Print This Page

Myrica gale

 


MYRICA GALE L.                                    -                                                      GAGEL, WILDE-
Synoniemen:
 Gale palustris (Lam.) Chev.Myrica gale
                      Myrica palustris Lam.
                      Myrica gale var. subglabra (A.Chev.) Fernald
                      Myrica gale var. subartica J. Rousseau
                      Myrica gale ssp. Tomentosa (C.DC) E. Murray
                     Myrica gale var. tomentosa C.DC
Famlie: Myricaceae. De gagelfamilie is een familie van bomen en heesters en komt wereldwijd voor, behalve in Australië. Gebruikt deel: de vruchten, bladeren gedroogd, stoomdestillatie. De bladeren zijn dichtbezaaid met olieklieren.

De wilde gagel is sterk afgenomen. Het is momenteel een bedreigde en kwetsbare vaatplant in Nederland en kandidaat voor de rode lijst van planten. De geur van gagel is aromatisch, harsachtig en wordt sterker als hij gedroogd is, de smaak is enigszins bitter.
Etherische olieopbrengst is ongeveer 1% uit de bladeren, terpeenrijke olie. In tal van drankjes wordt het aroma van gagel verwerkt. Komt voor van nature in Nederland en in Noord Europa, Noord Amerika en Azië.
De struik wordt zo’n 1,5 meter hoog. Inheems in Nederland. Hij kwam veel voor op lichtzure en vochtige grond bij heidevelden en langs beekjes en rivieren. Op kalkarme grond op de Waddeneilanden en in de duinen komt hij nog wel voor. Het is een bladverliezende heester van 1-1,5 meter hoog. Zowel de roodbruine takken als de bladeren zijn aromatisch, geurend naar hars. Gagel is één- of tweehuizig. De struiken met grote katjes zijn mannelijk (1-1,5 cm) en de Myrica galestruiken met kleine katjes zijn vrouwelijk (5-6 mm). De katjes van de mannelijke struiken kunnen éénhuizig zijn en dat betekent dat ze zowel meeldraden als stampers bevatten. De vrouwelijke bloemen bestaan uit een stamper en twee roodbruine stempels omgeven door kleine schutblaadjes en zijn zeer eenvoudig. Beiden hebben geen honingklieren. Gagel heeft scherp gezaagde bladeren. Ze voelen leerachtig aan. zijn langwerpig van vorm en lijken op bladeren van de olijfboom. Ze zijn aromatisch als ze gekneusd worden, harsachtig. In het najaar worden de bladeren roestbruin. De bladeren zijn 2-4 cm lang, dof donkergroen aan de bovenzijde en lichtgroen aan de onderkant. De plant bloeit in maart tot mei, voordat de bladeren eraan komen en is winterhard. De vrucht is een geelgrijs nootje. Het zaad rijpt van augustus tot september. Gagel heeft lange ondergrondse uitlopers met kleine knolletjes, die een zwam of schimmel bevatten (mycelium) die stikstof opslaan uit de grond, dus niet via het blad uit de lucht.

De naam Burs, Bors, is een plantennaam die zowel moerasrozemarijn (Ledum palustre) als gagel kan betekenen en inheems is in Europa. Vroeger porskruid geheten, gebruikt bij het bierbrouwen, gevonden in een akte gesloten te Winterswijk in 1253 waarbij een aantal edelen het gebruik van porskruid afstonden aan een klooster te Boerlo. Gale is afgeleid van het Keltische woord gal, dat eigenlijk balsem betekent en door de Kelten werd de plant gebruikt om een extract te maken ter verzachting van pijnen aan handen en benen. Zowel de bladeren als ook de stengels hebben klieren die een harsachtig aroma verspreiden. De plattelandsbevolking gebruikten vroeger de takken en bladeren om insecten te verdrijven, vooral vliegen en muggen. Vroeger had gagel een economische waarde omdat hij bij het bierbrouwen werd gebruikt. Ook werd van de bast en bladeren een verfstof gemaakt evenals van de gele bloemknoppen. De Myrica galeplant werd gebruikt bij het leerlooien. In Denemarken worden de twijgen gebruikt bij het maken van een jenever, de Porsesnaps.

De naam komt waarschijnlijk uit het Grieks, myrike of myron (balsem). Werd vroeger in de keuken gebruikt in Noord- en Midden Europa, bij gebrek aan geïmporteerde specerijen en kruiden. Tegenwoordig niet meer in gebruik. In oude recepten uit Zweden, Engeland en Noord Frankrijk komt men Gagel nog wel tegen. Net als laurier kan men de bladeren mee laten trekken in soepen en sauzen.
In de Middeleeuwen, voordat hop werd gebruikt bij het bierbrouwen werd het relatief goedkope Gagel veel gebruikt, vooral in Engeland, in Yorkshire. Ook werden de katjes gebruikt om kaarsen van te maken, gekookt scheidden die een was af, die daarvoor kon worden gebruikt.
Wilde gagel was de plant van natte heide en hield van voedselarme zure bodem, hoogveen en onbemeste graslanden, humeuze, zure, arme gronden.

