Print This Page

Picea mariana e.a.

Picea mariana

PICEA MARIANA (MILLER) Britton Sterns & Poggenburg 1888  -  SPAR, ZWARTE.
Synoniem:
 Picea mariana var. brevifolia (Peck)
                  Picea nigra Aiton
                  Pinus nigra Aiton (Link)
                  Abies mariana Miller 1768
Familie Abietaceae, Pinaceae. Gebruikt deel: naalden, Canada, Noord-Amerika, Alaska, Centraal Brits Columbia.
De oliePicea mariana heeft hormonale eigenschappen en wordt onderzocht op endocrinologische effecten. Ondersteunend voor de bijnieren. Gebruikt in de parfumindustrie en voor het maken van bier.

Picea heeft ongeveer 40 species. 7 Species zijn inheems in Noord Amerika. Daar vormen zich natuurlijke hybriden met de rode spar, de Picea rubens, in Nova Scotia, New Brunswick en Quebec. Ook vormen zich natuurlijke hybriden tussen de zwarte en de witte spar, in Minnesota en andere gebieden, alhoewel meer zeldzaam. 
In Wisconsin is een boom gemeten van 24 meter hoog, 50 cm omvang en een kroon van 6 meter in Taylor County. Girardin et al. 2006 hebben een leeftijd gemeten van 330 jaar in een park in Ontario.

Hij komt voor als struik en boom. De naamgeving is ontleend aan de donkere naalden (donkerblauw-groen). Het zijn ornamentale, groenblijvende bomen, economisch belangrijk voor hun hout. Inheems in gebieden met een gemiddelde en koude temperatuur in het Noordelijke halfrond. Groeit op Spar, zwarteberghellingen en in veengrond. De boom heeft een bruingrijze afschilferende schors, groepjes rode bloemen, naaldvormige bladeren en de vrucht is een kegel die roodbruin is. Wordt gekapt als kerstboom en gebruikt als leverancier voor hout, als pulpboom, die een hoogwaardige pulp levert, economisch belangrijk voor Canada en er worden veel eetstokjes gemaakt voor Azië. Doordat de boom klein is, wordt hij dikwijls geoogst in combinatie met Picea glauca voor pulp.
De vorm is piramideachtig, met gedraaide takken en een dunne, schilferachtige bast.  Hij wortelt oppervlakkig, tot 20 cm in de aarde, maar uitgebreid. Hierdoor is de boom erg gevoelig voor wind. De bladeren zijn naaldachtig. De naalden zijn vierkantig en hard. De appels/kegels zijn 1.5 – 3.2 Picea marianacm. rond of eivormig en zitten vooral in trossen in het bovenste gedeelte van de kroon van de boom, zijn dof grijs of zwartachtig van kleur en blijven verschillende jaren aan de takken hangen. Het zijn de kleinste kegels van de sparren. De bloemen zijn eenhuizig. De mannelijke bloemen zijn rood en gaan van geel tot lichtbruin. De vrouwelijke bloemen zijn paars in de bovenste kroon. De zaadjes zijn erg klein 890.000 per kilo. De boom produceert zaad vanaf 10 jaar maar pas in redelijke hoeveelheden vanaf 30 jaar of ouder. De boom kan 9 – 15 meter worden met een omtrek van 15 – 25 cm bij volwassenheid en onder gunstige omstandigheden. In extreem koude gebieden haalt hij ongeveer 6 meter met een omtrek van 2 – 5 cm op ongeveer 100 – 200 jarige leeftijd. De boom is gevoelig voor vuur, vanwege het ondiepe wortelen en de dunne bast. Wanneer ook de kroon wordt blootgesteld aan het vuur is dat meestal dodelijk voor de zwarte spar. Meteen na de brand gaat het zaad van de zwarte spar ontkiemen. Als er gedurende lange perioden geen bosbranden zijn kan de zwarte spar andere boomsoorten gaan overheersen, zoals de Betula papyrifera en de Populus tremuloides.
De boom kan tegen voedingsarme gronden, moerassen en kan samen met de Larix laricina hele bossen vormen in moerassen. Als de vruchtbaarhePicea marianaid van de grond beter wordt moet de zwarte spar het veld ruimen voor de Thuja occidentalis en de Abies balsamea.

