Print This Page

Sambucus nigra

 

Sambucus nigra

 SAMBUCUS NIGRA Linne      -             VLIER, GEWONE / VLEDDER / KONINGIN DER WEIDE.
Familie:
caprifoliaceae, heeft 11 genera en 5 species in Sambucus.
West- en Midden-Europa tot 1000 m., gebruikte delen: bloemen, bladeren, schors en vruchten. Volksnamen: Elder/Hollunder.

De gewone vlier is een kleine boom of struik met een hoogte van 3-9 meter. Hij is winterhard en bladverliezend. Hij wortelt oppervlakkig, maar wel zeer uitgebreid. Hij komt voor van Scandinavië tot de Afrikaanse noordkust, in alle gebieden met een gematigd klimaat. De geslachtsnaam Sambucus komt van sambuke, een van vlierhout gemaakt muziekinstrument uit de Griekse oudheid. Het taaie geelachtige hout van de vlier is altijd belangrijk geweest voor de houtsnijkunst. Naast de groene vlier hebben we ook de bonte-, goudgele- en rode vlier. De schors is wrattig en ruikt onaangenaam. De bloemen ruiken eveneens onaangenaam, zijn geelwit van kleur en vormen tuilen. De vruchten zijn glanzend zwarte bessen. De bloeitijSambucus nigrad is juni-juli en de boom is dan overladen met geurige roomwitte bloemschermen. Knip een boom nooit leeg, want de bijen zijn er dol op en zorgen voor de bestuiving, die zorgt voor de later in het jaar verschijnende prachtige trossen zwarte bessen. De gewone vlier komt voor in duinen, heggen, kreupelhout, tuinen en veel langs de polderweggetjes op het platteland, ook bij schuren, stallen en/of woonhuizen. Werd vroeger geplant op ieder boerenerf. De ware reden was het bijgeloof dat  de plant beschermde tegen onweer, boze geesten en gevaarlijke ziekten, heksen,  brand en ongeluk in het algemeen. Historisch gezien is de vlier zeer populair, ook als woonplaats van de huisgoden, reeds vanaf de steentijd in gebruik.
Elke boerderij had naast de stal of het bakhuis of bij de ingang van de boerderij wel een vlierstruik staan. Van de holle takken werden fluitjes gemaakt en kinderen gebruikten uitgeholde vliertakken als proppenschieters. De toepassingen zijn legio: alles werd gebruikt, de bloemsSambucus nigrachermen kunnen worden gefrituurd, de verse bloemtuilen worden gebruikt in bloemazijn, om flensjes te aromatiseren, om limonade van te maken. Gedroogd worden ze gebruikt in thee, bij hoest, keelpijn, griep. Met appels wordt er een vruchtenwijn van gemaakt. Vroeger was de vlier een verfplant bij uitstek, met paarse tinten van de bessen en geelgroene tinten van de bladeren.

De oorsprong van de verering van de vlier ligt bij de Germanen. “ Vrouw Holle” de hoedster van kinderzielen. De vlier moest met eerbied worden behandeld. Omzagen of verbranden was uit den boze en bracht ongeluk voor mens en dier.
Het is een taaie boom en een snelle groeier die het liefst groeit op een waterader. De vliertwijgen worden daarom veel gebruikt als wichelroede. Heeft hij eenmaal zijn plek gevonden dan is hij bijna niet meer weg te krijgen.
“Vlieder, klokbushout, of buizerhout” werd hij vroeger in de volksmond genoemd. In Engeland: “elder, Lady Ellhorn, old lady, of ellanwood”. In Schotland: “boortree of bountry”. In Duitsland: “Hollunder of Frau Holle”. Uit deze talrijke namen gegeven in een betrekkelijk klein gebied blijkt het belang van de vlierbes. Er werden magische krachten aan toegedicht en hij speelt in oude legenden en in de gehele folklore van West-Europa. Al bij de Germanen was hij heilig, gewijd aan Thor. Hij werd gedacht een beschermer tegen boze geesten te zijn, door deze van de mens weg te lokken en naar zich toe te trekken. Na de komst van het christendom kwamSambucus nigra de vlier in een kwade reuk te staan, omdat Judas zich zou hebben verhangen aan een vlierstruik. Toch werd hij beschouwd als een beschermer tegen het kwaad. Niet alleen de boze geesten woonden er, ook Vrouw Holle, de Germaanse godin Hel of Hela, de godin van de onderwereld, die de overledenen naar het hiernamaals begeleidde.

