Print This Page

Myristica fragrans

 


MYRISTICA FRAGRANS Houttuyn  -    FOELIE/NOOTMUSKAAT /MUSKAATBLOEM / MACIS.
Familie:
myristicaceae. Familie van de laurier. Sri Lanka, Indonesië. Myristica fragrans
Myristicaceae heeft 3 genera en 1 species Myristica.
Synoniem:  Myristica aromatica.
                   Myristica officinalis L.f.
Foelie is de hoornachtige of leerachtige gedroogde zaadmantel van de muskaatnoot. Versgemalen foelie is rood. Daarna wordt het snel oranjeachtig geel en tenslotte grijs. De kleur geeft de versheid aan.
Gebruikt deel: zaad, schil: stoom- of waterdestillatie:
     1. het gedroogde door wormen aangevreten zaad, levert een waterig witte of lichtgelige niet viskeuze vloeistof met een zoete warm-kruidige geur.
     2. de gedroogde oranje-bruine schil, de foelie, levert dezelfde vloeistof als 1, maar wel met andere bestanddelen.
     3. er wordt een oleoresin geproduceerd door oplosextractie uit foelie, dat is een oranje-bruine viskeuze vloeistof met een frisse balsemieke geur. Heeft een grote maskerende kracht.
Meestal wordt er geen verschil gemaakt in de foelie olie en de nootmuskaat olie. Wel te onderscheiden zijn: Oost Indische olie met een soortelijk gewicht van 0.885 – 0.915 oplosbaar in 90% alcohol, 1 op drie delen alcohol en de West Indische olie met een soortelijk gewicht van Myristica fragrans0.86 – 0.88 en oplosbaar in 90% alcohol 1 op 4 delen alcohol.
Gehalte aan etherische olie 6-10%, voor 1 kg essence 10-20 kg plantenmateriaal, met voornamelijk myristicine en elimicine. De olie is kleurloos tot lichtgeel, de geur prettig en kruidig. De geur van foelie is sterker dan die van nootmuskaat. Foelie is topnoot in de parfumindustrie, in kruidige mannenparfums. De noten bevatten ook 40% vette olie (nutmeg butter).

Plinius beschreef als eerste de nootmuskaatboom en de Arabieren hebben de handel opgestart. Nootmuskaat is teruggevonden in de Egyptische graven. Niet bekend is of het als geneeskrachtig kruid werd gebruikt of alleen ceremonieel.
De myristica familie heeft zo’n 100 verschillende flinke, altijdgroene bomen. De foelieboom of muskaatboom, kan 15-20 meter hoog worden en wel 100 jaar oud. Het is een groenblijvende boom, met een grijsbruine zachte schors, heeft langwerpige gladde bladeren en lichtgele bloemen die worden gevolgd door het gele fruit, peervormig, dat openbarst als het rijp is, waardoor het zaad, de nootmuskaat, vrij komt. Hij behoort tot de Mirte familie. Hij groeit in tropische regengebieden, in de buurt van zout water.
De nootmuskaat is verpakt in de zogenaamde foelie, een helder rood omhulsel dat oranjebruin verkleurd. Zaad en omhulsel zijn rijk aan etherische olie.

Inheems in de Molukken, dé specerijeneilanden van Indonesië. De Portugezen bezetten de eilandengroep in 1512 en eigenden zich het handelsmonopolie op de kostbare noten toe. Honderd jaar later namen de Hollanders de macht over. Tot 1863 had de Verenigde Oost-Indische Compagnie het alleenrecht op de specerijenhandel. Later mochten de muskaatbomen ook elders worden aangeplant en zodoende zijn nu India en Sri Lanka belangrijke leveranciers van de noot. In de 17e en 18e eeuw werd de nootmuskaat beschouwd als een magisch specerij. De hoogste standen en rijken droegen toen dikwijls een zilveren raspje bij zich, om hun maaltijden altijd en overal te kunnen kruiden met geraspte “muscaetnote”. Ten eerste voor de enigszins bittere, wrange smaak, maar ook Myristica fragransvoor de bedwelmende werking van de myristicine in de noot, die in grote hoeveelheden gebruikt euforische stemmingen en zelfs hallucinaties kan opwekken.

