Print This Page

Pseudotsuga menziesii

 

       Pseudotsuga menziesii       Pseudotsuga menziesii      Pseudotsuga menziesii      Pseudotsuga menziesii

 

PSEUDOTSUGA - PICEA-ABIES-CEDRUS-PINUS-TSUGA-LARIX.

De naamgeving roept wat vraagtekens op: de Familie Pinaceae (Lindley 1836) heeft nogal wat leden: 11 genera en 232 species.
Genus Picea: de spar met o.a. de species: Picea abies – glauca – mariana – omorika – pungens – sitchensis.Pseudotsuga menziesii
Genus Abies: de zilverspar met o.a. de species: Abies alba – balsamea – sibirica - frasen – procera – nordmanniana – grandis en nog ongeveer 30 andere, zie aldaar.
Genus Cedrus: de ceders, zie aldaar
Genus Pinus: de dennen, zie aldaar
Genus Tsuga: de Hemlockspar, zie aldaar
Genus Larix: met de Europese Lariks, zie aldaar
Genus Pseudotsuga: met de Pseudotsuga menziesii.


PSEUDOTSUGA MENZIESII (Mirbel.) Franco.       -                SPAR, DOUGLAS /GROENE OF BLAUWE DOUGLAS.
Familie:
pinaceae. Gebruikt deel: blad
Pseudoniem: Pseudotsuga taxifolia (Poir.) Britton –
                      Pseudotsuga Douglasii Carr.
                      Pseudotsuga mucronata (Raf.) Sudw.
                      Abies douglasii Lindl.
                      Abies menziesii Mirb.
                      Pinus taxifolia Lamb.
De P. Menziesii heeft als subs. Glauca en menziesii. Ook de P. sinensis heeft een aantal variatiesPseudotsuga menziesii.
De olie is een heldere tot lichtgele vloeistof met een rijke zoete, balsemachtige, zachte, houtachtige geur, resinoïde, kruidachtig.

Een grote boom, samen met de sequoia’s behoort hij tot de grootste bomen ter wereld, met een hoogte van 100 meter aan de kust (Amerika) en 40-50 meter in het binnenland. Het is geen spar of een den, maar een Douglas en de naam is afgeleid van de oude wetenschappelijke naam Pseudotsuga douglasii. De naam Pseudotsuga, valse Tsuga, slaat eigenlijk nergens op, want hij heeft niets te maken met de Tsuga. Hij werd in de negentiende eeuw ingevoerd door Douglas en Menzies vanuit Noord Amerika.
Er zijn zeven soorten en een paar ondersoorten, twee in het westen van Noord Amerika (P. menziesii en P. macrocarpa), een in Mexico (P. lindleyana) en twee in China (P. sinensis, P. brevifolia en P. forrestii) en een in Japan (P. japonica).
In de 19e eeuw was de naamgeving een probleem door de vele overeenkomsten met andere conifeerachtigen. Om die redenen zijn de bomen respectievelijk geclassificeerd in de genera Pinus, Picea, Abies, Tsuga en zelfs Sequoia. De Franse plantkundige Carrière plaatste dePseudotsuga menziesii boom in de nieuwe genus Pseudotsuga (valse Tsuga) in 1867 om de afwijkende kegels. De gewone naam komt van de Schotse plantkundige David Douglas in 1826, die veel coniferen introduceerde in Europa.Het zijn middelmatige tot zeer grote bomen van 20-100 meter, met platte naalden.
Oudere bomen hebben een stam die vrij is van takken en een korte cylindrische kroon met een afgeplatte top de jongere bomen hebben een piramidevorm. Aan het eind van de twijgen heeft hij bruinrode, puntige knoppen, die lijken op dikke beukenknoppen. De boom is eenhuizig en de mannelijke bloeiwijzen staan dicht bij elkaar aan de onderkant van de twijgen en zijn cilindrisch en geel. De vrouwelijke bloemen zijn rechtopstaande kegels aan de eindknop, groen of rood. Ze rijpen op verschillende tijden, zodat er geen zelfbestuiving kan plaatsvinden. De bloemen ontluiken eind maart. De kegels zijn eivormig, ze hangen met donkerbruine zaadschubben waar telkens de drie wat blekere punten van de dekschubben onderuit steken, een drietand op zijn kop.
De naalden zijn plat met een scherpe punt, geelgroen van kleur en soepel. Aan de onderkant dofgroen, bij kneuzing aromatisch. De mastappels zijn 5-11 cm en verkleuren naarmate ze ouder worden van groen naar grijs. De bast is glad, dik, grijsbruin tot roodbruin en heeft met hars gevulde blaren. Naarmate de boom ouder is, wordt de schors steeds dikker met diepe groeven en donkere roodbruine richels. Het kernhout is roze-bruin, het spinthout bleekbruin. De kust spar groeit langs de zuidelijke kust van het vasteland en op Vancouver Island, waar hij Pseudotsuga menziesiiontdekt werd door Archibald Menzies, een Schotse wetenschapper en natuuronderzoeker in 1791. Hierdoor heeft de boom ter zijner ere de soortnaam van gekregen.

