combinatie:
cananga, cipres, citroen,den, eikenmos, eucalyptus, gember,geranium, lavandin, lavendel, mandarijn, marjolein, rozemarijn, scharlei en specerijenoliën, speciaal kruidnagel en nootmuskaat.

Geestelijk:
Teatree olie kan men gebruiken bij gebrek aan concentratie, verwardheid en besluiteloosheid. Ze ondersteunt het logische denken en doelgericht handelen en werkt verkoelend en verzachtend op heethoofden. Vitaliserend na een shock.

Contra indicatie: veiligheid: MSDS
Cas no. 8022-72-8 en Cas no.: 68647-73-4
Xi: irritant voor ogen en huid.
Algemeen: schadelijke, brandbare vloeistof zonder milieu risico’s. Kan irritatie aan huid en ogen veroorzaken en na ingestie darmirritatie. Melk en norit toedienen. Oogglas spoelen met melk. De huid wassen met warm water en zeep.
Blusmiddelen co2 poederblusser, schuim, geen water. Opslag bij kamertemperatuur 18-21 C. Kookpunt 115-270 C. Gewicht 0,885 – 0,900 gm/cm3.
Niet oplosbaar in water. Vlampunt 58 C. Ontbrandingstemperatuur 72 C. Oxydeert langzaam in lucht. Oplosbaar in 85% ethanol 1:2.
Veroorzaakt bij sommige mensen mogelijk overgevoeligheid, (netelroos, blaasjes, oedeem) verder niet toxisch, niet irriterend. Niet tijdens de eerst drie maanden van de zwangerschap. Bij het ouder worden kan de olie huidirritant worden door vorming van peroxide. Bij een jonge olie van goede kwaliteit zijn er geen bijzonderheden.

Toepassingen: Melaleuca alternifolia
Baden, masseren, verdampen, inhaleren, kompres, enz.
*acne, jeugdpuistjes: 1-2 druppels op een vochtig watje doen en hiermee 3 maal daags de puistjes deppen, of stip vurige puistjes aan met pure tea tree.
*berg: meng 5 druppels met 1 eetlepel amandelolie, wrijf dit mengsel op de hoofdhuid en laat het 5 minuten inwerken. Daarna het haar wassen. Vermijd contact met de ogen.
*huid irritaties, jeuk, schurft, allergie: aangetaste plekken naar behoefte dagelijks met pure olie deppen of 8 druppels mengen in 10 ml. jojoba olie en hiermee de betreffende plaatsen meerdere malen per dag insmeren.
*insectenbeet/steek:: 1-2 druppels op de wond laat de jeuk verdwijnen en verzacht de pijn.
*Karbonkels: 3 druppels op een vochtig watje doen en hiermee 2 maal daags deppen.
*littekens: masseer het litteken dagelijks met een paar druppels tea tree. Om bij een verse wond vorming van lelijk littekenweefsel te voorkomen kan dagelijks een kompres gebruikt worden.
*onreine huid: meng 6 druppels in een liter gekookt, afgekoeld water en spoel hiermee 2 maal per dag.
*schaaf- en snij wonden, infecties: eerst goed schoonmaken met lauw water. Dagelijks 2 druppels op de wond aanbrengen. Eventueel verdunnen met een basisolie. Werkt verzachtend bij schaafwonden.
*steenpuisten, likdoorns: 2 druppels op een vochtig watje doen en dit 15-20 minuten op de steenpuist/likdoorn leggen. Of maak een kompres met 25 druppels op een liter water. Dit 15-30 minuten aanbrengen en er wel voor zorgen dat het kompres vochtig blijft. Voorkomt de vorming van lelijk littekenweefsel.
*verkoudheid, verstopping, sinusitis: 5 druppels in een schaaltje warm water en 2 maal per dag dampen. Of 2 druppels op een tissue en dit meerdere malen per dag opsnuiven.
*dierenverzorging: voor de behandeling van paarden, honden en katten. Tea tree is antiseptisch, ongediertewerend en algemeen verzorgend. Bij jonge en kleine dieren de olie vermengen met zuivere olijf-, amandel, of avocado-olie. Effectief tegen vlooien en luizen in een dierenshampoo. In laten en werken en dan uitwassen. Pure tea tree 10-20 druppels in de vacht borstelen. Bij insectenbeten en huiduitslag. 100 Milliliter gekookt water af laten koelen en mengen met 20 druppels tea tree in een plantenspuit. Het dier besproeien, vooral bij de oren en staart en bij paarden de manen. Bij zadelwonden en hoefontstekingen pure tea tree inmasseren. Bij teken enkele druppels op de teek en dan de teek er voorzichtig uitdraaien met een pincet. Daarna enkele druppels op het wondje.

Melaleuca paperbarkSTUDIES:
Carson + Riley 1995.
Terpineen-4-ol is het sterkst antimicrobisch evenals linalool (niet in M. alternifolia, wel in M. ericifolia 40%) en a-terpineol tegen alle microben, behalve Pseudomonas aeruginosa.

Raeman, Weir + Bloomfield 1995:
M. alternifolia is effectief tegen acne, met name a-terpineol, terpineen-4-ol en a-pineen.

Hammer, Carson + Riley 1996:
M. alternifolia verwijdert optredende huidflora en onderdrukt en handhaaft vaste huidflora.

Barset, Pannowitz + Barnetson 1990 vergeleken 5% alternifolia gel met 5% benzoylperoxide lotion ten opzicht van acne. Beiden hadden effect, M. alternifolia aanvankelijk langzamer, maar met minder bijwerkingen.