Het hout met een fijnkorrelige structuur is geelwit van kleur, met lange vezels, resonant, buigzaam, licht, hard en heeft vele toepassingsmogelijkheden: als klankbord in piano’s, violen, constructie, vaten, boten, om papier te maken. Het hout droogt gemakkelijk en is redelijk stabiel (gemiddelde werking) en gemakkelijk te bewerken. Er is weinig verschil tussen het kernhout en het spinthout. De boom levert een gum door afscheiding van de stam, evenals de Picea glauca, de witte spar. De blauwe spar Picea pungens is ornamentaal door zijn blauwachtige bladeren en symmetrische groei.
Belangrijk voor de fauna. De zaden worden gegeten door vogels, eekhoorns, muizen, veldmuizen, spitsmuizen, in de winter is het een belangrijke voedselbron voor de poolhazen, rendieren en eland. Voor de eland vormt de boom een goede beschutting. De naalden worden in de winter gegeten door de korhoen en de sneeuwhoen.
De zwarte spar is het symbool en de officiële boom van Newfoundland.

Werkzame bestanddelen:
Monoterpenen: a-pineen, camfeen, delta-3-careen, limoneen, b-pineen, borneol, en verder: bornylacetaat, myrceen, santeen, terpinoleen, tricycleen, kamfer, betuline.

 Bestanddelen: Liber Herbarum II
D1-limoneen – L-alpha-pineen – L-beta-pineen – L-borneol – L-bornylacetaat – L-campheen – L-limoneen – santeen – terpinoleen – tricycleen – betuline – myrceen.
 BestanSpar, zwarteddelen: David Stewart.
Monoterpenen 45-55%. Campheen 17-25% - a-pineen 12-19% - d-3-careen 5-10% - b-pineen 4-8% - l-limoneen 2-7% - santeen 1-5% - tricycleen 1-5%.
Esters 30-37%. BornylacetaAT 30-37%
Alcohols 1-3%. Borneol 1-2% - longoborneol 0-1%.
Sesquiterpenen 0-2%. Longifoleen 0-1% - longicycleen 0-1%.

Werkzaamheid:
Acne - antibacterieel – antiontsteking - antiparasitair – antiseptisch - antispasmodisch – apathie - asthenie (uitputting) – bronchitis – catarre – eczeem, droog-  – expectorant – hoeststillend – huidverzorging - hormoon-like, cortison - multiple sclerose – nierziekten  -  ontstekingsremmend - psoriasis – reuma – schimmelinfecties, huid, nagels, geslachtsorganen – spierreuma - stomachisch – vermoeidheid – wondhelend.

Picea mariana

Contra indicatie:
Niet voor kinderen onder 6 jaar, in het begin van de zwangerschap, de eerste 3 maanden, bij puur gebruik mogelijk huidirritaties.

Veiligheid: MSDS
Cas no. onbekend. Fema no. 3067. Vlampunt 43,3 graden C. Ontvlambaar, explosief. Bij verbranding giftige gassen: carbondioxide, carbonmonoxide.
Soortelijk gewicht 0.900-0.915.
Xi-Xn-N: irritant voor ogen en huid; schadelijk bij ingestie; niet in het milieu afvloeien: grondwater, water, grond. Oogcontact: 15 minuten spoelen met overvloedig water, evenals de huid. Bij ingestie de mond spoelen en een arts waarschuwen, etiket/verpakking tonen. Verwerken met beschermende kleding.
Oplosbaar in alcohol, vette olie, niet in water.

Bron: Brittanica online: Spruce – Picea mariana.
          Index of species information: Picea mariana. www.fs.fed.us/database
          Picea mariana description www.conifers.org
          Etherische oliën. D. Baudoux Aromatoloog-apotheker.
          David Stewart The chemistry of essential oils made simple.
          Flora of North America Picea mariana (Miller) Britton, Sterns & Poggenburg.
          Wikipedia eng. Black spruce.
          Liber Herbarum II Erik Gotfredsen. Picea mariana (Miller) B.S.P.
          Picea mariana – Black spruce The natural history of the northwoods by Earl J.S. Rook ©
          2002.
          Picea mariana (Miller) Britton Sterns & Poggenburg 1888 byMichael P. Frankis dec. 1998.
Foto: www.nl.fr.de.wikipedia.org
         www.tartupuukool.ee
         www.fws.gov
         www.colby-sawyer.edu
         www.aromalves.com
         www.blog.pixnet.net

 

ENIGE ANDERE SOORTEN:

