Print This Page

Pinus palustris

 


PINUS PALUSTRIS Miller  -   DEN, MOERAS- / LANGBLADIGE DEN / TERPENTIJN /zie Pistacia terebinthusPinus palustris
Synoniem:
 Pinus australis F. Michx.
                   Pinus longifolia Salisb.
Familie: pinaceae. Frankrijk, Portugal, Verenigde Staten. Er wordt een etherische olie geproduceerd door stoomdestillatie uit de ruwe oleoresin, die moet gezuiverd worden. Dit is een kleurloze vloeistof met een frisse, balsemieke geur. Opbrengst 6% dus 17 kg hars voor 1 liter olie. Midden- tot topnoot. Levert terpentijn en dennenolie uit het kernhout. Etherische dennenolie uit het zaagsel, houtspaanders en wortels. Deze ruwe olie wordt gezuiverd door gefractioneerde destillatie onder druk. Dit is een waterig-witte vloeistof met een balsemieke dennengeur.

De naam Pinus palustris betekent “of the marsh” van het moeras. De naam moerasden is misleidend en foutief, gegeven door Philip Miller, die de naam heeft gegeven toen hij de bomen zag tijdens overstromingen in de winter.
Voordat de pioniers naar Amerika kwamen groeide de soort uitbundig op de vlakten van de AtPinus palustrislantische- en Golfkust, van Zuidoost Virginia tot Oost Texas en zuidelijk in twee derde van het Noorden van Florida, evenals in Piedmont en in de berggebieden van Alabama en Noordwest Georgia. Het bestand is geslonken van 24 miljoen hectare, tot 1,6 miljoen hectare in 1985.

De langbladige den groeit in een warm, vochtig klimaat met hete zomers en koele winters. Met een gemiddelde temperatuur van 16-23°C en een regenval van 1090-1750 mm. In Florida is er een regenpiek in de zomer, langs de Golfkust in maart. De herfst is het droogste seizoen. De bodemgesteldheid voor deze boom varieert van nat, droog, rotsachtig en van zeeniveau tot 600 meter in Alabama. De meeste bossen zijn op 200 meter boven zeeniveau, op zand, leem ,klei, graniet, rotsachtig, kalksteen, enz. De bossen worden bevolkt door tientallen soorten van de Pinaceae en vele andere soorten.

De Pinus palustris is een flinke den tot 45 meter hoog. Deze boom heeft lange, stompe, groene naalden tot 35 cm., in trosjes van drie bij elkaar. De kegels hebben scherpe schubben en blijven lang aan de bomen hangen. De schors is roodbruin met diepe groeven. De boom is eenhuizig, mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen op dezelfde boom. Het vruchtbeginsel van de boom  (mannelijk: katjes; vrouwelijk: kegels) ontstaat voor de knopvorming. De katjes worden gevormd in juli, de kegels in augustus. Het aantal bloemen is afhankelijk van de regenval. De vrouwelijke kegels worden gevormd in het bovenste gedeelte van de kroon, de mannelijkePinus palustris onderin de kroon. Bestuiving vindt plaats in de winter of lente, maar de bevruchting pas in de volgende lente. Dan groeien de kegels snel uit  van 3 cm in februari tot 18 cm in mei of juni en volwassen zijn ze van 10-25 cm, midden september of oktober van hun tweede jaar. Soortelijk gewicht van de rijpe kegels is 0.80 – 0.89. Test: in SAE 20 motorolie, de rijpe kegels drijven, de onrijpe zullen zinken. De boom heeft een massieve penwortel die tot 4 meter diep kan gaan of zelfs nog dieper. Een harde ondergrond kan de groei van de penwortel belemmeren, waardoor de boom niet erg windbestendig wordt. Verder ontwikkelen ze een uitgebreid wortelstelsel dat ongeveer 60 cm de grond ingaat. De boom is volgroeid na 100-150 jaar en kan 300 jaar oud worden.
De boom is intolerant betreffende competitie met anderen, voor licht, vocht en voedingsmiddelen. In solitaire toestand voelt hij zich het beste en groeit en bloeit optimaal en onderdrukt door soortgenoten of andere soorten zal de groei tot minstens 30% beperken.
Hij gaat in overgangsgebieden hybridevormen aan met de Pinus x sondereggeri H.H. Chap. Hij kan ook kunstmatig gemakkelijk gekruist worden met familieleden.
Hij is goed bestand tegen vuur, behalve de zaailingen van 10 cm lengte en ook tegen pathogenische microben. De zaailingen lijken op graspollen.
Hij is een voedselbron voor vogels, kwartels, muizen, herten, reeën, buidelratten en eekhoorns. De zaden worden ook door mieren gegeten. Veel zaailingen gaan dood door droogte in hun eerste levensjaar en door vuur.
Het is een economisch belangrijke boom in de bosbouw over de gehele wereld. Het hout is van hoge kwaliteit en wordt gebruikt voor palen, houtblokken, pulp, masten, opslag, constructie, ePinus palustrisnz. Stompen worden gerooid om gedestilleerd te worden, de verse naalden worden verzameld, in balen geperst en verkocht als strooisel, compost, voor in tuinen. De meeste stammen zijn recht, zonder al te veel takken.

