Print This Page

Pinus mugo subs. mugo turra

Pinus mugo

PINUS MUGO subs. mugo Turra  -      BERGDEN / BERGKIEFER
Synoniem:
 Pinus Montana Miller 1786
                  Pinus mughus Scopoli 1772
                  Pinus pumilio Haenke 1791
                  Pinus montana subs. mughus (Scop.) Willk. 1872
                  Pinus Montana subs. Pumilio (Haenke) Celak 1867
                  Pinus Montana subs. Pumilio (Haenke) Willk. 1872
                  Pinus mugo subs. pumilio (Haenke) Zenari 1921
                  Pinus mugo var. mughus (Scop.) Zenari.
De Pinus mugo ziet men veel in struikvorm, maar afhankelijk van de soort, variatie of subspecies komen er zeer variabele groeivormen en afwijkingen in hoogte en breedte voor, van 0.40 cm tot 25 meter. In de eerste jaren van de ontwikkeling heeft de boom een gewelfde vorm 90 cm hoog en 90 cm breed, met de stam of stammen op de grond en de takken omhoog en zal zich in de breedte uitbreiden tot 2-3 meter, maar niet in de hoogte. Deze groeivorm is een aanpassing aan de gebieden met gevaar voor lawines tegen de boomgrens aan. Deze struikvorm heeft mannelijke en vrouwelijke kegels. De vrouwelijke kegels/appels zijn aanvankelijk groen, dan violet en als ze rijp zijn bruin in oktober. De kegel barst open en lost de gevleugelde zaden de volgende lente en de kegel valt dan af. Hij wordt veel gebruikt in droogstukjes. De mannelijke kegels zijn kleiner, geel of roodachtig en bevinden zich lager in  de struik. Ze doen er 2-3 jaar overPinus mugo om rijp te worden en ook kan het jaren duren voordat de kegels zich vormen.
Dan hebben we de hybride vorm met de Pinus mugo uncinata, die al snel groeit tot een struik van 3 meter, die tenslotte uit kan groeien tot 6 meter of meer.

De verschillende bergdennen hebben een uitgebreid, sterk vertakt wortelsysteem zonder penwortel. Komt erg veel voor in de berggebieden. Kan zich goed aanpassen aan de ph-waarde van de grond en groeit in matig droge gebieden, natte gebieden in zandduinen aan de kust en in voedsel arme hoogveengronden. De rechtopstaande bergden is zeer waardevol in de strijd tegen erosie, houdt de grond vast en gaat in de bergen het vallende gesteente tegen, evenals lawines. Hij kan tegen sneeuwval (richt zich later weer op, ook de struikvorm) en is absoluut vorstbestendig. Stelt wel veel prijs op licht. De jonge aanwas heeft soms veel last van een ziekte, de zwarte sneeuwschimmel en moet hiervoor een fungicide behandeling hebben, waardoor er veel kunnen worden gered. Heeft weinig waarde voor de houtindustrie. Geliefde plant in de siertuin, vooral de var. pumilio, maar vele verschillende vormen zijn mogelijk. Hij is bestendig tegen het stad- en industrieklimaat.
De Pinus mugo is de bergden/Zwitserse bergden en de Pinus mugo var. pumilio is de Latschenkiefer. Voor de Latschenkiefer heb ik als Nederlandse naam dwergden,
Latschenkiefer en bergden. De Pinus montana of Pinus mugo behoort tot de zogenaamde “Knieholz”. Dit heeft twee verschillende groeivormen, bomen van 8-25 meter en boom/struikvormig tot 3 meter, met blauwe, later bruine kegels. De grootste boom is de bergden. De laatste vorm is de dwergden. Beiden worden ook wel berg dwergden genoemd. Pinus mugo