Picea engelmannii Parry ex Engelmann 1863       –     Spar, witte – berg- - zilver-.
Synoniem:
 Picea engelmanni Parry (Silba 1986) met 2 subspecies: engelmannii en mexicana.
Familie: Pinaceae.
Inheems in Canada, Alberta, Brits Columbia. In de USA.: Washington, Idaho, Montana, Wyoming, ColorADO, Oregon, California, Nevada, Utah, Arizona, New Mexico. De subspecies mPicea engelmanniiexicana in New Mexico en Zuid Arizona van 1000-3000 m.
In de noordelijke gebieden integreert de boom en vormt hybriden met de P. glauca en in Brits Columbia met de P. sitchensis.
De boom kan 45 meter hoog worden met uitschieters tot 60 meter, met een omvang van 1.2-2 meter. Hij heeft een smalle conische kroon en grij tot roodbruine schors. De takken staak licht afvallend horizontaal, geelbruine twijgen, af en toe glanzend. De knoppen zijn oranje bruin, rond, 3-6 mm., de naalden 1.6-3.5 cm, vierhoekig, blauwgroen, scherp gepunt. De zaadkegels diep paars 3-7 cm.
De grootste boom 67.7 meter en een omvang van 169 cm in de buurt van Washington (Robert van Pelt 4-febr. 2004)
De oudste boom in Centraal Colorado was 911 jaar (Brown et al. 1995).

Bron: Picea engelmannii description www.conifers.org by Michael P. Frankis dec. 1998.
Foto: www.rettarholl.is

Picea sitchensis (Bongard) Carrière 1855      -         Spar, Sitka-, kust-, Menzies-.
Synoniem:
 Pinus sitchensis Bongard 1832
                  Abies falcate Rafinesque
                  Abies menziesii (Douglas ex D. Don) Lindley 1835, not Mirbel 1835.
                  Picea falcate (Rafinesque) Suringar
                  Picea menziesii (Douglas ex D. Don) Carrière
                  Pinus menziesii Douglas ex D. Don (Taylor 1993).
Familie Pinaceae.
Inheems langs de Noordwest kust van Noord Amerika van Kodiak eiland in de westerse golf van Alaska tot Mendocina county in Californië. Ze groeien nooit verder dan 200 km van de zee en meestal veel dichterbij. In Alaska groeien ze tot de boomgrens van 1000 meter, in Californië tot 400 meter, in koele gebieden met veel regen in combinatie met andere familieleden uit de Picea sitchensisPinaceae.
De boom kan 80 meter hoog worden met een omvang van 5 meter en rechte stam, met een open conische kroon van horizontale takken. In Californië staan de grootste sparren ter wereld, 96.7 en 96.4 meter in The Redwood State Park. Hier staan ook de Sequoia sempervirens van 60-110 meter. Harris 1990 geeft aan dat de oudste bomen van deze soort 700-800 jaar zijn.
De Sitka spar samen met de Tsuga’s domineren de wouden van Noord Amerikaanse kust. Ze zijn gevoelig voor wind, waardoor met intervallen hele wouden plat gaan. De boom is tolerant voor zoute lucht.
De takken hangen enigszins. De schors is grijs, glad, dun en wordt op latere leeftijd paarsbruin en schilferig met plakkaten. De naalden zijn slank, scherp, 1.5-2.5 cm blauwgroen van boven en witte strepen aan de onderkant. De rijpe vrouwelijke kegels zijn lichtbruin of witachtig, stomp en cilindrisch van vorm, met een geribbelde rand en de schubben zijn dun en papierachtig.
Het is een belangrijke bosbouw boom en levert goed, licht hout, voor meubels, kisten, vloeren en zelfbouw vliegtuigen. Het is sterk, goedkoop en licht.
De boom staat symbool voor Alaska.


Bron:  Wikipedia nl. Sitkaspar.
           Picea sitchensis description. www.conifers.org Michael P. Frankis dec. 1998.
Foto: www.nl.wikipedia.org