Colofonium, een plantaardige hars wordt gewonnen uit de Pinus palustris en andere coniferen. De naam komt van de stad uit het Oude Griekenland Colophon, waar colofonium ook al werd verzameld.
Hoofdbestanddelen: 90% diterpeenzuur, verder afhankelijk van afkomst: neoabitienezuur, laevoabotienezuur, pimarzuur, isopimarzuur, palustrinezuur.
De Amerikaanse colofonium komt van de Pinus Palustris en Pinus taeda. De Franse colofonium uit de Pinus pinaster en de Noordeuropese uit de Pinus sylvestris. Colofonium uit het Middellandse Zeegebied uit de Pinus halepensis. Colofonium is half doorzichtig en kan een gele tot zwarte kleur hebben. Door vloeibare hars van de boom te verhitten verdampen de vluchtige stoffen, de terpenen, de colofonium blijft over. Bij kamertemperatuur is het kruimelig, bij hogere temperaturen smelt het. Hoofdbestanddeel is abietinezuur, geel van kleur, dat een zwak contactallergene werking kan hebben, vooral als hij oxideert. Wordt daarom steeds minder gebruikt, in de volksgezondheid (pleisters), wel in de techniek en industrie.
Colofonium wordt gebruikt bij het solderen en zorgt voor een goede vloeiing van de verbindingen. Verder gebruik in drukinkten, vernis, lijm (kleeflaag van pleisters), Pinus palustrisgeneesmiddelen, kauwgom, zeep en voor het harsen van de snaren van muziekinstrumenten en bogen. In de klimsport heet het colophane van de Californische pijnboom en is in een gekristalliseerde vorm.

Terebinthinae aetheroleum rectificatum – gereinigde terpentijnolie.
Gewonnen uit de genus Pinus: Pinus palustris Miller, in het warme tot subtropische Noord Amerika. P. sylvestris L., in Europa in het oosten tot Siberië en Zuidoostelijk over de Kaukasus tot Perzië. Pinus pinaster Soland op de kusten van het westelijke Middellandse Zeegebied. Pinus halepensis Miller in het Middellandse Zeegebied van Spanje tot Kleinazië en de Pinus nigra Arnold in het hele Middellandse Zeegebied tot Kleinazië.
Het is een heldere, kleurloze olie, geurt naar terpentine, gewonnen uit terpentine door waterdampdestillatie en rectificatie met als hoofdbestanddeel 95% a- en b-pineen, monocyclische monoterpeenkoolwaterstoffen en zuurstofhoudende monoterpenen. Inwendig en uitwendig gebruikt bij chronische aandoeningen van de bronchiën, reumatische en neuralgische aandoeningen. Inhaleren, verdampen en inwrijvingen.
Ook Pinus palustrisis het een belangrijke uitgangsstof voor het produceren van synthetische stoffen.
De ruwe terpentijn wordt getapt.

Terpentijn van dennen resin: Terpentijn is de volatiele olie gedestilleerd van resin, getapt van de genus Pinus bomen, conifeerachtige in de natuur of op plantages. Het vaste materiaal na destillatie staat bekend als rosin. Het wordt gebruikt als oplosmiddel of schoonmaakmiddel voor verf en vernis en voor gebruik in farmaceutische preparaten, desinfectanten en schoonmaakmiddelen. Er worden veel derivaten geproduceerd: polyterpeen, isobornylacetaat, kamfer, anethool, citral, linalool, citronellal, menthol en vele anderen worden gebruikt in de smaak en geurindustrie.