De Pinus mugo is een tweenaaldige den, een langzame groeier, die met zijn grillige vormen tot uitdrukking brengt dat de natuur het hem niet gemakkelijk maakt. Hij is sterk en een echte overlever. Hij komt voor in de Pyreneeën, Alpen, Ertsgebergte, (tussen Duitsland en Tsjechië), de Karpaten, de Noordelijke Apennijnen, tot aan de Balkan op een hoogte van 1000-2700 meter. Komt veel voor in Oostenrijk en in Bulgarije en Polen tot 2700 meter.
Hij kan 15-25 meter hoog worden met een omtrek van 25 meter bij volwassenheid (25-40 jaar). Dit is de ondersoort Pinus mugo subs. uncinata. De stam kan 60 cm dik worden met verticale groeven grijsbruin tot zwartbruin met op latere leeftijd platenvorming. De takken staan in etages. De spitse naalden staan paarsgewijs op de scheuten, zijn 5 cm lang en leven 5-10 jaar.

De ondersoort Pinus mugo subs. mugo wordt maar 3-4,5 meter in struikvorm.
Verspreidingsgebied Centraal en Zuidoost Europa, van de Zwitsers-Oostenrijkse grens in de Alpen tot het Ertsgebergte (Oost Duitsland – Tsjechische Republiek), de Tatra, Karpaten (Slovakije, Polen West Oekraine), in het zuidoosten door Croatië en Roemenië naar Bulgarije met uitlopers in de Vogezen en de Franse Alpen en een geïsoleerde populatie in de Italiaanse Apennijnen (Richardson 1998)
Pinus mugo werd in 1798 in Denemarken geïntroduceerd en is opgenomen in de bosbouw en als ornamentale plant. In Noorwegen sinds 1860 in de kustgebieden en meer noordelijk. In het westen van Noorwegen gaat hij woekeren en overheerst de anderfe flora. In Zweden veel gebruikt in de duinen en als sierplant. Ook in Finland is hij ornamentaal (Jonsell 2000), evenals in IJsland. In Rusland, Baltische Staten, Litouwen, Letland in duinen en als sierplant. Overal wordt de plant ingezet tegen erosie en om de zandgronden langs de kusten te stabiliseren, als Pinus mugobescherming en beschutting. Hij is zeer wind tolerant en kan tegen voedingsarme gronden.

Hij heeft een of meer gekromde stammen, op de grond liggend, tot 10 meter van de bases met takken die naar beneden buigen of rechtop staan. De takken staan onregelmatig op de stam. De schors is dun van asgrijs bruin tot zwartgrijs. Op oude stammen heb je splijtende plaatvormingen. De naalden zijn donkergroen, in paren, 6 cm. lang en hebben groeven aan de binnenkant. De kegels hebben schubben met stekels die naar beneden buigen en staan dikwijls met 4 kegels in kransen bijeen of alleen. Ze zijn eivormig en glanzend bruin. De mannelijke kegels zijn 1 cm, geel of rood met pollen van mei tot juli. De vrouwelijke appels/kegels zijn 3-7 cm lang en geopend 2-5 cm breed. De bloemen zijn eenhuizig en hebben geen ornamentale waarde. De bloeitijd is in juni en juli, het zaad rijpt in oktober. 15-20 maanden later openen ze zich om het zaad vrij te geven. Daarna kunnen de appels afvallen, maar ook pas een of twee jaar later. (Javanovic 1986, Christensen 1987, M.P. Frankis, field notes and herbarium material, Bulgaria 1998)
Het hout is hard en moeilijk te splijten en niet elastisch. Door het hoge harsgehalte heeft het hout een prettige harsgeur. De kern is rood die onder invloed van licht donkerder kleurt. Het spinthout is 2-4 cm breed en geelwit van kleur. De stammen en takken worden niet erg dik. Het hout kan daarom gebruikt worden voor kleine meubels en houtsnijwerk en voor de draaibank.
Hij kan niet tegen hitte en ook niet tegen droogte. De stam is meestal gekronkeld of ligt op de grond bij de struikvorm. Aan de rand van moerassen groeit hij als boom en kan dan 10-20 meter hoog worden. De olie wordt gedestilleerd uit de naalden, twijgen en takjes, gezuiverd door waterdampdestillatie in de cosmetica industrie gebruikt. In de aromatherapie in- en uitwendig bij katarre van de onderste- en bovenste luchtwegen. In baden bij reumatische aandoeningen. Van de naalden maken ze in Bulgarije een heerlijke thee.
In de volksgeneeskunde sinds eeuwen in gebruik. Terpentijn destillaat van de naalden enPinus mugo jonge twijgen werd inwendig gebruikt bij keelpijn, bronchitis, hart- en nierziekten en uitwendig tegen spierpijn en reuma. Het sap of naaldenextract heeft analgetische en antimicrobe eigenschappen, met gebruik in hoestmiddelen.
Mugo terpentijn wordt ook gebruikt in vernis en andere producten. Vroeger werd het harde mugo hout gebruikt om takelblokken van te maken.