De inlandse spar groeit in zuidelijk Brits Columbia en in het noorden tot het Takla meer. Beiden hebben een apart ecosysteem. De inlandse spar heeft een verscheidenheid van leef- en woongebieden met ook open bossen en wouden met grassen en mossen. De spar aan de kust is veel meer productief. Hier groeit de boom samen met de rode ceder, pinus silvester, de hemlockspar en daaronder struiken en andere begroeiing.
De zaden van de douglas spar worden gegeten door muizen, eekhoorns, winterkoninkjes, spitsmuizen, enz. De douglas spar werd veel gebruikt door de aboriginals, als brandhout, de takjes als vloerbedekking in hutten en sauna’s, voor vishaken, om gereedschap te maken, de jonge twijgen werden gebruikt in gekookte substanties. De jonge twijgen en bladeren zijn zeer rijk aan vitamine C. Wordt gebruikt als koffiesubstituut. Het cambium, gedroogd en gemalen tot meel wordt gebruikt in noodgevallen, bijvoorbeeld hongersnood. Het resin van de stam als kauwgom, in gebruik bij Noord Amerikaanse Indianenstammen. Ook kookten de Indianen van de noordwestkust een drankje van de naalden en jonge twijgen. Het resin van de stam is antiseptisch en werd gebruikt bij huidkwalen en om snijwonden, verbrandingen en andPseudotsuga menziesiiere wonden te behandelen. Ook voor hoestbehandeling en keelpijn. Een infusie van de groene schors tegen excessieve menstruatie en maagproblemen. Een infusie van de bladeren tegen reuma. De jonge uitlopers tegen verkoudheid. De twijgjes en uitlopers tegen nier- en blaasproblemen. Jonge uitlopers in de schoenen tegen zweetvoeten en athleetvoet. Verder gebruik: manden maken, kurk-substituut, verf (lichtbruin), mest, insecticide, resinoïde, tannine, hout, brandstof, als windschermen geplaatst. Eetbare delen: binnenste bast, manna. De jonge scheuten kunnen meegekookt worden in groenten. Van de jonge bladeren en twijgen maakt men een thee, die rijk is aan vitaminen. De verse naalden worden als vervangingsmiddel voor koffie gebruikt. Manna van de schors. De Amerikaanse Indianen gebruikten de resin als kauwgum. De resin is antiseptisch en werd door de Indianenstammen gebruikt voor de behandeling van wonden, verbrandingen, huidverzorging en tegen hoesten, keelpijn. Er werden infusies gemaakt van de naalden, twijgen, groene schors, jonge scheuten, enz. Het sap bevat suiker en wordt gedronken. Van de bast wordt een licht bruine verf gemaakt. De schors bevat veel tanninen en wordt gebruikt ter vervanging van kurk.
In de 18e eeuw werd het hout voor het eerst geëxporteerd naar Europa. Daar werd het  compacte, harde en duurzame hout zeer gewaardeerd. Het was zeer geschikt voor zware constructiewerken, zoals scheepswerven, scheepsbouw, woningbouw, houtsnijwerk, brugdelen, telegraafpalen, schragen en bokken en commerciële gebouwen. De douglas spar is geen echPseudotsuga menziesiite spar of den. Hij is ook inheems in het westen van Noord Amerika. Groeit door tot 100 meter. Lijkt op de fijnspar. Is gevoelig voor wind, houdt niet van vorst en lange droogteperioden. Het hout is van uitstekende kwaliteit, is rijk aan hars en heeft een rode kern. Komt het uit Amerika dan is het Oregon-pine. De boom wordt voor het hout gekweekt. Hout uit de primaire bossen (old growth forest) is fijndradig en zonder kwasten, zeer geschikt voor schrijnwerkers toepassingen, binnen zowel als buiten. In Europa zijn de grootste Douglas bestanden in Frankrijk 350.000 hectare en Duitsland 150.000 hectare. In Nederland beslaat de boom 7-8% van het bosareaal. Hij wordt in Nederland geteeld met een omloop van 40-100 jaar en behoort tot de hoogste bomen in Nederland (Het Loo 48 meter; Sonsbeek, Arnhem 46 meter).
Verschillende andere chemotypes zijn mogelijk, bijvoorbeeld: ct geraniol 25%,
Ct bornyl-acetaat 35%, enz.

