Citronella Java/Nepal

CYMBOPOGON WINTERIANUS Jowitt                -                         CITRONELLA, Nepal, Java.
Citronella JavaFamilie:
poaceae. De olie uit Java heeft een lager soortelijk gewicht dan de citronella uit Ceylon, maar niet onder 0.885. Dit is het Java type citronella, met 35% monoterpenolen en minimaal 35% aldehyden, hoofdzakelijk citronellal
Gebruikt deel: plant, vers gras of gedeeltelijk gedroogd gras. Lichtgeel tot geelbruine olie met een frisse, zoete houtachtige geur, sterk naar citroen ruikend. Behoort tot de familie van Lemongrass, Jatamansi en Palmarosa. Het is een hoge aromatische grassoort. Inheems in Azië (Sri Lanka, Nepal, Vietnam, Java). Gecultiveerd in Taiwan, Java, China, Maleisië, Honduras, Guatemala. Het verse of half gedroogde gras wordt fijngehakt en met stoom gedestilleerd. Voor 1 kilo olie heeft men 100 kilo gras nodig. Wordt gebruikt als smaakstof in alcoholische- en frisdranken. Is een goede insectenverdrijver eventueel samen met rode ceder.

Werkzame bestanddelen:
a-humuleen, a-muuroleen, a-terpineol, a-trans-bergamoteen, b- caryophylleen, b-bourboneen, b-elemeen, b-eudesmol, myrceen, vanilline, methylheptenon, methyleugenol,  g-cadineen, dipenteen, caryophylleen, bisaboleen.Citronella Java
Monoterpenische alcoholen: a-eudesmol, farnesol, linalol, geraniol 15-24%, citronellol 12-15%, eugenol, elemol, nerol, isopulegol
Terpenische esters:geranylacetaat 3-8%, citronellylacetaat 2-4%, linlylacetaat, nerylacetaat, Aldehyden: citronellal 33-45%, furfural, benzaldehyde, neral

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
2-hexen-1-al – 2-hexen-1-ol – b-elemeen – bisaboleen – bourboneen – cadinol – calameneen – caryophylleen – citronellylacetaat – cetronellylbutyraat – cubebeen – diacetyl – dipenteen – elemol – gamma-cadineen – gamma-cadinol – geranylbutyraat – geranylacetaat – geranylformaat – isoamylalcohol – isopulegol – isovaleraldehyde – L-limoneen – methyleugenol – methylheptenon – methylisoeugenol – neral – nerol – a-pineen – benzaldehyde – citral – citronellal 25-55% – citronellol – eugenol – farnesol – furfural – geraniol 25-45%– linalol – linlylacetaat – myrceen – vanilline.

Werkzaamheid:
Anthelmintisch - anti-ontsteking+++ - antireumaticum  -   antiseptisch -  aperitief   -   bactericide++  -  deodorant -  diaphoretisch -  diuretisch - emmenagoog   -   febrifugum  - fungicide   -  griep – hoofdpijn -  infectieziekten algemeen++   -   insecticide, vooral muggen  - migraine -  ontstekingwerend+++   -   ontstekingsziekten+++ -  reuma+++  - spasmolytisch -  Citronella Javaverkoudheid  - vermoeidheid-   vette huid  -   zenuwpijn   -   zweten, overmatig.

Combinaties:
Bergamot, ceder, cederhout, citroen, den, eucalyptus, geranium, kruidnagel, pepermunt, sinaasappel.

Contra indicatie:
Niet gebruiken bij zwangerschap. Mogelijk huidirritant bij puur gebruik. Heeft de Gras status van de FDA. LD50 in muizen is 4600 mg/kg en in ratten 7200 mg/kg. Het gehalte methyleugenol is zo laag dat er geen gevaar is voor de gezondheid.

Veiligheid: MSDS
Cas no. 8000-29-1 Vlampunt 70 graden C. Ontvlambaar.
Soortelijk gewicht bij 20 graden C. 0.882-0.887. Optische rotatie bij 20 graden C. -4 - -2. Refractieve index bij 20 graden C. 1.475 - 1.488.
Oplosbaar in alcohol en vette olie, niet in water.
Xn-N. Kan bij ingestie longkanker veroorzaken.
Beschermende kleding bij verwerking. Bij verbranding toxische dampen en rook.

 

Citronella Java/Nepal
Bron: The British Pharmaceutical Codex. Oleum Citronellae.
          Sorting CYMBOPOGON names. www.plantnames.unimelb.edu.au
          www.plants.usda.gov/java/classification
          Terug naar oliebeschrijving: www.nature-helps.com  
          ITIS Report Cymbopogon Spreng. 
          Liber Herbarum II Eric Gotfredsen.
          RBG Kew GrassBase – The online world grass flora
          Safety report on Citronella essential oil., by Jean-Yves Dionne, BSc Pharm.
Foto: www.kup.at
         www.shopping.kelkoo.fr
         www.shambhala.com.np
         www.hippocratus.com
         www.indiamart.com


©®Copyright en registratie notaris. André Gielen. Lith 2001 – maart 2007.