De den komt in veel variëteiten over de gehele wereld voor. De Indianen gebruikten dennentakken om hun “matrassen” mee te vullen om zo insecten en ander ongedierte te weren. Het zaagsel wordt al sinds eeuwen gebruikt tegen allerlei aandoeningen. Zoals warme omslagen bij reuma, pijnlijke gewrichten en tumoren. Pinus palustris groeit hoofdzakelijk in het zuidoosten van de USA. Het is een grote boom met een rechte stam, die op grote schaal voor timmerhout gebruikt wordt. In Amerika wordt ook veel terpentijn uit deze boom gewonnen. De ruwe olie wordt gewonnen door stoomdestillatie van zaagsel, houtsnippers of wortels. Uit deze olie wordt dan de etherische olie gedestilleerd. Het is een kleurloze tot lichtgele olie met een zoete dennengeur. De olie is sterk antiseptisch en wordt heel veel gebruikt in de geneeskunde, in het bijzonder in veterinaire antiseptische sprays.

Inheems in Centraal en Noord Amerika, Europa, Azië en kleine gebieden in Noord Afrika. Ze Pinus palustrisworden gekweekt voor houtproductie en pulp. De species die worden getapt bevinden zich in gematigde en tropische gebieden, op zeeniveau of op hoogten tot 1000 meter of meer. In Mexico en Centraal Amerika wordt er van verschillende species getapt, als mix. Onderzoek in Zuid-Afrika en Brazilië heeft uitgewezen dat hybriden van de Pinus elliottii x Pinus caribaea, hogere oogsten en beter hout leveren.
De synthetische tegenhanger van terpentijn is terpentine.

Indien men zorgvuldig tapt, alleen bast verwijdert en niet te diep en te breed boort, ontstaat er geen schade aan de bomen en kan men tot 20 jaar en langer tappen. De methode lijkt op die van het rubbertappen, een bakje aan de boom met een gootje, waar de resin inloopt. Ook de houtkwaliteit hoeft door het tappen dan niet achteruit te gaan. Wel zal de boom door het tappen kwantitatief iets minder hout leveren maar dat wordt voldoende gecompenseerd door de resin opbrengsten. Plantagebomen worden intensiever getapt dan wild tap en worden na 4-5 jaar gekapt. Een zeer veel gebruikte tapmethode overal ter wereld is het plaatsten van een bakje onderaan de boom met een gootje. Er wordt een horizontale strip van 2-2.5 cm bast verwijderd net boven het gootje en het van de bast ontdane hout wordt blootgesteld aan een
chemische substantie van zwavelzuur. De combinatie van het verwijderen van schors en de zuur behandeling zorgt ervoor dat men niet in de boom hoeft te snijden om de resin vloed te doen vloeien. Door het zuur blijft de resin langer vloeien en hoeft de behandeling pas 2-3 weken later herhaald te worden met een nieuwe ontschorsing boven en aansluitend op de Pinus palustrisoude ontschorsing. Niet zo arbeidsintensief als zonder zuurbehandeling. Plantagebomen worden wel ontschorst over de hele diameter van de boom en intensief getapt. Voor langdurig tappen wordt de stam ontschorst tot 10 cm. breed en slechts een smalle strip van 2-3 cm hoog. De jaarlijkse opbrengst van een boom wordt geschat op ongeveer 3 kg. Ook klimatologische omstandigheden zijn van belang: bij heet weer vloeit de resin goed, bij langdurige regenval niet en veel temperatuurswisselingen zijn ook niet goed voor de opbrengst. De hoogte waar de bomen groeien is natuurlijk ook belangrijk in verband met de temperatuur.

In Zuid Oostenrijk begon men in de 17e eeuw al individueel met het winnen van de resin. In de 18e eeuw kregen de landeigenaren in de gaten dat hier iets te verdienen viel en werd er op grote schaal getapt. In het begin van de 19e eeuw was de eerste bloeitijd van het winnen van hars met stijgende prijzen en een verhoogde vraag. Rond 1960 kwam de neergang van deze industrie, door goedkoop aanbod uit de Oostbloklanden, Turkije, Griekenland, Portugal en door de vooruitgang van de techniek waardoor synthetische stoffen resin ging vervangen.