Myrica galeAndere soorten: Myrica cerifera, ruikt een beetje naar eucalyptus  en M. pensylvanica ruikt een beetje citrusachtig.

Werkzame bestanddelen:
a-pineen – myrceen – limoneen – 1,8-cineol- d-b-en y-cadineen – 11-selineen-4 ol  – b-terpineen – p-cymeen – caryophylleen – 4,11-selinadine – b-elemenon – germacron.
Giftige flavonglycosiden, alkaloiden en veel looistoffen.
JEOR: Investigation of leaf Essential oil of Myrica gale L. from Quebec: jan/febr.2006 M. Sylvestre; J. Lequalt; S. Lavoie; A. Pichette:

Hydrodestillatie, 2 uur van verse bladeren: GC en GC/MS analyse: 48 componenten met als hoofdcomponenten: eudesm-11-en4-ol 11.5%; myrceen 11.3%; b-caryophylleen 8.4%; a-phellandreen 7.1%; limoneen 5.3%; germacron 4.3%. Totaal 85%. Om de andere 15% te identificeren werden 4 fracties onderzocht: fractie 1 met hydrocarbon terpenen, mono- en sesquiterpenen (myrceen 23.2% - limoneen 12.7% - a-phellandreen 9.9% - b-caryophylleen 9.3% - (E)-b-ocimeen 4.5% - p-cymeen 4.5% - (Z)-b-ocimeen 4.3%); fractie 2 en 3 bevatten geen alcohols maar zuurstof componenten, ketonen, epoxiden, esters, acetaten met Germacron 46.3% - a-terpinylacetaat 5.6% - caryophylleenoxide 4.5% - (E)-b-elemenon 2.8% - hexylisovaleraat 2.1% in fractie 2 en in fractie 3 waren dominant: caryophylleenoxide 44.8% en humuleen epoxide II 22.1%. De 4e fractie bevatte alcohols met selin-11-en-4a-ol 78.6% en neoitermedeol als de hoofdcomponent.Myrica gale
Lawrence and Weaver 1974, oil from Ontario: 49 componenten met myrceen 16.2% - selin-11-en-4-ol 14.6% - limoneen 10.8% - selina-4,11-diene 6%.
Bladolie: 41 componenten met a-pineen 17.8% - d en y-cadineen 12.9% - limoneen 9.9% - cineol 7.1% - nerolidol 5.9%.
Halim and Collins: olie uit het oosten van de US.: myrceen 29.1% - limoneen 14.6% - a-terpineen 5.6% - p-cymeen 5.5% - b-caryophylleen 5.5%.

Werkzaamheid:
Abortief – adstringent -  eczeem – insecticide, luizen -  menstruatiebevorderend  -  parasitair -  schurft -  stomachisch.
Eigenlijk niet op grote schaal medisch toegepast, noch de olie noch de plant zelf. Plaatselijk werd de plant gebruikt in de keuken en als insecticide tegen muggen en luizen. Gebruikt in de parfumindustrie en in de keuken als specerij en kruiderij. Van de bladeren kan men thee maken maar ze zijn licht giftig, dus spaarzaam gebruiken.
Myrica gale
Aanvulling: Liesbeth Ximenes:
Olie van de takken. (Franchomme, Jolois en Penoel). Hoofdbestanddelen: sesquiterpenen, overwegend germacron, met de eigenschappen: anti-tumoraal - anti-catarraal - vermifuge - parasiticide - anti-moustiques (anti muggen) - mucolytisch - tegen wormen - parasieten.
 Tegen bepaalde soorten kanker en bij catarrale respiratoire infecties.
Contra indicaties: baby's - kinderen - zwangerschap. Neurotoxisch en abortief.Myrica gale

Contra indicatie:
Wordt in de aromatherapie niet gebruikt. Niet gebruiken tijdens zwangerschap. Abortief, de hele plant mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap.


Bron: Neêrlands tuin: Myrica gale – gagel.
          Wikipedia eng., de., nl.
          USDA Plants profile Myrica gale L. Sweetgale.
          JEOR Investigation of leaf essential oil of Myrica gale L. from Quebec.
          Gernot’ Katzer’s Spice pages Myrica gale L.
          Myrica gale L. www.fs.fed.us/global
          Food-info Wageningen Universiteit.
          Plants for a future edible, medicinal and useful plants for a healthier World Myrica gale L.
Foto: www.nature-diary.co.uk
         www.strecker.be
         www.univ-ubs.fr
         www.silkmoths.bizland.com
         www.saxifraga.de
         www.gov.ns.ca
         www.tuinkrant.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007

 


Previous page: Monarda didyma
Next page: Myristica fragrans