ATTAR PARIJAT           -           NYCANTHES ARBORTRISTIS / SANTALUM ALBUM.

In de Indiase cultuur verweven zijn talloze verhalen over de Parijata boom, toegewijd en opgedragen aan allerlei goden, die in ere gehouden worden door vertellers:

Nycanthes arbortristisEen prinses werd verliefd op de zonnegod Surya Dev, op zijn pracht, glans en schittering van de dagelijkse gang door de lucht van oost naar west in zijn vurige strijdwagen. Haar aanbidding trok zijn aandacht en hij gáf haar aandacht, die echter na een tijdje verslapte en verdween. In wanhoop pleegde zij zelfmoord en uit haar as verrees de parijatak boom. Sinds zij was afgewezen door Surya Dev, bloeien de bloemen van de boom alleen nog maar ’s nachts. Dan, voordat de zon opkomt vallen de bloemen op de aarde, zodat haar stralen de bloem niet raken.
Dergelijke verhalen geven blijk van contemplatie, een rijke cultuur, spiritueel erfgoed, verbondenheid mét en observatie ván de natuur. Legendes en sages geven de belangrijkheid van de betreffende objecten aan en deze boom was voor hen eeuwenlang: voedsel, medicijnen, kruiderij, bouwmateriaal, cosmetica, enz., waard om beschermd, vermeerderd, gevoed te worden en te behouden in een gezonde natuur, die intact is, voor het gebruik van iedereen.

De boom is inheems in India en groeit tot een hoogte van 1500 meter, op droge hellingen en rotsgronden, in halfschaduw. In het hele land gecultiveerd in tuinen om zijn geurige bloemen. Hij kan niet tegen natte voeten, dan gaan de wortels rotten en sterft de boom. In de meeste regio’s bloeit hij lang, van augustus tot december.
In de oude Hindu literatuur is de boom een van de eerste giften aan het mensdom. In Hindu heet de boom harsingar, in het Bengalees shifali. Het is een grote struik of kleine boom van 10 meter. De schors is groen, grijs-wit en ruw van structuur. Hij heeft veel takken met ovale groene bladeren. De geurige bloemen gaan ’s nachts open en vervullen de atmosfeer met een doordringend zoet aroma. De bloemen hebben een oranje middelpunt met witte bloembladen en in de Hindu traditie is dat de kleur van vuur en vuur zuivert het hart en de geest. In de oude tijden verfden de monniken hun kleren oranje met verf van de Parijat bloem.
Na de bloei vallen de bloemen op de grond. De mensen verzamelen de bloemen en verwijderen het oranje middelpunt dat ze drogen en maakten daarvan de safronachtige verf. Hij wordt soms in de buurt van tempels geplant, waar zijn geur een devote sfeer oproept. De bloemen worden geofferd aan Lord Ganesh, Satyanaryana, Samba en Swarna Gowri.  Moslims houden ook van de bloemen en planten ze op hun begraafplaatsen. In de oude tradities werden bloemen met een speciale vorm, kleur en geur geofferd om speciale redenen. We weten nu dat specifieke geuren bepaalde delen in de hersen kunnen stimuleren. De wetenschap van de geur was in India hoog ontwikkeld en kon dienen om een bepaald antwoord op te roepen door een groep mensen bij een speciale godheid. In deze devote sfeer van geuren, riten en rituelen kon men Nycanthes arbortristiseen staat van diepgaande concentratie bereiken, met openheid van hart en geest die bijdroeg aan de eenheid en saamhorigheid van de gemeenschap waarin men leefde. Nu weten we dat natuurlijke geuren enige antibacteriële en antivirale werking hebben en het immuunsysteem kunnen activeren.

Natuurlijk ontsnapte deze geurige bloem niet aan de aandacht van de parfumeurs. Hele families verzamelen in de vroege ochtend enige uren de geurige bloemen, die worden gewogen en de mensen krijgen uitbetaald voor de verzamelde bloemen. De verse bloemen gaan meteen in de “deg” 80 liter water, 40 kilo bloemen en het destillatie proces kan beginnen. Een echte attar of ittar is bijna niet meer aan te komen, tenminste nauwelijks in Bombay en Lahore. Men zal dan terecht moeten bij lokale destillateurs of parfumeurs op het platteland. Minimaal moet men rekenen op 1500 $ de liter of duurder.

Eeuwenlang zijn de Indiase planten bestudeerd en gebruikt door de autochtone bevolking en ook de Parijat heeft zijn medicinale en economische eigenschappen. De verse bladeren worden gebruikt in sap, infusie of decoctie in combinatie met andere kruiden tegen ontstekingen, sciatica, koorts, bronchitis, astma, hoesten, dyspepsie (digestie met pijn, misselijkheid, flatulentie, maagzuur) constipatie. De chemische bestanddelen in de bladeren zijn antibacterieel, anti-ontsteking, digestief, expectorant, sudorifisch, diuretisch, laxatief. Ook zijn de bladeren een antidoot bij slangenbeten. Verschillende preparaten van de verse bladeren zijn werkzaam bevonden tegen kolieken, dyspepsie, flatulentie, zijn adstringent, stomachisch, carminatief. De schors in combinatie met bladeren en betelnoot (steenvrucht van de betelpalm, zo groot als een kippenei, opwekkend.) worden gekauwd om expectoratie van taai slijm te Nycanthes arbortristisbevorderen. De zaden waarvan een pasta wordt gemaakt worden gebruikt tegen schurft en problemen van de hoofdhuid, psoriasis en dergelijke.
Van het hout worden planken gemaakt, dakbedekking, van de jonge takken maakt men manden. De schors wordt gebruikt om te looien en met de bladeren kan men hout en ivoor polijsten.

 

Foto's: Nycanthes arbortristis
www.motherherbs.com
www.rspg.thaigov.net
www.26.brinkster.com

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – 2008.