Print This Page

Melaleuca viridiflora

Melaleuca viridiflora

 

MELALEUCA VIRIDIFLORA, Soland. ex Gaertner     -                           NIAOULI       

Deze viridiflora is geen synoniem voor Melaleuca quinquenervia  (Cav.) S.T.Blake zoals door velen wordt beweerd, maar een eigen soort met zeven species. Opmerkelijk en verwarrend is dat Melaleuca quinquenervia (Cav.) S.T.Blake wel synoniemen heeft voor twee soorten Melaleuca viridiflora, zie aldaar.
Synoniemen:
           Cajuputi viridiflora A. Lyons.
           Melaleuca cunninghamii Schauer
           Melaleuca cunninghamii var. glabra C.T.White
           Melaleuca leucadendra var. cunninghamii (Schauer) Cheel
           Melaleuca leucadendra var. latifolia C. Riviere
           Melaleuca leucadendra var.sanguina (Sol. Ex Cheel) CheelMelaleuca viridiflora yellow
           Melaleuca leucadendra var. Viridiflora (Sol. Ex Gaertn.) Cheel
           Melaleuca sanguina Cheel
           Melaleuca viridiflora var. Attenuata Byrnes
           Melaleuca viridiflora var. canescens Byrnes
           Melaleuca viridiflora var. Glabra (C.T.White) Byrnes

De zes andere species van de Melaleuca viridiflora zijn:
     Melaleuca viridiflora Gaertner. Var. Viridiflora
     Melaleuca viridiflora var. angustifolia (L.f.) Byrnes
     Melaleuca viridiflora var. attenuata Byrnes
     Melaleuca viridiflora var. Canescens Byrnes
     Melaleuca viridiflora var. glabra (C.T.White) Byrnes
     Melaleuca viridiflora var. Rubriflora Brongn. & Gris
Bron: Australian Plant Name Index (APNI).
 
De eerste species werden verzameld door Joseph Banks en Daniel Carl Solander tijdens de reis van Cook naar Australië in 1770 en naam gegeven door Joseph Gaertner 1732-1791: Melaleuca viridiflora.
Aanvankelijk werd de naamgeving toegeschreven aan Brongniart en Gris, maar volgens Baker en Smith was het Solander. Daarna was hij volgens Cheel en White naam gegeven door Gaertner 1788. Edwin Cheel legde er uiteindelijk de nadruk op dat de bomen die in New South Wales en Queensland groeien, identiek zijn met de bomen in Nieuw Caledonië het Franse eiland in de Pacific, 800 mijl van Australië.
Banks eMelaleuca viridifloran Solander waren leerlingen van Linnaeus en uitgezonden door hem, zoals te doen gebruikelijk in die tijd. Op elk schip dat verre reizen maakte werden wetenschappers of in ieder geval studenten meegestuurd.

Over het algemeen werd de species beschreven als Melaleuca leucadendron Linn (naam bestaat niet in de Australische nomenclatuur) en sommige schrijvers houden zich nog aan deze nomenclatuur. Baker en Smith in hun studie betreffende Broad leaved tea trees, maakten een onderscheid tussen Australische bomen en de bomen van Nieuw Caledonia en verklaarden Melaleuca leucadendron Linn. buiten Australië. Hoofdzakelijk naar aanleiding van verschillen in chemische samenstelling van essentiële oliën, die van Melaleuca viridiflora species, die op verschillende locaties groeiden werd verkregen, stelde Smith twee nieuwe species in, nl. Melaleuca maidenii en Melaleuca smithii. Penfold en Morrison waren evenals de botanici Cheel en White de mening toegedaan dat het geen aparte species waren maar nauw verwant aan Melaleuca viridiflora. Zij concludeerden wel op basis van verschillende chemische composities dat één ct. gelijk was aan cajuput olie (die met cineol en a-terpineol) en een andere ct met nerolidol en/of linalol. Tientallen jaren nu werd Niaouli botanisch geklassificeerd als: Melaleuca viridiflora – Melaleuca leucadendron var, viridiflora – Metrosideros quinquenervia – Melaleuca Smithii – Melaleuca maidenii en verschillende anderen. Dan in 1968 geeft en rechtvaardigt Stanley Thatcher Blake 1910-1973 de naam Melaleuca quinquenervia die als eerste was gesuggerreerd door Antonio-Jose Cavanilles 1745-1804. In The Contributions from the Queensland Herbarium no. 1 geeft Blake o.a. aan dat de naam Melaleuca viridiflora verkeerd is toegewezen aan Meleleuca quinquenervia aangezien Melaleuca viridifloraMelelaleuca viridiflora een geheel verschillende soort is en in niet goed ingevoerde botanische kringen is dit nog zo, vooral buiten Australië. Daarom is nomenclatuur in deze van vóór 1968 niet rechtsgeldig. 
 