Wie gezin en erf wilde beschermen tegen alle onheil, moest een woonplaats inrichten voor Vrouw Holle, zo dicht mogelijk bij het huis, naast de deur van de boerderij of de staldeuren. In de volksgeneeskunde vulde hij de medicijnkast: de schors als laxeermiddel en braakmiddel, de bladeren om wonden, verstuikingen en kneuzingen te behandelen. De bloesems en bessen bij verkoudheid en hoest. Als afvoerend middel, vochtafdrijvend, zweetopwekkend, waardoor koortsen bestreden konden worden, infectieziekten bestrijdend, bloedreinigend bij huidaandoeningen, middel tegen reuma en jicht en reinigend voor luchtwegen en nieren.
Traditioneel werden op 24 juni, de dag van St. Jan in de katholieke kerk, vlierbloesem beignets of vlierkoekjes gegeten en dan zou men een jaar lang vrij blijven van koorts. In de geneeskunde zowel als in de folklore is de rol van de vlierbes uitgespeeld. Zijn culinaire betekenis heeft hij echter niet verloren en die neemt de laatste tijd toe. Veel koks en hobbykoks verzamelen in het voorjaar de roomwitte, kantachtige bloemschermen en maken Sambucus nigrahiervan nostalgische gerechten, zoals vlierbloesem beignets, cakes, flensjes, taarten en vooral de vlierbloesem siroop, verder nog bloesemthee, vlierbloesemmelk, limonadesiroop, vlierbessenjam, vlierbessenlikeur, vlierbloesemcider.

Zijn vermeerderingsdrift en hardnekkigheid zijn tevens zijn ondergang geworden, omdat velen hem nu als ongewenst onkruid beschouwen. Hij houdt van vochtige en stikstofrijke grond. De verspreiding vindt plaats door vogels, doordat de onverteerde pitten in de ontlasting overal worden neergeworpen. Eenmaal ontkiemt is de vlier niet meer te stuiten en verstikt hij alles, zodat er niets meer onder wil groeien. Geliefde plekjes zijn de kippenren, de composthoop of een vochtige plek bij de schuur. De wortels van de vlier scheiden een stof af, die goed is voor de compostvorming.
De vlier bloeit van mei tot juni en de oogsttijd is, als de bloemen helemaal open zijn. Als de bloemen aan de struik blijven, vormen zich in september – oktober paarsblauwe bessen. Ze moeten pas geplukt worden als ze helemaal rijp zijn. Onrijpe bessen zijn licht giftig en gevaarlijk voor kinderen. (diarree). De bladeren, de schors, onrijpe bessen en zaden bevatten sambunigrin (een enantiomeer van prunasin uit Prunus laurocerasus) dat bij kinderen en ook dieren kan leiden tot overgeven en maagklachten; indien vogels grote hoeveelheden eten kan dat zelfs dodelijk zijn. Door verwarming verliest sambunigrin zijn giftigheid.
Medisch worden de bloemen het meest gebruikt. Bladeren worden geplukt als ze jong zijn en die worden in de buitenlucht gedroogd. Homeopathisch wordt sambucus nigra gemaakt Sambucus nigrauit verse bloesem en bladeren. Stimuleert de afweer en helpt bij verkoudheid bij kinderen en zuigelingen. Vlierthee is ook zweetbevorderend.
In de Chinese geneeskunde worden bladeren, stengels en wortels toegepast bij breuken en spierkramp.

Andere soorten:
           de Sambucus racemosa, de bergvlier is decoratief, maar deze bloemen en bessen lenen zich echter niet voor de consumptie. Deze struik kan 4 meter hoog worden, met kleine witte bloesems tussen april en mei, de rode vruchten vanaf juli. Groeit in de bossen, op kaalslag, als dicht struikgewas door heel Midden Europa. De rode vlier heeft 2% alkaloïde chelerythrin in de wortelstok en dat is giftig. De vlier geeft groene, paarse en zwarte verf. Een afkooksel van het blad wordt gebruikt als insecticide.
           Sambucus ebulus: of kruidvlier. Komt in Nederland alleen voor in Zuid Limburg op klei- en kalkhoudende gronden. Heeft dezelfde therapeutische werking als de zwarte vlier, wel opletten: alle delen van de plant zijn giftig, consumptie geeft maag- en darmontstekingen, meestal niet met dodelijke afloop.
          Sambucus canadensis: Amerikaanse vlier: winterharde, bladverliezende struik. Bloeit met platte schermen vol kleine witte bloemen, gevolgd in het najaar door groene bessen, later Sambucus nigra, vruchtenzwart. Ook alle delen zijn giftig.

