Santolina chamaecyparissus    Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus

SANTOLINA CHAMAECYPARISSUS  L.  -   DWERGDUIZENDBLAD/ HEILIGENBLOEM /CIPRESSENKRUID.
Familie:
asteraceae (compositae).Gebruikt deel: zaden en bloeiende toppen. Stoomdestillatie geeft een lichtgele vloeistof met een kruidige bijtende geur. Frankrijk. Opbrengst 0,1%, dus 1000 kilo materiaal voor 1 liter essence. In de parfumindustrie een middennoot in mannengeuren.

Het is een groenblijvende struik of heester met zilverachtige grijsgroene bladeren, scherp aromatisch en kleine gele balvormige bloemen, op een lange stengel, gevolgd door droge langwerpige doosvruchten. De hele plant ruikt een beetje ranzig. Hij groeit op open plaatsen en droge grond met grind, wordt 30-40 cm hoog en bloeit in juli – augustus. Hij houdt van zonnig, kalkrijk, droge normale grond, is zoutbestendig en matig winterhard.
Vanwege de toxiciteit zo goed als geen gebruik als smaakmiddel of in de parfum industrie. De struik is inheems in Spanje en Italië en nu overal in het Middellandse Zeegebied. De Grieken kenden het kruid als abrotonon en de Romeinen als abrotanum. Alle twee de namen verwijzen naar de boomachtige vorm van de halfheester. De Arabieren gebruikten het heestertje eeuwenlang voor medicinale doeleinden. In de Middeleeuwen was het populair als insecten werend  en wormdrijvend middel. De struik is populair als borderstruik, sierplant, wonderkruid, strooikruid, mottekruid en heggenplant. Het geslacht bestaat uit zo’n 15 soorten aromatische altijdgroene struikjes. De plant heeft meerdere stengels en in de zomer heeft elke stengel een bloeiend geel bloemhoofdje. Gedroogd wordt hij veel gebruikt in potpourri’s en om motten te weren uit kleding, beddengoed, linnengoed, tapijten en boeken, enz. en om insecten met name muggen te weren. De gedroogde bladeren worden verwerkt in tabak. John Culpeper heeft de plant in de 17e eeuw al beschreven als middel bij giftige insectensteken/beten, wormen en bij irritaties van de huid of huidontstekingen. De geur lijkt een beetje op die van de roomse kamille. In de volksgeneeskunde werd het gebruikt als antidotum tegen allerlei soorten gif en om wormen uit te drijven, vooral ook in de veeartsenij. Ook werd het gebruikt als insecticide tegen motten en muggen en als middel tegen insectenbeten en wratten. Bloem- en bladwater is goed tegen schurft en ringworm. Het kruid is een goed middel om wondjes en insectenbeten snel mee te helen. Het kruid stimuleert het lichaam om littekenweefsel te maken. Wordt in Engeland Cotton Lavender genoemd, maar het is geen echte lavendel.

Andere soorten:
     Santolina pinnata subs. Neapolitana: is een grote Italiaanse heester met zilverkleurige bladeren en gele bloemen.
     Santolina rosmarinifolia: heeft wilgengroen blad.
     Santolina chamaecyparissus lemon queen: is een gedrongen cultivar met crèmkleurige bloemen.
     Santolina viridis: is een kleine maar breed uitgroeiende plant met geurig blad.

Werkzame bestanddelen:
a-phellandreen, a-pineen, a-terpineen, curcumeen 1.2%, artemisia keton 26%-46% b-phellandreen 19%, b-pineen 5.7%, borneol, p-cymol, limoneen, campheen, camphor 1.5%, a- en b-santolinenon, longiverbenon, crypton, g-curcumeen 1.2%, g-terpineen, germacreen D 1%, limoneen 1.6%, myrceen 9.3%, caryophylleen-oxide, paracymeen, sabineen 6.2%, terpine-4-ol, terpinoleen 2.3%, trans nerolidol. Sesquiterpeenlactonen.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
6-methoxy-flavonen – a-terpineol – caffeic acid – catechin – cis-2-(4-(5-formyl-2-thienyl)but-3-yn-1-enyl)-furan – crypton – eo – hispidulin – limoneen – luteolin – menth-1-en-4-ol – myrceen – nepetin – o-coumaric acid – p-coumaric acid – p-cymol – patuletin – pectolinarigenin – phellandral – phellandreen – pineen – resin – tanninen – thujeen – trans-2- (4-(5-formyl-2-thienyl)-but 3-yn—1-enyl)-furan – vannilic acid.

Specifiek werkzaam:
Anthelmintisch - antibacterieel  -  anticonvulsant  -  antidotisch -   insecticide  -   menstruatiebevorderend  -  spasmolytisch -  stimulerend.
De olie wordt ook wel toegepast bij jeuk, ontstekingen, ascaris, schurft. Voorzichtig gebruiken. Goed voor insectenbestrijding en motten.

       Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus   Santolina chamaecyparissus

Combinaties:
Kruidige geur, goed te mengen met citrussoorten, kamille, lavendel, lavandin

Contra indicatie:
Wordt in de aromatherapie niet gebruikt. Oraal toxisch, waarschijnlijk gevaarlijk toxisch. Verdampen zou wel kunnen bij astma, hoesten, bronchitis, wegens de krampstillende werking. Mogelijk huidirritant door de lactonen. Niet voor baby’s en kinderen, niet tijdens de zwangerschap.


Bron: Lavender cotton. Santolina chamaecyparissus. www.desert-tropicals.com
          Dr. Duke’s Phytochemical and Ethnobotanical Databases.
Foto: www.jeantosti.com
         www.villadeiligustri.com
         www.fitoterapia.net
         www.ele-middleman.at.webry.info
         www.ichn.iec.cat
         www.botanicavirtual.udl.es
         www.ardillas.net
         www.bellquel.bo.cnr.it

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007