Bron: natuurlijke bomen, stoomdestillatie van de bladeren en twijgjes of jonge scheuten. Fysiologisch lijkt één type olie op de commerciële cajuput olie (met cineol en terpineol) en het andere type olie bevat nerolidol en/of linalol.
Melaleuca komt uit het Grieks melas = zwart en leukos = wit, refererend aan de zwarte plekken (vuur) op de witte stam. Viridiflora komt van het Latijnse viridis = groen van kleur, naar de meestal groene bloemen.
De olieopbrengst is 1-2.5% afhankelijk van het type olie.
De boom in Nieuw Caledonië bloeit, is resistent, vitaal,  groeit in moeras, op de rotsgebieden, in de laaMelaleuca viridifloraglanden bij de kust en op berghellingen tot 300 meter. De boom heeft eeen wijdverspreid wortelstelsel en eenmaal gesetteld bijna niet meer uit te roeien, nog door brand, nog door de boom te verwijderen. De planters beschouwen de boom al gauw als een plaag om zijn woekeren en ook omdat hij bushfires snel kan verspreiden. Van de andere kant is de boom erg decoratief en de afvallende bladeren gaan malaria tegen in sommige gebieden.
De bomen op het eiland zijn niet gecultiveerd. De bladeren worden verzameld door vrouwen en kinderen en de mannen zien toe op de destillatie. Arbeid is duur en daarom is de olieproductie in handen van een klein familiebedrijf van de Franse- en sommige Aziatische kolonisten. Het centrum van de olieproductie is Gomen, vandaar de Franse term Gomenol voor niaouli olie.
De destillatie is nog primitief. Veel van de ketels zijn klein en worden direct verhit. Ze worden gevuld met 500-1000 kilo bladeren, water en hebben slechts een opbrengst van 0.6-1%, terwijl de Australische bomen 2.5% olie opbrengen.
Gezien de chemische samenstelling lijkt de niaouli veel op cajuputi. De olie heeft een lichte geur van bittere amandelen (benzaldehyde) en is in Frankrijk erg geliefd. De olie wordt geëxporteerd van Noumea, de hoofdstad van Nieuw Caledonië, naar Marseille en vandaar wordt de olie verspreid over Europa en verscheept naar de USA. Komt ook voor in Nieuw Guinea en Madagaskar.
Vervalsingen komen voor met Eucalyptus (veel goedkoper) en verder met kerosine en/of vette olie.

Werkzame bestanddelen:Melaleuca viridiflora
1,8, cineol 13,7%             linalool 0,3%
viridiflorol 43,6%              a-pineen 9,1%
limoneen 10,7%               terpineen-4-ol 0,8%
a-terpineol 2,9&               ledol isomer 2,8%
b-pineen 2,8%                 b-caryophylleen 1,7%
gamma-terpineen 0,8%   myrceen 0,4%.
Antiseptisch – chronische catarre -  hoesten – neuralgisch – rheumatisme -
Verder orale inname en intramusculaire injecties in combinatie met een gesteriliseerde niet vluchtige olie. Ook aanbevolen in combinatie met olijfolie tegen de tuberculosis bacillus. Zie verder Melaleuca quinquenervia.
Opmerkelijk is dat de prijs van niaouli hoog blijft. Medicinale eucalyptus olie uit Spanje en Australië is veel goedkoper. Sommige schrijvers zeggen dat de Fransen de prijs hoog houden.

