Print This Page

Pinus species

 

      Pinus sibirica     Pinus laricio     Pinus sylvestris     Pinus cembra     Pinus sylvestris kegel


PINUS-PICEA-ABIES-CEDRUS-TSUGA-LARIX-PSEUDOTSUGA.
Linnaeus 1753 classificeerde alle dennen, sparren, pijnbomen, vurenhout en grenehout bomen onder de genus Pinus. Miller 1754, classificeerde alle dennen  onder de genus Abies. De classificatie is nog steeds in ontwikkeling.

De naamgeving: de Familie Pinaceae (Lindley 1836) van de Orde Pinales heeft nogal wat leden:11 genera en 232 species.
Pinaceae is inheems op het noordelijk halfrond. Enige kenmerken zijn: de naalden staan Pinus speciesspiraalsgewijs rond de takken; mannelijke en vrouwelijke bloemen (kegels) zijn aan dezelfde boom; de zaden zijn gevleugeld met een schutblaadje; het hout is o.a. zacht en harsig (papierindustrie).

De 11 genera zijn samengevat in 4 subfamilies gebaseerd op de morfologie van de kegels, het zaad en het blad.
Subfamilie Pinoideae – Pinus, ongeveer 115 species.
Subfamilie Piceaodeae – Picea, sparren ongeveer 35 species.
Subfamilie Laricoideae  - Larix (14 stuks), Cathay (een stuks), Psuedotsuga, (Douglas firs, 5 stuks).
Subfamilie Abietoideae – Abies (50 stuks), Cedrus (2-4 stuks), Pseudolarix, (22 stuks, de gouden Larix) Keteleeria (drie stuks), Nothotsuga (een stuks), Tsuga, (9 stuks)

Genus Pinus: de dennen met o.a. P. cembra – cembra sibirica – mugo – sylvestris.
Genus Picea: de spar met o.a. de species: Picea abies – glauca – mariana – omorika – pungens – sitchensis, zie aldaar.
Genus Abies: de zilverspar met o.a. de species: Abies alba – balsamea – sibirica - frasen – procera – nordmanniana – grandis en nog ongeveer 30 andere, zie aldaar.Pinus, Europese
Genus Cedrus: de ceders, zie aldaar
Genus Tsuga: de Hemlockspar, zie aldaar
Genus Larix: met de Europese Lariks, zie aldaar
Genus Pseudotsuga: met de Pseudotsuga menziesii, zie aldaar.
Het zijn bomen van 2-100 meter meestal groenblijvend in bossen op het noordelijke halfrond. In het zuiden komen ze voor in de berggebieden.

De naam den is erg verwarrend, beter is pijnboom. Het hout van de Pinus soorten is grenen en het dennenhout stamt van de genus Abies.

Op onze aardkloot zijn de coniferen de oudste bekende bomen met een tijdspanne van 250.000.000 jaar sinds hun ontstaan. De conifeer met ongeveer 540 soorten, maakt 30% uit van de totale bebossing en is niet alleen economisch belangrijk, maar ook ecologisch voor de zuurstofvoorziening en de waterhuishouding. De coniferen worden gekenmerkt als naaktzadigen, zo genoemd omdat de kegels de zaden zichtbaar dragen. Verder hebben ze naaldachtige of schubachtige bladeren, afzonderlijke vrouwelijke en mannelijke appels of kegels en ze leveren via kanalen in  de bladeren, schors, hout en kegels harsen.
Van de familie Pinophyta – Coniferen van de Cupressaceae en de Pinaceae zijn voor de aromatherapie belangrijk voor de levering van hars en olie.

De genus Pinus is weer onderverdeeld in drie subgenera naar de karakteristieken van de appels, het zaad en de bladeren.
           1. Strobus, witte of zachte den/pijnboom
           2. Ducampopinus, pinyon, lacebark (pinus bungeana China), bristlecone pine, halen een leeftijd van 5000 jaar in Amerika.)
           3. Pinus, gele en harde den, pijnboom. (met ondersoorten voor ons van belang: sylvestris, mugo, pinaster, palustris).