De ruwe hars is lichtgeel en rijk aan organische koolwaterstoffen, arm aan zuurstof en vrij van stikstof. Het is een verzameling van aromatische stoffen met zuur eigenschappen. Een warm en vochtig klimaat bevorderen de opbrengst van resin. Per jaar kan een boom dan 3-4 kg hars leveren.
Als de resin op de fabriek aankomt worden er met stoomdestillatie twee producten uit gewonnen: terpentijn en rosin. De ruwe resin moet worden schoongemaakt. Hij bevat 70-75% rosin, 15-20% terpentijn en 10% naalden, schors, insecten, vuil, enz. De resin wordt verdund Pinus palustrismet terpentijn van een vorige destillatie, het vuil wordt eruit gefilterd, soms wordt de resin gewassen met warm water om delen van het wateroplosbare vuil te verwijderen en dan wordt de terpentijn gewonnen door destillatie. De rosin blijft achter, gaat in vaten om af te koelen en hard te worden.
Greenhalgh 1982 schatte de wereldproductie in 1979 op ongeveer 250.000 ton, waarvan 110.000 ton terpentijn gom. In 1994, schatte Dawson de wereldproductie op 335.000 ton, waarvan 100.000 ton terpentijn gom.

China en de USA zijn de grootste producenten en gebruikers. Ook grote gebruikers zijn Japan, West-Europa, India, Mexico, Brazilië. Kleine producenten zoals Kenia en Thailand gebruiken hun productie intern. In een aantal landen neemt de productie af, door hogere loonkosten en onwil tot tappen van de bomen, zoals in Spanje, Portugal, Frankrijk, de USA en anderen. In Indonesië neemt de productie toe en zij exporteerde 7200 ton in 1992.
De meest gebruikte bestanddelen van terpentijn zijn alpha- en beta pineen. De eerste komt meer voor en de tweede is meer waardevol.
De totale inhoud van pinenen wordt als goed beschouwd bij 90% of hoger en uitstekend als het beta-pineen boven de 30-40% is. De Portugeese, Amerikaanse en Braziliaanse terpentijn hebben allemaal een hoog pineen gehalte. Op de internationale markt heeft een gehalte van 70-80% pineen weinig waarde om derivaten van te produceren. De Indische terpentijn bevat 3-careen tot 50% waardoor de waarde van de terpentijn sterk daalt. De prijzen zijn afhankelijk van de compositie van de terpentijn, vooral van de pineen inhoud. De Portugese terpentijn is kwalitatief erg goed, door het ontbreken van 3-careen in de olie en daardoor duurder.
De Pinus species die worden getapt, meestal in het wild, maar ook op plantages zijn:
     Pinus elliotii Engelm. In USA, Zuid-Afrika, Zimbabwe, Kenia, Brazilië.
     Pinus pinaster Aiton in Portugal
     Pinus massoniana D. Don in China
     Pinus merkusii in Indonesië en Thailand
     Pinus caribaea Morelet In Zuid-Afrika en Kenia
     Pinus roxburghii Sarg in India en Pakistan
     Pinus oocarpa Schiede in Mexico en Honduras
     Pinus sylvestris L. de vroegere Sovjet Unie
     Pinus radiata D. Don in Kenia
     Pinus halepensis Miller in Griekenland
     Pinus brutia Ten. In Turkije.
Er zijn ook Pinus species die niet getapt worden, omdat dat kwantitatief nog kwalitatief zin heeft, door de samenstelling van bestanddelen van de desbetreffende boom, bijvoorbeeld de Pinus palustrisPinus patula en de Pinus kesiya worden niet getapt.
Ook hier, zoals bij elk genus, zijn er weer aanzienlijke verschillen in chemische samenstelling van de verschillende species en vele chemotypen, bijvoorbeeld Pinus caribaea heeft weer de variëteiten P. var. hondurensis en var. bahamensis.
Groeit over de gehele wereld; grootste producent is de USA.
Reeds bekend bij Hippocrates met betrekking tot infecties aan de luchtwegen en de urinewegen, spijsverteringsproblemen, reumatische- en neuralgische pijnen. In China is de oleoresin eeuwen lang gebruikt.
Oplossend tegen galstenen, reuma. Maakt het huishouden bacterievrij. Ontsmettend voor lucht- en urinewegen en werkt pijnstillend, verzachtend en slijmoplossend.

Werkzame bestanddelen:
Bestanddelen variëren afhankelijk van de plaats van herkomst.
50% alfa pineen, 30% beta pineen, 20-60% careen, in Amerikaanse olie.
De Europese olie verschilt hiervan en kan bijvoorbeeld tot 95% alfa-pineen
bevatten. Verder: a-terpineol, longifoleen, borneol, dipenteen, p-cymeen, b-myrceen, b-phellandreen, camphene, estragol.
Terpentijnolie uit oleoresin: a- en b- pineen, delta-3-careen. Terpineol en longifoleen, borneol, fenchylalcohol, fenchon.