De fysiologische vorm van het type voorkomende in N.S.W. en Queensland is: soortelijk gewicht 0.913-0.930 ; ester nummer tot 5; cineol 46-60%; oplosbaar in 70% alcohol. Verdere gevonden bestanddelen in deze olie: d-pineen – l-limoneen – dipenteen – a-terpineol – sesquiterpenen en sporen benzaldehyde.
De bomen in Queensland hebben een soortelijk gewicht van 0.8764-0.8800; geen esters; wel linalol, nerolidol, linaloloxide, sesquiterpenen, citral, phenolsporen en benzaldehyde.
De gedestilleerde olie uit Queensland bevat 50% linalol en die uit N.S.W. 30% linalol en 70% nerolidol. Melaleuca viridiflora yellow
De Melaleuca viridiflora is karakteristiek in grote gebieden van Nieuw Caledonië. Deze olie heeft een soortelijk gewicht van 0.910-0.929; esters 2-9; cineol 50-60%; oplosbaar in 80% alcohol.
Algemeen gesproken komt de ct cineol voor in Nieuw Caledonië, het nerolidol/linalool ct in het noordelijke NSW en in het zuidelijke deel eveneens het ct cineol.
Twee van de drie chemotypes worden abusievelijk verkocht onder de misleidende naam Melaleuca viridiflora olie. Nog verwarrender is het, dat in de top van Australië en in Nieuw Guinea vier subspecies van Melaleuca viridiflora Gaertner voorkomen.
Ter vergelijk een olie uit Madagaskar. Een kleurloze tot lichtgele vloeistof, met een geur van eucalyptol en een aromatische bittere smaak. Oplosbaar in 94% ethanol, niet in water. Soortelijk gewicht 0.920 bij 20°C; refractieve index 1.468; optische rotatie -2.
Gaschromatografische analyse: a-pineen 0.9% - viridiflorol 4.5% - dipenteen 0.96% - a-terpineol 29.8% - linalol 0.8% - eugenol 0.3% - 1,8-cineol 62.3%.
Bron Nature International Ltd.

Werkzaamheid:
Aders, congestie, ontstekingen, herstellend – aambeien – acne – allergie - analgetisch – angina - anthelmintisch – anti-ontsteking – anticatarraal – antiparasitair – antireumatisch – antiseptisch – antitumoraal – antiviraal – astma – atherosclerose - bactericide – blaasontsteking – bloedcirculatiebevorderend - brandwonden – bronchitits – cholera - cicatrisant – depressies – diarree - diaphoretisch – enteritis, viraal - expectorant – galstenen – gastritis – geelzucht, viraal – griep – herpes – hoesten - hypotensor – insectensteken/-beten – jeuk – kanker – keelontsteking/ keelpijn – kinkhoest – koorts – leverproblemen, congestiMelaleuca viridiflorae, insufficiëntie – luchgtwegproblemen, infecties – maagzweer – ontstekingen, algemeen – psoriasis – schimmelinfecties – sinusitis - spasmolitisch – stimulant, algemeen – snijwonden – spataders – spierpijn – steenpuisten – verkoudheid – vermoeidheid – wratten – zweren.

Geestelijk:
Niaouli werkt kalmerend, rustgevend en harmoniserend op de psyche. Voor de verwerking van traumatische jeugd ervaringen. Helpt je lot te aanvaarden in kalmte en rust.

Combinaties:
Citroen, cipres, den, eucalyptussoorten, hyssop, kanuka, laurier, lavendel, manuka, scharlei, sinaasappel, pepermunt soorten, palmarosa en citrussen.

AlgemMelaleuca viridifloraene contra indicatie:
Schadelijk brandbare vloeistof, zonder milieurisico’s. Kan irritatie aan bindvlies en huid veroorzaken en na ingestie gastro-intestinale irritatie door verlies van intestinale flora. Kijk bij gebruik van de olie kritisch naar de bestanddelen.
Niet voor zwangere en niet puur op de huid gebruiken.  

 

 


Bron: Essential oils of the plant family Myrtaceae by A.R. Penfold, director and F.R. Morrison,
          economic chemist Museum of technology and Applied Science, Sydney, Australia.
          Niaouli: www.home.scarlet.be/jantje
          Nature International Ltd. Niaouli oil.
          USDA GRIN Taxonomy for plants.
          ASGAP Association of Societies for Growing Australian Plants: Melaleuca viridiflora.
Foto: www.anbg.gov.au
          www.asgap.org.au
          www.griffith.edu.au
          www.jcu.edu.au
          www.yallaroo.com.au
          www.farrer.csu.edu.au
          www.lillinatura.com
          www.helan.hu
          www.aliksir.com
          www.sememcesdupuy.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007