Print This Page

Tanacetum parthenium

 


TANACETUM PARTHENIUM (L.) Schultz-Bip. - MOEDERKRUID / SULVERKNOOPKE / WORMKRUID.Tanacetum parthenium
Familie:
Asteraceae/ Compositae.
Linnaeus gaf de naam Matricaria parthenium, vanaf de 19e eeuw werd Chrysanthemum parthenium en Pyrethrum parthenium gebruikt.
Asteraceae heeft 476 genera en 7 spieces in Tanacetum.
Synoniemen: Matricaria parthenium
                      Chrysanthemum parthenium
                      Leucanthemum parthenium
                      Pyrethum parthenium.
Er wordt een etherische olie geproduceerd, die wordt gebruikt in de parfumindustrie.
Niet verwarren met Anacyclus pyrethrum, het Atlasmadeliefje.

De naam Tanacetum is afgeleid van het Griekse athanasia en betekent onsterfelijk. Dit heeft betrekking op de lange levensduur van de bloemen van sommige soorten. De naam pyrethum kamt van het Griekse pur = vuur en verwijst naar de hete smaak van de wortel. Al in gebruik als medicinaal kruid bij de Egyptenaren, Romeinen en Grieken. Beschreven door Culpeper – Gerard – Blankaart 1698.

Tanacetum partheniumHet is een een- tot meerjarige plant die 50 cm hoog wordt, met een sterke geur. Hij heeft eivormige, behaarde grondbladeren die uit drie- tot vijfparige geveerde delen bestaan. Hij heeft een rechtopstaande harige stengel en bloemen in trossen tot 30 stuks, zeer aromatisch en bitter van smaak. Hij heeft geelgroene bladeren, veerlobbig, tot 8 cm lang en margrietachtige bloemen, die gebruikt kunnen worden als snijbloem. Bladeren en bloemen verjagen de motten.
In de zomer verschijnen de schermvormige pluimen met de ganzebloemachtige bloemen, die gele hartjes en witte tongvormige blaadjes laten zien.

Komt in ons land veel voor als sierplant in boerentuinen en heemtuinen. De soortnaam parthenium is afgeleid van het Griekse parthenos, dat maagd betekent. In de oudheid populair als geneeskruid tegen allerlei vrouwenkwalen. In vroegere tijden werd het ingezet om weeën te bevorderen. Culpeper in de 17e eeuw adviseerde extract van het kruid bij hoofdpijn of verkoudheid. In de 18e eejuw werd moederkruid voorgeschreven om de gevolgen van bovenmatig opiumgebruik te bestrijden. In de jaren zeventig toonde wetenschappelijk onderzoek aan dat extracten een gunstige werking hebben op migraine en tegenwoordig is moederkruid dan ook te vinden in medicijnen tegen migraine. Ook is het al eeuwenlang bekend dat moederkruid neerslachtigheid kan verdrijven.
Komt voor in hagen, op rotsbodems, op plaatsen met veel zon. In de Kaukasus, Zuidoost Europa. Het is een kruid met geelgroen blad, scherp, gedeeld en met een gekarteld bladrand. In de zomer witte samengestelde bloemen met een geel hart. De bladeren geven een bittere smaak af en worden veel gebruikt in kruidenbitters. Ze ontspannen de bloedvaten, zijn Tanacetum partheniumkalmerend en verminderen ontstekingen. Bij het kauwen op de bladeren worden hersenspierkrampen opgeheven en er wordt een stof afgescheiden die zowel migraine als artritis veroorzaakt. Een aftreksel van de bloemhoofdjes wordt in de volksgeneeskunde gebruikt om de zwellingen van artritis tegen te gaan en om hoofdpijn te verlichten. Soms worden sommige migraines succesvol verminderd. Het kan preventief werken. Waarschijnlijk is dit te danken aan parthenolide, die invloed zou hebben op de “calcium-entry blocker” en op de serotonine pathways. Hierdoor ontkrampen bloedvaten gemakkelijker en worden ze beter doorbloed. Migraine ontstaat door serotonine, vanwege een verminderde bloedstroom naar het hoofd. Parthenolide verhinderd de vrijstelling van serotonine door de bloedplaatjes en ook de vrijstelling van histamine. Meer onderzoek nodig.
Thee wordt gedronken tegen oorzuisingen, onregelmatige menstruatie en ter reiniging van de baarmoeder na de geboorte. Verse bladeren kunnen de mond irriteren.  