Pinus nigraZe komen voor, vooral in de noordelijke hemisphere, van de zuidelijke Noordpool tot Nicaragua en Hispaniola met de grootste diversiteit in Mexico en Californië. Van Portugal en Schotland naar het oosten tot het verre Oost Rusland, de Filippijnen, de Himalaya, Zuidoost Azië met een soort (Sumatran pine) in Sumatra. In het zuidelijke halfrond zijn ze intensief aangeplant.
Ze zijn groenblijvend en resinoid. Ze hebben meestal een dikke, afbladderende schors, soms een dunne gladde bast. De takken in spiraalvorm lijken een ring te vormen vanuit een punt.
Ze hebben 4 bladvormen. Zaailingen hebben een krans van 4-20 blaadjes; de jonge planten bladeren van 2-6 cm. groen of blauwgroen in spiraalvorm op de scheut; deze veranderen in 6 maanden tot 5 jaar in “scale leaves”, smalle scherp gepunte bladeren met een brede basis en dan de volwassen bladeren of naalden, groen (fotosynthetisch) in groepen van 1-6 naalden, die qfhankelijk van de soort 1.5 – 40 jaar blijven bestaan. Bij beschadiging door bijvoorbeeld diervraat ontwikkelt de boom een knop die nieuwe groei activeert.
Meestal zijn dennen eenhuizig met mannelijke en vrouwelijke appels op dezelfde boom, soms sub-dioecious (een vrouwelijke plant of boom produceert soms een klein aantal mannelijke kegels of vice versa). De mannelijke kegels zijn klein, 1-5 cm en vallen af na het vormen van de pollen. De vrouwelijk kegels doen er 1.5 – 3 jaar over om volwassen te worden na het leveren van de pollen. Volwassen zijn de kegels afhankelijk van de soort 3 – 60cm. Iedere kegel heeft talloze schubben met 2 zaden in iedere vruchtbare schub. De schubben onder en boven op de kegel zijn klein, onvruchtbaar, zonder zaden. De zaden zijn klein, gevleugeld en animophileus (door de wind verspreid), sommige grotere zaden worden door vogels verspreid. Als de kegels volwassen zijn openen ze zich om de zaden te lossen, maar bij sommige soorten bijvoorbeeld de Pinus albicaulis worden de zaden alleen gelost door vogels die de kegels openbreken. Pinus radiataAnderen, de Pinus radiata en de Pinus serotina, slaan de zaden jaren op in de kegel totdat de ouderlijke boom door vuur wordt gedood. Dan openen de kegels zich en lossen het zaad en herbevolkt zo de door de brand verwoeste gronden.
Economisch is de Pinus genus zeer belangrijk: voor hout, pulp, resin als bron voor terpentijn, pijnpitten, kerstbomen, kerstmis decoraties, als sierboom en ornamentale boom, als dwerg cultivars, geliefd om hun geur, voor alternatieve medicijnen, voor etherische olie, als overlevingsplant: de buitenschors is eetbaar met veel vitaminen A en C, en de groene naalden geven een goede thee (vit. A en C)


Bron:  Wikipedia de., eng. Pinaceae classificatie.
           Wikipedia eng. Pine.
           The Gymnosperm Database Abies (Plin. Ex Tourn). Miller 1754
           The Gymnosperm Database Pinaceae Lindley 1836. Pine family. By Michael Frankis jan.-
           1999.
           Eucalyptus, Pepermunt & Den. Drs. Harmen Rijpkema.
           Classification of the Genus Pinus by Michael Frankis dec. 1999 & jan. 2002. Newcastle,
           UK.
           Tree Fact Sheets Gmnosperm families Pinaceae – Pine family.
           Pine Tree (Pinus pinea)
           Botanical.com A Modern Herbal by Mrs. M. Grieve: Pine.
           Sorting Pinus names: Multilingual Multiscript Plant name Database.
Foto: www.sma.unibo.it Pinus laricio Poire
         www.parcosila.it  Pinus laricio Poire.
         www.essentialoil.in
         www.cas.vanderbilt.edu
         www.science.siu.edu
         www.mareltrout.net
         www.members.lycos.nl
         www.ag-network-chile.net
         www.ci.andover.mn.us
         www.stonewallnursery.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007

 


Previous page: Pimpinella anisum
Next page: Pinus cembra/sibirica