Werkzame stoffen:
Etherische olie in de bloemen, evenals zweetafdrijvende glycoside, flavonoïden en slijmstoffen, alkaloïde, looistoffen. kaliumnitraat, anthocyaankleurstof.
In de onrijpe vruchten, de schors en de bladeren is een blauwzuur-vormende glycoside gevonden. Verder in de hele plant: 2-phenylethanol – benzylalcohol – a- en b- amyrine – b-caryophylleen – betulnezuur – campesterol – cerylalcohol – chlorogeenzuur – cis-linalooloxide – ferulinezuur – heptan-1-al – hexan-1-al – hexan-1-ol – isoamylalcohol – nerol – n-heptacosan – n-heptadecan – n-hexacosan – n-nonacosan – n-nonadecan – n-octadecan – n-tertradecan – n-triacontan – ocimeen – palmitinezuur – p-coumarinezuur – phenylacetaldehyde – salicylzuurmethylester – terpinen-4-ol – translinalooloxide – acetaldehyde – a-terpineol – limoneen – linalool – menthol -  linolzuur – linoleenzuur – nicotinezuur – melkzuur – Sambucus nigramyristinezuur – organische zuren – oxaalzuur - arachidezuur – ascorbinezuur – benzaldehyde – vitaminen – alkaloiden – mineralen – bioflavonen – bitterstoffen – betuline – blauwzuur – citroenzuur – glycosiden – flavonoiden – flavonglycosiden – tanninen – glucose – vruchtsuikers – gummi – resin – koffiezuur – slijmstoffen – saponinen – triterpenen – valeriaanzuur – appelzuur.
Bron: Liber Herbarum II

Specifiek werkzaam:
Aambeien   -    abces   -   aderverkalking    -   anticonvulsant  -  blaasontsteking   -   bloedcirculatie bevorderend  -  bloedstelpend  -   bloedzuiverend  -  brandwonden  -  bronchitis  -  cordial, versterkend - diuretisch  -  eczeem  -  emollient  -  expectorant  -  fungicide - griep  -  hart, versterkend   -   huidreinigend/ -ontstekingen  -    insecticide - jicht  -  karbonkel  -  lever   - laxatief  -  luchtwegen, reinigend   -   neusbloeding -  nicotineverslaving -   nieren, reinigend    -   obstipatSambucus nigraie   -  ontstekingremmend  -  reuma  -  sinusitis  -  urinedrijvend   -   verbranding   -   verkoudheid  -  zweetdrijvend -  zweetvoeten.
Homeopathisch gebruik bij koortsbestrijding. Als thee gebruikt, insectenbestrijding, om te verven, ook haren.

Contra-indicatie:
Voorzichtigheid is geboden met de schors en de bladeren, die de maag en darmen kunnen irriteren. De onrijpe bessen zijn zwak giftig. Gekookt zijn de bessen gezond en bevatten waardevolle mineralen en vitaminen. Bij mijn weten in de aromatherapie niet gebruikt.

 

      Sambucus nigra     Sambucus nigra     Sambucus nigra     Sambucus nigra                       

Bron: Liber Herbarum II Erik Gotfredsen. Sambucus nigra L.
         Wikipedia nl., de., eng. Holunder – Sambucus nigra – Elder.
         Botanikus.de: Holunder – Sambucus spec. Moschuskrautgewächse.
         Giftpflanzen.com Schwarzer Holunder (Sambucus nigra)
         Annetannes Kruidenmand. Vlier – Sambucus nigra.
         De stem der bomen: Vlier – Sambucus nigra.
         Plantaardigheden. Vlier (gewone) – Sambucus nigra. Rob van de Hoeden en Ann van Roy.
         USDA Plantws profile Sambucus nigra L. – European black elderberry.
         Neerlands tuin – Sambucus nigra, vlier.
Foto: www.nl.wikipedia.org (en./ fr., de., pl.)
         www.floralimages.co.uk
         www.bomengids.nl
         www.eionet-si.arso.gov.si
         www.istrianet.org
         www.picasaweb.google.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007
 


Previous page: Salvia sclarea
Next page: Santalum album