Werkzaamheid van het kruid:
Anthelmintisch  -  antiastmatisch – anticonvulsant -  antidepressief – antiontsteking – artritis – astma -  carminatief – depressie - hoofdpijn – insecticide, vlooien, luizen - jicht – koorts - laxatief – maagbitter – menstruatie, onregelmatige  - menstruatiebevorderend – menstruatieregulerend - migraine – misselijkheid - oorsuizen – PMS - reumatische pijnen – sedatief, mild – stimulerend -  stomachisch - uteruscontractie bevorderend. Het kruid bestrijdt gram-positieve bacteriën, schimmels en gisten. Studies hebben de werkzaamheid tegen migraine aangetoond. Uitwendig Tanacetum partheniumgebruik tegen kneuzingen en insectenbeten/-steken.
Er zijn kant en klare medicijnen in de handel.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
      In de wortels:
Trans-dendranthema-spirofuran-A – isofraxidine – b-farneseen – bicyclogermacreen.
      In de bloem:
Crysantemine.
      In de vrucht:
Parthenolide – vet – proteïne.
      In de hele plant:
10-epicanine – 1-b-hydroxyyarbusculinm – 3-b-hydroxycostunolide – 3-b-hydroxyparthenolide – 8-b-hydroxyreynosin – a-copaen – a-farneseen – a-humuleen – a-thujeen – apigenin-7-glucoside – artecanin – artemorin – benzyl-2-methyl-butyraat – benzyl-alcohol – benzyl-isobutyraat – benzyl-isovaleraat – benzyl-propionaat – b-caryophylleen – beta-farneseen – canin – car-3-ene – caryophyleen-epoxide – caryuophhylleenoxide – chrysanthenol – chrysanthenyl-acetaat – chrysanthyl-angelaat – chrysanthenyl-isovaleraat – chrysanthenyl-propionaat – cis-chrysanthenol-acetaat – cosmosiin – costunolide – cuminaldehyde – curcumeen – eleutheroside-B-1 – farneseen – germacreen – germacreen-A – germacreen D – guaianolides – hexan-1-al – hex-cis-3-en-1-ol – isoamyl-isovaleraat – L-borneol – linalyl-propionaat – octanoic-acid-ethylester – p-cymeen – p-cymeneen – p-ethylbenzaldehyde – pinocarvon – p-methylbenzaldehyde – quercetagetin-3,3,7-trimethylether – quercetaqgetin 3,7-dimethylether – reynosin – sabineen – sabineenhydraat – santin – secotanapartholkide-A – secotanapartholide B – tanacetin – tanaparthin-alpha-peroxide – tanaparthin-beta-peroxide – tanetin – terpinen-4-ol – terpinoleen – thujopseen – trans-chrysanthenol-acetaat – trans-dendranthema-spirofuran-A - trans-spiroketal-enolether – 1,8-cineol – a-phellandreen – a-pineen – a-terpineen – a-Tanacetum partheniumterpineol – aluminium – ascorbinezuur – as – benzaldehyde – beta-caroteen – beta-pineen – b-sitosterol – borneol – borneolacetaat – bornylacetaat – cadineen – kalk – kamfer – carvacrol – caryophyleen – dalta-cadineen – eugenol – phellandreen – fiber – flavonen – fosfor – gamma-terpineen – tanninen – ijzer – kalium – campheen – kiesel – kobalt – chroom – koolhydraten – limoneen – linalol – magnesium – mangaan – myrceen – natrium – parthenolide – proazuleen – proteine – pyrethrine – sabinol – santamarine – selenium – sesquiterpeenlactonen – stigmasterol – thymol – tin – water - vit.b1 – b2 – niacine – zink. Etherische olie.
      In de bladeren:
10-epicanine – 1-b-hydroxyyarbusculinm – 3-b-hydroxycostunolide – 3-b-hydroxyparthenolide – 8-b-hydroxyreynosin – alantolacton – apigenin-7-glucuronide – artecanine – canine – chrysoeriol-7-glucuronide – cis-chrysanthenolacetaat – cynaroside – eudesmanolides – fiber – guaianolides – luteoline-7-glucuronide – melatonine - quercetagetin-3,3,7-trimethylether – quercetaqgetin 3,7-dimethylether – reynosine - – secotanapartholkide-A – secotanapartholide B – – tanaparthin-alpha-peroxide – tanaparthin-beta-peroxide – tanetin – aluminium – ascorbic acid – as – beta-caroteen – calcium – fosfor – ijzer – kalium – kiesel – cobalt – chroom – koolhydraten – magnesium – mangaan – natrium – vet – proteine – santamarine – selenium – tin – water – vit.b1 – b2 – pp (niacine) – zink.
Bron Liber Herbarum II.
Tanacetum parthenium Ter vergelijk:
Sesquiterpenen, waarvan 80% parthenolide, caryophylleen, b-caryophylleen, caryophylleenepoxide, caryophylleenoxide, chrysanthenol, chrysanthenylacetaat, cosmosiine, cuminaldehyde, d-cadineen, farneseen, germacreen-D, hexan-1-al, hex-cis-3-en-1-ol, bicyclogermacreen, a-copaen, a-en b-farneseen, a-humuleen, benzylalcohol, car-3-ene,  p-cymeen, pinocarvon, sabineen, sabineenhydraat, terpinen-4-ol, thujopseen, a-phellandreen, a-en b-pineen, a-terpineen, sabinol, a-terpineol, thymol, borneol, borneolacetaat, bornylacetaat, carvacrol, camphor, eugenol, g-terpineen, campheen, limoneen, linalool, myrceen, parthenolide, santamarine, Tanacetum partheniumpyrethrine,isoamylisovaleraat, ascorbinezuur, benzaldehyde, tanninezuur, hars, looistoffen.

Contra indicatie:
Het kruid is niet geschikt voor zwangere. Ook niet in combinatie met bloedverdunnende medicijnen. De blaadjes van het verse kruid kunnen de mondslijmvliezen irriteren. Wordt in de aromatherapie niet gebruikt.


Bron: Annetannes Kruidenmand. Moederkruid – Tanacetum parthenium
          Liber Herbarum II Erik Gotfredsen Tanacetum parthenium.
          Moederkruid – Tanacetum parthenium. www.geocities.com/Rainforest
          Wikipedia eng., de. Mutterkraut – Feverfew.
          Tanacetum parthenium: Mutterkraut www.awl.ch/heilpflanzen.
          www.kuleuven-kortrijk.be Moederkruid.
          Plants for a future database: Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip.
          USDA Plants profile: Tanacetum parthenium (L.) Schultz-Bip.
          Wilde planten in Nederland en België. Moederkruid – Tanacetum parthenium
Foto: www..it.wikipedia.org (en., de., fr., pl)
         www.dkimages.com
         www.rolv.no
         www.tradewindsfruit.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007 
 


Previous page: Tanacetum cinerariifolium
Next page: Tanacetum vulgare