Onderzoek van de TU te Delft heeft aangetoond, dat de bergden zichzelf beschermd tegen UV B licht door een waslaag, maar vooral door het afwijkende absorbtiecentrum van de den, een biologisch UV-filter. UV B is dodelijk voor biologisch leven en planten en bomen moeten zich hiertegen dus beschermen. Het kan huidkanker veroorzaken, isolatoren van hoogspanningsmasten worden erdoor beschadigd, verf vergaat, kunststof bladdert af en zal in de loop der tijden verteren. De lichtverstrooiing, uv-absorptie en reflectie werden onderzocht op de TH te Delft. Hieruit bleek dat het waslaagje van de twee bomen het schadelijke ultraviolet licht absorbeerde, en omzette in “gewoon” blauw licht. Dat licht gebruikte de dennen vervolgens voor de energiewinning, door middel van fotosynthese.
De P. mugo en P. cembra vangen de dodelijke straling op en zetten die om in een lekker zonnebadje.
Verder onderzoek is nodig, maar de impact kan enorm zijn, o.a. mensen die geen UV licht kunnen verdragen zouden met een nog te ontwikkelen preparaat of crème weer naar buiten kunnen; verven verouderen niet meer door UV licht; toepassingen in ruimte- en luchtvaart; zonnepanelen krijgen een rendementsverhoging, doordat UV B licht ook benut kan worden voor energie vanwege omzetting tot bruikbaar blauw licht; plastics en andere kunststoffen harden Pinus mugoniet meer uit door UV licht straling’ coatings van diverse materialen hoeven maar een keer opgebracht te worden voor een levenslange bescherming.

Zoals de naam al aangeeft vinden we deze boom vooral in het hooggebergte. De boomvorm in de westelijke Alpen, Vogezen en Pyreneeën, de struikvorm in de oostelijke Alpen en de Karpaten.
De etherische olie wordt gewonnen door waterdampdestillatie van de naalden en wordt vooral in Oostenrijk geproduceerd. Het is een heldere olie met een krachtige geur die aan bosgrond doet denken. De olie is sterk antiseptisch en verhindert de verspreiding van besmettelijke ziekten. Helpt de luchtwegen vrij te maken, verzacht bij verkoudheden en geeft een aangename geur in de kamer. Wordt veel in de farmaceutische industrie gebruikt voor de fabricage van preparaten tegen hoesten en verkoudheid en in de voedingsmiddelen industrie, alcoholische- en frisdranken. Ook in de cosmetische- en parfumindustrie.