Werkzame bestanddelen:
Monoterpenen: a-pineen 15-25%, beta-pineen 35-50%, limoneen 6-18%, delta-3- careen 12.85%, campheen 0.6%, limoneen 3.45%, gamma- terpineen 3.5%, terpinoleen 11.5%, citronellol 1%, borneol 0.1%, citronellylacetaat 3%, geranylacetaat 1.15%, b-caryophyPseudotsuga menziesiilleen 0.17%, germacreen 0.4% Terpenische esters: 6,5-10%: bornyl-acetaat, bornyl-caproaat, geranyl-caproaat. Aldehyden: citrals, benzaldehyde. Ketonen: kamfer. Terpenische oxyden: 1,8-cineol.
Ter vergelijk: Werkzame bestanddelen: David Stewart p. 545.
Stoomdestillatie van de naalden en takken:
Monoterpenen 60-80%. A-pineen 25-40% - b-pineen 15-25% - l-limoneen 6-18% - d-3-careen 2-3% - campheen 1-2%.
Esters: 12-15%. Bornyacetaat 8-15% - geranylacetaat 2-4% - bornylcoproaat 1-3% - geranylcoproaat 1-3%.
Alcohols: 6-10%. Borneol 3-6% - geraniol 3-6%.
Aldehyden 1-3%. Benzoicaldehyde 1-2% - citral 0-1%.
Ter vergelijk: Werkzame bestanddelen: E. Zimmermann
Stoomdestillatie twijg met naalden.
Monoterpenen: 27-54% d-limoneen – a-phellandreen 15% - b-phellandreen 7% - sabineen 5%. Sesquiterpenen: elemeen. Monoterpenolen: terpineol. Sesquiterpenolen: elemol. Phenylether: elemicinPseudotsuga menziesiie 3-12%. Ketonen: carvon. Dipenteen.

Werkzaamheid:
Antibacterieel - +++ -   anticataraal++ - antiseptisch+++ -  desinfecteren van lokalen - exprectorans+++ -luchtwegeninfecties++  - mondwater -  nierziekten – reumatische klachten. Wordt gebruikt om insecten te bestrijden – om mee te verven – als koffie en thee substituut – en als meststof.

Contra indicatie: niet bekend.


Bron: Wikipedia nl., de., eng. Pseudotsuga menziesii.
          Stem der bomen: Douglas (Groene of blauwe Douglas). www.stemderbomen.nl 
          Pseudotsuga description: Pseudotsuga Carrière 1867. www.conifers.org 
          David Stewart The chemistry of essential oils made simple.
          Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco – Douglas fir, by Richard K. Hermann and Denis P.
          Lavender. www.na.fs.fed.us
          USDA Plants profile Pseudotsuga menziesii (Mirbel) Franco
          Plants for a future, edible, medicinal and useful plants for a healthier world. Pseudotsuga
          menziesii (Mirb.) Franko.
          Fact Sheet ST-526. Pseudotsuga menziesii – Douglas-fir. www.hort.ufl.edu/trees
          www.nature-helps.com: Pseudotsuga menziesii.
          E. Zimmermann: Aromatherapie für Pflege- und Heilberufe.
Foto: www.ubcbotanicalgarden.com
          www.popgen.unimaas.nl 
          www.crawford.tardigrade.net
          www.ubcbotanicalgarden.org
          www.biologie.uni-hamburg.de
          www.nl.wikipedia.org
          www.nazflora.org
          www.natuurmuseumgroningen.nl
          www.arboretum.sggw.pl
          www.cof.orst.edu
          www.infojardin.com


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007

 


Previous page: Prunus dulcis/amara
Next page: R