Op het einde van de Middeleeuwen was het specerij nog peperduur. Nootmuskaat, foelie, kruidnagel en kaneel waren in de 17e en 18e eeuw de duurste specerijen.
De oranje bruine zaadhuid, de muskaatbloem, wordt met de hand van het dikke vruchtvlees van de muskaatnoot afgehaald. Die wordt dan in de zon of in een speciale drooghal gedroogd en grofweg in stukken gebroken.
De vruchten zien er uit als perziken ter grootte van een abrikoos en leveren ook twee etherische oliën, muskaatnotenolie en muskaat bloesemolie. De vruchtkernen worden gedroogd en met behulp van waterdampdestillatie wordt muskaatnotenolie gewonnen. Muskaatboter is een geurig vet bijproduct dat wordt gebruikt bij de bereiding van zalven. De eerst bast van de vruchtkernen is omgeven door een glanzend rode, vezelachtige zaadmantel, de macis, foelie of muskaatbloesem. Ook foelie doet dienst als een specerij. Als de zaadmantels zijn gedroogd en fijngemaakt wordt er muskaat bloesemolie uit gedestilleerd. Beide oliën hebben een bleekgele kleur en een warme, kruidige geur, gebruikt voor kruidige herengeuren en moderne
eau dMyristica fragranse colognes. Het aroma van de muskaat bloesemolie is veel sterker dan die van de muskaat notenolie.

De boom komt oorspronkelijk van de Molukken, maar wordt nu gecultiveerd in Indonesië, Sri Lanka en het Caribische gebied. Tegenwoordige productie in Indonesië en Grenada. Op de plantages staan voor de bevruchting enkele mannelijke bomen omringd door talloze vrouwelijke bomen. De bomen hebben een gladde en grijze schors, sterk ruikende lange donkere bladeren en geelachtige bloemetjes, gevolgd door felgele vruchten, die op abrikozen lijken en van binnen erg sappig zijn. Ze hebben een pit waaromheen een felrood soort netwerk zit. Na tien jaar groei begint de oogst eigenlijk pas en na twintig jaar is de oogst pas optimaal. Dan kan er ook meerdere keren per jaar geoogst worden en dat kan door gaan tot de bomen zo’n jaar of zeventig zijn, of nog wel langer, want de bomen kunnen gemakkelijk 100 jaar worden. De vruchten worden geplukt als ze zeer rijp zijn en dan wordt het rode netwerk, zaadrok genoemd, en de pit voorzichtig van elkaar gescheiden. De zaadrok wordt eerst gedroogd tot deze zacht genoeg is om te worden geplet. Dit is de foelie. De pitten worden apart behandeld. Na het plukken zijn ze nog niet helemaal zacht en dun van dop. Pas na weken drogen kunnen ze zonder beschadiging van de kern worden gekraakt. De kern is dan de nootmuskaat. Deze bolletjes werden door de Hollandse kooplieden meteen gekalkt, zodat ze niet meer konden uitlopen. Het zaad kennen we als nootmuskaat dat wordt gebruikt in de keuken om te kruiden. De zaden zijn omgeven door een helderrode, vlezige zaadmantel, die de foelie levert. Bij het oogsten wordt deze afzonderlijk gehouden, dan platgestreken en gedroogd. De etherische olie wordt gewonnen door stoom- of waterdestillatie van de gedroogde zaadmantel. De olie is lichtgeel van kleur met een zoete pittige geur. Nootmuskaat en foelie worden veel als smaakstof gebruikt in de levensmiddelenindustrie. Foelie is een verwarmende olie en wordt daarom gebruikt in massage olie, verder stimuleert de olie de hersenen en de bloedsomloop. Ook wordt er de eigenschap aan toegeschreven galstenen op te lossen. De reuk is aangenaam kruidig, de smaak bitter-zoet, fijner en milder van smaak dan die van de nootmuskaat. De foelie is verkrijgbaar in poeder en kleine reepjes. De reepjes worden meegekookt en voor het eten verwijderd. Aangeraden wordt om hele noten te kopen en zelf te raspen. In de handel worden gebroken noten die geïnfecteerd zijn met schimmel en pest soms gemalen en in de handel verkocht. Deze schimmels kunnen aflatoxinen (Aspergillus flavus) produceren. Dit is de zogenaamde BWP (broken, wormy and punky) gradatie die eigenlijk alleen gebruikt mogen worden voor destillatie en oleoresin productie. Nootmuskaat wordt gewaardeerd op grootte en noten van 8 gr. of meer zijn superieur en duurder in de handel. In Grenada worden ze gekwalificeerd naar gewicht van gedroogde noten per pond: 55 noten (8.2 g) – 65 noten (7 g.) – 160 noten (2.8 g) en de laagste kwaliteit is de BWP, zie Myristica fragransboven.