Picea glauca  -  Spar, wit
Synoniem:
 Picea albertiana
                  Picea canadensis
                  Picea canadensis glauca
                  Pinus glauca.
Familie Pinaceae. De naam Picea uit het Latijn voor de Pinus silvestris en glauca uit het Grieks: helder, glimmend, glanzend, grijsachtig, blauwgroen.
Inheems in het Noorden van Amerika, van Centraal Alaska tot oostwaarts Newfoundland en zuidwaarts tot het noorden van Montana, Maine en Michigan. Ook zijn er populaties in Dakota en Wyoming. Natuurlijke hybridevorming tussen andere soorten bijvoorbeeld met de Picea Picea glaucamariana is gewoon en komt veel voor.
De boom wordt 15-40 meter hoog met een omvang van een meter. De bast is dun en geschubd met ronde grote schilfers, de stam is recht. De kroon is smal en conisch en wordt naarmate de leeftijd oploopt cilindrisch. De naalden zijn vierkantig, aan de bovenkant blauwgroen, 1.2-2 cm lang en de onderkant is blauwwit met twee strepen va huidmondjes. De kegels zijn cilindrisch, hangend, 3-7 cm lang en als ze dicht zijn 1.5 cm breed. Ze hebben lange, dunne, flexibele schubben van 1.5 cm lang. Ze zijn groen tot roodachtig en verkleuren na de bevruchtigng naar lichtbruin. De zaden zijn zwart, 2-3 mm. met een slanke lichtbruine vleugel van 5-8 mm. Er zijn verschillende variaties en subspecies. Komt veel voor samen met Picea mariana en Abies balsamea en kunnen dominant worden ten opzichte van de berk en andere hardhoutsoorten.
De boom is economisch belangrijk, als pulp leverancier en kerstboom in Canada.


Bron: Wikipedia nl. Witte spar. Ook belangrijk voor de fauna.
          White spruce, Picea glauca. The natural history of the Northwoods by Earl J.S. Rook ©
          2002.
Foto: www.nl.wikipedia.org

Picea pungens   -  Spar, blauw-, Colorado-, zilver-.
Synoniem:

Familie Pinaceae.
Inheems in Noord Amerika in de Rocky Mountains van Idaho, in Utah, Colorado, Arizona tot Nieuw Mexico van 1800-3000 meter hoogte op berghellingen langs rivieren. In Canada komt ie voor in struikvormen in Alaska in permafrost en blijft dan zeer laag.
Een groenblijvende struik of boom. De naam Pungens heeft de boom te danken aan de scPicea pungensherpe naalden. Hij wordt 25-30 meter hoog met uitschieters tot 46 meter.
De schors is dun, schilferig met smalle platen van 5-10 cm. Hij heeft een conische vorm en naarmate hij ouder wordt cilindrisch. De scheuten zijn behaard, oranjebruin met bladkussentjes. De bladeren zijn naaldvormig 1,5-3 cm lang, ruitvormig op dwarsdoorsnede met een scherpe punt. De naalden zijn dof grijsgroen tot glimmend blauwgrijs. De kegels zijn cilindrisch, hangen aan de takken en zijn 6-12 cm lang. Dicht 2 cm, in geopende toestand 4 cm breed. De schubben zijn papierachtig en 2-2,5 cm lang met een golvende rand. De kegels zijn roodachtig tot violet en als ze rijp zijn lichtbruin. De zaden zijn zwart 3-4 mm lang met een tere lichtbruine vleugel.
Geliefd in siertuinen door de grijsblauwe naalden. Wordt ook gebruikt als kerstboom.


Bron: Wikipedia nl., Blauwspar (Picdea pungens).
Foto: www.nl.wikipedia.org

Picea omorika (Panč.) Purk.)                -    Spar, servische
Familie
Pinaceae.
Gebruikt als kerstboom. Inheems Langs de Drina tussen Bosnië en Servië. De boom houdt van vochtig en koel. Als je verder naar het zuiden gaat komt hij dan ook alleen maar voor in de hoger gelegen bergen. Hij is ontdekt door Josif Pančić in 1875. De boom wordt met uitsterven bedreigd, mede omdat hij weinig concurrentiekracht in zich heeft. Hij kan 100-150 jaar oud worden en 30-50 meter hoog onder gunstige omstandigheden, met een stamomvang van 70 cm. De vorm van de boom is van smal kegelvormig tot zuilvormig. De schors is violetbruin van kleur en schilferig. De naalden zijn 1-2.2 cm lang en 2 mm. breed. Als ze jong zijn grasgroen en Picea omorikalater donkergroen tot blauwachtig groen. De kegels zijn violetbruin, eivormig en 6 cm lang.
Hij wordt veel aangeplant als sierboom in Noord Amerika en Europa. Hij wortelt dieper dan de fijnspar en is daarom meer stormvast en kan ook aangeplant worden in kustgebieden met een zeeklimaat. Ook kan de boom beter tegen zure regen en andere luchtverontreiniging dan de fijnspar.

 


Bron:  Wikipedia nl., Servische spar – Picea omorika.
Foto's: www.nl.wikipedia.org

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007

 


Previous page: Picea abies
Next page: Pilocarpus jaborandi