Carson e.a. 1995 concludeerde dat 66 stammen van Stafylococcus aureus, MRSA, waarvan 64 methiciline bestendig en 33 mupirocin bestendig gevoelig waren voor een tea tree oplossing van 0,25-0,5%

Dr. Paul Belainche van de universiteit van Parijs concludeerde in 1985 dat tea tree effectief was en minder irritant dan andere essentiële oliën bij de behandeling van vaginale candida albicans. De slijmvliezen reageerde goed op de olie.

Buck, Nidorf en Addino 1994:
Toonden aan dat M. alternifolia effectief was in de behandeling van onychomycosis (verwoesting van nagel en nagelbed), evenals Syed in 1999..

Melaleuca alternifolia is waarschijnlijk de meest onderzochte olie ter wereld.

Antimicrobe activiteiten van tea tree olie tegen mond micro-organismen:
A report for the Rural Industries Research and Development Corporation by KA Hammer, L. Dry, M. Johnson, E. Michalak, CF. Carson, TV. Riley may 2003.
RIRDC Publication no. 03/019

De menselijke mond voorziet in een leefgemeenschap voor diverse bacteriën, virussen, Melaleuca alternifoliaschimmels en protozoën. Deze micro-organismen koloniseren de gehele mondoppervlakte, inclusief kaken, tong, tanden en gehemelte. Bij gebrek aan mondhygiëne kan er relatief snel een ontwikkeling optreden van mondziekten zoals: gingivitis, halitosis, tandplak, cariës, periodontitis, tandsteen en nog ernstiger: verlies van tanden of tandbeen.

Gebruik van tea tree in de mondholte is onderzocht. In totaal werden 162 geïsoleerde bacteriën getest op hun ontvankelijkheid en/of gevoeligheid voor tea tree, te weten: van de genera Actinomyces – Branhamella – Capnocytophaga – Clostridium – Eikenella – Fusobacterium – Haemophilus – Lactobacillus – Neisseria – Pophyromonas – Prevotella – Stomatococcus – Streptococcus – en Veillonella.
Alle bacteriën werden geremd of gedood bij een concentratie tea tree groter dan 2 % en de meeste onder de 2%.
Streptococcus mutans wordt sterk geassocieerd met de ontwikkeling van cariës. Behandeling met 4-2-1 en 0.5% tea tree olie resulteerde in het feit dat na 5 en 10 minuten geen levende cellen meer te vinden waren. Minder duidelijk effectief was de behandeling met 0.12 en 0.25% tea tree. Lactobillus rhamnosus eveneens verantwoordelijk geacht voor cariës werd snel gedood bij 0.5 en 1% tea tree en minder snel bij 0.25%. Verder onderzoek is vereist

Anti-inflammatory activity of tea tree oil
A report for the Rural Industries Research and Development Corporation by Prof. John Finlay-Jones, Dr. Prue Hart, Associate Prof. Thomas Riley and Ms. Christine Carson. Melaleuca boomFebruary 2001.
RIRDC Publication  no. 10/10

Anti-microbial activity of tea tree oil.
A report for the Rural Industries Research and development Corporation by CF> Carson and T.V. Riley
July 1998.
RIRDC Publication no.98/70

De grote waarde van tea tree voor de behandeling van infecties is niet gelegen in het feit dat de remmende werking van ziekmakende micro-organismen zo hoog is, maar in het feit dat het spectrum van organismen waartegen het actief is, zo breed is en het lage irritatie niveau van huid en slijmvliezen door de terpinen-4-ol gehalten van boven de 30%.
Oliën met de aldehyden citral en citronellal hebben een goede antimicrobische werking maar kunnen plaatselijk niet gebruikt worden door hun instabiliteit en huidirriterende eigenschappen. Vergeleken met tea tree blijken de Eucalyptus species weinig antimicrobische activiteit te bezitten.
Een combinatie van kruiden preparaties en etherische olie kunnen irritaties tegengaan. Daar komt bij dat deze kruidentincturen en infusies nog andere bestanddelen bezitten, zoals: flavonoïden, tannine, slijmstoffen, bitterstoffen, enz.

Melaleuca alternifolia schors


Bron: Melaleuca alternifolia (Maiden & Betche) Cheel
        www.aromaticplantproject.com/articles 
        Aromatherapie  für Pflege-und Heilberufe . E. Zimmermann.
        Bush sense Mark Webb
        Clinic.com Tools for healthier lives. Tea tree oil. (Melaleuca alternifolia Maiden &
        Betche Cheel
        Wikipedia. eng., de., nl.
        Plants for a future  Medicinal and useful plants for a healthier world. Melaleuca 
        alternifolia Maiden.&Betche.) Cheel – Tea tree.
        David Dtewart The chemistry of essential oils made simple. p.535.
        Federal Institute for Risk Assesment (BfR) 2003
www.bfr.bund.de
        CSIRO – Forestry and Forest Products: Tea tree boosting oil production.
        The Australian National University 1998: Tea tree oil: Natures antiseptic from Down
        Under.
        ASGAP Association of Societies for Growing Australian Plants: The Melaleuca Page. 
        Essential oils of the plant family Myrtaceae by A.R. Penfold, director and F.R.
        Morrison, economic chemist Museum of technology and Applied Science, Sydney,
        Australia.
        Shirly and Len Price Aromatherapy for health Professionals p. 434.
Foto: 
www.pentapharm.cz
        www.anbg.gov.au
        www.manut.com
        
www.mardy.my
        www.iswgfla.org
        www.tame.ifas.ufl.edu
        www.rkm.com.au
        www.ens-newswire.com
        www.brampton-island.com
        www.wildcrafted.com.au
        www.yallaroo.com.au
        www.alicesprings.nt.gov.au
        www.townsville.qld.gov.au


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007


Previous page: Melaleuca species
Next page: Melaleuca bracteata