Print This Page

Alpinia officinarum

ALPINIA OFFICINARUM Hance     -                     GALANGA / LAOS / THAISE GEMBER / MAAGWORTEL / KIESPIJNWORTEL.
Familie:
ZingiberaceaeAlpinia officinarum
Synoniem: Languas officinarum (Hance) Farw.
Dit is de kleine galanga. De grote galanga is de Alpinia galanga.

De etherische olie wordt gewonnen door stoomdestillatie uit de wortelstokken. De olie is geelgroen van kleur met een kruidige kamferachtige geur, aromatisch, gemberachtig. Wordt veel gebruikt als smaakstof, vooral in vleesproducten. De smaak is aromatisch, scherp, gember- en peperachtig. De wortel wordt op verschillende manieren gebruikt: vers, gedroogd, ingemaakt, gemalen als poeder. Door oplosextractie wordt er een oleoresin geproduceerd.

De geslachtsnaam Alpinia is ter ere van de Italiaanse botanist Prospero Alpina 1533-1617. De naam Galanga komt waarschijnlijk van de Perzische naam “khulendjan” wat een vervorming zou kunnen zijn van het Chinese woord liang-jiang hetgeen betekent: milde gember. In de Noord-Indische talen is galanga afgeleid van het sanskriet “kulanja” , in het hindi en bengali “kulinjan” en in het urdu :kulanjam”.

Galanga is nauw verwant aan de gember, afkomstig uit Thailand en China, waar de plant ook gekweekt wordt. De plant was inheems in Hainan, een eiland ten zuiden van China. Verder ook in Indonesië, India, Maleisia en Japan. Het is een struik, rietachtig, van 1.5 meter, met bruine knobbelige wortelstokken, smalle bladeren en in kolven bijeenstaande rooddooraderde witte bloemen. De bladeren zijn 30 cm lang en 5-10 cm breed, zacht, spits toelopend. Aan de basis zitten ze goed vastgepind met een omwindende bladschede. De bloemen zitten in een dichte aar en bestaan uit korte buisvormige kelkbladen met een witte kroon, 3 kwabben in de kroonbladen en een grote eivormige labellum met rode aders, een meeldraad en een stamper,een ondergronds vruchtbeginsel en een slanke stijl.  Het is een winterharde, meerjarige plant. De wortelstok is horizontaal ondergronds en navier tot tien jaar wordt ze uitgegraven. Het is een middel om de eetlust op te wekken en de maagsapsecretie te verhogen evenals de productie van gal en darmsappen. Ook te gebruiken als keukenkruid aangezien het scherp-aromatische bitterstoffen bezit. De inheemse bevolking gebruikt de plant voor het kruiden van kerrieschotels. De jonge scheuten en bloemen worden rauw gegeten en de bloemen kunnen gekookt worden of ingemaakt. In Azië wordt de verse wortelstok gebruikt bij bronchitis, mazelen, maagontsteking, cholera, huidziekten en als snuif voor catarre. Het zaad wordt gebruikt bij spijsverteringsproblemen. Wordt gebruikt als specerij, vooral in gerechten met kerry en soepen.
Veel toegepast als smaakingrediënt in specerijen en vleesproducten. Af en toe wordt de wortelstAlpinia officinarumok in de parfumerie gebruikt. De wortelstok geeft de etherische olie: Essence d’Amali.

Vooral tijdens de kruistochten, maar al rond de 9e eeuw, kwam de plant uit het Verre Oosten naar West Europa en werd populair als specerij. Hij wordt dikwijls gebruikt in de plaats van gember. Laos wordt ook gebruikt in diverse likeuren en bitters. Hij stimuleert de spijsvertering en helpt tegen indigestie en een opgeblazen gevoel. Door erop te kauwen ontstaat een branderige smaak in de mond en het helpt tegen kiespijn.
Wordt tegenwoordig geteeld in Indochina. Thailand, Maleisië en Indonesië. De Laos wortel was reeds bekend bij Paracelus, de arts Mattioli en bij de abdis Hildegard von Bingen.
In Europa niet zo veel meer gebruikt, wel in de Aziatische keuken, Rusland en India. Verder gebruik in parfum, snuif en als een afrodisiacum. Over de gehele wereld gebruikt als thee, in Rusland in bier, wijn, azijn, enz.
De wortel bevat etherische olie, resin, galangol, kaempferol, galangin, alpinin, zetmeel, enz. De werkzame bestanddelen zitten in de olie en het resin.