Werkzame bestanddelen:
De verschillende soorten variëren met het gehalte etherische olie (Papua 2,8 – 3,2%, Halmahera 16%, Myristica fragans: 4 – 12%)
Inhoudstoffen zijn o.a. eugenol, safrol en myristicine 4-8%.
88% Monoterpene/sesquiterpene koolwaterstoffen: camfeen, a- en b-pineen, thujeen, bisaboleen, caryophylleen, a- en b-phellandreen, germacreen-D, iso-eugenol, car-3-ene, cadineen, myrceen, dipenteen, sabineen, p-cymeen,  terpinoleen, bergamotteen, copaen, cubebeen, cymeen, farneseen, humuleen, limoneen, safrol en elemicine. Monoterpenolen / sesquiterpenolen: furfurol, piperitol, eugenol, terpineen-4-ol, linalol, borneol, geraniol, nerol, citronellol, terpineol. Zuren/ethers/esters: azijnzuur, myristicinezuur, mierenzuur, eugenolmethylether, geraniolacetaat, geranylacetaat, terpineolacetaat, linaloolacetaat, methyleugenol, elemicine, coumarinezuur, pentadecanoidezuur, trans-sabineenhydraat, borneolacetaat, azijnzuur, linolzuur, myristicinezuur, palmitinezuur, salicylaat.
Een groot deel van de eigenschappen en toepassingen van specerij oliën overlappen elkaar. Foelie olie heeft een hoger percentage myristicine, de olie uit zaad heeft een hoger percentage elimicine.
Nootmuskaat heeft in vele opzichten dezelfde eigenschappen als kaneel. Voorzichtigheid is geboden bij nootmuskaat. Nootmuskaat is stimulerend voor het hart en de bloedsomloop.
 Ter vergelijk: olie van zaad, stoomdestillatie
Hydrocarbons: monoterpenen: 70-75%.  Myrceen – d-3-careen 1-2% - a-pineen 14-25% - b-pineen 10-15% - b-myrceen 2% - sabineen 14-35% - a-terpineen 204% - y-terpineen 1.6-7.7% - limoneen 3.7-4% - b-phellandreen  0-1%  – campheen <1% - a-phellandreen 0.7-1% - a-terpinoleen 0.9-1.7%. Sesquiterpenen: b-caryophylleen 0-1%. Aromatisch p-cymeen 1.1-3.1%.
Alcohols: monoterpenolen: terpinen-4-ol 4-8.2% - a-ter[pineol 0.4-1.2% - cis-thujan-4-ol <1% - trans-thujan-4-ol <1%.
Phenolen: eugenol 0.2% - isoeugenol
Methylethers: elemicine 0.4-2.1% - methyleugenol 0.6%
Benzodioxoles: safrol 0.7-1.7% - myristicine 2.9-10.4%.
Oxiden: monoterpenoide: 1,8-cineol 2-3%.
Bron: David Stewart p. 539 – E. Zimmermann p. 148 – Shirle and Len Price p. 442.

Specifieke werkzaamheid:
Abortief -  afrodisiacum -  analgetisch, sterk: neuralgia, tandpijn, reuma, verrekkingen, verstuikingen, kneuzingen  -  antibacterieel - anti-depressief  -  anti-emetisch - anti-oxidant  -  antireumatisch -  antiseptisch, chronische diarree  -  artritis -  asthenie -  astma - bacteriële infecties -  bloedcirculatiebevorderend - cardiac, hartversterkend -  carminatief - cefaal, Myristica fragransconcentratiebevorderend  – digestief, gebrek aan eetlust, - emmenagoog, onregelmatige menstruatie  - euphoriserend  -  flatulentie  - frigiditeit - halitosis  -  hallucigeen  -   impotentie -   infecties, bacterieel  -  jicht - kater, alcohol  -  larvicide   -   misselijkheid  - neurotonisch, sterk: algehele zwakte - pijnstillend -  psychoactief - reuma  -  spasmolytisch -  spierproblemen – spijsverteringsproblemen  -  stimulans, hart, hersenen, reproductieve systeem (impotentie, frigifiteit) en bloedsomloop  - stomachisch -  tonisch, versterkend -  uterotonisch, geboortehulp - vermoeidheid   -   wormdrijvend  -  zenuwpijn.
Gebruikt als specerij, kruiderij, en wierook.
Voorzichtig en spaarzaam gebruiken, vooral bij een hoog myristicine gehalte.
De olie heeft larvicide eigenschappen (Oishi et al 1974).
Inwendig gebruik wordt afgeraden en uitwendig in een redelijk hoge verdunning.