Werkzame bestanddelen in de hele plant:
3-careen – dehydroabietic acid – dipenteen – isopimaric acid – laevopimaric acid – neoabietic acid – palustric acid – p-cymeen – pimaric acid – sandaracopimaric acid – abietic acid – a-pineen – b-myrceen – b-phellandreen – b-pineen – resin – campheen – sitosterol – etherische olie in de bladeren.
Liber Herbarum II.

Specifiek werkzaam:
Adstringent -  analgetisch -   anti-irritant   -   antimicrobisch  -   antireumatisch   -   antiseptisch, luchtwegen -   anticattaraal   -  artritis – astma – bactericide -   balsemiek  -bloedcirculatie - bloedstelpend   -  bronchitits -  cicatrisant  - diuretisch -   expectorant -   hemostatisch   -  huidirritant -  jeukstillend    -   krampstillend – lumbago  -   parasiticide   -  reuma  -   rubefaciënt   -  sinusitis – slijmvliesontsteking -  spasmolytisch   -  spieren, stijve, spierpijn -  stimulerend, algemeen   -    tonisch    - wondhelend   -   wormverdrijvend.
Verdampen: microbedodend in de lucht, slijmoplossend, krampstillend bij bronchitis, catarre, kinkhoest. De olie is stimulerend en tonisch bij vermoeidheid en zwakte. Herbicide, onkruidverdelgingsmiddel. Goed voor herstel na ziekte. Huidverzorging: puisten, steenpuisten, wonden, insectenwerend, schurft. Pijnstilling: reuma, artritis, jicht, ischias, spierpijn.

Combinaties:
Cederhout, citroen, citronella, den, eikenmos, ho-blad, rozenhout, rozemarijn.

Contra indicatie:
Milieuvervuilend; mogelijk overgevoeligheid veroorzakend, betrekkelijk niet toxisch en niet irriterend; zeer matig gebruiken, beter vermijden. Oude olie geeft kans op sensibilisatie door oxidatie. Mogelijk huidirritant en allergeen.

Toepassingen:
*bij bronchitis, astma: 15 druppels moerasden en 15 druppels lavendel mengen met 50 ml. basisolie en hiermee 2 maal daags borst en rug insmeren.
*bij slijmvliesontsteking , sinusitis: 5 druppels oplossen in een schaaltje heet water en 2 keer Pinus palustrisper dag dampen.
*bij lumbago: 3 druppels oplossen in een eetlepel basisolie en hiermee de pijnlijke plekken meerdere malen masseren.
*bij artritis: 5 druppels mengen met een eetlepel basisolie en hiermee 2 keer per dag masseren.
*verdampen: 10 druppels in de aromalamp zorgen voor een frisse, gezonde atmosfeer en werken verlichtend bij bronchitis, hoesten en astma.


Bron: Sorting Pinus names: Multilingual Multiscript Plant name Database.
          Pinus palustris Mill. Longleaf pine, by W.D. Boyer. www.na.fs.fed.us
          Department of Forestry. College of Natural Resources. Virginia Tech. Longleaf Pine. Pinus
          palustris P. Mill.
          Wikipedia eng., nl. de. Sumpfkiefer – Lonleaf pine – moerasden.
          Wikipedia nl., de., eng. Colofonium.
          Wikipedia de., Pecherei. – Terpentinöl.
          Liber Herbarum II Erik Gotfredsen. Pinus palustris Miller.
          Terebinthinae aetheroleum rectificatum – Gereinigtes Terpentinöl. Thomas Schöpke 
          Colopholium – Kolophonium. Thomas Schöpke.
Foto: www.netstate.com
         www.duke.edu
         www.de.wikipedia.org Pecher bei der Arbeit. (Terpentijntapper aan het werk.
         www.duke.edu
         www.georgiawildlife.dnr.state.ga.us
         www.nearctica.com
         www.cls.zju.edu.cn
         www.state.sc.us
         www.lovett-pinetum.org
         www.junta-enviro.blog.ocn.ne.jp
         www.backyardnature.net
         www.geocities.jp

©®Copyright en registratie notaris. André Gielen 2001 – december 2007