Werkzame stoffen:
Etherische olie, 1.5% met als hoofdbestanddeel 1,8-cineol, a-cadineen, b-elemeen, d-cadineen, g-cadineen, isorhamnetine, methylcinnamaat, limoneen, linalool, galangol, gingerol, p-cymeen, terpinen-4-ol, trans-a-bergamoteen, b-pineen, eugenol, kamfer, a-pineen en verschillende sesquiterpenen, gingerol, campheen, kaempferol - beta-guaieen - gamma-elemeen - cadineen - methylcinnamaat.
Scherpmakende stoffen: alpinol, galangol, (verschillende diarylheptanoïden en phenylalkanonen die ook in gember zitten) bittere flavonderivaten, looistoffen.

Specifiek werkzaam:
Afrodisiacum -  antiseptisch – bactericide – braken - carminatief – cefaal, concentratiebevorderend en stimulant voor andere hersenactiviteiten -  dyspepsie  - eetlustopwekkend - flatulentie - halitose – herstellend na ziekte - hoesten - hoofdpijn – kolieken - koortsverlagend – maagproblemen, maagverwarmend  - milt, verwarmend -  misselijkheid -  ontslakkend - ontsmettend – overgeven - pijnstillend - schimmelinfecties - spijsverteringsproblemen -   stimulerend, klierwerking  - stomachisch – tonisch – verkoudheid -  verwarmend - zeeziekte.
Het sap is antiseptisch en ook zeer werkzaam bij huiduitslag.
Galanga heeft een positief effect op de bloedsomloop en het centrale zenuwstelsel, de concentratgie en andere hersenactiviteiten. Wordt gebruikt als hallucinogeen en smaakmaker. Het poeder wordt gebruikt als snuif bij catarre.
Kan gebruikt worden in combinatie met andere kruiden tegen intestinale candidiasis. Zeer effectief tegen Candida albicans.Galanga

Galangin, gevonden in de wortel in 1881, is een flavonoide met verschillende biologische activiteiten, o.a. tegen de carcinogene stoffen die ontstaan bij barbecuen bij oververhitting;
tegen de radicaal gluthation; voorkomt hartziekten en is werkzaam tegen lipide peroxidatie;
is bevorderend voor de opname van vitamine E, C en andere flavonoiden; heeft een anti-inflammatoire effect en gaat klontering van de bloedplaatjes tegen; gaat de conversie tegen van testosteron naar oestrogeen bij mannen zowel als vrouwen en is daarmee preventief tegen borst- en prostaatkanker en hartziekten;
Tot slot: De Phytochemical en Ethnobotanical Database voor de U.S Department of Agricutural Research Service: heeft de bestanddelen van de plant geclassificeerd als:anti-inflammatoire - antimutageen - antioxidant - antiviraal - kankerpreventief  en als aromatase-inhibitor (inhiberen de omzetting van androgenen van surrenale oorsprong naar oestrogenen, wat bij de postmenopauzale vrouw leidt tot een daling van de oestrogeenspiegels.) (The Lancet 2007; 369:559-70).

Contra indicatie:
Galanga wordt in de aromatherapie niet of nauwelijks toegepast. 
Niet voor zwangere, of bij aankomende zwangerschap; bij chronische maagproblemen, colitis, enz.; niet bij borstvoeding; niet voor baby's en kinderen tot 2 jaar; niet langdurig gebruiken.

Veiligheid: MSDS:
Cas no. 548-83-4.
Xi-Xn-N: mutageen. LD50 oral: muis/konijn >1500 mg/kg. Irritant voor ogen en huid; schadelijk bij ingestie; niet in het milieu afvloeien: grondwater, water, grond. Oogcontact: 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen en een arts waarschuwen. Verwerken met beschermende kleding.
Lost niet op in water, wel in vette olie, ethanol, ether, chloroform, benzeen.       

Toepassingen:                                                                
*bij spijsverteringsproblemen
*bij misselijkheid.

Bron:  Studiegroep Hildegard von Bingen.
            Liber herbarum II. Erik Gotfredsen
            Wikipedia eng., de.
            Itis Report: Alpinia galanga.
            Food-info: Wageningen Universiteit. Galangawortel.
            www.mdidea.com/products/new/new003.html.
Foto: www.bojensen.net
         www.kuhcacs.org
         www.feenkraut.de


André Gielen.  ©®Copyright en registratie notaris. Lith 2001-  2008.


 


Previous page: Aloysia verbena
Next page: Ammi visnaga