Inwendig:
indicatie: depressies, gebrek aan eetlust, diarree, infecties algemeen, flatulentie, asthenie (fysiek en intellectueel), darmontsteking, galstenen, onvoldoende menstruatie, slechte adem of halitosis, trage spijsvertering, vermoeidheid: 3 maal daags 2 druppels na de maaltijd, mengen met honing en oplossen in warme melk of kruidenthee.

Combinatie:
eikenmos, geranium, koriander, lavandin, laurier, limoen, mandarijn, perubalsem, petitgrain, rozemarijn, scharlei, sinaasappel, en andere specerijoliën.

Geestelijk:
geschikt voor mensen met een zwakke constitutie en heeft een stimulerende werking op mensen die veel intellectuele arbeid moeten verrichten. Werkt tegen depressies, kalmerend, activerend versterkend. Zie contra indicatie.

Contra indicatie:
grotere hoeveelheden werken hallucinogeen en te hoge dosis kunnen nerveuze stoornissen geven, misselijkheid, stupor en tachycardia, waarschijnlijk door het myristicinegehalte. Ook niet te lang achter elkaar gebruiken. 12 Gram nootmuskaat kan dodelijk zijn, door het myristinezuur. NootmuskMyristica fragransaat heeft een hallucinerende werking, narcotisch en vruchtafdrijvend. Mogelijk carcinogeen. In het algemeen: niet toxisch, niet irriterend en veroorzaakt geen overgevoeligheid.
Niet voor baby’s en kinderen, niet inwendig, niet op een gevoelige huid, niet tijdens zwangerschap. Spaarzaam gebruiken.

Veiligheid: MSDS
Cas no.: 8008-45-5. Vlampunt 40 graden C. Soortelijk gewicht 0.89.
Bij verbranding ontstaan giftige gassen/dampen met carbonmonoxide en carbondioxide.
Giftigheid: oraal mens 214 mg/kg
                 oraal rat LD50 2620 mg/kg.
Xi-Xn-N: irritant voor ogen en huid; schadelijk bij ingestie; niet in het milieu afvloeien: grondwater, water, grond. Oogcontact: 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen en een arts waarschuwen, etiket/verpakking tonen. Verwerken met beschermende kleding.
Oplosbaar in alcohol, vette olie, niet in water. 

Toepassingen:
*bij zenuwpijn
*bij trage spijsvertering
*bij vermoeidheid.
*bij stijve koude spieren: meng 15 dr. foelie met 50 ml. amandel olie voor een verwarmende, stimulerende massage. Wrijf hiermee naar behoefte de spieren in.
*verdampen: samen met 10 sinaasappel geeft hij een zeer plezierige geur in de aromalamp.


Bron: Gernot Katzer’s Spice pages. Nutmeg and mace (Myristica fragrans Houtt.)
          Epicentre: Encyclopedia of spices: Nutmeg Myristica fragrans.
          Epicentre: Encyclopedia of spices: Mace Myristica fragrans.
          Wikipedia nl., eng., de.
          Julia Lawless Encyclopedie van de etherische oliën.
          Nico Vermeulen: Kruiden encyclopedie.
          David Stewart: The chemistry of Essential oils Made simple. P. 539.
          E. Zimmermann Aromatherapie für Pflege- und Heilberufe. P.148.
          Shirley and Len Price: Aromatherapy for health Professionals. P.442.
          Muskatnuss (myristica fragrans) www.giftpflqanzen.com
          USDA Plants profile Myristica fragrans Houtt. – nutmeg.
          IPCS INCHEM Chemical Safety information from Intergovernmental Organizations.
          Myristica fragrans Houtt.
          Spices: exotic flavours & medicines.UCLA Louise M. Darling Myristica fragrans.
          Sorting Myristica names. Multilingual Multiscript Plant Name Database.
          Trawww.tradewindsfruit.com
Foto: www.tcm.health-info.org
         www.anthemis.nl
         www.rolv.no
         www.rimbundahan.org
         www.fao.org
         www.ecology.orgnsport Information Service Mace and Nutmeg.

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007


Previous page: Myrica gale
Next page: Myrocarpus fastigiatus