Werkzame bestanddelen Pinus mugo:
voornamelijk monoterpene koolwaterstoffen:
a-pineen 20-40% - b-pineen -  limoneen 10-25% - d-3-careen 5-9% - sabineen – campheen – b-phellandreen – a-phelandreen - terpinoleen – y-terpineen – a-terpineen – d-cadineen -  myrceen – p-cymeen – a-terpineol – borneol – pumiliol.
Sesquiterpenen: d-cadineen – caryophylleen. Esters: bornylacetaat – bornylcaproaat – bornylpropionaat. Aldehyden: anijsaldehyde – cuminaldehyde – hexanal -
Ketonen: crypton.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:Pinus mugo
Liber Herbarum II geeft voor de Pinus mugoTurra, de Pinus mugo subs. mug en de Pinus mugo subs. pumilio dezelfde bestanddelen aan.
     In de hele plant: arabinogalactan – fucose – pinocembrine – pinosylvine – pinosylvinmonomethylether – arabinose – phellandreen – galactose – glucose – kaempferol – limonene – quercetine – xylose – etherische olie.
     In de bladeren/naalden: bornylpropionaat – caproaldehyde – crypton – cuminaldehyde – delat-3-careen – dipenteen – hexanal – L-a-pineen –  a-phellandreen – anisaldehyde – b-phellandreen – b-pineen – bornylacetaat – cadineen – D-limoneen – esters – campheen – kaempferol – limoneen – L-limoneen – myrceen – pineen – quercetine – xylose – etherische olie.

Werkzaamheid:
Analgetisch -   antiastmatisch -  antimicrobisch   -    antiseptisch, atmosferisch   -   astma  -  blaasontsteking  -  bloedcirculatiebevorderend  -    bronchitis   -  cardiac, harversterkend  -  cystitis -  expectorant   -   gal/blaasproblemen  -   griep   -  herbicide, onkruidverdelgingsmiddel -  hoesten  -  immunostimulant -  jicht  -  luchtwegenaandoeningen  -  mucolytisch -  neuralgisch, pijnstillend  -    reumatische klachten   -  rhinitis -   sinusitis - slijmvliesontsteking   -   slijmvorming -   urinewegenaandoeningen  - verkoudheid – zeuwpijn.

Combinatie:
gebruik in parfums en in aromatherapie:  cajeput, cananga, cederhout, citroen, eucalyptus, jeneverbes, labdanum, lavandin, lavendel, mirte, rozemarijn, salie, en andere oliën van coniferen.

Contra indicatie:
Dennenolie heeft veel terpenen en die kunnen indien ze niet vers zijn maar geoxideerd huidirritaties geven en een allergene, sensibiliserende werking hebben. Dwergden is mogelijk meer irritant dan de olie van de Pinus sylvestris. Over het algemeen is verse olie niet toxisch.
Dwergbergden olie is moeilijk aan te komen en wordt in de aromatherapie niet gebruikt. Niet geschikt voor baby’s, kinderen. Verdampen voor luchtzuivering.

Toepassing:
*Er worden verschillende preparaten geproduceerd van de naalden voor blaas-,nier en reumatische klachten.
*bij verkoudheid, griep, sinusitis: 2 dr. berg den, 2 dr. citroen, 2 dr. eucalyptus mengen in een schaaltje heet water en 2-3 keer per dag dampen.
Pinus mugo*bij griep: 2 dr. berg den, 2 dr. mirte en 2 dr. citroen mengen met een beetje melk of een lepeltje honing. Dit toevoegen aan een goed warm bad en iedere dag 20 minuten baden.
*bij bronchitis, astma:1-2 dr. berg den of 1-2 dr. pijnboom oplossen in een schaaltje heet water en 2 keer per dag dampen. Verdiept de ademhaling.
*bij bronchitis: 1-6 dr. latschenkiefer mengen in 10 ml. basisolie, met dit mengsel borst en rug inwrijven.
*verdampen: in de sauna, luchtzuiverend en een frisse atmosfeer. 15-20 druppels in het water doen wat over de stenen wordt gegoten.
Etherische oliën nooit puur op de hete stenen gooien, ze zijn brandbaar !

Foto's:  www.tomszak.pl
             www.mazarol.net
             www.sharkan.net
             www.funet.fi
             www.linnaeus.nrm.se
             www.commons.wikimedia.org
             www.arthurhaines.com

 ©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007

 


Previous page: Pinus mugo turra
Next page: Pinus mugo var. pumilio